Archief van de ‘oven’ categorie

Jan
24
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, pasta, recepten 2009 door Mark op 24 januari 2009

Wat doe je, papa?
Ik ben pastasaus aan het maken, schat.
Waarom?
Omdat we straks pasta gaan eten.
Waarom gaan we straks pasta eten?
Omdat dat lekker is. Jij vindt dat toch ook lekker?
Ja?
Ja. En daarom bak ik nu het vlees, doe er de tomaatjes bij, en dan moet het even koken.
Waarom?

Enfin, het moge duidelijk zijn: onze a.s. kleuter zit in de waarom-fase. Een periode waarin als een soort reflex een vraag wordt gesteld, die steevast begint met het "W"-woord. Het antwoord dat we dan geven is feitelijk niet eens zo verschrikkelijk belangrijk, al proberen we wel over het algemeen een serieuze reactie te geven. Maar voor Eva van bijna 4 is het al voldoende om de vraag gesteld te hebben.

Gelukkig, want soms heb ik ook geen antwoord.

Waarom maak je canneloni en geen lasagna?

Daar zou ik dus bijvoorbeeld geen kant en klaar antwoord op hebben kunnen geven. Want er ís eigenlijk ook geen rationele reden om canneloni te maken.

  • het kost meer tijd
  • het kost meer moeite
  • is maar een gewone ovenpasta met saus en kaas
  • is niet bepaald fotogeniek

En toch. En toch. En tóch sta ik weer in de keuken te roeren in de saus, en liggen de pijpjes klaar. Want het heeft wél wat: die gevulde pastapijpjes, met een wat dikkere variant van de bolognese-saus. Het is alleen een klus om die pijpjes stuk voor stuk te vullen, alvorens ze in de saus mogen liggen.

Ik heb een spuitzak geprobeerd. Geen succes. je hebt eigenlijk 3 handen nodig dan namelijk: 2 om de zak te hanteren, en 1 om het pijpje vast te houden. Gieten wil niet. Dus maar gewoon heel simpel een klein lepeltje gepakt, en niet bang zijn om je handen ibn de saus te steken. Vandaar dat het handig is om de vulling even af te laten koelen.

Maar goed, áls de pijpjes dan gevuld zijn, en áls de oven het dan lekker gegaard heeft, en áls het dan op tafel staat, dan, ja, dán weet je weer waarom je al die moeite nam.  Want hoe het kant weet ik niet, maar het is toch weer anders dan andere ovenpasta. Of misschien is dat wel auto-suggestie, maar hoe dan ook was het lekker.

En Eva? Tijdens het eten vroeg ze niet één keer waarom?, dus het móet wel lekker zijn geweest! ;)

Overigens: in volledige tegenstelling op de gebruikelijke Italiaanse verhouding van pasta (veel) tot saus (weinig), bestaat dit eigenlijk voor het grootste deel uit saus, en slechts ten dele uit pasta. Wellicht dat dit voor sommigen juist goed nieuws is, wanneer je op de koolhydraten moet letten.. ;)

De meeste recepten zeggen overigens dat je de canneloni-pijpjes moet voorkoken, maar mijn ervaring is dat ze dan veel te zacht worden. Gewoon zo uit de verpakking nemen, vullen met een klein theelepeltje en je vingers, en in de saus leggen. 25 minuten in de oven is prima; ze zijn dan mooi gaar, maar hebben nog wat bite.

 Ingredienten

  • canellonipijpen
  • 450 gr rundergehakt
  • 125 gr gerookte spekblokjes
  • 200 gr spinazie, diepvries
  • 50 gr gehakte walnoten
  • 75 gr parmezaanse kaas, geraspt
  • 3 teentjes knoflook
  • 2 uien, gesnipperd
  • 1 blikje tomatenpuree
  • 4 eetlepels crème frâiche
  • 1 blik gehakte/gepelde tomaten
  • 1 ei, geklopt
  • 250 ml melk
  • 30 gr boter
  • 30 gr bloem
  • 1/2 theelepel gedroogde basilicum
  • 1/2 theelepel gedroogde oregano
  • nootmuskaat
  • zout & peper
  • olijfolie

Bereiding

Doe wat olie in een braadpan, en fruit hierin de spekjes, 1 ui en 2 teentjes geperste knoflook. Voeg het gehakt toe, en bak dit bruin en rul. Doe 1 eetlepel tomatenpuree erbij, roer er 50 gram van de parmezaanse kaas, samen met de basilicum en oregano door. Laat dit 15 minuten zachtjes koken. Voeg de spinazie, de walnoten, het ei, de crème frâiche en zout&peper, naar smaak, toe. Laat dit nog een half uurtje zachtjes koken. Zet apart, om even af te laten koelen. Vul dan de canelloni-pijpjes met de vulling.

Verhit wat olie een een andere pan, en fruit hierin de andere ui, en het overgebleven teentje geperste knoflook. Doe dan de gehakte tomaten uit blik erbij, samen met 2 eetlepels tomatenpuree en wat zout en peper. Breng aan de kook, en laat in 15-20 minuten wat inkoken.

Maak van de melk, boter en bloem een bechamelsaus. Breng deze op smaak met peper, zout en nootmuskaat, en roer er de resterende parmezaanse kaas door.

Verdeel de tomatensaus op de bodem van een grote, platte ovenschaal. Verdeel de canelloni-pijpjes over de saus, zodat er een mooie laag ligt. Verdeel vervolgens de bechamelsaus erover.

Het geheel in de oven afbakken, op 180 graden, gedurende een half uurtje.

Het recept kan overigens ook heel eenvoudig voor een lasagne, als je geen tijd of zin hebt, om de pijpjes te vullen.



Dec
08
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vis door Mark op 8 december 2008

Zalm. Maanzaad. Mandarijn.

Moet kunnen, toch?

Ik was er tijdens het surfen al wel eens tegenaan gelopen, maar was er nog niet aan toegekomen om dat zelf eens te proberen. De combinatie leek me echter wel een bijzondere, en ik was ook wel nieuwsgierig of het inderdaad zo goed bij elkaar pas

tte, als de betreffende sites vermeldden. Dus toen Karin voorstelde om zalm te eten, greep ik de gelegenheid, en de maanzaadjes, aan, om het eens te proberen.

Maar alleen zalm met maanzaad is ook zo simpel. Een beetje smaak willen we wel. Dus maakte ik er een marinade bij. Olie, citroensap, peper, zout, en het sap van een mandarijntje. Aangezien die nu volop te krijgen zijn, leek me dat een leuke toevoeging aan de marinade. Ik probeerde ook wat mandarijnschil te raspen, maar nadat ik mijn knokkels voor de 3e keer schaafde aan de rasp, besloot ik dat dat weinig zou toevoegen aan het recept. Het rook in elk geval al prima.

Zalmmoot erin, en laat maar eens een half uurtje liggen.

De oven voorverwarmd, en de vis verdween in een ovenschaal voor een klein kwartiertje de warmte in. In de tussentijd stonden de krieltjes ook al lekker te bakken, en zette ik de grillpan op het vuur, zodat ik de courgetterepen even kort kon grillen. Niet te lang uiteraard; het mag nog een beetje bite hebben. Slappe courgette is niet zo lekker, en aangezien de repen maar een paar millimeter dik waren, was een halve minuut of zo per kant voldoende om ze warm en beetgaar te krijgen.

Eenmaal aan tafel bleek het een verrassend goede combinatie. De marinade was voldoende zuur om der smaak van de vis wat op te trekken, en de maanzaadjes gaven een bijzonder aroma mee. Ik moet wel zeggen dat het de smaakpapillen niet bepaald overdonderde. Wat dat betreft was het maar goed dat de courgette ook een subtiele smaak heeft. Misschien dat het gebruik van wat extra zout geholpen zou hebben, om de smaa van de zwarte zaadjes wat te intesiferen.

Conclusie: leuk om eens gasten te verrassen met een anders-dan-anders uitziend stukje zalm. Erg makkelijk om te maken ook. Kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die het niet lekker zullen vinden, dus ook een betrekkelijk veilig gerecht om voor te schotelen.

(Maanzaadjes zijnoverigens prima te krijgen bij de Jumbo supermarkten, tussen de zakken meel-mix voor zelfbak-broden. Tip: neem dan ook een zak sesamzaadjes mee. 400 gram voor maar €1,40. Ter vergelijk: bij de Albert Heijn kost een bakje van 90 gram zaadjes €1,99! )

 Ingredienten

  • 1 zalmmoot per persoon
  • maanzaadjes
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 theelepel rode wijn azijn
  • 1 theelepel citroensap
  • sap van 1 mandarijn
  • zout & ruim peper

Bereiding:
Maak een marinade van de olijfolie, de azijn, het citroensap, sap van de mandarijn en zout en peper. Laat de vis hierin minimaal een half uurt marineren. Vet een ovenschaal in, neem de zalm uit de marinade, en paneer hem met maanzaad.

Verwarm de oven op 175 graden, en gaar de vis in een ondiepe ovenschaal gedurende een kwartiertje.



Nov
23
Opgeslagen als oven, recepten 2008 door Mark op 23 november 2008

Van mijn vrouw moet ik mijn mond houden.

Mijn dochter verwart ze consequent.

Mijn zoon maakt het allemaal niet uit.

Mijn collega’s begrijpen me niet.

Maar het zijn toch écht kruidnoten, en geen pepernoten.

Pepernoten zijn gemaakt van taai-taai deeg met anijs-smaak.
Kruidnoten zijn gemaakt van speculaasdeeg.

Maar goed, ik zal er verder niet meer over zeuren.

Laat ik volstaan met de volgende link, en dan hou ik mijn mond…

Nee, dat zijn kruidnoten.com

Mijn dochter is nu drie-en-een-half, en (naar eigen zeggen) een grote meid. En aangezien je met sommige dingen niet vroeg genoeg kunt beginnen, was het een mooi moment om haar te introduceren in de edele kunst van het peper kruidnoten bakken.

In de afgelopen maanden had ze al stage kunnen lopen, met haar Play-Doh, dus de omgang met kneedbare materialen was er al wel een beetje ingesleten, en na een korte introductieles (‘Dan neem je een beetje deeg, en dan doe je zó met je handen, een beetje draaien, en dan leg je hem op de bakplaat. En dan gaat papa het straks in de oven bakken. Ja, een worstje maken mag ook. Nee, niet zó, zó! Let nou oh-óp… Ach, dan maar een kruidkoekje…Dan moet je het zelf maar weten…’) gingen we aan de slag.

Deeg gemaakt, en even laten rusten in de koelkast. In stukjes gesneden, en vol verve werden door papa, mama en Eva de noten, worstjes en koekjes gedraaid, gerold en platgeslagen, in willekeurige volgorde. Na een half uurtje lag het bakblik vol met een flink aantal bolletjes, en was de oven op temperatuur.

175 graden, 20 minuten. Dat is voor dit  recept het optimum. De noten zijn na afkoelen dan knapperig, maar niet droog, en zijn prima een paar dagen te bewaren. Alhoewel ze bij ons geen dagen blijven liggen. Uren, dat komt meer in de buurt van de praktijk.

Na het bakken moest er uiteraard even geproefd worden. Een flinke bak kruidnoten, met hier en daar een ongedefinieerde vorm, waarin mijn dochter zonder problemen een libelle, een hondendrol of een knakworstje ziet…

Ach, we hebben samen kruidnoten gebakken. En ze zijn lekker!

Sinterklaas zou trots op ons zijn!

Ingredienten
300 gr zelfrijzend bakmeel
120 gr roomboter
150 gr bruine bastersuiker
60 ml melk
1,5 eetlepel speculaaskruiden
0,5 theelepel zout

Bereiding
Kneed de ingredienten tot een homogeen deeg. Leg een half uur in de koelkast om wat op te stijven.

Verwarm de oven voor op 175 graden, en bedek een bakplaat met bakpapier.

Draai bolletjes (of welke andere vorm u blieft) van het deeg, en leg op de bakplaat. Niet te dicht tegen elkaar aan; ze groeien nog in de oven!

Bak ze in 15-20 minuten gaar. Af laten koelen tot ze knapperig zijn.



Okt
10
Opgeslagen als brood, oven, recepten 2008, voorgerecht door Mark op 10 oktober 2008

Een week of 2 terug kwam mijn schoonmoeder bij ons eten. "Niks bijzonders maken, hoor!" had ze nog gezegd. Maar ja, vrouwlief was een middagje met dochterlief naar K3, en met zoonlief op bed, had manlief even de middag voor zichzelf.

En wat doe je dan?

Dan kijk je even in de kelder en in de voorraadkast, en je besluit om een blik tomaten open te trekken, een paar stengels bleekselderij te snijden en een wortel te schrapen.

En voor je het weet heb je een soffrito pruttelend in de pan, die niet veel later wordt vergezeld door wat gehakt, spek en de voornoemde tomaten. En na een uurtje of 3 pruttelen op een laag vuurtje staat er een dikke pan met bolognesesaus, in de beste Italiaanse traditie. Pannetje pasta erbij en klaar is Kees Mark.

Maar ja, dat pruttelen is op zich ook niet zo’n spannend gebeuren. Beetje roeren in de pan af en toe, en je hebt het wel gehad. Tijd heelt niet alleen alle wonden, maar laat ook een pastasaus zijn smaak krijgen.

"Een lekker stukje brood erbij, dat is misschien wel een leuk idee. Een knoflook brood, of wacht, een ciabatta. Daar kan ik wel eens een poging aan wagen." Dat was ongeveer de redenatie, en het resultaat was dat ik uiteindelijk 2 ciabatta’s maakte, die qua smaak behoorlijk buitenlands proefden. Smeuig, zachte kruim, met een vleug olijfolie. Perfect geschikt natuurlijk om dat laatste restje saus van je bord te schrapen. Of om gewoon direct in de pan met saus te dopen. Waarom al die moeite doen om de saus eerst op je bord te leggen, immers.

Er zijn 2 factoren van belang bij het maken van deeg voor ciabatta: het voordeeg (de ‘biga’) en olijfolie door het deeg. De biga is niet meer dan bloem, water en een kwart theelepel droge gist, maar doordat het een nacht op het aanrect blijft staan, fermenteert het, en krijgt het een boel smaak. De olijfolie zorgt ervoor dat het een soepel deeg, met een niet te harde korst wordt.

Het grootste nadeel van dit recept is dat je een dag van tevoren al moet weten dat je ciabatta wilt, en dan ook nog eens niet van huis kunt, want je deeg moet gekneed, rijzen, gevormd, rijzen en afgebakken worden. Even naar de Aldi rijden is dus misschien wel makkelijker. Ook goedkoper, overigens, want voor 39 cent per ciabatta kan deze thuisbakker dat niet namaken!

Maar deze manier is in elk geval wel een stuk leuker dan het simpel openknippen van de plastic verpakking, en het laten ontsnappen van de ‘beschermende atmosfeer’…. En lekker brood, vers uit eigen oven, is eigenlijk onovertroffen…

Ingrediënten
De biga

  • 2 gram droge gist
  • 100 ml water
  • 250 gram tarwebloem

Het brood

  • 8 gram droge gist
  • 25 cc melk
  • 200 ml water
  • 500 gram tarwebloem
  • 12 gram olijfolie
  • 12 gram zout

Bereiding
Meng de gist en bloem in een kom. Voeg het water erbij  en meng en kneed dit een minuut of 5. Dek de kom af met huishoudfolie en laat gedurende een uur of 12 tot maximaal 24 op het aanrecht staan. Het voordeeg krijgt nu de kans om smaak te ontwikkelen. Het zal (ondanks de kleine hoeveelheid gist) verhoudingsgewijs enorm groeien, doordat de gist bij kamertemperatuur actief wordt. Zorg dus voor een niet te klein bakje! Na een uur of 12 is het plakkerig en vol luchtebelletjes. Als je het er uithaalt is het ook erg draderig, en ruikt het friszuur. Dit is de basis van he tbrood.

Doe alle overige ingrediënten, samen met het voordeeg dat minimaal 12 uur heeft gestaan, in een kom en meng/kneed dit tot een mooi glad, soepel deeg. Het makkelijkst is dit natuurlijk in keuken apparaat met deeghaken, maar met de hand kan ook prima. Goed kneden, en daarna in een grote kom, die je met wat olie aan de binnenkant invet. Husihoudfolie erover, en laten rijzen tot het volume verdubbeld is. Duurt normaal ongeveer 1 tot 1,5 uur. Het deeg is nu erg plakkerig en zacht.

Bekleed een bakplaat met bakpapier, en bestuif dit met bloem. Houd dit bij de hand. Bestuif je werkblad ook met bloem, en haal het deeg uit de kom. Het makkelijkst gaat dit met een deegspatel, maar anders gewoon met je handen. Je hoeft nu niet meer te kneden. Deel het deeg in 2 helften, en vorm beide helften tot lanwerpige platte plakken, van ongeveer 1-2 centimeter dik. Leg de lappen deeg op de bakplaat met bakpapier. Maak wat deuken in de bovenkant met je vingers, en bestrooi licht met wat bloem. Bedenk het geheel met een vochtige keuken doek, of schuif in een grote plastic zak. Het deeg moet nu weer rijzen, en moet niet uitdrogen. Vandaar… Laat ongeveer 1,5 tot 2 uur rijzen.

Onegeveer een half uur voor het klaar is, verwarm je de oven voor op 220 gradem. Schuif dan de bakplaat in de oven, en bak de broden af in ongeveer 20 minuten. Of het gaar is, kun je horen, door op de onderkant te kloppen. Als het hol klinkt is het gaar.

Even laten afkoelen, en serveren maar!



Aug
05
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vis door Mark op 5 augustus 2008

Het thema van het eetlog-event is deze maand ‘Strand’, en aangezien ik degene ben geweest die dat thema bedacht heeft, voel ik me natuurlijk wel enigzins verplicht om daar ook iets origineels mee te doen.

Toen ik aan mijn vrouw vertelde wat ik van plan was voor het eetlog-event van deze maand, keek ze me wat vragend aan.

"Als je het zo uitlegt, klinkt het niet echt geweldig…"

"Tja, hoe leg ik dat nu smakelijk uit…"

"Het klinkt wat simpel allemaal."

"Het ís in feite ook simpel, maar wél lekker, hoop ik…"

Een fish-pie noemen ze het in Engeland, en op de BBC komen regelmatig diverse varianten voorbij, in één van de vele kookprogramma’s die dat land (zij wel!) rijk zijn. In essentie: vis op de bodem, al dan niet met een saus, aardappelpuree met kaas en doperwtjes erover, en afbakken in de oven.

OK, ik geef toe, dat klinkt inderdaad niet bijzonder spannend of lekker.

Als de beschrijving niet kan overtuigen, dan moet het gerecht zelf dat maar doen. Met smaak, geur, en in dit geval ook met de ‘looks’! Maar hoe maak ik dit spannend en leuk?

We maken er een strand van!

Een strand bestaat uit 2 delen: zand en zee.

Het zand maakte ik door wat boter in een pannetje te smelten, en het vloeibare vet te mengen met paneermeel. Op die manier krijg je iets dat lijkt op zand, en goed te bakken is in een oven, zonder dat het verbrand.

De zee is eigenlijk ook niet zo moeilijk. Door melk met een stukje visbouillonblokje te verwarmen, krijg je een witte vloeistof met vis-smaak. Daardoorheen gaat een halve tot hele theelepen soya-lecithine. Van Zonnatura in dit geval, gewoon te koop in de supermarkt of biologische winkel. Ik kocht de mijne bij de C1000 in het dorp. De lecithine is een emulgator, die normaal zorgt voor een goede binding tussen vet en water. In dit geval maak ik gebruik van een andere eigenschap: stabilisatie. Ik wil namelijk de melk opschuimen, en ervoor zorgen dat het schuim niet direct waterig wordt. Met een melkopschuimer of klein mixertje van een paar euro, krijg je prachtig schuim. Dat vormt onze zee.

Na een deel van de puree bedekt te hebben met het ‘zand’, en het overgebleven deel voorzien te hebben van schuim, zet uik de schotel op tafel.

De kinderen keken met grote ogen naar wat papa nú weer op tafel zet. Onwillekeurig schoot me een liedje te binnen…

Uiteindelijk hebben we er allemaal met veel smaak van gegeten, en moest mijn vrouw bekennen dat het eindresultaat de omschrijving ver ontsteeg. Gelukkig!

Ingredienten:

  • 1 kilogram aardappelen
  • 750 ml melk
  • 300 gram gemende vis
  • 150 gram gerookte vis
  • 250 gram doperwtjes
  • 1 ui
  • 100 gram boter
  • 50 gram bloem
  • 50 gram geraspte pittige kaas
  • paneermeel
  • 1 theelepel soja-lecithine
  • olijfolie
  • peterselie
  • bieslook
  • peper&zout

1 kilogram aardappelen

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 160 graden. Bestrooi de vis met peper en zout. Vet een ovenschaal met wat olijfolie in, en leg de vis hierin. Giet er een halve liter melk bij, zodat de vis onder ‘melk’ staat. Snij de ui in halve ringen, en verdeel over de vis. Zorg dat de ui zoveel mogelijk onder melk staat, anders verbrand het. Zet het 20 minuten in de oven, zodat de vis kan garen en smaak kan afgeven aan de melk.

Schil de aardappelen, was ze en snij ze in ongeveer even grote stukken. In een pan met water en wat zout aan de kook brengen, en in ongeveer 20 - 25 minuten gaar koken. Het kookvocht hiervan hoeft niet bewaard.

Giet de vis af, maar bewaar de melk. Trek met 2 vorken de vis wat uit elkaar, zodat de vis gevarieerd over de bodem is verdeeld. De uien mogen er ook bij blijven.

Pureer de aardappelen, met 25 gram boter, peper, zout, de geraspte kaas, en een deel van de melk waarin de vis gegaard heeft. Hoeveel melk is lastig te zeggen. Het moet in elk geval een smeuige puree worden. Begin met een beetje en voeg gaandeweg toe. Neem vervolgens een lepel of spatel, en roer de doperwten voorzichtig door de puree.

Maak een roux, van 40 gram boter en 40 gram bloem. Leng de vis-melk aan, met gewone melk, tot je weer 500 ml hebt. Voeg bij de roux, en roer tot je een gladde saus hebt. Breng op smaak met peper, zout, peterselie en bieslook. Laat een minuutje of 5 koken, waarbij je regelmatig roert.

in de tussentijd: smelt 25 gram boter in een pannetje. Het hoeft niet bruin te worden; gesmolten is prima. Hala van het vuur af, en roer er het paneermeel door. Het moet een beetje een losse, zandachtige structuur krijgen. Ook hier is de hoeveelheid op gevoel.

Als de bechamelsaus klaar is, verdeel deze over de vis. Spatel hieroverheen de puree met doperwtjes en strijk glad. Zorg dat de puree overal de saus goed bedekt, anders komt deze langs de puree omhoog.

Verdeel over 2/3e tot 3/4 van de puree het zojuist gemaakt ‘zand’. Wat overblijft wordt na het bakken in de oven bedenkt met schuim. Je maakt dus nu het strand, en straks de golven.

Zet in de oven op 180 graden, gedurend 15 á 20 minuten. Let er even op dat het strand niet verbrandt!

Als de schotel bijna klaar is, maak je de ‘zee’: giet 200 ml melk in een pannetje, en los hierin een kwart visbouillon blokje in op. Roer hier een halve tot hele theelepel soya lecithine door. Dit houdt het schuim in stand, als het straks op het strand ligt. Verwarm dit, en laat even een minuutje zachtjes koken.

Gebruik vervolgens een capuccinomelkopschuimer (3 x dubbele woordwaarde…) om er mooi schuim van te maken. Lepel dit schuim vervolgens op het niet door ‘zand’ bedekte deel van de schotel. Serveer direct. 



Jul
28
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vlees door Mark op 28 juli 2008

Het is denk ik wel alom bekend dat kinderen in eerste instantie huiverig zijn voor nieuwe dingen. Neem bijvoorbeeld tekenfilms. Onze kinderen mogen voor het slapen gaan nog heel even tv kijken. Met Studio 100 als hofleverancier voor namen als Bumba, Samson & Gert en Kabouter Plop.

Vraag je hen wat ze willen zien, dan is het een van de bekende dvd’s. Pak je er een waarvan je weet dat ze hem nog niet hebben gezien, dan hoeft dat niet.

"Wat wil je kijken?"

"Nijntje."

"Maar die heb je 86 keer gezien. Wil je Bi-Ba-Boerderij zien?"

"Nee."

"Waarom niet?"

"Die ken ik niet."

"…"

Een discussie die je niet kunt winnen, al was het maar door de ijzeren logica, die een peuter van 3 beheerst. En ach, laten we wel wezen: om nu een inhoudelijk gesprek te beginnen om het ongelijk van haar standpunt aan te tonen is ook weer zo iets. Ongetwijfeld volgt nog voldoende gelegenheid tot discussie, al was het maar dat ze nog gaan puberen…

Het hierboven geschetste denkpatroon zet zich overigens ook gewoon voort op andere vlakken:

"Dat lust ik niet."

"Proef nou maar eerst eens!"

"Maar ik lust het niet!"

"Hoe kun je dat nou zeggen, zonder een hapje gehad te hebben?"

"Ik hoef niet eten!"

"Dan hoef je zeker ook geen toetje?"

Met wat gezonde tegenzin nam de oudste een hapje. Beetje chantage, misschien, maar het spreekwoord ‘all is fair, in love and war’ mag op zich ook wel uitgebreid worden met ‘and feeding your 3 year old child’.

"Mag ik nog wat?"

Kleine succesjes maken het dan toch weer de moeite waard!

Ik maakte een Italiaans stoofpotje (waarbij dank aan Meneer Wateetons voor het recept! het was enorm lekker!). Want ach, het was toch helemaal niet warm gisteren? Mijn schoonmoeder is degene die mij aan het draadjesvlees heeft gekregen. En sinds ik zelf dus ook regelmatig kook, maak ik het graag. Het is ook relatief makkelijk, want het komt niet zo nauw met de timing. Je kunt het dus vantevoren klaar maken, zodat je niet vlak voor het eten nog staat te zweten in de keuken.

Het recept van vandaag komt van de site van het Draadjesvleesgenootschap. Een mooi initiatief, met name voor de slow-food liefhebber. Vele variaties op wat volgens mij een klassiek Hollands gerecht is.

Ik ga het recept hier niet overnemen; ik nodig u uit om zelf een blik op de site te werpen.

Wel nog 1 tip: om het draadjesvlees te maken wordt aanbevolen het vlees enkele uren te laten sudderen op laag vuur. Het kan ook anders: neem een ovenvaste braadpan (bv. gietijzer of email) of ovenschaal en zet het stoofpotje in een oven op 160 graden. Gewoon een uurtje of 2 - 3. Elk half uur even checken en roeren, en zonodig wat water toevoegen. Niet alleen eenvoudiger, maar ook gegarandeerd draadjesvlees, nóg zachter dan op het vuur!

 

 



Jul
13
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008 door Mark op 13 juli 2008

Jeetje, post!

Althans een email. Met daarin een uitnodiging. Een uitnodiging om mee te doen aan het "Foodlog event". Komt er op neer dat er een thema gekozen wordt, en dat alle deelnemende blogs een stukje schrijven over dat thema. Voor het eerste thema deed Bourgondie.nl de aftrap: picknicken. De enige deelnemer was ook de winnaar, waardoor eetlog.nl de aftrap mocht geven voor het tweede thema.

Het eerste thema is mij ontschoten (druk, druk, druk (*) ), en da’s geen excuus, hooguit een verklaring. Dit keer doe ik wel mee, met als onderwerp "Tour de France".

Nu ben ik geen sportkijker. Ik loop hard. Ik kijk niet hard. Of in elk geval: ik kijk niet naar sport op tv, of live. Zo is het EK van gelopen maand bijna volledig aan me voorbij gegaan, en heb ik die tijd doorgebracht met de broodnodige klusjes aan het huis. Moest ook gebeuren, en ach, er was immers toch niets op tv! ;-)

‘Le Tour’ volg ik dan ook niet echt. Ja, in de auto, op de radio, als ik naar huis rij. Dan krijg ik wat mee. En uiteraard snap ik wel een beetje hoe het werkt met al die truien.

En laat nu juist een van die truien de inspiratie vormen voor het gerecht van vandaag. Een eigen creatie dus, geinspireerd op de bolletjestrui. Een wit shirt, met rode stippen.

Vandaar dus: rode, ronde (en witte) ravioli, met een witte room saus. Lekkere vulling erin, en smullen maar!

De pastamachine hadden we al een tijdje in huis, en regelmatig dat we tagliatella, spaghetti of lasagne maken. Maar ravioli of tortelinni had ik nog niet eerder geprobeerd. Mooie gelegenheid dacht ik zo.

Om het deeg rood te maken kun je gebruik maken van rode bietjes, of tomatenpuree. Aangezien ik maar een klein beetje nodig had, heb ik de tomatenvariant gemaakt. Gewoon 1 ei weglaten, en in plaats daarvan een blikje geconcentreerde tomatenpuree. Geeft een mooie rode kleur. Ik denk dat bietensap nog roder is, maar ja, riemen en roeien, he…

Als vulling van de rode ravioli een vrij klassieke variant, die eigenlijk niet stuk kan: tomaat, ham, baslicum en kaas.

De witte variant is geinspireerd op mijn witte lasagna. Met spinazie, walnoot en pancetta derhalve. Het geheel serveren met een witte saus maakt het af.

Ingredienten:

Pasta:
35 gram zeer fijn gemalen bietjes of 1 blikje tomatenpuree
1 ei
75 gram semolina
125 gram suprima
2 eieren
75 gram semolina
125 gram suprima

Vulling 1:
1 blik tomaten(-blokjes)
50 gr parmaham of een lekkere droge ham
100 gr mozarella, in stukjes
1/2 uitje
handje gesneden, verse basilicum
1 teentje knoflook
peper&zout

Vulling 2:
75 gr bacon in heel kleine blokjes
150 gr (diepvries-)spinazie
30 gr walnoten, klein gemaakt
75 gr ricotta of eventueel 75 gram feta, verkruimeld
1/2 uitje
1 teentje knoflook
droge basilicum
peper&zout

Saus:
250 ml melk
150 ml room
20 gr boter
20 gram bloem
1 a 2 teentjes knoflook
50 gr geraspte kaas
droge basilicum
wat peterselie
peper en zout

Bereiding:

Vulling 1:
Doe wat olijfolie in een pan. Uitjes erbij, en gesnipperde knoflook. Even aanfruiten. Snij intussen de ham in kleine stukjes. Die kan er dan ook bij. Als dat mooi van kleur is, de tomaat erbij. Er zit waarschijnlijk ook wat sap bij de tomaat; dat mag er ook bij. Laat het geheel even 10 minuten of een kwartiertje koken, tot het vocht verdampt is. Scheur dan de mozarella in stukken en voeg toe. Laten smelten. Op het eind op smaak brengen met zout, peper, en een handje verse basilicum. Laten afkoelen.

Vulling 2:
Doe de gesneden bacon in een pan. Eventueel wat olijfolie erbij, als het erg mager is. Dan het uitje en de knoflook erbij. Even aanfruiten. Dan de spinazie erbij en de noten. Tenslotte de kaas. Op smaak brengen met zout, peper, basilicum en petersiele. Ook dit laten afkoelen.

Pasta
De pasta maken, zoals je verse pasta maakt: ingredienten in een kom mengen, goed kneden, en in cellofaanfolie minimaal een half uurtje laten rusten in de koelkast (zodat het vocht er goed in kan trekken). Dan met de pasta machine lasagnevellen van maken. Ik heb zelf standje 7 gebruikt, maar standje 6 zou ook nog kunnen.

Leg een vel pasta op je werkblad. Vouw het dubbel, en markeer even het midden. Vouw dan weer open. Maak een helft nat, met een kwastje water. Druk dan voorzichtig met bijvoorbeeld een glas ringen in de pasta. Niet doordrukken, maar gewoon een cirkel in het deeg achterlaten.  Dan weet je ongeveer waar je vulling moet leggen. Schep dan een theelepel vulling op de pasta in de ringen. Als alle ringen vulling hebben, leg de andere helft er weer overheen.

Druk de ravioli dicht, en probeer zoveel mogelijk lucht erin te vermijden. Druk de randen goed aan, en ’snij’  met het glas de ravioli uit het deeg. Leg ze op een met bloem bestoven doek.

Saus:
Smelt de boter in een pan, en voeg de bloem toe. Goed roeren met een garde. Melk en room toevoegen, en goed roeren zodat je geen klontjes hebt. Knoflook erdoor, en de kaas. Op smaak brengen met wat peper, zout, en de basilcium en peterselie. De saus hoeft niet sterk te smaken; de meeste smaak zit immers al in de pasta. De saus is meer ter aanvulling, dan als smaakmaker bedoelt.

Breng een grote(!) pan met water aan de kook. De pasta is vers, de vulling al gaar, dus het hoeft maar een minuut of 4 te koken.

Leg een paar ravioli op een bord, en schep er een beetje saus over. Zet Radio Tour de France op. Smullen maar! ;-)

(*) "Als je tijd hebt om drie keer druk te schrijven, ben je niet druk genoeg!" ;-)