|
Sep
30
|
"Je bent wát van plan?"
Maar goed, dat bord pasta met saus stond dus uiteindelijk op tafel. Om naast deze saus ook nog zelf verse pasta te draaien, is helaas niet gelukt. Dus gebruikte ik gedroogde, kant&klare. Geen spaghetti uiteraard, want dat is volgens de Italianen ‘not done’. Nee, ik nam gewoon een lekkere, geinige pasta van De Cecco, die we nog hadden staan.|
Mei
07
|
Het goede weer van enige weken terug heeft de tuin meer dan goed gedaan. De zaden die we half maart gezaaid hebben, beginnen nu allemaal flink de kop boven de grond te steken. Wat bijvoorbeeld begon als een komkommerscheut neemt inmiddels forse afmetingen aan, en begint zelfs al te bloeien.
De worteltjes hebben loof, waardoor deze inmiddels ook als zodanig herkenbaar is. Nog even, en de plantjes mogen verspeend worden, om ze wat meer ruimte te geven. Zouden we dat niet doen, dan gaan de wortels zich met elkaar verstrengelen, en krijgen we geen mooi groente als resultaat, maar een knoop worteltjes.
De bloem op de foto is overigens een bloem aan een van de komkommerplanten. De planten zijn hier nog vrij jong, en nog niet in staat om fatsoenlijk een vrucht te laten groeien, zonder dat dit te veel van de plant vraagt. Niettemin zijn ze toch al snel anderhalve meter hoog. We moeten nu eerst ervoor zorgen dat de plant wat sterker wordt, en dat doen we door de eerste 6 - 7 bloemen met hun zijscheuten te verwijderen uit de plant. Alle energie kan dan gestoken worden in het aansterken, zodat we straks mooiere en betere komkommers overhouden.
Ik ben benieuwd of er ook een smaakverschil is, met de komkommers zoals je die in de supermarkt kunt kopen. Als ik heel eerlijk ben, verwacht ik dat niet, aangezien een komkommer van zichzelf een vrij neutrale smaak heeft. Weinig ruimte om daar echt qua smaak iets aan te doen, lijkt me. Wat wellicht meer verschil zou kunnen opleveren is de grootte waarop de komkommers geoogst gaan worden. Een supermarkt-komkommer is vrij fors qua formaat, en wij zullen kleinere komkommers van onze planten krijgen. Daar waar de winkel-variant een centimeter of 30 is, zal onze vensterbank exemplaren van 15-20 centimeter opleveren.
Te zijner tijd zal ik de vergelijkingsresultaten uiteraard ook beschrijven.
Van de rucola kan ik de resultaten van de smaaktest wel alvast geven: die is meer dan uitstekend! Een mooie volle smaak, met dat typische nootachtige. Wij hadden babyrucola in de tuin staan, waarvan de blaadjes eerder op spinazieblaadjes lijken, dan op de markante, getande bladeren van de reguliere rucola. Die bladeren zijn langer, smaller en meer getand. Onze blaadjes waren klein, kort en rond. Maar qua smaak vrijwel identiek.
De planten hebben inmiddels hun beste tijd gehad, en hebben dan ook het veld moeten ruimen voor iets anders. De smaak van de rucola werd namelijk vrij bitter, als gevolg van het feit dat het toch al een respectabele tijd in de grond stond. En blijkbaar is dit type meer geschikt om jong gegeten te worden. Het groeit echter vrij snel, dus ik zal het in de komende maanden gewoon nog een keer zaaien.
Een van de dingen die we ermee gemaakt hebben, was een eenvoudige, maar bijzonder smakelijke pasta, met rucola, ricotta en spekjes. Klaar in een kwartiertje…
Ingredienten
Bereiding
Kook water in een ruime pan, met zout, en kook hierin de pasta ‘al dente’.
Maak de champgnons schoon, en snij in partjes (of gebruik de eiersnijder!). Bak in een pan met antiaanbaklaag de spekjes, en voeg de champignons toe, en bak deze even mee. Voeg de ricotta toe, en breng het geheel op smaak, met de olijfolie, citroensap en wat peper en zout. Eventueel nog een theelepel truffelolie, al is dat natuurlijk geen must.
Doe het ricotta-mengsel bij de pasta, samen met de rucola, en meng alles goed door elkaar.
Serveer met een stukje ciabatta, en wat geraspte parmezaanse kaas.
|
Jan
24
|
Wat doe je, papa?
Ik ben pastasaus aan het maken, schat.
Waarom?
Omdat we straks pasta gaan eten.
Waarom gaan we straks pasta eten?
Omdat dat lekker is. Jij vindt dat toch ook lekker?
Ja?
Ja. En daarom bak ik nu het vlees, doe er de tomaatjes bij, en dan moet het even koken.
Waarom?
…
Enfin, het moge duidelijk zijn: onze a.s. kleuter zit in de waarom-fase. Een periode waarin als een soort reflex een vraag wordt gesteld, die steevast begint met het "W"-woord. Het antwoord dat we dan geven is feitelijk niet eens zo verschrikkelijk belangrijk, al proberen we wel over het algemeen een serieuze reactie te geven. Maar voor Eva van bijna 4 is het al voldoende om de vraag gesteld te hebben.
Gelukkig, want soms heb ik ook geen antwoord.
Waarom maak je canneloni en geen lasagna?
Daar zou ik dus bijvoorbeeld geen kant en klaar antwoord op hebben kunnen geven. Want er ís eigenlijk ook geen rationele reden om canneloni te maken.
En toch. En toch. En tóch sta ik weer in de keuken te roeren in de saus, en liggen de pijpjes klaar. Want het heeft wél wat: die gevulde pastapijpjes, met een wat dikkere variant van de bolognese-saus. Het is alleen een klus om die pijpjes stuk voor stuk te vullen, alvorens ze in de saus mogen liggen.
Ik heb een spuitzak geprobeerd. Geen succes. je hebt eigenlijk 3 handen nodig dan namelijk: 2 om de zak te hanteren, en 1 om het pijpje vast te houden. Gieten wil niet. Dus maar gewoon heel simpel een klein lepeltje gepakt, en niet bang zijn om je handen ibn de saus te steken. Vandaar dat het handig is om de vulling even af te laten koelen.
Maar goed, áls de pijpjes dan gevuld zijn, en áls de oven het dan lekker gegaard heeft, en áls het dan op tafel staat, dan, ja, dán weet je weer waarom je al die moeite nam. Want hoe het kant weet ik niet, maar het is toch weer anders dan andere ovenpasta. Of misschien is dat wel auto-suggestie, maar hoe dan ook was het lekker.
En Eva? Tijdens het eten vroeg ze niet één keer waarom?, dus het móet wel lekker zijn geweest!
Overigens: in volledige tegenstelling op de gebruikelijke Italiaanse verhouding van pasta (veel) tot saus (weinig), bestaat dit eigenlijk voor het grootste deel uit saus, en slechts ten dele uit pasta. Wellicht dat dit voor sommigen juist goed nieuws is, wanneer je op de koolhydraten moet letten..
De meeste recepten zeggen overigens dat je de canneloni-pijpjes moet voorkoken, maar mijn ervaring is dat ze dan veel te zacht worden. Gewoon zo uit de verpakking nemen, vullen met een klein theelepeltje en je vingers, en in de saus leggen. 25 minuten in de oven is prima; ze zijn dan mooi gaar, maar hebben nog wat bite.
Ingredienten
Bereiding
Doe wat olie in een braadpan, en fruit hierin de spekjes, 1 ui en 2 teentjes geperste knoflook. Voeg het gehakt toe, en bak dit bruin en rul. Doe 1 eetlepel tomatenpuree erbij, roer er 50 gram van de parmezaanse kaas, samen met de basilicum en oregano door. Laat dit 15 minuten zachtjes koken. Voeg de spinazie, de walnoten, het ei, de crème frâiche en zout&peper, naar smaak, toe. Laat dit nog een half uurtje zachtjes koken. Zet apart, om even af te laten koelen. Vul dan de canelloni-pijpjes met de vulling.
Verhit wat olie een een andere pan, en fruit hierin de andere ui, en het overgebleven teentje geperste knoflook. Doe dan de gehakte tomaten uit blik erbij, samen met 2 eetlepels tomatenpuree en wat zout en peper. Breng aan de kook, en laat in 15-20 minuten wat inkoken.
Maak van de melk, boter en bloem een bechamelsaus. Breng deze op smaak met peper, zout en nootmuskaat, en roer er de resterende parmezaanse kaas door.
Verdeel de tomatensaus op de bodem van een grote, platte ovenschaal. Verdeel de canelloni-pijpjes over de saus, zodat er een mooie laag ligt. Verdeel vervolgens de bechamelsaus erover.
Het geheel in de oven afbakken, op 180 graden, gedurende een half uurtje.
Het recept kan overigens ook heel eenvoudig voor een lasagne, als je geen tijd of zin hebt, om de pijpjes te vullen.
|
Dec
02
|
Na het eerste succes kon het natuurlijk niet lang uitblijven: er zou worst gemaakt worden.
Dus de gang naar de slager gemaakt, en op advies van Jurgen de slager gevraagd om een procereurstuk. Dit keer geen vreemde blikken meer als reactie op mijn vraag. Blijkbaar kennen ze me nu een beetje. Hopelijk niet onder de kop ‘lokale dorspgekken’, maar als meer dan bovengemiddeld geinterresseerde consument, a.k.a. part-time worstendraaier.
Het idee dit keer was een Italiaanse worst te maken. Mijn onuitputtelijke bron van informatie, door anderen ook wel Google genaamd, verschafte mij het benodigde inzicht, in welke kruiden daarvoor in aanmerking komen.
Venkelzaad blijkt in Italiaanse worsten dan toch het meest voorkomende kruid te zijn. Het toeval wil dat ik dat al in huis had. Geen idee welk gerecht ik voor ogen had toen ik het meenam, maar goed, we hádden het, en daar gaat het om.
Het principe van worstmaken met de Porkert is vrij eenvoudig: vlees in grove stukken snijden, aanvriezen, malen, kruiden en mengen, nogmaals koelen, en weer met behulp van de Porkert het een en ander in de voor dat doel aangeschafte varkensdarm persen. Kind kan de worst maken.
En zo stond ik aan het eind van de bewuste zondag-namiddag weer met ruim anderhalve meter worst. Verdeeld in 3 porties, en hup, de diepvries in met 2/3e, en de rest voor vanavond.
Ik had dus een Italiaanse worst gemaakt. En wat is er nu meer Italiaans dan pasta?
Grote pan water opgezet, voor de spaghetti. Uit de kelder een pot basis-tomatensaus (multi-inzetbaar, ook voor al uw pizza’s!) en wat groente bij elkaar gesprokkeld, uit de voorraadkast, diepvries, koelkast en tussen de uien.
Conclusie: lekkere worst, prima smaak, maar de structuur nog iets te los. Misschien nog een tweede keer malen, om het gehakt wat fijner te krijgen? Of moet er nog iets meer paneermeel of andere vulling door? Ben er nog niet achter, maar dat is slechts een kwestie van tijd…
Ingredienten
Bereiding
Fruit de ui met de rode wijn azijn, op laag vuur, tot ze mooi bruin zijn. De azijn zorgt ervoor dat de uitjes lekker zoet worden.
Snij het vlees klein, en vries een uurtje in. Eventueel kun je voor het vriezen al kruiden toevoegen, maar dat kan uiteraard ook na het vermalen nog. Maal na het vriezen het vlees met de vleesmolen klein, en meng met de wijn, paneermeel, en de kruiden, voorzover je dat nog niet gedaan hebt. Met het worstopzetstuk de worst vullen. Verdeel de lange worst in kleinere worsten, en leg een half uurtje in de koelkast, tot de darm niet meer plakt.
Zet een pan water op het vuur, en kook hierin de pasta ‘al dente‘. Roerbak de groenten op hoog vuur, tot ze beetgaar zijn. Zet het vuur lager, en voeg de tomaten-saus toe. Breng op smaak met peper, zout en eventueel nog wat kruiden naar keuze.
Lekker, met een glas van de wijn waarmee je de worst ook hebt gemaakt.
|
Nov
27
|
"Weet jij nog iets dat we kunnen maken met paprika? Er liggen er nog 2, en die moeten wel op, voor ze niet meer goed zijn."
"Hebben we nog kipfilet? Dan weet ik wel wat." antwoorde ik terug.
Had mijn vrouw me op dat moment gevraagd wat dat dan zou zijn, dan had ik haar een antwoord schuldig moeten blijven, want veel meer dan een vaag idee, en gevoel van richting, had ik nog niet. Het was meer een combinatie van een aantal ingredienten die ik in mijn hoofd had, en hoe die dan bij elkaar zouden belanden, daar was ik mentaal nog niet aan toegekomen.
Een soort "we’ll cross that bridge, when we get there" houding moet je dan wel even over je heen hebben.
"OK. Ik ben benieuwd wat je dan gaat maken."
"Ik ook!" wil ik zeggen, maar in plaats daarvan antwoord ik "Wordt vast lekker!". Beetje bluf-poker kan nooit kwaad, immers.
Ik sta die namiddag in de keuken, en ben bezig met (om het op zijn Herman-den-Blijkers te zeggen) de mis-en-place. Ofwel: het alvast voorsnijden van de ui, de tomaat, paprika’s en de kipfilet. In mijn hoofd flarden van recepten die ik ooit las, stukjes uit The F-Word met Gordon Ramsay en ervaringen uit het verleden. Koken is geen ‘rocket science‘, maar eerder een combinatie van kennis, ervaring en logica. Die kennis doe je op door recepten van anderen te lezen. De ervaring door het gewoon te doen. En die logica is eigenlijk ook heel simpel: basilicum en tomaat is een gouden combinatie. En pasta kan overal bij!
Nadat ik de kip-filets in stukken heb gesneden, de paprika gewassen en in stukjes, doe ik wat olie in de pan, en bruin de kipfilet. Uitje erbij, en het paprikapoeder. Dan de paprika, en de tomaat. Beetje peper, zout en basilicum, en het begint al aardig fijn te ruiken. Het geheel mag nu even pruttelen, totdat de tomaat stukgekookt is, zodat het een mooie smeuïge saus wordt.
Mijn vrouw spiekt even om het hoekje de keuken in.
"Ruikt goed! Heb je zo’n pot van de Aldi gebruikt?"
Gespeeld verontwaardigd antwoord ik dat ik dat dus niet heb gedaan, en dat niets, behalve de olijven, uit een potje komt. 100% puur natuur, voor zover ik dat kan nagaan, en voorzover je uiteraard een fabrieks-kipfiletje als puur natuur kunt beschouwen.
Het water voor de pasta kookt inmiddels, en de tafel wordt gedekt. Zo’n beetje samenvallend met het einde van Sesamstraat is alles klaar en kunnen we aan tafel. Handjes van de kinderen gewassen en met het eten op tafel, ben ik benieuwd of mijn gekokkerel wel in de smaak zal vallen. De jury is echter unaniem positief, dus mijn vrees was ongegrond. Mijn zelfvertrouwen in de keuken is ook weer wat aangesterkt, en tevreden tast ik ook toe.
Smaakt inderdaad prima!
Gelukkig!
Ingredienten
Bereiding
Snij de kipfilet in stukjes van 1 bij 2 cm. Bestrooi met peper, zout en het paprikapoeder. Verhit wat olie in een wok of pan, en bak hierin de kip licht-bruin. Doe de gesnipperde ui erbij, en laat de ui even glazig worden, zodat het rauwe randje eraf is.
Snij de tomaten in kleine blokjes, en voeg toe, samen met het citroensap, basilicum naar smaak, en een goede scheut rode wijn.
Snij de paprika in kleine stukjes (ik maakte kleine reepjes) en voeg toe aan de pan.
Laat het geheel 20-30 minuten sudderen, tot de tomaten helemaal gaar zijn, en er een smeuïge saus is ontstaan.
Serveer dit met de pasta.
"Een beetje van jezelf, en een beetje van Maggi!"
De bekende slogan van de grootindustrieel, die huisvrouwen (want laten we wel wezen: dat was de primaire doelgroep) ervan probeerde te overtuigen dat zij toch echt lekkerder zouden koken, als ze een pakje van Maggi zouden gebruiken. En hele volkstammen die overstag gingen, en hun sausjes niet meer zelf maakten, hun aardappelen niet meer zelf pureerden, en, laten we vooral onze voornaamste bron van MSG niet vergeten: de Aromat! Weliswaar van de concullega, maar dessalniettemin een even wanstaltig produkt.
Maar, laat ik vooral niet de spreekwoordelijke pot zijn, en die huisvrouwen de ketel, want uiteraard koken wij ook met regelmaat van de klok, met pakjes en zakjes van Maggi, Knorr of desnoods van Euroshopper of Markant Merk.
Want het nadeel van ambachtelijk een sausje op tafel zetten is vaak dat het tijd kost. Een jus voor bij de stamppot is geen probleem. Dat is in 2 minuten wel klaar. Maar een mooie vissaus, een ingedikte wijnsaus, een kalfsfond. Dat zijn toch dingen die enorm lekker zijn, maar waar in een doordeweeks gezin, met 2 kleine kinderen, eigenlijk geen tijd voor is. Nog afgezien van het feit dat bij een deel van die dingen minstens de helft van de aanwezigen in dit pand openhartig laten weten dat ze het niet blieven. Meestal vergezeld van de alleszeggende spreuk: "Ik hoef dat niet!". Waarbij ‘dat‘ vervangen kan worden door hetgeen mijn vrouw of ikzelf in de uren daarvoor hebben geprobeerd zo smakelijk mogelijk te krijgen.
Maar ze hebben een excuus.
Ze zijn 2 en 3 jaar oud.
Dan mag dat nog. Ook van ons. Dan mág je iets niet lekker vind, áls je het in elk geval maar even gepróefd hebt. En dat moet ik ze nageven: dat doen ze over het algemeen ook! Eva van 3 at vanavond bijvoorbeeld peultjes. We hadden ze in kleine stukjes gesneden. En ze pakte telkens een stukje, vouwde het open, en vond een snoepje. Dat ’snoepje’ is gewoon een zaadje dat in de peultjes zit, maar dat maakt het wat meer bijzonder. En ze heeft er echt van gesnoept! Leuk om te zien!
Wij proberen zo vaak mogelijk vers eten, soms moeten we daarbij uitwijken naar een pakje, en in het weekend maken we dan tijd voor de slowfood zaken van het leven. Stoofpotjes, op lage temperatuur garen van vlees, barbecuen. Maar door-de-week moet het toch liefst niet teveel tijd kosten, om redelijk gezond en toch lekker te koken, dus tja, wat doe je dan…?
Maar soms ontdekken we ineens dat je voor een snelle oplossing helemaal geen pakje nodig hebt. Sterker: dat het zonder dat pakje nog veel beter smaakt. Gewoon omdat het puurder is. En net zo makkelijk. Met minder toevoegingen. Dus beter? Misschien psychisch, maar ach, who are we to argue ourselves?
Ik had zin in pasta met gehaktballetjes in kaassaus, en dan niet uit een pakje. Met wat hulp van de roux, die ik een tijd geleden ontdekte, was dat eigenlijk een fluitje van een cent. En zo stond op een winderige dinsdagavond die pasta op tafel. Mét ballen. En mét kaassaus. Zónder pakje! En ik heb genóten!
"Een beetje van mezelf, zónder iets van Maggi".
Ingrediënten
Voor de balletjes:
Voor de saus:
Bereiding
Meng het gehakt met de rest van de ingredienten en rol er balletjes ter grootte van walnoten van. De ansjovis filet versterkt de smaak wat, en je proeft er niets van terug in het eindresultaat!
Zet ze even een half uurt je in de koelkast, om wat op te stijven.
Breng in de tussentijd een pan water aan de kook, voor de pasta.
Verhit daarna een beetje olijolie in een pan, en braad de balletjes op een niet te hoog vuur aan.
Maak intussen de kaassaus: neem een steelpannetje, en smelt daarin de boter, en als deze uitgebruist is, doe dan de bloem erbij. Goed roeren, zodat de bloem alle boter opneemt. Even onder roeren een paar minuutjes laten garen. Doe dan de bouillon en melk erbij, en roer alles goed door, zodat alle klontjes weg zijn. Strooi de kaas erdoor (ik gebruikte een mengsel van 50 gram peccorino (italiaanse geitenkaas) en 50 gram parmezaanse kaas) en laat smelten. Breng op smaak met peper en zout, en wat nootmuskaat. Doe de balletjes bij de saus en laat mee warm worden.
Kook de pasta al dente. Snij de lenteui of bosui in ringetjes, en strooi door de saus. Laat 1 a 2 minuutjes meekoken, zodat ze nog knapperig zijn.
Heet serveren!
Ik had het beloofd in een van de commentaren. En als je iets beloofd, moet je het ook doen. Dat is althans wat mijn ouders mij hebben geleerd. En aangezien ik toch al een tijd niets meer geschreven heb, is dit een goed moment om die belofte eens in te lossen, zodat dat kleine stemmetje in mijn achterhoord ook kan stoppen met zeuren.
Daarom vandaag een stukje over verse pasta.
Pasta al forno.
Lasagne we can believe in.
Of zo.
Oh nee, dat laatste grapje is onlangs al een keer gemaakt, dus schrap die maar.
Lasagna di pasta fresca dan maar. Klinkt Italiaans en moeilijk, maar is in feite heel makkelijk: lasagna van verse pasta.
Nu zijn er voor pasta net zoveel recepten als dorpjes in Italie. Misschien wel net zoveel als er mama’s in die dorpjes in Italie zijn. Maar de basis, daarover is iedereen het wel eens: pasta maak je van harde tarwe, met per 100 gram bloem 1 ei. Niet meer, niet minder. Hoe makkelijk kan iets zijn? Nou, laat die mama’s er maar op los! Dan komen er ineens allerlei andere ingredienten bij, die het allemaal weer net even anders maken!
Harde tarwebloem, zachte tarwebloem, ei, ei-dooiers, zout, olijfolie, water, tomatenpuree, inktvisseninkt, spinazie, basilicum, kruiden, en wie weet wat je er nog meer door kunt kneden. En allemaal om die ene, voor de kok perfecte, pasta te maken.
Keuzes, keuzes, keuzes. Die het allemaal weer net dat beetje moeilijker maken, en de aandacht afleiden van de essentie: zelf pasta maken is niet moeilijk, maar leuk, en minstens zo lekker als de gedroogde pasta in de winkel. In elk geval stukken lekkerder dan die meuk die Honig macaroni durft te noemen.
Als basis voor een lekkere pasta hebben we uiteraard bloem nodig. Meer specifiek: bloem van harde tarwe. Te koop onder diverse namen zaols ‘farine de blé dur’, ’semola rimacinata’, ‘farina di grana duro’. Varianten voor: griesmeel van harde tarwe. Diverse merken bieden het aan, zoals De Cecco (bij de Jumbo), Soubry (bij de groothandel) of in zakken van onbekende merken bij mediterane winkels.
Als je maar een enkele keer zelf je pasta maakt, is de De Cecco prima. In een zak van 1 kilo (maak je een keer of 3 pasta mee), voor rond de €2.-. Ik heb zelf altijd een zak van 5 kilo, gekocht bij Le Souk, in Groningen. Kost verhoudingsgewijs minder (€7,50), maar is ook meteen een grotere voorraad. Gelukkig is het lang houdbaar!
Neem 100 gram bloem per persoon als uitgangspunt. Voor grote eters neem je 150 gram. Per 100 gram bloem heb je 1 ei nodig. Dus voor 400 gram bloem, 4 eieren. Voeg daar 5 gram zout aan toe en een scheutje olijfolie, om het deeg soepel te houden. Kneed hiervan een deeg, vorm er een bal van, verpak het in huishoudfolie, en laat het minimaal een half uur rusten in de koelkast. Op die manier kan het vocht van het ei goed in het deeg trekken. Het lijkt misschien alsof we weinig vocht toevoegen, en dat is ook zo. Maar in het geval van verse pasta is teveel vocht juist erg lastig, want dat maakt het deeg alleen maar plakkerig.
Na even te hebben gelegen, verdeel je het deeg in handzame porties. Zonder pastamachine maak je er met de deegroller platte schijven van, op een goed ingebloemd werkblad. Uiteindelijk wil je je deeg lekker dun hebben. 1 of 2 mm denk ik dan aan. Dat gaat met een pastamachine toch een stuk makkelijker, en ach, als je ziet dat die al voor €14,95 nieuw te koop zijn, dan is dat ook wel een bedrag om overheen te komen, nietwaar?
Draai het deeg een paar keer op stand 1 door de pastamachine. Hierbij vouw je het deeg iedere keer dubbel in de lengte, voor je het erdoor heen draait. Doe dit een keer of 5 - 6, tot je een mooie, gladde lap hebt. Dan vouw je hem niet meer dubbel, maar zet je de pastamachine op 2 en draait hem er 1 keer doorheen. Dan op standje 3, dan 4 en eindig voor lasagne op 5. Bestuif het deeg ondertussen regelmatig met bloem, om te voorkomen dat het plakkerig wordt. Voor tagliatella of spaghetti zou je nog door kunnen gaan tot 6 of 7 afhankelijk van je voorkeur. De pasta zwelt overigens nog wel op in de pan, dus hou daar dan rekening mee.
Voor lasagna snij je er nu mooie rechthoekige lappen van, zodat ze mooi in je ovenschaal passen. Spaghetti en tagliatella bestuif je met bloem, en laat je eventueel nog even drogen. Ik gebruik hiervoor een bezemsteel die ik ophang, maar er zijn ook speciale pasta droogrekjes te koop.
Wil je rood deeg? Laat 1 ei weg, en gebruik een half blikje tomatenpuree. Voor groene pasta 1 handje goed uitgeknepen/uitgelekte diepvriesspinazie. Zwarte pasta maak je met inktvisseninkt, maar ik heb geen idee waar je dat kunt kopen…
En dan? Dan kun je alle kanten op met je eigen, verse pasta. Maak er lasagne mee, of ravioli, of tagliatella met beukennootjes. Het wordt immers alweer een beetje herfstig!