Het moest een keer gebeuren..
Zie het als een soort "passage of rites"…
Een overgangsritueel zo u wilt.
Vanuit een soort oerdrang ontstaat zo iets. Die eeuwige noodzaak om dingen zélf te willen doen, zonder aanwijsbare noodzaak. Zelf brood willen bakken. Zelf pasta maken. Zelf pizza maken. Er zijn zelfs mensen die willen zelf vanillevla maken..
Tuurlijk kun je daarvoor naar de bakker, een pak gedroogde pasta pakken of een greep doen in het vriesvak van de lokale buurtsuper. Maar zelf maken geeft toch een gevoel van ‘iets bereikt hebben‘. Iets gedaan hebben, dat objectief gezien meer tijd, meer geld, en meer moeite kost dan kopen. Maar ook (niet geheel onbelangrijk!) vaak meer smaak heeft, puurder is, en zeker meer voldoening geeft…
****
Twee vragende ogen keken me aan. Het duurde even voor hij een antwoord kon fomuleren op mijn vraag, leek het. Geen alledaagse vraag, geef ik toe, maar ik vroeg hem ook niet bepaald of hij toevallig wist hoe koude kernfusie werkt. Ik wilde gewoon iets zélf doen. Iets wat hij normaal ook zelf doet.
"Wat moet je dáár nou mee?"
Ik had hem gewoon gevraagd of hij ook worstdarm verkocht.
"Ik heb ook geen idee wat ik je ervoor moet vragen… Wij kopen dat in in emmers van honderd euro. Geen flauw benul wat 1 darm dan moet kosten…"
Nadat ik had uitgelegd dat het een beetje een hobby van me is, om te kokkerellen, en dat oer-instincten een man soms langs onverklaarbare wegen leiden, besloot de slager mij te plezieren. Hij liep naar achteren en kwam even later terug met een zakje. Met een darm. "Vooruit. Een euro. Ik weet het ook niet!". Het meisje bij de kassa kreeg het zakje in handen gedrukt, en met lichte afschuw hield ze het met 2 vingers vast. Ik besloot haar maar niet vertellen dat de meeste verse worst in zo’n darmpje is geperst. Ik zou het ontstaan van een vegetariër niet op mijn geweten willen hebben..
Voldaan verliet ik even later de zaak. Stap één, het verzamelen der ingredienten, was volbracht. Ik had vlees, kruiden, de vleesmolen, en nu dus de darm. Let the sausagemaking begin!
Stap twee: het vlees, in dit geval 75% rundvlees, en 25% spek, had ik in kleine blokjes gesneden, en in de diepvries gelegd. In de tussentijd een mengsel gemaakt van de kruiden, het zout en de specerijen.
Na een uurtje opstijven (volgens dit filmpje zorgt dat ervoor dat de cellen kapotgaan, en dat je vlees malser wordt) kruid ik de blokjes, en meng ze goed. NIet te lang, we maken er immers gehakt van, en dan wordt het alsnog gemengd.
De blokjes gaan in de molen, en ik begin te draaien. Het wonder geschiedt: er komt gehakt uit! Het ziet er nog echt uit ook! Dat was de investering van 5,- zeker waard!
Na koelen van het vlees, afspoelen van de darm, en de darm om het worstopzetstuk, komt stap 3: het draaien van de worsten!
En dat gaat eigenlijk verrassend eenvoudig! Het gehakt in de molen wurmt zich een weg naar buiten, en door het worstopzetstuk vult het de darm. Mijn vrouw merkt meteen op, hoe "echt" het eruit ziet. Als je niet beter zou weten, zou het zo van een ambachtelijke slager afkomstig kunnen zijn. Niet dat dat iets zegt over mijn of Keurslager’s kwaliteiten, maar zo van buitenkant valt het niks tegen…
En dan is het gehakt op. Ik wurm een paar sneetjes witbrood door de molen, om ook het laatste restje vlees uit de tuit en in de worst te krijgen. Het resultaat heb ik daarna verdeeld in kleinere worstjes, door een paar keer te draaien. Het geheel nog even in de koelkast, de worstjes van elkaar losgeknipt, en zie daar: ik heb worst gemaakt!
Ik had uiteindelijk 9 worstjes. Twee setjes van 4 verdwenen in de diepvries, maar eentje heb ik direct even gebakken. Lekker! Een rundersaucijsje! Zelfgemaakt!
Mission accomplished!
Ingrediënten
Bereiding
Snij het vlees in kleine blokjes, en doe dit een uurtje in de vriezer. In de tussentijd de varkensdarm in een bak water leggen.
Na aanvriezen de kruiden door het vlees mengen. Het vlees vervolgens met de vleesmolen malen. Het gehakt in de koelkast zetten, gedurende minimaal een kwartier. Het is rauw vlees, en moet de temperatuur liefst zo laag mogelijk blijven. Daarna het paneermeel met het water door het gehakt mengen.
Neem de darm uit het water, en was hem goed. Hij is behoorlijk stevig, dus gaat niet snel stuk. Doe een uiteinde van de darm om de kraan, en spoel ook van binnen goed door. Knip er een stuk van ongeveer 1,5 meter af. De rest kan in de diepvries voor een volgende keer.
Zet het worstopzetstuk op de vleesmolen, en smeer het in met wat zonnebloemolie. Doe de darm om het opzetstuk.
Doe het gehakt in de molen en vul de darm met het gehakt. Zorg dat de darm niet te strak gevuld wordt, anders kunnen we er geen worstjes meer van draaien. Om het laatste restje vlees eruit te krijgen maal je op het laatst het brood door de molen.
Draai worstjes van de lange worst, en leg dit minimaal een kwartier in de koelkast, tot de huid niet meer plakt.
Boter in de pan, en 10-15 minuten op halfhoog voor bakken, of uiteraard invriezen voor een volgende keer.
Ook wel cholesterolbom genoemd.
Maar lekker dat het was!
Zelfgebakken volkorenbrood, met bloedworst en spiegelei:
Een tijdje terug plaatste ik een berichtje over Marco Pierre White en koken met Knorr. Ik verbaasde me daarin dat op advies van een 3-sterren kok at een mooi stuk vlees ingewreven wordt met een pasta van een Knorr bouillon blokje en olijfolie.
Dat van die olijfolie snap ik: je smeert het vlees in met olijfolie, laat een pan heet worden, en legt het vlees erin. Zou je de pan heetmaken mét olie, dan verbrandt de olie, en krijgt het vlees een frituursmaakje. Klinkt logisch, en dat is het ook.
Maar dat bouillonblokje, he…
In de commentaren daagde Robin me uit. "Doe eens testen?" schreef hij. Wie de schoen past, trekke hem aan, dan maar.
Ik kocht bij een lokale boer 2 mooie entrecotes. EKO-vlees, dus biologisch. Nederlands rundvlees, in Nederland geslacht. Ik liet het vlees op kamertemperatuur komen, en bestrooide 1 stuk met enkel peper, zout, en olijfolie, en maakte voor de ander het papje, en smeerde het vlees daarmee in.
Hte linkerstukje is ingesmeerd met de pasta, de rechter met zout en versgemalen peper. Nog geen verschillen te zien. Wel dat het vetrandje voor mij persoonlijk nog wel iets dikker had gemogen. Maar goed, ik ben niet de slager…
Ik verhitte 2 gelijke pannen, op gelijke pitten, en ongeveer gelijke hitte. Toen de pannen mooi heet waren, heb ik beide stukjes vlees erin gelegd. 2 tot 2,5 minuut per kant gebakken, en nog een paar minuten op een bordje laten rusten. Dat gaf meteen mooi de gelegenheid voor een foto.
Wederom links de Knorr-steak, en rechts de klassieker. Amper verschil. Subtiel verschil wellicht, is dat de Knorr variant wat gecarameliseerder lijkt. Maar dat verschil is dermate klein, dat het wat mij betref tte verwaarlozen is.
Een uurtje eerder had ik een kleine kilo Roseval aardappelen in kwarten gesneden, en, besprenkeld met wat olijfolie, peper, zout en rozemarijn in een grote braadschaal in de oven geplaatst. 175 graden, en af en toe omscheppen. Na een uurtje waren ze mooi goudbruin en gaar. Stiekem even proeven, uiteraard. Superlekker!
Dan het moment van de waarheid: zou het uitmaken?
In eerste instantie viel me op de vleessmaak op. Bij beiden. Prima vlees, goed op smaak, en lekker mals. Ook lekker sappig. En dat heeft niets te maken met "dichtschroeien", maar dat had ik al eens uitgelegd…
Een hap van de een, gevolgd door een hap van de ander. En nog eens, en nog eens…
Het verschil is niet zo groot als ik had verwacht. Subtiel zelfs. Ik had verwacht dat de smaak van het bouillonblokje de smaak van het vlees zou overstemmen, en dat je alleen dat zou proeven. Maar dat blijkt dus mee te vallen. En eigenlijk, ja, ik durf het haast niet toe te geven: het is best lekker.
Sterker nog: ik ben geneigd het met hem eens te zijn. Er mist wat peper, maar zeker geen smaak. Het geeft een licht zoete smaak, met wat meer verdieping erin. De smaak van het vlees wordt niet overstemd, en dat is eigenlijk het belangrijkste. Want dat zou het meest zonde zijn.
En dat had ik niet verwacht. Ik begon hier wat sceptisch aan, en verwachtte het "gewone" vlees lekkerder te vinden. Maar niet dus. Geen wereld van verschil, maar zeker de moeite waard, om dit in nog eens te proberen, met bijvoorbeeld een biefstuk. Of waarom niet met een kipfilet? Dan wel even insmeren met kippenbouillonblokjespasta!
En voor de volledigheid: de Knorr-tabletjes bevatten geen e621, dus daar zal het niet aan hebben gelegen…
Ik was er niet eens naar op zoek. Struikelde er over. Las het een keer door, en dacht "Hé, da’s leuk voor een druilerige zondagmiddag!"
En wat wil het toeval: gisteren wás zo’n druilerige zondagmiddag.
Achter het huis stonden stonden nog wat pallets op me te wachten, die ik had gekregen van onze huisschilder, klaar om verwerkt te worden tot haardhout. Ze stonden er al een tijdje, en ik besloot dat het nu toch echt tijd was om ze uit elkaar te halen, en te verzagen. Het is nu nog niet echt koud, maar dat wordt het ongetwijfeld wel weer, en dan zitten we er toch graag warmpjes bij.
De middag begon aardig. Af en toe wat zon, maar meer wolken dan blauwe luchten. Affijn, 4 pallets verwerkt, en er stond nog een oude blankhouten kast op me te wachten. Nadat ik het Ikea-geval uit elkaar had gehaald, en halverwege was met het zagen tot handzame delen, besloot men boven mij de hemelsluizen te openen.
Binnen no-time was mijn rug nat, en dit keer niet van het zweet, maar van de vele druppels die met behulp van de zwaartekracht hun weg naar beneden hadden gevonden. Normaal niet zo’n punt; regenjas aan, en ik klus nog wel even verder.
Maar nu stond ik met een electrische cirkelzaag in handen, en … ach, ik hoef denk ik niet uit te leggen dat 220 volt en water geen goede combinatie maken.
Dus, spullenboel maar opgeruimd en naar binnen.
Jongste spruit ligt op bed. Oudste ligt op de bank, voor de tv, en ‘de vrouw’ zat even achter de pc. Mooi moment om dat recept eens uit te proberen.
Ik had me namelijk voorgenomen om eens een broodje bapao te maken. Voor die enkeling die het niet kent: een gestoomd, wit broodje, met een vulling van (meestal) gekruid varkensvlees. Te koop bij de vietnamese loempia-bakkers, en in het vriesvak van menig supermarkt. Die eerste zie ik niet zo vaak, en die tweede neem ik wel eens mee naar huis.
Lekker als hartig tussendoortje.
Grote vraag blijft alleen: die vulling. Wat zit daarin? De diepvriesbroodjes hebben vaak een donkere, ondefinieerbare massa van binnen, waar vlees en uitjes nog wel te proeven, maar niet te herkennen zijn. Maar goed, kniesoor die dat gaat zitten analyseren.
Bij zelfgemaakte weet je in elk geval wél wat er in gaat, al blijft ook hier het gehakt een wat onzekere factor: het vlees is immers al voor je gemalen. Maar zolang ik nog geen eigen gehaktmolen heb, zal ik het ermee moeten doen.
Voor de gelegenheid Chinees 5 kruiden poeder gekocht, en zwarte sojasaus had ik
nog staan. Kikkoman. Uit Oost-Groningen! Ach, dat is ook een beetje oosters, toch?
Om te stomen gebruikte ik onze pastapan met inzet. Onderop een bodem (halve liter) water, aan de kook brengen, en inzet erin. Op de bodem van de inzet weer een cirkel van bakpapier. Wel af en toe controleren of het niet droogkookt, maar een halve liter water bleek met de deksel op de pan, genoeg voor minstens 20 minuten stoom, en zolang moeten de broodjes ook. Prima oplossing dus.
En de smaak? Net echt! Het broodje is wat steviger dan die uit de diepvries, maar dat zal liggen aan de hoeveelheid bakpoeder. Dat zullen we in een komende periode nog eens verder testen. Geen reden om het recept niet te posten in elk geval.
Ik gebruikte overigens bakpoeder, omdat dat ervoor zorgt dat het deeg rijst, als de temperatuur stijgt. Aangezien ik 12 broodjes maakte, en er slechts 4 tegelij in de pan konden, zouden ongebakken broodjes met gewone gist misschien te ver doorrijzen.
Ingredienten
Bereiding
Verhit wat olie in een pan, en fruit hierin het uitje glazig. Snipper de knoflook fijn, en bak even mee. Voeg dan het vlees toe. Bak het vlees rul, en als het bijna gaar is, doe er een scheut sojasaus bij, dan wat 5 kruidenpoeder, het halve bouillonblokje, beetje sambal en wat versgemalen zwarte peper. Proef, en als de smaak goed is, kun je eventueel nog een eetlepel sesamolie door doen.
Laat dit afkoelen.
Meng het water, de eiwitten en de suiker, en zorg dat de suiker goed opgelost is. Meng de bloem met het bakpoeder. Voeg het water/ei mengsel toe, en kneed het geheel tot een soepel deeg. Verdeel dit in porties van ca. 75 gram.
Rol met een deegroller elke portie uit tot een ronde, platte schijf van een centimeter of 10 in doorsnee. Leg 1-2 eetlepels vulling erop, en vouw dicht. De vouw komt aan de onderkant.
Stoom de broodjes met behulp van een stoompan, of pastapan met inzet, in 20 minuten gaar.
Lekker met chilisaus!
Of doe ze individeel in een diepvrieszakje, en vries in. Dan zijn ze met de magnetron in een paar minten eetklaar!
|
Jul
28
|
Het is denk ik wel alom bekend dat kinderen in eerste instantie huiverig zijn voor nieuwe dingen. Neem bijvoorbeeld tekenfilms. Onze kinderen mogen voor het slapen gaan nog heel even tv kijken. Met Studio 100 als hofleverancier voor namen als Bumba, Samson & Gert en Kabouter Plop.
Vraag je hen wat ze willen zien, dan is het een van de bekende dvd’s. Pak je er een waarvan je weet dat ze hem nog niet hebben gezien, dan hoeft dat niet.
"Wat wil je kijken?"
"Nijntje."
"Maar die heb je 86 keer gezien. Wil je Bi-Ba-Boerderij zien?"
"Nee."
"Waarom niet?"
"Die ken ik niet."
"…"
Een discussie die je niet kunt winnen, al was het maar door de ijzeren logica, die een peuter van 3 beheerst. En ach, laten we wel wezen: om nu een inhoudelijk gesprek te beginnen om het ongelijk van haar standpunt aan te tonen is ook weer zo iets. Ongetwijfeld volgt nog voldoende gelegenheid tot discussie, al was het maar dat ze nog gaan puberen…
Het hierboven geschetste denkpatroon zet zich overigens ook gewoon voort op andere vlakken:
"Dat lust ik niet."
"Proef nou maar eerst eens!"
"Maar ik lust het niet!"
"Hoe kun je dat nou zeggen, zonder een hapje gehad te hebben?"
"Ik hoef niet eten!"
"Dan hoef je zeker ook geen toetje?"
Met wat gezonde tegenzin nam de oudste een hapje. Beetje chantage, misschien, maar het spreekwoord ‘all is fair, in love and war’ mag op zich ook wel uitgebreid worden met ‘and feeding your 3 year old child’.
"Mag ik nog wat?"
Kleine succesjes maken het dan toch weer de moeite waard!
Ik maakte een Italiaans stoofpotje (waarbij dank aan Meneer Wateetons voor het recept! het was enorm lekker!). Want ach, het was toch helemaal niet warm gisteren? Mijn schoonmoeder is degene die mij aan het draadjesvlees heeft gekregen. En sinds ik zelf dus ook regelmatig kook, maak ik het graag. Het is ook relatief makkelijk, want het komt niet zo nauw met de timing. Je kunt het dus vantevoren klaar maken, zodat je niet vlak voor het eten nog staat te zweten in de keuken.
Het recept van vandaag komt van de site van het Draadjesvleesgenootschap. Een mooi initiatief, met name voor de slow-food liefhebber. Vele variaties op wat volgens mij een klassiek Hollands gerecht is.
Ik ga het recept hier niet overnemen; ik nodig u uit om zelf een blik op de site te werpen.
Wel nog 1 tip: om het draadjesvlees te maken wordt aanbevolen het vlees enkele uren te laten sudderen op laag vuur. Het kan ook anders: neem een ovenvaste braadpan (bv. gietijzer of email) of ovenschaal en zet het stoofpotje in een oven op 160 graden. Gewoon een uurtje of 2 - 3. Elk half uur even checken en roeren, en zonodig wat water toevoegen. Niet alleen eenvoudiger, maar ook gegarandeerd draadjesvlees, nóg zachter dan op het vuur!
Het was warm afgelopen week! Volgens de weermannen zelfs bijzonder warm! En wat doe je dan op zo’n dag?
Dan ga je net als half Nederland naar de lokale supermarkt, pakt vlees uit de koeling, stokbrood en grijp je nog net de laatste zak houtskool.
Eenmaal thuisgekomen pak je de barbeque uit de schuur, en neem je eerst maar eens de schuurspons ter hand, want uiteraard heb je dat ding weggezet, en gedacht "Die maken we morgen even schoon", maar waren er ongetwijfeld andere prioriteiten. Dus eers maar eens dat rooster schoon, en de as weggooien!
Dan de nieuwe kolen erin, aansteken, en rustig met een biertje ernaast gaan zitten. Wachten tot de kolen gloeien en de eerste hitte ervan af is. Dan vlees erop, even grillen, en uiteraard teveel eten. Want dat hoort nu eenmaal bij barbequen.
Over wat barbequen is, verschillen de meningen trouwens ook, globaal gezien dan. In Amerika noemen ze wat wij doen namelijk grillen, en is barbequen iets heel anders.
Men neme dan een flink stuk vlees. Beetje groot, met wat vet. Goed marineren en insmeren met kruiden en olie of vet. Dan gaat de barbeque aan, en het vlees op het rooster of aan het spit. En dan gaat de deksel erop. Een gat in de bodem en een gat in de bovenkant zorgen ervoor dat het vuur niet uitgaat. En dan is het wachten. Ondertussen zakt de temperatuur in de barbeque wat, maar is nog steeds heet genoeg om het vlees mooi te garen. Het vlees krijgt ook een rokerige smaak. Maar vooral niet te snel willen. Langzaam aan, dan blijft het vlees mooi sappig en mals. Af en toe nog wat extra marinade op het vlees smeren, om te zorgen dat het niet verbrand. Wat wij hier doen noemen ze daar grillen.
Dit weekend dus gegrilled.
Beetje spek, wat worstjes en hamburgers!
Gehakt met uitjes, even voorbakken, afgrillen, en dan op een snee zelfgebakken sesambrood, met kaas en ketchup. Mjammie! Het biertje ernaast was overigens ook geen straf!
Bereiding
Snipper het uitje zeer fijn. Meng in een kom het gehakt met de ui, het ei, en genoeg paneermeel om een wat stevige massa te krijgen. Doe een kneep curry saus erbij, en breng uiteindelijk op smaak met peper en zout.
Maak 5 balletjes, en druk ze plat tot burgers. Leg een half uurtje in de koelkast om op te stijven.
Verhit wat boter in een pan, en bak hierin de burgers voor. Dat voorkomt dat je burgers straks te lang op de grill moeten (en dus kunnen verbranden) of niet gaar zijn (bacterien!). De burgers hoeven na het bakken dan alleen even op de grill om warm te worden, en die typische smaak van houtskool te krijgen. Eventueel kun je de deksel nog even op de bbq doen, voor een wat sterkere rooksmaak (wat ik persoonlijk erg lekker vind).