|
Sep
30
|
"Je bent wát van plan?"
Maar goed, dat bord pasta met saus stond dus uiteindelijk op tafel. Om naast deze saus ook nog zelf verse pasta te draaien, is helaas niet gelukt. Dus gebruikte ik gedroogde, kant&klare. Geen spaghetti uiteraard, want dat is volgens de Italianen ‘not done’. Nee, ik nam gewoon een lekkere, geinige pasta van De Cecco, die we nog hadden staan.|
Jul
30
|
Charcuterie is een fascinerend boek! Heel, heel veel informatie, boeiende recepten, en uitdagende kansen. Daar ga ik nog een hoop lol mee hebben, zoveel is duidelijk.
Momenteel even uitgeleend aan de achterbuurvrouw, als dank voor de salie, maar dat is niet zo heel erg, want ik had nog wat dingetjes in de pijplijn zitten.
Waaronder deze pancetta dus. Gemaakt met een stukje buikspek, en volgens het recept uit het boek.
Ik was erg nieuwsierig. Want hoe vaak lees je niet een recept voor een italiaanse pasta, waar dan pancetta in moet. En hoe vaak heeft de slager pancetta?
Juist.
Dus moeten we dat maar eens zelf maken.
Ja, het is afzien in de keuken… 
Ik mengde de kruiden, en het nitrietzout, in de vijzel, en plette het geheel. Het recept vermeldt dat je een Ziploc zak moet gebruiken, maar ik gebruikte een diepvrieszakje, en legde daar een knoop in. Werkt ook prima. Vlees goed ingewreven met de kruiden, en in de zak. Lucht eruit gedrukt. Dichtgeknoopt, en in de koelkast geled.
En nu wachten. 7 dagen lang. Elke dag even masseren en keren. En weer terug in de koeling
Op dag 8 nam ik het vlees uit de koelkast, en sneed het zwoerd weg. Eigenlijk had dat al op voorhand gemoeten, maar dat had ik over het hoofd gezien. Niet getreurd, doen we dat nu even. Daarna het vlees strak opgerold, en opgeknoopt. Ik had nog wat kleurig slagerstouw liggen, maar dat bleek niet genoeg. Dan maar wat gewoon bind-touw van de Ikea. We roeien met de riemen die ons zijn toebedeeld, nietwaar?
En daarna verhuisde het pakketje spek, voor 2 weken naar de kelder, om te drogen en te rijpen.
En zo kreeg ik na bijna 2 weken een sms van mijn vrouw:
"Volgens mij is je vlees aan het schimmelen in de kelder. Vliegen kunnen er ook makkelijk bij. Bah! Xxx"
Eenmaal thuis snapte ik haar reactie.
Voor wat betreft haar tweede opmerking: daar moet ik haar gelijk in geven. Dus daar verzon ik een oplossing voor. De eerste constatering klopt echter ook. Diverse plekken op het vlees, waar zich een schimmel had genesteld.
Ik had echter op voorhand al wat research gedaan, en wist dat ik me daar eigenlijk niet zo druk over hoefde te maken, zolang het een witte schimmel betrof en geen zwarte of rode. Die witte schimmel kan namelijk niet veel kwaad, en lijkt in feite heel erg op de schimmel die je ook op brie of camambert vindt. Bovendien is het vlees ook nog eens niet bedoeld om rauw te eten, maar om gebakken te worden. Dus spoelde ik het vlees onder de kraan goed af. En maakte me dan ook geen zorgen.
Nieuwsgierig sneed ik het vlees aan. Een mooie rode kleur, en een intens aroma komen er vanaf. Geen idee of echte pancetta ook zo ruikt, maar lekker is dit wel!
Even snel een paar plakjes in de pan, en eens proeven.
Beetje zout, maar kruidig, en erg lekker!
Proef op de som was natuurlijk er een keer mee te koken. En ik maakte dan ook (hoe kan het haast anders…) een pasta ermee. Een spaghetti carbonara, die traditioneel ook met pancetta gemaakt wordt.
Eindoordeel van de jury: ik sta volgende week weer bij de slager. Voor een nieuw stuk spek. Voor pancetta. Of bacon. Want dit is leuk! En lekker!
Ingredienten
Bereiding
Snij het buikspek tot een rechthoekige lap, indien gewenst. Loszittende stukken kun je het best even wegsnijden.
Meng in de vijzel het zout, de suiker, de kruiden, en de helft van de gemalen peper. Plet met de vijzel de jeneverbessen. Wrijf het stuk spek in met het zout/kruidenmengsel. Zorg ervoor dat het zout goed overal zit, en masseer het wat in.
Stop het vlees in een diepvrieszak, pers er zoveel mogelijk lucht uit, en knoop goed dicht. Leg het in de koelkast gedurende 7 dagen. Masseer het vlees elke dag, zonder het uit de zak te halen (dus door de zak heen) zodat het zout en de kruiden goed verdeeld worden en blijven.
Haal na deze periode het spek uit de koelkast, en spoel het goed af onder de kraan. Leg het plat op je werkbank en verdeel de rest van de peper nu over de vleeskant. Rol het vlees op, en knoop het op, met slagerstouw. Zorg ervoor dat er geen lucht in het opgerolde vlees blijft. Te strak op binden kan eigenlijk niet.
Hang de pancetta-to-be op een droge plek, bij een temperatuur van 12-15 graden te drogen, gedurende 2 weken. Ik hing het in de kelder.
Spoel het vlees dan eventueel af, onder de kraan, waarbij je eventuele schimmel verwijderd.
Het vlees is in de koelkast ca 3 weken houdbaar, maar kan uitstekend ingevroren worden, en is dan tot 4 maanden houdbaar.
Na 2 weken is het in feite klaar, en kun je het in plakken snijden, naar gewenste dikte. Lekker met een gebakken eitje, of natuurlijk in een pasta carbonara!
Onze huwelijksreis voerde ons een paar jaar geleden naar Korfoe. Het mooie bloemeneiland, voor de kust van Griekenland. Bekend, omdat daar Sissi’s buitenpaleis staat, en vanwege het feit het een wel heel korte landingsbaan, van net iets meer dan 2 kilometer, waarbij de aanvlieg-route op geringe hoogte boven het water is. Een belevenis op zich eigenlijk.
Korfoe, of Corfu, is Grieks. En Grieks eten is ook geen onbekende in de Nederlandse keuken. Gyros, het pita-brood, de gevulde wijnbladeren (dolmadakia of dolmades) en natuurlijk tzatziki.
We liepen vanuit ons appartementencomplex naar het centrum van Gouvia, het dichtsbijzijnde plaatsje van betekenis. Typisch een toeristendorpje, met veel lawaaierige winkeltjes en eettenten.
Langs de vele zaken met opvallend veel Engelse toeristen liepen we, ondertussen de menukaarten lezend, op zoek naar iets van onze gading. Een zaak zag er wel leuk uit. Het was er ook best druk, waaruit we concludeerden dat het met het eten dan ook wel snor zou zitten.
Ik bestelde een pilsje, en een rode wijn voor mijn vrouw. Ik had trek in lamsvlees.
‘Lamb with applesauce’
Hmmm. Klinkt goed. Doe mij die maar.
Een klein kwartiertje later landde het bord op mijn tafel.
En onmiddelijk begreep ik mijn vergissing.
Daar waar ik een stukje vlees, vergezeld van een lekker appel-calvados-jus (bijvoorbeeld…) verwachtte, kreeg ik lamsvlees met…
appelmoes!
Damn!
****
Een paar dagen later aten we bij een vrijwel leeg restaurant. Het lag niet echt op de route, maar was ons aangeraden. Een beetje terughoudend schoven we aan, want een vol restaurant bleek immers geen garantie, maar een lege eetzaal voorspelt ook zelden iets goeds.
Dat bleek echter totaal ongegrond. Het was erg goed, zó goed, dat er later die week met een hele groep nog eens terug zijn gegaan. En wéér lekker hebben gegeten!
Een van de dingen die we aten, waren keftedes: gehaktballetjes in tomatensaus. Simpel, met wat rijst, maar gewoon goed. Niet te verwarren met dat vreemde pak van Knorr. Kofta is de fantasienaam, die de koper moet laten denken dat hij iets Grieks koopt. Maar dat pakjesspul lijkt niet op het origineel. Dat ook nog eens verrassend eenvoudig te maken is.
Daarom: keftedes! Maar dan het échte spul!
Ingredienten
Bereiding
Snij de knoflook in zeer kleine stukjes. Verhit olie in een pan, en fruit hierin de knoflook en de helft van de ui. Laat afkoelen, en meng met het gehakt.
Meng daarna het gehakt met de rijst, de helft van de ui, de knoflook, djintan, peterselie, wat peper en zout en 2 eetlepels water. Vorm er balletjes van ter grootte van een ei of walnoot.
Verhit wat olie in een grote braadpan en bak hierin de balletjes rondom bruin. Neem ze uit de pan. Fruit de rest van de ui in het vet in de pan. Roer de tomatenpuree en de oregano erdoor, en voeg de tomaten toe.
Schenk de bouillon bij het tomatenmengsel en breng het al roerend aan de kook. Voeg aan het begin van het sudderen de optionele uijes toe, zodat deze ook gaar kunnen worden. Leg de balletjes in de saus en laat ze in 15 minuten op een laag vuur gaar worden.
Lekker met rijst of patat, en een salade.
|
Mrt
31
|
Een tijdje terug ontving ik een commentaar op één van de berichten die ik lang geleden schreef.
Het ging over de chili con carne naar recept van Jamie Oliver. Volgens de auteur van het commentaar noemde ik een ingredïent dat er oorspronkelijk niet in hoorde. Dat ingredïent is gehakt, en volgens hem moest dat echter runderstoofvlees zijn, dat gemalen wordt in een blender.
Waarom dan gehakt gebruiken?
Eigenlijk was daar een heel eenvoudig antwoord op: gehakt is iets dat in Engeland (en daar heeft Jamie natuurlijk het meest mee te maken) niet altijd even gemakkelijk te krijgen. En dan moet je natuurlijk een alternatief verzinnen. En daarom nam hij rundvlees en sneed dat zelf in stukjes. Tenminste: dat is voorzover ik het verhaal altijd begrepen heb.
Aan de andere kant zou het natuurlijk best zo kunnen zijn dat men inderdaad gelijk heeft, en dat stoofvlees beter smaakt.
Daar schuilt dus een kans!
Men neme derhalve alle ingredïenten uit het oorspronkelijke recept, en vervange het gehakt, door voornoemd rundvlees, en beoordele het resultaat/
Ik kocht daarom 500 gram riblappen. Typisch stoofvlees dus. Ik legde het vlees even een half uurtje in de diepvries, om even wat op te stijven en het snijden te vergemakkelijken. Ik heb namelijk geen blender, of keukenmachine, dus moet ik het doen met ouderwets handwerk. Ik pakte mijn koksmes uit de la, en na het even langs het aanzetstaal te hebben gehaald, sneed ik het vlees in kleine stukjes.
Olie in de pan, knoflook en ui erbij, en het rundvlees. Kruiderij erbij, beetje water, en stoven maar! Ik gaf het een uurtje of 2 de tijd, en voegde toen de bonen, maïs en wat paprika toe. Even laten opwarmen, sneetje brood erbij, en aan tafel!
En ik moet eerlijk toegeven dat de commentatoren gelijk hadden. Inderdaad is de smaak lekkerder. Voller en dieper zijn woorden die bij me opkomen.
En eigenlijk… eigenlijk zou je dit moeten maken, en het dan laten afkoelen en een dag erna moeten eten. Dat komt de smaak écht ten goede!
Maar dat rundvlees, in plaats van gehakt, die houden we erin!
Tenminste: als we een paar uur de tijd hebben. En anders pakken we toch weer gehakt. Want ook dat smaakt gewoon prima!
Voor de volledigheid dan nog het aangepaste recept.
Ingredïenten
Bereiding:
Leg het vlees een half uurtje in de vriezer om even op te stijven. Haal het eruit en snijd in kleine stukjes. Niet te klein, er moet immers ook nog wat beet overblijven. Reepjes van 2 cm bij 5 mm zijn prima.
Hak de uien en de knoflook in een mixer fijn en fruit deze in een klein beetje olijfolie totdat ze zacht zijn. Voeg de rode peper, chilipoeder, djintan en zout en peper toe. Voeg het vlees erbij en bak het, totdat alles bruin is. Doe een scheutje water erbij, en laat ongeveer 1,5 - 2 uur stoven, met een deksel op de pan.
Hak de gedroogde tomaten in de mixer zodat deze een pasta vormt en voeg dit bij het gehakt.
Voeg de tomaten, het kaneelstokje en 1 dl water bij het vlees. Proef even en voeg zonodig nog wat kruiden toe.
Voeg de uitgelekte bonen erbij en laat alles even doorwarmen.
Lekker met ciabatta en een dot zure room!
Ik geef toe: ik aarzelde.
Een beetje bang gemaakt door de opmerkingen van Jurgen, twijfelde ik of ik wel een hap ervan moest nemen. Maar ja, ik heb me toch echt aan het recept gehouden, het ziet er niet vreemd uit, en ruikt best lekker.
Nou vooruit, één hapje dan.
En verhip! Dat smaakt nog opperbest! Beetje zout, maar wel erg lekker. Had wat meer kruidnagel in gemogen, dat dan weer wel. En dat velletje, dat krijg je er dus met geen mogelijkheid meer vanaf. Maar dat geeft niet. Is natuurdarm, dus kun je gewoon eten. Net als bij de gebakken variant.
Stukje afsnijden voor mijn vrouw, en ook die was positief verrast!
Dat valt dus inderdaad niet tegen, zelf droge worst naar Groningse variant maken!
Hoe?
Eerst make men een gewone worst, met de Porkert. Hamlappen, spek, kruiderij en nitrietzout. Wat wijn om aan te zuren. En natuurlijk de varkensdarm om het spul in te proppen.
Een dikke meter verse worst gemaakt, in feite. Spul opdelen in kleinere worstjes, en hup, in de pekel. Althans, dat stond in het recept, en aangezien dit mijn eerste droge worst is, leek het me beter me even aan de instructies te houden. Ik ben voorstander van afwijken van instructies en experimenteren, maar als ik iets de eerste keer maak, dan liever even zoals de oorspronkelijk auteur een en ander bedoeld heeft (in tegenstelling tot mijn vrouw, die zich nooit een keer aan een recept houdt, maar wonderwel altijd bijzonder lekker kookt!).
Dus, 1,5 liter water in een grote pan, 90 gram zout erbij, en de worst erin gelegd. 24 uur moest die gepekeld worden, dus deksel erop, en lekker slapen.
De dag erna de worst uit de pan, zodat deze kan uitlekken, en een eerste rijping kan ondergaan. 2 dagen moet de worst hangen, alvorens te gaan drogen. Nu is onze keuken niet zo enorm groot, en om die dingen nu in de woonkamer te hangen gaat me ook wat ver, hoe leuk ik dit soort dingen ook vind. Dus wat dan?
Enige haalbare plek was boven de afzuigkap. Misschien wat warm (warmte stijgt immers in een ruimte naar het plafond), maar bij gebrek aan beter, moest het maar zo zijn. Bakje eronder, voor eventuele lekkage, en dat was het dan weer voor dag 2.
Na 48 uur rijpen, vertrekken de worsten van het bovengrondse naar het ondergrondse. Hét grote voordeel van huizen die al wat ouder zijn, is dat ze vaak zijn voorzien van een kelder. Iets dat met onze moderne huizen bijna niet meer voorkomt, of het moet al op verzoek van de opdrachtgever zijn. Ons huis is ui 1967, en heeft een kleine, maar donkere en vooral koele, kelder. Vloeroppervlak is denk ik 5 m2, en de hoogte misschien 1,5 meter. Maar dat neemt niet weg dat wij er dankbaar gebruik van maken.
Dus zo kwam het dat, naast de melk, de roosvicee, potten pastasaus, wijn, en fris, ineens 7 worsten aan de waterleiding hangen.
En die bleven daar ook hangen. 3 weken lang, om precies te zijn.
En iedere keer als de kelderdeur openging, werden we vergast op de geur van worst. Een mengeling van kruiden en vleesgeur. In het begin wat sterker, maar naarmate de tijd vorderde verzwakte de geur, al bleef het niet te ontkennen dat er enzymatische processen plaatsvonden in het gewelf.
Na 3 weken vond ik het toch wel tijd worden. De worsten zagen er droog uit, waren hard, en zeker de helft gekrompen in de breedte. Lekker hard, en dus in elk geval was het drogen gelukt. Geen schimmel dit keer, maar een schoon huidje.
Ik nam ze mee naar de keuken, en sneed ze los van elkaar. Rook goed. Tot zover dus geen nare verrassingen.
Ik sneed een worst doormidden, met een lichte vrees in het achterhoofd, naar wat ik ooit bij Meneer Wateetons had gelezen: zou er een vochte kern, met potentieel aanwezige ‘deadly bugs’. Die vrees bleek echter ongegrond, want de worst was mooi droog gebleven van binnen. Hard, kruidig, beet je vet, en een rijke geur met onder andere kruidnagel.
De eerste hap, en meteen valt op dat het een typische droge worst bite heeft: stevig, maar toch sappig en wat vet. Beetje te zout, misschien, maar wel erg lekker. Had zelfs nog wat meer kruidnagel in gemogen. De tweede worst was zelfs nog beter: minder zout. Mooie balans tussen zout en smaak. Super!
Mission accomplished!!
Ingredienten:
Bereiding:
Het vlees licht aangevroren in stukjes snijden. Uien, knoflook en een scheutje rode wijn in de blender, en het het geheel, samen met de kruiden, mengen met het vlees.
Alles door de vleesmolen en meteen (of daarna) in de varkensdarm persen.
Dan 24 uur in pekelbad met een 6% zout-oplossing (6 gr zout per 100ml water). Daarna 48 uur drogen op kamertemperatuur en minimaal 2 weken op een koele plek verder drogen.
Als er witte puntjes verschijnen kunnen die met een licht vochtige doek gewoon weggeveegd worden. Zorg er voor dat de worsten vrij kunnen hangen en goed aan alle kanten kunnen drogen. Als ze ergens tegenaan hangen, drogen ze daar niet goed, en bestaat het risico op schimmel, of bacteriele infecties.
Met dank aan worstlog.com en Wil van Pelt.
|
Feb
24
|
"Links achterin. Daar moet het staan".
"Ik zie het niet staan, hoor. Volgens mij is het op."
"Ik weet bijna zeker dat we nog hebben. Laat mij eens kijken."
"Wacht! Ik heb het! Maar het potje is wel leeg."
"Dan loop ik wel even langs de supermarkt. Ik haal wel even nieuwe."
Eenmaal aangekomen bij de lokale Golff loop ik naar het schap met de oosterse ingrediënten. Helaas is het maar een kleine dorps-supermarkt, en vormt het aanbod van groot-producent Unilever, in de vorm van de producten van Conimex, zo’n beetje 90% van wat in Nederland als "oosters" bekend is geworden.
Dus wél allerlei zakjes met mixen voor bami en nasi, en diverse varianten niet zo lekkere kroepoek, maar helaas geen Thaise curry-pasta. 4 Grote potten met sambal. Daar kan ik het mee doen. Maar dat is niet hetzelfde.
Dan maar naar de C1000 even verderop. Misschien dat de concullega me kan helpen.
Maar ook daar van hetzelfde laken een pak: Conimex en Knorr wereldgerechten.
Maar geen curry.
Onverrichterzake keer ik huiswaarts. Gelukkig hebben we mijn grote vriend "het interweb" nog! Met Google als mijn gids baan ik mij een weg door een zee aan curry recepten, waarbij in haast alle gevallen als ingrediënt "Thai curry paste" staat vermeld. Schiet niet echt op dus. Ik surf nog even door, terwijl mijn vrouw even de hond uit laat.
Toch vind ik een recept. Een lijst met kruiden en ingrediënten. "Eens kijken hoe ver ik kom…" .
Van een deel wist ik we het in huis hebben.Korianderpoeder.(Check!) Komijnpoeder: (Check!) Kurkuma. (Geen idee waarom we dat in huis hebben, maar: check!) Zo werkte ik het lijstje af, en tot mijn niet geringe verbazing hebben we alles in huis. Meevaller!
Ik meng de kruiden, het halve pepertje met de olie, en het ruikt al aardig oosters. Pan op het vuur, beetje olie erin, en de kipfilet erin gemikt. Even kort bakken, en dan de uitjes erbij, samen met de vissaus, en de oestersaus.
Oef! Wat een lucht!
Oestersaus is oosters. (Klopt). En lekker. (Klopt ook). Maar waarom moet dat spul zo meuren? Ik zou bijna gaan twijfelen of het nog wel goed is, maar dit flesje heb ik nog niet zo lang geleden opengemaakt en is nog niet "over datum". Gelukkig verdwijnt de geur al snel met bakken, maar voor de zekerheid proef ik het vlees toch even. "Yep! Lekker!" Gelukkig maar, want inmiddels zijn de winkels dicht, en heb ik geen tijd meer voor een alternatief….
Tegen de tijd dat mijn vrouw de woonkamer weer binnenstapt, de hond even de keukenvloer komt inspecteren op gevallen stukjes lekkers en de kinderen nog net het einde van Dora zien, is het eten klaar: een Thaise curry, zónder pakjes of potjes.
Nou ja, bijna dan: de kokosmelk zat in een blikje…
Ingredïenten
Bereiding
Meng de kruiden door elkaar. Snij het pepertje heel klein. Als je van pittig houdt, mét de zaadjes, anders doe je zonder. Rasp de gemberworstel. Plet de knoflook-teen met de platte kant van een mes. Voeg het pepertje, de gember en de knoflook toe aan de kruiden. Doe hierbij een scheutje olie, om het geheel tot een papje te maken.
Snij de kipfilet in blokjes, van 2×2cm. Verhit wat olie in een wokpan, en bak, op hoog vuur, de kipfilet bruin en gaar. Voeg de uien toe, en bak nog even mee. Voeg de oestersaus en vissaus toe, alsmede de suiker. Laat nog even bakken, tot de smaken goed in het vlees zijn getrokken.
Voeg de gesneden groente toe, en wok dit even, tot de groenten beetgaar zijn.
Voeg de kokosmelk toe, en roer het kruidenpapje erdoor.
Breng eventueel nog op smaak met wat zout en peper. De oester- en de vis-saus zijn al wat zout van zichzelf, dus eerst even proeven, is het devies!
Serveer met Thaise pandan-rijst, en met een loempia van de vorige post…