Archief van de ‘vlees’ categorie

Feb
18
Opgeslagen als recepten 2009, vlees, voorgerecht door Mark op 18 februari 2009

Ik had een oom, Louis, hij is helaas overleden inmiddels, uit Maastricht die sociaal betrokken was. Hij kende bij wijze van spreken de halve stad. Nu is Maastricht niet bepaald een klein plaatsje, en ondanks dat het in Limburg ligt, toch best een wereldstad. Zo is in Maastricht de Europese Unie opgericht. Ik bedoel maar…

Multicultureel was de stad ook al, zeg een jaar of 25 geleden, toen deze amateurkok een jaar of 10 oud was, en nog niet veel verder dan een gebakken eitje kwam. Een lekker gebakken eitje, daar niet van, maar de interesse ging dan ook eerder uit naar Matchbox, Playmobil en Revell bouwpaketten van stoere straaljagers.

Maar die oom, in dat sociale multi-culti wereldje, hield van lekker eten en drinken. Brand bier was ‘zijn’ merk, en knoflookpinda’s, Chinese kippensoep met sambal, en wat vooral is blijven hanegn bij me, de Vietnamese loempia’s. Gemaakt door een Vietnamees gezin, dat in een ander appartement in hun flat woonde.

De vrouw des huizes van dat gezin maakt eens in de zoveel tijd een portie loempia’s, vroor een deel ervan in, en maakt er ook voor wat vrienden en bekenden. Zo ook voor die oom dus.

Hij kwam dan thuis met een zak van die rare dunne deegworstjes. Rare? Ja, want tot die tijd kende ik alleen de verhollandste, voornamelijk met taugé gevulde maaltijdloempia’s, van de Chinees. Tuurlijk zijn die ook wel lekker, maar ze hebben weinig te maken met wat in het land van herkomst als feestgerecht bekend is.

Loempia’s werden in Azie namelijk traditioneel gemaakt rond het chinees nieuwjaar, dat in het voorjaar valt. Vandaar dat de Engelse term ook ‘springroll‘ is. Die loempia’s zijn/waren een stuk kleiner, waarbij er dan ook nog verschil bestaat tussen Vietnamese, Chinese, Indische en Thaise.

Mijn eerste kennismaking met echte(re) loempia’s waren dus die loempia’s van de Vietnamese vrouw uit de flat van mijn oom.

Hij zette de frituurpan op het vuur. Niet zo’n modern geval met thermostaat, van de Tefal, maar nog echt een ouderwetse, ge-emailleerde pan. Paar blokken van dat tegenwoordig door onze overheid als "absoluut rampzalig voor je gezondheid"-verklaarde, maar oh zo lekkere, Ossewit erin, en het vuur onder de pan. Als het vet gesmolten is, even een stukje witbrood erin, om te zien of de temperatuur al goed is. Als het stukje brood als snel weer bruisend kwam bovendrijven, en bruin-knapperig wordt, is het vet gebruiksklaar.

Loempia’s erin, en een paar minuten laten bakken, tot de gewenste kleur is bereikt.

Ik kan me niet herinneren of we er ook al de inmiddels ingeburgerde zoete chilisaus bij aten, of gewoon met sambal, maar weet wel dat ná die eerste keer, ik bij elk bezoek stiekem hoopte dat we weer loempia’s mochten eten.

En nu? Anno 2009 is de buitenlandse keuken dusdanig doorgedrongen, dat ik zelfs bij ons in het dorp de rijstnoedels en loempiavellen kan kopen. Niets stond me dus in de weg om zelf eens een poging te wagen!

Resultaat: niet hetzelfde als van de Vietnamees, maar net als zo vaak geldt ook hier: de voldoening van het zelf doen is eigenlijk al beloning genoeg. En natuurlijk de lol van het maken. Ach, waarom zou je ze kopen voor 5 euro per 6 stuks, als je ook gewoon een zondagmiddag zelf aan de slag kunt, immers….

Ingredienten

  • 100 gram glasnoedels
  • 100 gram taugé
  • 50 gram gehakt of kip
  • 2 sjalotjes
  • 1 teentje knoflook
  • 1/2 theelepel suiker
  • 2 theelepels Thaische vissaus
  • 2 theelepels oestersaus
  • zonnebloem- of rijstolie
  • optioneel: klein worteltje of andere groenten, gesnipperd

Bereiding

Verhit een pan met wat olie. Snipper de knoflook, en bak deze in de pan goudbruin. Voeg het vlees toe, en bak tot het lichtbruin is. Voeg dan de vissaus, oestersaus en suiker toe. Voeg de optionele groenten eventueel toe, en bak het geheel tot de groenten bijna gaar zijn.

Verhit water in een pan, en kook hierin de noedels een paar minuutjes, volgens de aanwijzingen. Spoel af met koud water, en voeg toe aan de pan met vulling. Roerbak dit even, en doe daarna alles in een kom, om af te laten koelen.

Neem de loempia-vellen uit de diepvries, en leg ze uit de verpakking op een bord, onder een vochtige doek. Dit voorkomt dat het deeg uitdroogt, hard wordt en dan makkelijk breekt. Laat ze een half uurtje ontdooien.

Neem 1 of 2 velletjes, en leg ze als een ruit voor je. Leg wat vulling op de onderste punt, in de vorm van je loempia. Vouw de onderste punt erover heen, vervolgens de zijkanten en rol het geheel op. Plak de laatste punt eventueel met wat water vast. Ga zo door tot je alle vulling op hebt.

Je kunt de loempia’s nu invriezen, of bakken. Verhit de frituurpan of een pan met olie, tot 180 graden, en bak ze tot ze goudbruin zijn. Lekker met sweet chili-saus of sambal, naar smaak.



Feb
02
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2009, vlees door Mark op 2 februari 2009

Jurgen zei het.

Johannes schreef het.

En wie ben ik dan om deze heren tegen te spreken? En dus maakt ik ‘Le lièvre  a la Royale‘, koninklijke haas. Niet te verwarren met adelijke haas, die van ellende van de botten valt, maar een haas, waarvoor voldoende tijd wordt genomen, flink wat wijn bij gegoten wordt, en die ruimschoots de tijd krijgt, zo gaar als een … Ja, als wát, eigenlijk? Als boter? Een klontje? Een banaan? Laat ik het zo zeggen, dat na een paar uurtjes op het vuur, het vlees letterlijk van de botjes viel. En dat is precies waar ik ook op hoopte.

Ik begon met het klaarzetten van de ingredienten. Ik las het recept nog een keer, maar het stond er écht: 30 teentjes knoflook en 60 sjalotjes.

Als dat maar goed gaat…

Nu had ik geen hele haas, maar slechts 2 bouten. Even herrekenen: een hele haas weegt rond de 2 kilo, mijn poten zaten rond de 500 gram. Dus een kwart van de hoeveelheden had ik nodig. Maar dat zijn nog steeds 8 teentjes en 15 sjalotjes. En dat voor 2 boutjes. Hieronder het oorspronkelijke recept, gedistilleerd uit de oorspronkelijke tekst. Pas het aan naar behoefte, zou ik zeggen.

Het recept is overigens wat vaag, aangaande het wel of niet snijden van de knoflook en sjalotjes in eerste instantie. Ik heb ze dus maar ongesneden in de pan gemikt, hopende op een goede afloop. Aangezien het na een paar uurtjes pruttelen uitgedrukt moet worden in een zeef, leek het me niet vreselijk veel toe doen of alles netjes gesneden was.

Aangaande die knoflook, overigens: er gaat nogal wat in, maar het overheerst gelukkig niet. Het blijft binnen de perken uiteindelijk, al is het wel aanwezig in de smaak.

Het eind-resultaat van het recept is een stoofpotje, van hazenvlees dat weliswaar wat droog was, in een heerlijk aromatische, wat zoete saus, maar heel erg lekker smaakte in elk geval.

Ik at er overigens boerenkool-stamppot bij. Vrouwlief blijkt namelijk tóch niet zo wild van wild te zijn, al gaf ze na het proeven wel toe "Het begint te wennen…". Er is dus nog hoop! Maar terwijl ik dus de ‘koninklijke’ tot me nam, aten mijn vrouw en kinderen dus gewoon burgerlijke stamppot met worst en spekjes. Ach, moet kunnen anno 2009, nietwaar?

Ingredienten

  • 1 haas, inclusief hart, lever, longen en wat bloed
  • 4 uien met 1 kruidnagel erin
  • 25 - 40 gram zeer dunne spekreepjes
  • 125 gram vetspek
  • paar wortels julienne
  • 30 teentjes knoflook
  • 60 sjalotjes of een bos fijngesneden prei
  • 1 laurierblad
  • takje thijm of snufje droge thijm
  • 25 cc rode wijn azijn
  • scheutje cognac
  • 1,5 fles rode wijn
  • peper en zout

Bereiding

De pan invetten met boter, en een paar spekreepjes op de bodem leggen. Daarop de haas. Daarop weer spekreepjes. Dan de ui, de wortel, 20 teentjes knoflook en 40 sjalotjes erbij, tesamen met het laurierblad, de tijm, de wijnazijn en rode wijn. Op smaak maken met peper en zout. Dit geheel ca. 3 uurtjes laten stoven op zeer laag vuur.

In de tussentijd: snij het vetspek, het hart, de lever en de longen, 10 partjes knoflook en 20 sjalotjes zo klein mogelijk (vooral knoflook en sjalot zo fijn mogelijk).

Haal de haas uit de pan, en zeef het kookvocht. Druk alles goed uit, maar wrijf het niet door de zeef heen. Vang het vocht op, en voeg hieraan de fijngesneden ingredienten uit de vorige stap aan toe, tesamen met de haas. Laat dit geheel nog eens 1,5 uur stoven. Schep dan zoveel mogelijk vet van de saus af.

Haal zoveel mogelijk botjes uit de pan, en bind de saus met het bloed, en een scheutje cognac. Ik had helaas geen bloed meer en ook geen longen, dus ik bond de saus met wat allesbinder, en liet de longen achterwege. Lever en hart had ik echter wel erbij en die zijn dan ook in de saus gegaan.

Lekker! Aanrader!



Jan
15
Opgeslagen als recepten 2009, vlees, voorgerecht door Mark op 15 januari 2009

Als 2e gerecht in de serie "Mijn naam is haas" vandaag een hazenragout in bladerdeeg. Lekker als tussendoortje of lunchhapje of zo. Met een bramencompote erbij, voor de zoete noot. Past mooi bij de krachtige smaak van het wild.

Het was zondag-ochtend. We mochten van de kinderen lekker uitslapen, tot half negen, en ik was net bezig de goegemeente van thee en koffie te voorzien. Vrouw en kinderen zijn echte theeleuten; ik mag het doen met een kopje Senseo. Niet geweldig, en koffietechnisch ook niet verantwoord, maar ja, ik drink thuis hooguit een paar kopjes per dag, en leef door de weeks ook al op automaten-koffie, dus binnen dat referentiekader ("Is het warm? Is het bruin? Zit er caffeine in?") heb ik mezelf nog niet overtuigd van de noodzaak tot aanschaf van een espresso-apparaat of iets dergelijks.

Tijdens het zetten van de thee bedacht ik me dat ik voor die middag niet zoveel plannen had. Er moesten weliswaar een paar kleine klusjes rond het huis worden geklaard, maar dat zou geen uren kosten. Dus was er best wat tijd om nog even aan te hobby-en. En als ik niet te laat zou starten, meteen ook voor de lunch te zorgen!

Ik pakte een hazenpoot uit de diepvries, en liet die ontdooien. Met een scherp mes het vlees eraf snijden, en daarna in een pannetje, even aanbruinen. Bouillon erbij, kruiderij en bier, en stoven maar.

En, heel vervelend, er stond toen een geopend flesje Hertog Jan Grand Prestige op het aanrecht. Nog bijna vol. Beetje zonde om dat weg te gooien, en als ik zou laten staan, zou het verschralen, en kan het dus ook door het zilveren oog van de spoelbak.

Ik offerde mezelf op, en pakte een glas uit de kast en schonk het bier erin. Met een licht schuld gevoel (het was 12:30…) nam ik een slok, en besefte me ineens dat het in landen als Frankrijk en Italie vaak als normaal wordt beschouwd om tijdens de lunch een glas wijn te drinken. En Grand Prestige is eigenlijk ook een gerstewijn, en geen bier. Iets minder schuldig door deze realisatie (of kwam het door het het bier? Wie weet..) nam ik nog een slok. Lekker! Hips!

Het eindresultaat was gelukkig niet beïnvloed, door voornoemde inname, en smaakte prima! Het was alleen niet op tijd voor de lunch klaar, dus werd het spontaan omgetoverd tot middaghapje.

Je hebt maar weinig haas nodig, om het  te maken. Ik gebruikte 1 achterpoot, en maakte er 3 envelopjes mee. Met 2 poten maak je dus een stuk of 6. Valt goed mee dus.

Ingredienten

  • 2 hazenbouten of ca. 200 gram hazenvlees, ontbeend
  • 2 sjalotjes, gesnipperd
  • 1 plak kruidkoek
  • roomboter
  • olijfolie
  • tijm
  • enkele jeneverbessen, gekneusd
  • 100 ml kippenbouillon
  • 75 ml Hertog Jan Grand Prestige
  • 1 ei, geklutst
  • 4-6 plakjes bladerdeeg
  • peper, zout
  • handje bramen of andere rode (bos-)vruchten
  • 50 gr suiker
  • 50 ml water

Bereiding

Snij het vlees in blokjes. Smelt boter en wat olie in een steel- of braadpannetje. Bruin de blokjes even, en voeg de gesnipperde sjalotjes toe. Draai het vuur zacht, en voeg de bouillon, de jeneverbessen en wat tijm toe. Laat nu 1,5 tot 2 uur zachtjes stoven.

Voeg, 20 tot 30 minuten voor het einde, het bier toe, samen met de verkruimelde kruidkoek. Laat nog even verder stoven, en breng op smaak met peper en zout. Laat indikken, tot een wat stroperige massa.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Neem een ontdooid plakje bladerdeeg, en doe er wat ragout op. Smeer de randen in met wat ei, en vouw het dicht tot een driehoekje. Prik met een vork wat gaatjes in de bovenkant, en bestrijk de bovenkant met ei. Leg de envelopjes op een ovenplaat en bak ze tot ze goudbruin zijn (ca. 20 minuten).

In de tussen tijd: doe het water, samen met de suiker en de bramen in een klein panetje. Breng aan de kook, maak de vruchten kapot, en laat indikken tot een stroperige massa. Het wordt nog wat dikker als het afkoelt, dus hou daar rekening mee. Giet het over in een glas of bakje, en laat afkoelen.

Leg de bladerdeegenvelopjes op een bord, samen met wat van de vruchtensaus. Lekker als voorafje of tussendoor!



Jan
05
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2009, vlees door Mark op 5 januari 2009

Trouwe lezers (Heb ik die? Ik heb bezoekers, maar of deze personen slechts over mijn blog struikelen of hier bewust komen, is mij niet bekend… Maar leuk dat ik bezoekers heb! Zoveel is in elk geval zeker!) weten het vast nog wel. Ik kreeg een tijd terug 2 hazen van mijn buur-jager-man. Ik beloofde toen ook hier enkele variaties mee te maken. Een kwart van die belofte los ik nu in, want afgelopen zondag aten wij een traditionele hazenpeper.

Aangezien mijn vrouw er wat terughoudend tegenover stond, stond ze niet echt te juichen. Maar goed, als goed opvoeder moet je natuurlijk zelf ook doen wat je "preekt". Ofwel: je mág het niet lekker vinden, maar je móet het op zijn minst even geproefd hebben.

En zo komt het dat mijn vrouw haar bord vulde met een tweetal flinke scheppen aardappelpuree, wat doperwten, en een kleine schep van de peper. Ik ken haar inmiddels lang genoeg (ruim 16 jaar alweer!) om ongeveer te weten wat er in haar hoofd omgaat, en wist dat ze er toch een beetje tegenaan zag.

"Het is maar vlees… En ik eet ook kip en varken… Maar ik kan dat beeld van die 2 hazen in die plastic zak niet uit mijn gedachten krijgen…" zei ze toen.

Ik kon haar ook geen ongelijk geven. Het is niet zo dat we even naar de super zijn geweest om een paar stukjes vlees te kopen. De disassociatie die je normaal hebt, en waarbij je het filetje niet meer aan zijn voormalige bezitter koppelt, is nu niet aanwezig, aangezien het beeld van twee hazen op het aanrecht nog vers op het netvlies ligt.

Maar evenzogoed: met hetzelfde gemak schuiven we een hele kip in de oven. En die eten we gewoon op.

"De saus is in elk geval erg lekker!"  vervolgde ze.

Het vlees ook, vond ik. Maar toegegeven: je moet ervan houden, van wild. Een beetje de smaak van lever is denk ik een omschrijving die wel aardig in de buurt komt. Lever, met de textuur van een biefstuk. Persoonlijk vind ik het erg lekker, en ook leuk om te maken. Mijn vrouw was iets minder enthousiast, maar dan niet vanwege de smaak, maar vanwege het idee. Of de hazenpeper in de herhaling gaat, is dus nog maar de vraag. Maar de andere variaties komen in elk geval nog.

Ik heb ook nog geprobeerd  te achterhalen waarom het eigenlijk een hazenpeper heet. Maar dat is me niet helemaal duidelijk geworden. De meest plausibele verklaring die ik heb gevonden, is dat het afkomstig is van het Franse begrip voor een basis wild-saus: "poivrade". De link naar ‘poivre’ en dus peper is dan snel gelegd.

Maar wie een betere verklaring heeft: ik hoor het graag!

 Ingredienten

  • 2 hazenbouten (of ca. 600 gram hazenvlees)
  • 100 gram boter
  • 1 eetlepel bloem
  • 75 gram ontbijtspek. in reepjes
  • 1/2 klein blikje tomatenpuree
  • 225 ml rode wijn
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 winterwortel, in kleine blokjes
  • 1 laurierblaadje
  • 1 kruidnagel
  • 100 gram kastanjechampignons
  • 1 plak ontbijtkoek
  • 1 eetlepel (appel-)stroop

Bereiding

Bestrooi het vlees met zout en peper. Smelt de boter in een braadpan, en bak de bouten rondom lichtbruin. Bestuif met de bloem. Voeg nu het spek en de tomatenpuree toe, en bak het even op. Giet dan de wijn erbij. Als dat kookt, kan de ui, de wortel en het laurierblaadje met de kruidnagel erbij. Makkelijk is het om even met een scherp mesje een gaatje te prikken in het laurierblad en daar de kruidnagel in te steken. Anders vind je die nooit meer terug. Stoof dit ca. 1,5 tot 2 uur zachtjes, met de deksel op de pan.

Schep de bouten uit de pan, en haal het vlees van de botten. Verwijder het laurierblad met de kruidnagel.

Doe het vlees terug in de pan, en voeg de kastanjechampignons toe. Verkruimel de ontbijtkoek en voeg toe, samen met de stroop. Laat zachtjes nog eens 20-30 minuten stoven.

Eventueel kun je het nu een dag in de koelkast zetten, zodat de smaak nog wat verder ontwikkeld.

Lekker met aardappelpuree en bijvoorbeeld rode kool, of met tagliatelle en groene groente.



Dec
02
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2008, vlees door Mark op 2 december 2008

Na het eerste succes kon het natuurlijk niet lang uitblijven: er zou worst gemaakt worden.

Dus de gang naar de slager gemaakt, en op advies van Jurgen de slager gevraagd om een procereurstuk. Dit keer geen vreemde blikken meer als reactie op mijn vraag. Blijkbaar kennen ze me nu een beetje. Hopelijk niet onder de kop ‘lokale dorspgekken’, maar als meer dan bovengemiddeld geinterresseerde consument, a.k.a. part-time worstendraaier.

Het idee dit keer was een Italiaanse worst te maken. Mijn onuitputtelijke bron van informatie, door anderen ook wel Google genaamd, verschafte mij het benodigde inzicht, in welke kruiden daarvoor in aanmerking komen.

Venkelzaad blijkt in Italiaanse worsten dan toch het meest voorkomende kruid te zijn. Het toeval wil dat ik dat al in huis had. Geen idee welk gerecht ik voor ogen had toen ik het meenam, maar goed, we hádden het, en daar gaat het om.

Het principe van worstmaken met de Porkert is vrij eenvoudig: vlees in grove stukken snijden, aanvriezen, malen, kruiden en mengen, nogmaals koelen, en weer met behulp van de Porkert het een en ander in de voor dat doel aangeschafte varkensdarm persen. Kind kan de worst maken.

En zo stond ik aan het eind van de bewuste zondag-namiddag weer met ruim anderhalve meter worst. Verdeeld in 3 porties, en hup, de diepvries in met 2/3e, en de rest voor vanavond.

Ik had dus een Italiaanse worst gemaakt. En wat is er nu meer Italiaans dan pasta?

Grote pan water opgezet, voor de spaghetti. Uit de kelder een pot basis-tomatensaus (multi-inzetbaar, ook voor al uw pizza’s!) en wat groente bij elkaar gesprokkeld, uit de voorraadkast, diepvries, koelkast en tussen de uien.

 Conclusie: lekkere worst, prima smaak, maar de structuur nog iets te los. Misschien nog een tweede keer malen, om het gehakt wat fijner te krijgen? Of moet er nog iets meer paneermeel of andere vulling door? Ben er nog niet achter, maar dat is slechts een kwestie van tijd…

Ingredienten

  • 500 gr spaghetti
  • 1 pot basistomatensaus
  • 400 gram groenten naar keuze
  • 800 gr varkensvlees (Procereurstuk)
  • 200 gr spek
  • 100 ml rode wijn
  • 50 gr paneermeel
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 ui
  • 1 theelepel venkelzaad
  • 0,5 theelepel zwarte peper
  • 0,5 theelepel oregano
  • heel klein beetje piment
  • 2 theelepels zout
  • 1,5 theelepel rode wijn azijn

Bereiding

Fruit de ui met de rode wijn azijn, op laag vuur, tot ze mooi bruin zijn. De azijn zorgt ervoor dat de uitjes lekker zoet worden.

Snij het vlees klein, en vries een uurtje in. Eventueel kun je voor het vriezen al kruiden toevoegen, maar dat kan uiteraard ook na het vermalen nog. Maal na het vriezen het vlees met de vleesmolen klein, en meng met de wijn, paneermeel, en de kruiden, voorzover je dat nog niet gedaan hebt. Met het worstopzetstuk de worst vullen. Verdeel de lange worst in kleinere worsten, en leg een half uurtje in de koelkast, tot de darm niet meer plakt.

Zet een pan water op het vuur, en kook hierin de pasta ‘al dente‘. Roerbak de groenten op hoog vuur, tot ze beetgaar zijn. Zet het vuur lager, en voeg de tomaten-saus toe. Breng op smaak met peper, zout en eventueel nog wat kruiden naar keuze.

Lekker, met een glas van de wijn waarmee je de worst ook hebt gemaakt.



Nov
17
Opgeslagen als En dan dit..., hoofdgerecht, vlees door Mark op 17 november 2008

In een groen-groen-groen-groen knolle-knolle-land
Daar zaten 2 haasjes heel parmant

En toen kwam mijn buurman dus langs.

En die is jager.

En schiet ook wel eens raak.

Afgelopen zaterdag avond werd bij ons op het raam geklopt.  Best hard geklopt, eigenlijk. Even later stond een man binnen, met een snor, een baard, en het haar bedekt met een hoofddeksel. Mooi pak aan, ook.

Dat pak was alleen niet rood, maar groen. Het was dus niet de Goedheiligman. Het was de Goed-buurman.

In zijn rechterhand een plastic zak van de C1000. Eruit staken 4 poten. Nou ja, ook weer niet. Feitelijk was het niet veel meer dan een stukje bot dat uit de zak stak. Een nogal stevige geur, om het maar eens eufemistisch uit te drukken, verspreidde zich door de woonkamer. "Tja, dat is normaal bij wild." lichtte hij toe, nadat mijn vrouw even twijfelde of ze nu met een hand voor de mond de kamer zou verlaten, of dat ze de buurman zou bedanken voor de hazen.

Want die zaten dus in die zak.

2 ex-hazen.

Eerder op de dag door buurjagerman geschoten, en zojuist gevild, en schoongemaakt. Het enige dat ik nog hoefde te doen, was ze portioneren, en in te vriezen. Ik had het nog met hem erover gehad een paar dagen eerder, maar had het niet zo snel verwacht. Dus ik stond wel even te kijken. Veel ervaring met wild, anders dan het eten ervan, heb ik nog niet. Dus het portioneren zou nog best eens tegen kunnen gaan vallen.

Een beetje onwennig pakte ik een uurtje of zo later een schone snijplank, een scherp mes, en de eerste van de beide dieren. Na een paar keer het karkas rondgedraaid te hebben, om een aanvalsplan te vormen, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken, en zette het mes in de eerste bout.

Een vreemde ervaring, snijden in een herkenbaar stuk vlees. Bij het zien van een kipfiletje of biefstukje is de link naar de herkomst natuurlijk niet zo snel gelegd. Althans, als ik dat bij de slager zie liggen, heb ik niet direct een koe voor ogen. In dit geval moest ik even een knop in mijn hoofd omzetten, en beelden van 2 dartelende hazen loskoppelen van de stukken vlees op mijn aanrecht.

Dat snijden viel nog niet mee. Ik ben niet zo bekend met de anatomie van een haas, om te weten waar nu precies het scharnierpunt van de heupjes zit. Dat leek me namelijk de meest logische plek om de achterpoot te scheiden van het lijf. Na een wat onzekere start, wat geprik, getwijfel, en enkele snedes, die achteraf helemaal niet juist bleken, had ik de eerste poot toch eraf.

De tweede poot ging al wat sneller, en na het uitsnijden van de hazenrug, de voorpoten, en de rest van het bruikbare vlees, vulde ik de eerste diepvrieszakken. De tweede haas ging een stuk sneller en eenvoudiger. Het gevoel van snijden in een dier verdween overigens net zo snel, als dat ik ze in stukken sneed. Hoe minder herkenbaar als dier, des te eenvoudiger bleek het, het geheel te zien als "avondeten!".

De opbrengst in de vriezer:
4 hazenbouten
4 hazenrug-filets
3 voorpoten (een was helaas verbrijzeld door een schot hagel…)
een paar honderd gram vlees van diverse plekken van het beest.

Het plan:
1 hazenpeper (van 2 hazenbouten)
1 hazenragôut (van de losse stukken vlees)
2 rugfilets met een cranberry saus
2 rugfilets met een chocolade saus

En voor de rest van de delen moet ik nog wat verzinnen. Maar met een heel internet als inspiratiebron, en diverse sites die momenteel seizoensgebonden recepten publiceren, waaronder een hoop wild, zal dat geen probleem zijn.

Wordt derhalve vervolgd…



Nov
11
Opgeslagen als recepten 2008, vlees, voorgerecht door Mark op 11 november 2008

Ik had het er heel lang geleden al eens over.

Dat ik het nog eens zou proberen.

Hé, hé… Eindelijk weer geprobeerd.

Worstenbroodjes dus.

Dit keer zonder knoflook.

Maar helaas wel met het verkeerde gehakt…

Dat zit zo: ik had me goed ingelezen, in hoe je nu een lekker broodje bakt. Inmiddels ook veel meer ervaring opgedaan, met gewoon brood bakken. Dus wat dat betreft kwam ik redelijk beslagen ten ijs. Ik wist bijvoorbeeld dat de temperatuur niet te hoog moet. 175 graden zorgt voor een bruine kleur, met een dunne korst. Melk en boter door het deeg, zodat het ook zacht en niet knapperig wordt. En wat suiker, want dat hoort er een beetje bij. Bestrijken met ei. En voor dat extra-luxe gevoel: even bestrooien met sesamzaadjes. Past prima bij gehakt, dus gewoon dóen!

Ik pakte de fiets, en reed even op en neer naar de plaatselijke C1000. Gehakt gepakt, en opgelet dat ik dit keer geen rundergehakt pakte (want dat was te droog), maar half-om-half gehakt (dit speelt zich dus af, voor de mooie vondst, waar ik eerder over schreef…).

Helaas, toch niet goed opgelet.

Ik kwam thuis met gemengd gehakt. Volledig in de veronderstelling dat men bij de C1000 zijn eigen jargon hanteert, en dat ‘gemengd’ bij hen,’half-om-half‘ bij ons is.

Gemengd blijkt dus te bestaan uit 75% varken, en 25% rund.

En dat is vet. Té vet. In elk geval, te vet, voor wat ik er mee wilde. Ik weet niet goed waar dit gehakt goed tot zijn recht zou komen, maar niet in mijn "Worstenbroodje - The Retun"…

Het resulterende broodje was qua broodje perfect! Daar was ik wel blij mee. Maar het gehakt verpestte het feestje een beetje, en zorgde ervoor dat het wat zwaar op de maag bleef liggen. De smaak van het gehakt was op zich wel goed, dat dan weer wel.

Dus post ik wel het recept.

Maar koop dan wel het juiste gehakt!

 

Ingredienten: 

Voor de broodjes:

  • 500 gram bloem
  • 10 gram boter
  • 1 dl melk
  • 1,5 dl handwarm water
  • 1 eetlepel suiker
  • 2 theelepels zout
  • 1 zakje gedroogde gist
  • 1 eierdooier, losgeklopt
  • sesamzaadjes

    Voor de worstjes:

  • 350 gram half-om-half gehakt
  • snufje nootmuskaat
  • snufje gemberpoeder
  • snufje ketoembar (gemalen koriander)
  • peper&zout

    Bereiding:

    Meng de bloem, boter, melk, suiker en gist door elkaar. Los het zout op in het water, en meng dit door de rest van de ingredienten. Kneed dit goed, tot een mooie homogene bal. Laat 1,5 uur rijzen, op een tochtvrije plek.

    Maak nu het gehakt aan: het gehakt in een kom, de kruiderij erover, en op smaak brengen met peper en zout. Je kunt het gerust even proeven, aleen niet teveel. Het blijft rauw gehakt, immers…

    Verdeel het in 10 rolletjes, van ca 35 gram. Rol even door bloem, en zet een half uurtje of uurtje in de koelkast.

    Verdeel het deeg daarna in 10 bolletjes, van ca. 85 gram.

    Rol een bolletje uit, tot een lapje, en leg er een worstje op. Vouw dicht, en leg met de vouw onderop, op een bakplaat, bekleed met bakpapier. Laat dit afgedekt (met een theedoek), nog een uurtje rijzen.

    Verwarm de oven voor op 175 graden, en voor een extra-luxe effect: bestrijk de broodjes vlak voor het bakken met losgeklopt ei, en bestrooi ze desgewenst met sesam-zaadjes.

    Bak de broodjes af, in 20 tot 25 minuten.

    Warm opeten uiteraard!