Archief van de ‘vlees’ categorie

Feb
22
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vlees door Mark op 22 februari 2008
Koken is hip. Koken is trendy. En koken is iets waaraan de Engelse televisiezenders traditiegetrouw veel aandacht aan schenken.

Kookprogramma’s als ‘Ready, steady, cook!‘, Gordon Ramsay’s ‘Kitchen Nightmares‘ (in Nederland door Herman den Blijker overgenomen als ‘Herrie in de keuken‘) en natuurlijk Jamie Oliver’s programma’s. Minder bekend, maar daarom niet minder interessant zijn de programma’s van Heston Blumenthal.

Het 2e seizoen van zijn ‘In search of perfection‘ is een tijdje geleden uitgezonden op de BBC. Hierin gaat de befaamde ‘culinaire alchemist’ op zoek naar de perfecte uitvoering van een gerecht. De ene keer is dat de klassieke engelse Fish&Chips, en de andere keer reist hij naar India, op zoek naar de roots van Chicken Tikka Massala.

De cynicus zou beweren dat het programma niet meer is dan een goed excuus voor de presentator (in dit geval dus Heston) om mooie reisjes te maken, maar de wannabee-chef prikt daar natuurlijk doorheen, en laat zich gefascineerd meevoeren op een reis, waarin een stel koks (want Heston doet het natuurlijk niet in zijn eentje, maar samen met 2 van zijn vaste medewerkers) als een soort culinaire MacGyver’s op zoek gaan naar creatieve manieren om een bepaald effect, smaak of beleving te creëeren.

Hij gebruikte al eens een stofzuiger om chocolade-mousse te maken (iets met een vacuüm dat hij nodig had), groef een gat van 5 meter diep in zijn tuin (om een klassieke Indiase tandoori-oven te maken) en gaat in het algemeen erg ver om zijn ideëen  te realiseren. Maar hij geeft ook toe dat niet alles wat zij verzinnen haalbaar is. De tandoori-oven is in de  uiteindelijk versie dan ook geen 5 meter diep gat geworden, maar een stellage van een stel bakstenen, op een gewone barbecue.

In seizoen 2 ging Heston onder andere op zoek de perfecte hamburger.  Daarvoor ging hij uiteraard naar Amerika, en proefde daar in allerlei variaties de burgers. Uiteraard ook van Mickey D, maar dat kon hem uiteraard toch niet echt bekoren. Dus, zijn eigen plan getrokken. Mooi vlees uitgezocht, perfecte kaas, en niet te vergeten een lekker broodje!

Om een half uur durend programma in 3 zinnen samen te vatten: een rond broodje is de meest logische vorm, het moet wat steviger zijn, en mag het niet te zompig worden, als de burger erop ligt.

But nobody said it would be easy…

Ik besloot om zijn recept eens te volgen, maar dan niet in zijn geheel, maar eens te beginnen met de broodjes. Lijkt veel werk, en ingewikkeld, maar valt mee. Alleen wat veel stappen. Mijn vrouw vroeg me ook al of al die moeite het wel waard was, voor een burger.

Na 2 happen kan ik die vraag inmiddels wel beantwoorden met een volmondig ‘Ja!’. Enorm lekker zo’n broodje, en haalt het niet bij een fabrieksbroodje.

Maar ach, geldt dat niet voor alles wat je zelf maakt?

In ieder geval was dit de lekkerste hamburger die ik in lange tijd heb gegeten. Gewoon simpel, het broodje, een lap vlees, mayo, curry en wat uitjes. Super!

Ingredienten:
Voor het voordeeg:
150 gr Soezie Suprima of ander eiwitrijke bloem
1 gr droge gist
150 ml water

Voor het deeg
150 gr Soezie Suprima of ander eiwitrijke bloem
2 ei-dooiers
25 á 30 ml water
20 gr witte basterdsuiker
15 gr melkpoeder
4 gr zout
6 gr droge gist
20 gr echte boter
6 gr zonnebloem olie

Voor het ei-bestrijksel
1 ei-dooier
1 eetlepel water
snufje zout
sesamzaadjes

Bereiding:
Een dag vantevoren:
Meng het bloem voor het voordeeg in een kom, en voeg de gist toe. 1 gram is echt genoeg, omdat we het 24 uur laten staan. Voeg het water toe, en maak met een lepel of mixer hier een soort beslag van. Het is heel plakkerig en vloeibaar. Na goed mengen, doe je het in een schone droge kom, en zet het afgedekt weg gedurende 24 uur.

De dag zelf:
neem het voordeeg en doe in een kom. Voeg de eidooiers toe, en het water, en meng/kneed tot het een mooi glad beslag is. Meng in een andere kom de bloem, suiker, melkpoeder zout en gist. Voeg dit beetje bij beetje toe aan het beslag. Voeg de boter en de olie ook toe. Probeer het beslag nu te kneden. Het makkelijkst gaat dit in een standmixer of broodbakmachine, want het is een heel nat en plakkerig geheel. Gebruik anders een houten of plastic lepel.

Na een paar minuten kneden laat je het beslag 10 minuten staan, om het vocht te absorberen. Daarna nog even goed doorkneden, en dan afgedekt in de koelkast plaatsen, om gedurende een half uur wat op te stijven.

In de tussentijd:
Pak een vel aluminumfolie, van ongeveer 50 cm lang, en vouw dit in de lengte dubbel. Vouw nogmaals en nogmaals, tot je een strip folie hebt van ongveer 1 - 1,5 cm breed en 50 cm lang.  Knip hiervan 2 stukjes af, van ca. 3 cm lang. Maak van het lange stuk een ring, met een doorsnede van ongeveer 12 cm. Het makkelijkst gaat dit met bv. een fles of glas van de juiste doorsnee. Neem een van de losse stukjes, en vouw dit om de ring heen, om beide uiteindes aan elkaar te maken. Maak 4 ringen op deze manier. Leg een vel bakpapier op een baktray van de oven, en leg de 4 ringen hierop.

Bestuif je handen ruim met bloem, en neem ongeveer 85 gram deeg uit de kom,  en maak hier zo goed en zo kwaad als mogelijk een mooi glad bolletje van. Leg de bolletjes in de ringen. Maak je handen nat en druk de balletjes wat plat, tot schijfjes. Dek af met folie, en laat gedurende 1,5 - 2 uur rijzen.

Het bakken:
Een half uur voor je gaat bakken, verhit je de oven voor op 225 graden, en plaats je een metalen ovenschaal onderin de oven. Meng intussen de ingredienten voor het bestrijksel, behalve de sesamzaadjes.  Als de oven op temperatuur is, schuif dan de tray met broodjes in de oven en giet ca. 150 ml water in de ovenschaal, om stoom te genereren. Let op: de stoom is gloeiend heet!  Dit voorkomt dat de bovenkant van de broodjes barst, en dat ze een te dikke korst krijgen.

Na 7 minuten haal je de tray uit de oven, en bestrijk je de broodjes met het ei-mengsel. Strooi er een ruime hoeveelheid sesamzaadjes over, en doe de broodjes terug in de oven, om nog eens 7 minuten te bakken. Laten afkoelen op een rooster.

Verwijder de folie-ring, en snij ze dan door midden. Beleg met je hamburger en favoriete ingredienten. Smakelijk!



Feb
18
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 18 februari 2008

Op zijn tijd lust ik graag een biertje. En met biertje bedoel ik geen pilsje. Ik bedoel, een koe is een dier, maar een dier niet noodzakelijk een koe. Dus een biertje is niet altijd een pilsje.

Nee, doe mij maar een lekkere dubbel, triple of zelf quadruple! Westmalle, La Trappe, St.Bernardus, Achelse Kluis, maar liever geen Chimay of Orval. Verboden vrucht is lekker. Net als de Hoegaarden Grand Cru. Wat zwaardere soorten dus, liefst hergist op de fles.

Wist je overigens dat de Leffe Triple en Hoegaarden Grand Cru hetzelfde bier zijn, met een ander etiket? Probeer het maar eens. Het is niet alleen dat ze op elkaar lijken, maar ze zijn gewoon helemaal identiek. Kwestie van in de brouwerij een ander plakkertje erop doen. Tja, dat heb je met die grote brouwers. InBev in dit geval. De Grand Cru wordt zelfs niet eens in Hoegaarden gebrouwen. Dáár maken ze alleen nog het witbier. De Grand Cru (en ook de Verboden Vrucht bijvoorbeeld) komt uit Jupile.

En dan is er het verhaal van de beroemde trappisten-brouwerij uit West-Vleteren, in het westen van Vlaanderen. De Sint Sixtus abdij. Er bevindt zich daar een klooster, dat een aantal bieren brouwt: de ‘6′, de ‘8′ en het kroonjuweel, de ‘12′.

Niet zomaar een slap biertje, maar stevig, vol en rijk van smaak. Vooral de ‘12′ (met ruim 10% alcohol) is meer een gerstewijn. Een volmoutig, donker bier, met een hint van fruit en zachtbitter. Perfect om lang over te doen, op een koude winteravond. En eigenlijk moet je gewoon een stel flesjes kopen, en ze eerst een jaartje of 2 in de kelder leggen. Worden ze nog lekkerder van. Ze gisten namelijk na op de fles, en de smaak wordt dus alleen maar intenser, voller en zoeter. De ‘12′ staat overigens al jaren in de top 5 van lekkerste bierten ter wereld. Ik kan het er alleen mee eens zijn.

Maar dan komt het probleem: ze brouwen niet commercieel. Dus als je wilt kopen, moet je bellen met de biertelefoon, en krijg je te horen wat (óf?) er iets te koop is. En áls er dan iets te koop is, is het ook nog beperkt, tot 2 kratjes per persoon. Lastig aan te komen dus, zeker omdat het bier ook niet via de reguliere groothandel te krijgen is, en er dus ook bijna geen slijters zijn die het verkopen, en zij díe het verkopen, vragen met gemak 4 soms 5 euro per flesje. Kwestie van vraag en aanbod, he…

Maar ach, dat zijn eigenlijk bijzaken. Belangrijkst is natuurlijk of je het lekker vindt. En in het geval van voornoemde bieren, kan ik die vraag bevestigend beantwoorden.

Vandaag daarom een recept, met Westmalle. Mag uiteraard ook een ander donker bier zijn, maar mijn vrouw koos in dit geval de Westmalle Dubbel. Prima, toch?

Ingrediënten

  • 600 rundvlees
  • 50 gr boter
  • 3 uien
  • 1 flesje Westmalle dubbel
  • 200 cc water
  • 3 kruidnagels
  • 2 laurierblaadjes
  • 1 eetlepel bruine basterdsuiker
  • 1 eetlepel wijnazijn
  • 1 snee bruinbrood
  • 1 eetlepel grove mosterd
  • bloem
  • 2 eetlepels (zonnebloem)olie
  • zout&peper

Bereiding
Snij het vlees in dobbelsteentjes, en bestrooi met bloem, zout en peper. Smelt de boter samen met de olie in een ovenbestendige braadpan, en bak het vlees hierin rondom bruin. Snipper de ui, en doe deze erbij. Even bakken, tot de uien glazig zijn.

Verhit de oven voor op 150 graden. Doe het bier bij het vlees in de pan, en laat uitschuimen. Doe zoveel water erbij, tot het geheel onder water staat. Voeg de kruidnagel, laurierblaadjes, suiker en azijn toe, en verwarm even, tot het zachtjes kookt. Zet de pan, met deksel, in de oven. Je kunt het vlees ook vanuit een pan in een ovenschaal met deksel doen, en deze in de oven zetten. Stoof voor ongeveer 1 - 1,5 uur.

Bestrijk het brood met de mosterd, en snij in blokjes. Schep door het vlees, en laat nog een uurtje in de oven staan. Bind de saus eventueel met nog wat bloem, opgelost in water.

Lekker met rode kool en (Vlaamse) frietjes.



Jan
26
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 26 januari 2008

Zaterdag-ochtend.

Vrouw de hort op met de dochter, en papa en zoonlief zitten aan het ontbijt. Lekker, een beetje aanklooien. Straks nog even de 2,5 kuub vers haardhout die ze gisteren voor de deur hebben gestort naar achteren brengen (zo’n fijn klusje… maar ja, je wilt er ook in 2008 warm bij zitten..) en dan maar zien.

Ik besef me ineens dat ik geen idee heb wat we gaan eten vanavond. We hebben het er volgens mij wel even over gehad, maar kan me niet meer voor de geest halen wat de uitkomst dan wel was.

Koelkast open. Geen vlees. Geen groente. Hmm… Hebben we dan gewoon nog niet in huis, en hebben we het enkel gehad over wat we zouden kúnnen eten van de week?

Hé, wel nog een halve fles Merlot, van 2 dagen terug. Tja, ik weet niet of die nog wel opgaat vanavond. Weggooien is ook zonde. Een lekker runderstoofpotje. Is dat niet wat?

Dus, hup Christan in de kinderwagen, plastic tas mee, en op naar de super.

Vlees gehaald (was in de aanbieding; kwam dus ook mooi uit!), en wat sla, rijst, en nog wat spulletjes voor het eten van morgen. Worteltjes, sinaasappelsap en rösti. Voor bij de vis van morgen. Maar dat is een post op zich. Komt nog wel…

Even langs de lokale Marskramer. Misschien nog een leuk kook-gadget. Helaas. De Prijsmepper dan? Ook niets. Alhoewel die ijsmaker iedere keer mijn naam roept als ik die zaak binnenloop. Alleen denk ik dat hij na 2 keer gebruiken in de kast beland. Ik eet te weinig ijs om die aanschaf te rechtvaardigen…

Thuis eerst maar eens de hond nog even uitgelaten. Christan een boterhammetje met worst, en mezelf een lekker Kaiserbroodje met lekker dikke plakken Edammer uit mijn kerstpakket. Hmm, moet zeggen. Niet verkeerd. Eigenlijk gewoon erg lekker!

Karin belt dat ze met een kwartiertje thuis is.

Kunst is natuurlijk nu, om het stoofpotje op het vuur te hebben als ze thuis komt. Dan ruikt het huis meteen al een beetje naar eten. Altijd een goede binnenkomer.

Aan de slag! Vlees gesneden. Spek en ui in de bakpan. Dat in de braadpan. Vlees in de bakpan aanbraden en erbij ni de braadpan. Wijn erover. Eraan denken dat ik de volgende keer de tip van Karin opvolg, en de wijn warm maak. schrikt het vlees niet zo. Wordt het ook minder taai… Bouillon en kruiderij erbij. Pff… dat staat te pruttelen.

Op dat moment gaat de achterdeur open… Ze zijn thuis..

Uiteindelijk stond het vanaf 15:00 of zo op het vuur, en aten we om 18:00. Drie uur sudderen/stoven leverde een heerlijke, volle, zachte smaak.

Zie je wel dat lekker niet duur hoeft te zijn!

Ingrediënten

  • 750 gram stoofvlees
  • 250 gram champignons
  • 200 gram gerookt spekblokjes
  • klein potje zilveruitjes
  • 250 cc rode wijn
  • 100 cc runderbouillon
  • 2 laurierblaadjes
  • 2 teentjes knoflook
  • thijm
  • 3 eetlepels maïzena of allesbinder
  • boter&olijfolie
  • peper&zout

Bereiding
Verhit boter en olie in een pan. Bak hierin het spek en de uitjes aan. Doe ze in een braadpan. Snij het vlees in stukken van 1,5 bij 1,5 cm. Bak het vlees in de pan waarin je het spek en de uitjes hebt gebakken lekker bruin. Doe bij het spek en de uien. Maak de pan nog niet schoon; die is nog nodig voor de champignons.

Verhit de wijn in een pannetje, en voeg dit bij het vlees. Voeg ook de bouillon toe. Voeg 2 laurierblaadjes en een snuf thijm toe. Snipper de knoflook, en voeg dit toe.

Laat alles op een zacht vuurtje 1,5 tot 2 uur (of langer) stoven.

Een half uurtje voor het opdienen bak je de champignons mooi bruin, in de bakpan. Voeg deze toe aan het vlees. Maak de maizena aan met wat water. Vis de laurierblaadjes uit de pan, en voeg het maizena-papje toe, om het geheel te binden. Laat nog even doorkoken, om mooi te binden. Mocht het te droog zijn, kun je nog een klein(!) beetje bouillon of heet water erbij doen.

Lekker met rijst en een frisse salade!



Jan
21
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 21 januari 2008

Een stilte was er gevallen in de kamer.

Geen ongemakkelijk stilte, maar het was even kalm en rustig.

Een goed teken?

Monden die eten, praten niet. Toch?

Voor de zekerheid even gevraagd, maar mijn zorgen waren onterecht: het was lékker!

Poeh, pak van mijn hart! Het was even aanpoten, om alles voor te bereiden, en te maken, zoals ik het in mijn hoofd had, maar uiteindelijk was het toch allemaal gelukt, en ook nog alles om 18:00 op tafel. Dat laatste was min of meer wel nodig, omdat er een 7-tal kinderen waren, variërend van 7 maanden (ongeveer…) tot 7 jaar, en van alles er tussen in. En ja, dan moet je niet te laat willen eten, en ook vooral niet te lang doortafelen.

De aftrap was op zaterdag middag. Mijn vrouw had mijn dochter even meegenomen om nog wat boodschapjes te doen, en ik had mijn zoon in bed gelegd, voor zijn middagslaapje. Ik heb daarna van 1,5 kilo gehakt, verdeeld in 2-en, een portie Hollandse gehaktballetjes (heel eenvoudig, met een uitje, gehaktkruiden, brood, ei en peper&zout), en Italiaanse balletjes gedraaid. 2 Braadsleden op het fornuis, wat vet erin, en bakken maar.

’s Avonds gingen mijn vrouw en ik samen aan de slag. Mijn vrouw met een Monchou taart (recept volgt nog), en ik met het nagerecht voor de dag erop. Dat moest namelijk 24 uur vantevoren, vond de auteur. Ofwel: ei-dooier met mascarpone mengen, ei-wit kloppen, en de savoiardi met koffie in de schaal. Vla erover, en klaar. Dat zag er erg lekker uit!

De zondag zijn we rustig begonnen. Koffie, boterhammetje, en even wandelen met de hond. Tegen de middag begonnen met de rest. Een lekkere salade gemaakt, van tomaten, ei en ui, en een huzaren-salade. Lekker retro opgemaakt. Beetje jaren zeventig stijl zeg maar. En varkenshaas gebakken.

Ik maakte varkenshaas met appeltjes, in een créme fràiche saus, en varkenshaas in champignon-roomsaus. Het eerste is lekker, en weer eens wat anders, en de laatste wilde ik graag maken, omdat iedereen dat wel lust. Het staat niet voor niets al jaren op de favorietenlijst bij de Van der Valk (voor zover dat tot aanbeveling strijkt…), en je wilt toch dat je gasten lekker eten.

Maar goed, champignon roomsaus had ik nog niet eerder gemaakt, en ik wilde daar ook geen pakje voor gebruiken. Dus eerst maar eens research gedaan, hoe je zoiets maakt. Blijkt heel makkelijk te zijn. Een kind kan de was doen. Je vraagt je soms af waarom je sommige dingen niet eerder ontdekt… Vlees aanbraden, uit de pan nemen. Bouillon in de pan, room erbij, en de (in een apart pannetje gebakken) champignons erbij. Even laten pruttelen, peper, zout, en klaar! En lekker!
En omdat ik mijn nieuwste aanwinst (waarover later deze week meer..) ook even wilde inwijden, ook nog wat broodjes gebakken voor erbij.

Om 17:30 was het daarna enkel nog een kwestie van alles uit de kelder halen, en weer opwarmen. Balletjes met satésaus en tomatensaus, varkenshaas, aardappelkroketjes, brood, salade, en voor de kinderen knakworstenbroodjes (heel eenvoudig: een knakworstje in een half velletje bladerdeeg gewikkeld en afgebakken).

En dat resulteerde dus in een relatief rustige woonkamer, want iedereen zat lekker te eten. De gehaktballetjes hadden wat meer kruiden mogen hebben, en de broodjes waren wat hard geworden aan de buitenkant, maar dat is dan iets wat ik mee neem naar een volgende keer. Al met al was ik achteraf erg tevreden, en moe maar voldaan. En veel te veel gegeten. Ik had er ’s avonds laat nóg last van. Maar wie zich brand…

Overigens: het nagerecht was de tiramisu van Gerrit Jan Groothedde. Een echte aanrader! Mijn schoonmoeder hoefde niet (maar at na een hapje, de rest van haar portie toch maar op), een goede vriend nam nog een tweede stukje, en mijn zwager houd niet zo van chocolade, maar ook daar restten enkel nog wat kruimeltjes op het bordje. Ik denk dat dit inderdaad een van de lekkerste tiramisus (?) is geweest die ik ooit heb gehad. Dank dus voor dit recept!

Ik ga het recept hier overigens niet herhalen. Volg gewoon de link, en daar staat alles wat je nodig hebt. Wel krijg je nog het recept van de varkenshaas in champignon/roomsaus:

Ingredienten

  • 1 varkenshaas (ca. 300 gr)
  • 250 ml runderbouillon
  • 250 ml slagroom
  • 250 gram champignons
  • boter
  • peper&zout
  • eventueel bloem of allesbinder

Bereiding
Strooi peper en zout over de varkenshaas. Smelt boter in een pan met dikke bodem, en bak hierin de varkenshaas aan alle kanten mooi bruin. Geef het een minuut of 8. Leg de varkenshaas even te rusten.

Blus de pan met de bouillon, en schraap met een houten spatel de aanbaksels los van de bodem. Doe er de room bij, en laat even rustig pruttelen. Breng op smaak met zout en peper. Laat de saus met ongeveer 1/3e inkoken, of laat 5 minuutjes koken en bind de saus met wat bloem, of allesbinder.

Maak de champignons schoom met een borsteltje of keukenpapier, en snij ze in partjes of schijfjes. Bak in een andere pan de champignons, met wat peper en zout, en doe ze bij de roomsaus.

Snijd de varkenshaas in plakken, en leg in de saus. Laat nog 2 minuten meewarmen.

lekker met aardappelkroketjes!



Jan
16
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 16 januari 2008

Minstens 1 nacht vorst moet er zijn geweest. Dan is het pas écht lekker. Niet omdat boerenkool en vrieskou bij elkaar horen of zo, maar gewoon omdat boerenkool die op het land staat, lekkerder is, als het een nachtje stevig koud is geweest. Minder hard, lekkerder gaar, en gewoon beter van smaak.

Er zijn mensen(*) die een zak gesneden boerenkool kopen, en dan een nachtje in de vriezer leggen, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde…

Het is ook iets dat veel herinneringen met zich meedraagt. Aan mijn eigen jeugd. Aan de tijd dat ik nog verkering had met het meisje dat inmiddels mijn vrouw is. Aan sneeuw. Aan braadworst. Gehaktbal. Jus. Ik heb er meteen alweer zin in, als ik dit zo op schrijf.

Wat me ook is bijgebleven, is het verschil tussen het gezin van mijn ouders, en dat van mijn schoonouders.

Ik kom uit een Limburgs gezin, waar financieel eigenlijk geen zorgen waren. Alles was er altijd, en dan ook nog in ruime hoeveelheden. Als je er middenin it, valt dat niet zo op, maar terugkijkend kan ik begrijpen dat dat soms bij andere mensen wel eens fronsende wenkbrauwen opleverde. Verstand komt met de jaren? Of pas als je het zelf moet betalen? Het besef is er in ieder geval.

Flinke vleeseters waren we ook.

Ik weet nog dat mijn moeder ooit thuiskwam van de slager, en dat ze daar een ‘Hollander’ had gezien. Een ‘Hollander’ is in Limburg een Nederlanders van boven de rivieren. Of liever: iedereen die geen Limburgs spreekt. Die Hollander dus bestelde bij de slager 400 gram gehakt, en vroeg of dat genoeg was voor 4 personen. Mijn moeder moest even lachen, want in haar huishouden ging er toch al gauw 250 gram gehakt per persoon door. Nu moet ik daar wel bij zeggen dat je dan ook praat over 2 opgroeiende jongens in de pubertijd, dus die zijn permanent ‘in de groei’. En mijn vader lustte het ook wel. Braadworst was een zelfde verhaal als het gehakt. Voor ons vijfen gewoon een worst van ruim een kilo. En die ging schoon op!

Had ik al gezegd dat mijn zus destijds part-time vegetarier was? Dus die at net niets van de worst.

Wat een contrast toen ik voor het eerst bij mijn schoonfamilie ging eten. Mijn schoonouders hanteerden iets andere portiegroottes. We aten die avond boerenkool met rookworst, en ik was gewend dat ik een halve rookworst plus boerenkool zou eten, en misschien nog een stukje spek.

Ik kreeg een kwart worst.

Slik.

In de jaren erna werd me duidelijk dat het niet de porties van mijn schoonouders waren, die klein waren, maar dat hetgeen ik thuis kreeg gewoon véél was. Het kostte dan ook wat moeite om over te schakelen. Ook wel een beetje noodgedwongen, omdat als je net begonnen bent in je eerste baan, je nog niet zo in de slappe was zit, als je vader, die al 20 jaar werkt…

Wat ik ook geleerd heb, is dat als je 19 bent, en elke dag 10 kilometer enkele reis op de fiets naar school gaat, en dat 5 dagen in de week volhoudt, dat je dat soort ruime porties prima kunt hebben, en dat je nog geen 70 kilo weegt. Maar dan ben je in eens 32, gestopt met roken, getrouwd, vaste baan en 2 kinderen, en vind je jezelf op de weegschaal.

92 kilo.

Tja, dat heb je ervan.

Dus toen het besluit genomen. Kleinere porties, en 3 x in de week hardlopen. En volgehouden tot op vandaag. Ik ben bijna 35 en weeg nu weer ‘gewoon’ 77 kilo, met kleinere porties, en een prima conditie. En dat bevalt uitstekend!

En boerenkool? Ja, dat smaakt nog steeds prima, mét rookworst en spekjes! Alleen niet meer zoveel als vroeger!

(* Namen zijn bekend bij de redactie, echter om privacy redenen niet bekend gemaakt…)

Ingrediënten

  • 1 kilo kruimige aardappel
  • 400 gram gesneden boerenkool
  • 1 gelderse rookworst, van 275 gram
  • 300 gram speklapjes
  • 15 gram boter
  • 1 pakje jus
  • water
  • zout

Bereiding
Schil de aardappelen, en scnijd ze in gelijke groottes. Doe ze in een flinke pan, een flinke laag water erover. Strooi zout erover. Doe de boerenkool erboven op, en breng aan de kook, met een deksel op de pan. Als het kookt, leg je de rookworst (zonder eventuele plastic verpakking) op de boerenkool. Op die manier trekt smaak en rook van de worst ook wat in de boerenkool. Dit moet ongeveer een half uurtje koken.

Strooi ruim zout in een droge koekenpan. Snij de speklapjes in stukken van 2,5 bij 2,5 centimeter, en leg in de pan. Laat uitbakken, tot de spekjes naar smaak zijn.

Maak de jus, volgens de verpakking, en serveer alles, eventueel met wat zilveruitjes of kleine zoet/zure augurkjes.

Geen verse jus? Nee, want jus maken van spekvet vind ik niet zo lekker, en verder wordt er niets gebakken, en kun je dus nergens jus van maken. En om nu enkel voor de jus een stuk vlees te bakken?



Jan
03
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 3 januari 2008

Ik bid nie veur brune bon’n!

De bekende uitspraak van Drenthse Bartje.

Ik weet natuurlijk niet hoe de moeder van Bartje haar bruine bonen maakte, maar als ze ze maakt zoals mijnn vrouw ze maakt, dan kan ik me niet voorstellen dat hij het niet lekker vindt!

Het vreemde hieraan is, dat mijn vrouw zélf vroeger ook geen bruine bonen lustte. Waarom dat precies was, weet ze zelf ook niet meer. Misschien het melige. Of het velletje dat loslaat, als je ze te lang laat koken. Of misschien wel omdat die bonen ook ‘au naturel’ werden geserveerd, naast de aardappels en de slavink. Tja, dat is natuurlijk ook weinig eetlustopwekkend.

Laten we het erop houden, dat ze inmiddels óm is, en de bonen ook lust. En als recept van vandaag helemaal! Lekker spekjes erbij, paprikaatje erdoor, en dan met gebakken krieltjes. Is toch weer eens iets anders, nietwaar?

Ingredienten

  • groot blik bruine bonen
  • 400 gr speklapjes zonder zwoerd
  • 125 gram rookspek in blokjes
  • 450 gram krieltjes
  • 4 uien
  • 1 rode paprika
  • 1 eetlepel (witte wijn) azijn
  • TexMex kruiden
  • boter
  • peper&zout

Bereiding
Snij de speklappen in stukken van ongeveer 2,5 bij 2,5 centimeter. Komt niet zo nauw. Strooi een een dun laagje zout in een pan met antiaanbaklaag, en leg hierop de de stukjes spek. Bak deze lekker uit, op een niet te hoog vuur. Af en toe omkeren.

Kook de krieltjes even kort in de magnetron (3 minuten) op vol vermogen. Smelt boter in een pan, en bak de krieltjes hierin. Ze zijn klaar als ze van buiten krokant zijn, en van binnen zacht en gaar. Dit duurt ongeveer een half uurtje, dus zet het vuur niet te hoog, anders verbranden ze. Regelmatig schudden.

Pel de uien, en snij ze in twee helften. Snijd hier halve ringen van. Smelt boter in de pan, zet het vuur niet te hoog, en bak hierin de uien zachtje bruin. Na 5 minuten voeg je een eetlepel witte wijn azijn toe. Dit maakt de uien lekker zoet. Laat 10 minuutjes zachtjes bakken, tot ze mooi lichtbruin en zacht zijn.

Maak de paprika schoon, en snij in stukken van 1 x 1 centimeter. Voeg deze bij de uien.

Verdeel het gerookte spek tussen de aardappeltjes en de uien. Voeg tevens een paar gebakken uitjes toe aan de aardappeltjes, en laat dit even meebakken. De smaak van het spek en de uitjes kan nu in de aardappeltjes trekken.

Laat intussen de bonen uitlekken, en voeg deze 5 minuten voor het eind toe aan de uien en paprika, en warm deze even door. Gaar zijn ze immers al. Stooi er wat texmex kruiden, en wat peper en zout over. Wees zuinig met zout; er zit immers ook al zout in het spek.



Dec
20
Opgeslagen als oven, recepten 2007, vlees, voorgerecht door Mark op 20 december 2007


Mwoah.

Dat is eigenlijk de conclusie van deze exercitie.

Mwoah.

Gelukkig gebeurt dat niet zo vaak, maar het is toch altijd wel jammer.

Het recept noemde dit "het lekkerste Brabantse worstenbroodje".

I beg to differ.

Ik had het eigenlijk ook vantevoren al moeten weten: knoflook hóórt niet in een worstenbroodje.

Maar dat is dus een les voor de volgende keer: in plaats van blind een aanwijzing volgen, is het wellicht beter om ook zélf te blijven nadenken.

Ik zal dan ook niet het recept plaatsen hier, want ik zou niet op mijn geweten willen hebben, dat iemand dit ook moet doorstaan. Nou vooruit. Zó erg was het nu ook weer niet, maar het was niet zo heel erg lekker. Dat kan een stuk beter. Niet alleen de vulling overigens, ook het broodje zelf was niet zo geslaagd. Beetje hard en droog.

Alleen wist ik dat nog niet op het moment dat ik de foto maakte. Toen lag er nog wat lekkers in het verschiet. En om die foto nu niet te gebruiken, vond ikook weer zonde. Ik had hem wel kunnen archiveren, tot het een keer wél gelukt was, maar wie weet hoe de broodjes er dan uitzien? Dus toch maar gebruikt.

Wel leuk om te maken, dus ik ga er snel nog eens mee stoeien. En hopelijk is het recept dan wel publiceerwaardig!