Archief van de ‘oven’ categorie

Okt
05
Opgeslagen als nagerecht, oven, recepten 2009 door Mark op 5 oktober 2009

Vroeger, toen kon veel meer. Roken was nog gezond, drinken deed je als echte man al vanaf het moment dat je na je werk thuis kwam, en het avondeten bestond uit  vlees, liefst vet en vooral veel. En met échte boter. Uiteraard.

Anno 2009 is roken algemeen geaccepteerd als dodelijk, mag je weliswaar nog genieten, maar dan wel met mate, en is het eten light, weinig en afkomstig van een voedselfabriek van een multinational.

Vroeger ook, at je beukennootjes, en kreeg je keelpijn of hoofdpijn. Maar dan had je gewoon zonder jas buiten gelopen, of te weinig gedronken.

Tegenwoordig is ook dat verklaard, al is het misschien niet zo bekend, dat dat ligt aan het feit dat beukennootjes, net als bijvoorbeeld eikels, blauwzuur bevatten. En blauwzuur klinkt nog niet zo raar, maar als we dat bij een van zijn chemische namen noemen, wordt het wellicht een ander verhaal: cyanide. Waarvan de uit diverse thrillers en Hollywoodfilms bekende variant cyaankali, wellicht de bekendste is.

En dat is dan weer wel een probleem. Want ik mag aannemen dat een ieder wel weet dat je beter niet teveel cyaankali binnen krijgt, en wat de gevolgen zijn als je dat wel overkomt…

Bij beukennootjes loopt het gelukkig allemaal zo’n vaart niet, en zul je de bijwerkingen ervaren, op het moment dat je flinke handvollen ervan gaat eten als ontbijt of zo. Een paar nootjes zullen zelden of nooit tot reactie kunnen leiden. Daar is de hoeveelheid gifstof per nootje simpelweg te klein voor. Maar goed, dat neemt niet weg dat het er wél in zit.

Gelukkig valt daar bij beukennootjes een mouw aan te passen: een weekje drogen op een warme plek, of even roosteren in een hete pan, en het probleem is verholpen. De cyanide vervliegt dan namelijk, en de nare bijwerkingen ervan, vervliegen eveneens.

Wat je wel overhoudt, is een portie smakelijke nootjes, vers, puur natuur, en, in tijden van crisis ook niet onbelangrijk, gratis! En waar de oogst vorig jaar tegenviel, of liever, er wás geen oogst, is die dit jaar weer goed. Om de beukenboom heen liggen flink wat nootjes. Een deel lege dop, maar ook plenty gevulde exemplaren. Dus: even door de knieën, en rapen maar. En zo kom je thuis met een flink zakje beukennootjes.

Wat volgt is wel een nadeeltje van beukennootjes: het pellen ervan.

Voor onderstaand recept heb je 100 gram gepelde nootjes nodig. Als je weet dat 3 nootjes samen ongeveer 1 gram wegen, is er niet zo verschrikkelijk veel hogeschoolrekenkunde nodig, om te becijferen dat dat 300 nootjes zijn. En 300 nootjes daar doe je wel even over. Allereerst natuurlijk het rapen ervan, wat toch ook al gauw een half uurtje kan kosten, maar daarna komt er pas echt een heidens karwei: 300 nootjes pellen.

Afgelopen zondag zaten wij aldus aan de eettafel. Bak ongepelde nootjes in het midden, stapeltje schilletjes voor ons, en een bakje gepelde nootjes op de keukenweegschaal. Het nuttige dus maar met het aangename verenigt, en wat ‘quality time’ voor man & vrouw. Zo passeerde de deze zomer gebouwde veranda de revue, evenals de school van Eva, de vakantie van 2010 en het kerstmenu werd ook al even aangestipt. Niet verschrikkelijk spannend voor een buitenstaander, maar wel leuk om gewoon eens wat tijd te hebben, voor een gesprek, zonder dat we allebei druk bezig zijn met een klusje links of rechts, of met de kinderen. Want die vermaakten zich op dat moment uitstekend met een in de woonkamer opgerichte tent, gemaakt van een linnendroogrek en een paar dekbedovertrekken.

Zo hebben we ruim een uur gezeten. Het bakje vulde zich langzaam edoch gestaag met gepelde beukennootjes. En toen eindelijk het cijfer op de weegschaal van 2 naar 3 cijfers versprong was dat enerzijds jammer, maar anderzijds waren we toch echt blij dat de nootjes eindelijk klaar zijn! Wat een klus! Verklaart ook waarom gepelde beukennootjes bepaald geen succes zullen blijken in de schappen van een supermarkt: wie gaat er immers een klein vermogen neertellen voor 100 gram gepelde nootjes? Want 2 man die een uur pellen, reken maar uit wat dat kost!

Ingrediënten

  • 250 gram bloem
  • 200 gram havermout
  • 200 gram roomboter
  • 200 gram suiker
  • 100 gram pure chocolade (70%)
  • 75 gram bruine basterdsuiker
  • 100 gram gepelde beukennootjes
  • 3/4 theelepel bakpoeder
  • 1/2 theelepel baksoda
  • 1/4 theelepel zout
  • 1 á 2 eieren
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 2 eetlepels cacaopoeder

Bereiding

Rooster de beukennootjes in een droge pan met anti-aanbaklaag, gedurende 10 minuten, op niet te hoog vuur (om het aanwezige blauwzuur te neutraliseren). Ze moeten geroosterd worden, maar niet verbranden.

Na het roosteren hak de beukennootjes in wat kleinere stukjes.  Hak en breek de chocolade ook in stukjes.

Verhit de oven voor op 180 graden, en bedek een bakplaat met bakpapier.

Meng de bloem, havermout, het cacaopoeder, bakpoeder, baksoda en het zout in een kom. Voeg de (vanille-)suiker, boter en een ei toe, en meng dit geheel goed door elkaar. Als het deeg te droog is, kun je eventueel nog een ei toevoegen. Voeg nu de chocolade en de beukennootjes toe en kneed dit kort door, anders smelt de chocolade.

Verdeel het deeg in porties van 25 gram. Met bovenstaand recept heb je ongeveer 1250 gram deeg, waar je 50 koekjes van kunt maken. Maak hier balletjes van, en druk ze plat tot ze ongeveer een halve tot hele centimeter dik zijn.

Bak ze in 13 -14 minuten, tot ze mooi bruin zijn. Draai de bakplaat halverwege een keer 180 graden, zodat de koekjes aan alle kanten even bruin worden. Laat ze na het bakken afkoelen op een rooster en daarna in een koekjestrommel of luchtdichte bak. Ze blijven zeker een week lekker en krokant.



Sep
02
Opgeslagen als En dan dit..., Overig, oven door Mark op 2 september 2009

Het is wonderlijk: je begint met een zakje, met wat zwarte, witte, gespikkelde, ronde, platte dan wel miniscule zaadjes, wat pootgrond en wat warmte. En dan, enkele maanden later, heb je wortel, aardappel, tomaat, pepertjes en meer courgette dan een normaal mens in een week kan verorberen. En het leuke is: alles is biologisch, ultravers, kost geen snars, en qua foodmiles zit je ook nog eens helemaal top, want het groeit gewoon in je achtertuin. 10, misschien 15 meter, als je ook nog een rondje over de glijbaan vandce kinderen maakt, moet je ervoor afleggen. Dus laat maar komen, dat EKO-keur!

Ik stak begin dit jaar 4 aardappelen in de grond. Geen idee welk ras, maar een rode schil-aardappel. Ze hadden eerst 3 weken in de bijkeuken gestaan, om te ontkiemen, en mochten daarna hun uitlopers uitwerpen in de achtertuin. Ik verbaasde me er halverwege nog over dat er erg weinig bloemetjes aan de planten kwamen, aangezien de aardappelvelden die ik wel eens zie, meestal toch een flink aantal witte bloemetjes laten zien. Maar goed, gewapend met 0 verstand van aardappel nam ik dat gegeven voor waar aan, en hield me bezig met andere zaken. Maar, ook in het leven van de aardappelplant, komt een moment dat je moet oogsten wat je gezaaid, of in dit geval gepoot, hebt. De 4 planten waren aardig groot geworden, en samen met mijn dochter begon ik te rooien (wat wel weer grappig is: rode aardappels rooien. ;-) ). Het kinderlijk plezier van zowel papa als dochter was eigenlijk al beloning genoeg. Het schept een vreemd soort genoegen om iets uit de grond te halen wat een normaal mens gewoon in een zak in de supermarkt koopt.

Uiteindelijk haalden we ruim 3,5 kilo aardappel uit de grond. Geen slecht oogst, gezien de investering in 4 aardappel, á €0,28…

We hebben ze gekookt, geroosterd en gefrituurd gegeten. Lekker! Leuk! Doen we volgend jaar in elk geval weer.

In tegenstelling tot de wortels. Ik bedoel, leuk dat je wortels in je tuin hebt. Maar de opbrengst is nou ook weer niet dusdanig, dat ik de moeite die je er in steekt kan verantwoorden. Een schamele 650 gram kwam er uit de grond. Maar misschien waren we ook wel wat te snel met oogsten. Dessalniettemin: geen wortel meer in de moestuin!

Tomaat daarentegen is een ‘gift that keeps on giving’! 4 planten hebben we, elk in een flinke pot. Het komt wat langzaam op gang, ja maar dan, ja maar dan!

Dan heb je ineens 2,5 kilo tomaten, uit eigen tuin, op je aanrecht liggen. Er is niet veel fantasie voor nodig, om te bedenken dat we daar een pasta-saus mee gemaakt hebben. Weliswaar niet zomaar een pastasaus, maar de pastasaus van Heston Blumenthal. Waarover later meer.

 

En had ik al verteld van die courgettes? ;-)

Die ene plant die we hebben, heeft een omvang van 2 meter bij 1 meter, en als we hem niet wat gekortwiekt hadden, zou hij nóg groter zijn geworden! Wekelijks komen daar meerdere vruchten vanaf, en wekelijks verzinnen we dan ook wel een gerecht wara ze in verdwijnen. In pastasaus, op de pizza (met dank aan Maaike voor die tip!), in de nasi (courgette is ook groente, dus waarom niet?) of gegrild, met wat zout/peper/olijfolie.

Als je de kosten/baten analyse uitvoert, is dat eigenlijk nog de beste investering geweest. Één zaadje, van 10, uit een zakje van anderhalve euro. 15 cent investeren dus, en een zomer lang oogsten. Ik schat dat we er zeker een stuk of 30 hebben gehad, misschien wel meer. En ze zijn nog lekker ook!

De courgette gaat dus in elk geval door naar de volgende ronde.

Evenals de komkommer, trouwens. Want ook die levert nog steeds regelmatig een lekker dikke vrucht af. En daarbij: volgend jaar wil ik zelfgekweekte augurken inmaken! Dus dat was snel besloten.

Dan waren er ook nog spaanse pepers. In het begin vreesden we voor het leven van het kleine plantje, en waren we bang dat hij het door de te lage temperatuur niet zou redden. G

elukkig brak de zomer in alle hevigheid los, en schoot de buitentemperatuur, en het aantal zon-uren, zover omhoog, dat daar ook al de eerste oogst heeft plaatsgevonden. "165 dagen van zaadje tot vrucht", stond op de verpakking. Een klein half jaar dus. En dat klopt wel, want het zaaien deden we in maart, en eind augustus dus de eerste pepertjes, die inmiddels in de keuken te drogen hangen. Want dat gaat heel makkelijk: je knoopt een touwtje om het steeltje, en hangt ze op een droge, warme plek. En dan wacht je. Twee, drie weken. Dan zijn ze wel droog. In een pot met deksel zijn ze dan lekker lang houdbaar. Maanden, misschien wel langer. 

"En die wilde aardbei?" hoor ik zachtjes…

Nou, die roze schuimpjes met chemische aardbeien-smaak. Volgens mij krijgen die dingen hun smaak van de wilde aardbei! Want ze smaken precies zó! Bee

tje fris-zuur, zoet, en net ze roze als ze eruitzien. De kinderen vinden ze lekker, maar de opbrengst van de plant is maar zeer beperkt. Enkele tientallen vruchtjes. Dus die zien we helaas niet terug, in een volgende ronde.

Conclusie: erg leuk om eens te doen! Heel leerzaam, en vooral ook voor de kinderen. Samen even de tuin in, een aardbeitje plukken, courgette voor bij de pasta, of aardappels opgraven is erg lollig, lekker en makkelijk. Kost relatief weinig geld, tijd en moeite, en de opbrengst was de moeite waard. Alleen, volgend jaar niet meer zoveel verschillende dingen.
Wat terugkomt: komkommer, courgette, aardappel, aardbei (de gewone!) en uiteraard diverse kruiden.

Niet meer: wilde aardbei, wortel, sla, tomaat en snijbonen. Want daarvan was de moeite die het kostte, het resultaat niet waard.

Maar al met al is het erg goed bevallen en zal dit volgend jaar zeker vervolgd worden!



Jul
30
Opgeslagen als groente en fruit, hoofdgerecht, oven, recepten 2009, vlees door Mark op 30 juli 2009
Courgettes. Ik schreef er de vorige keer ook al over.
 
Nou, we krijgen ze haast niet weg, zo hard groeien die dingen!
 
Één plant staat er in de border. Ééntje maar. En die produceert aan de lopende band courgettes. Natuurlijk is dat positief. Immers: biologisch, onbespoten, bijna voor niets en supervers. Dus je hoort me ook niet echt klagen. Het is meer een vorm van verbazing. Je leest het namelijk overal wel: een courgetteplant levert meer dan je kunt eten, maar om daadwerkelijk in de praktijk te zien hoe snel die vruchten groeien is wel bijzonder.
 
Laat ik het zó zeggen: die anderhalve euro die de zaden gekost hebben, zijn er inmiddels wel uit.
 
Ruim.
 
Gisteren nog: 4 stuks afgesneden. En dat terwijl er in de keuken ook nog 1-tje lag, en over een paar dagen er weer 2 ‘rijp’ zijn.
 
En als ik dan zie hoeveel tomaten op het punt staan rijp te worden, kunnen we concluderen dat we of te enthousiast zijn geweest met het planten en kweken van verschillende dingen, of dat het normaal is dat je op een gegeven moment een overschot van een bepaald soort groente of vrucht hebt.
 
Alleen die aarbeien. Dat wil nog niet echt. Op het kaartje bij de plant stond de wervelende tekst "Geniet de hele zomer van verse aardbeien!". Nu is de zomer nog niet voorbij, maar ik heb nog geen aardbei gezien. Maar eerlijk is eerlijk: de eerste vruchten vormen zich al, en ik verwacht binnen een paar weken toch wel de eerste 6 te kunnen plukken!
 
Maar courgette dus. 
 
We aten gisteren dus courgette. Niet op de pizza, zoals Maaike in een van de commentaren op het vorige bericht suggereerde (alhoewel dat ook een erg lekker idee is!), maar gevuld, uit de oven.
 
Maar ja, waar vul je een courgette eigenlijk mee? Ik dook de voorraad- en koelkast eens in, en plukte van alles wat me lekker leek, links en rechts bij elkaar. Gehakt, paprika, champignon, uitje en kaas. Wat paprikapoeder. Gemalen komijnzaad. En ik sneed wat tomaten in stukjes.
 
Ja, en dan is het gewoon een kwestie van alles bij elkaar in de pan. Beetje bakken. Beetje roeren. Beetje proeven. Oven aan, en de gevulde courgettes een minuut of 20 in de hete lucht.
 
Eigenlijk heel simpel.
 
Maar wel lekker!
 
Ingrediënten
  • 2 courgettes
  • 300 gram rundergehakt
  • 1 uitje
  • 1 rode paprika
  • 4 tros-tomaatjes
  • geraspte kaas
  • paprikapoeder
  • gemalen komijnzaad (djin-ten)
  • olijfolie
  • peper&zout
Bereiding
 
Leg de courgette plat op het werkblad, en snij over de gehele lengte een kapje eraf. Snij het kapje in kleine stukjes, en bewaar voor later. Hol de courgette uit, met een theelepel.  Verwam de oven voor op 200 graden.
 
Snipper een uitje, en snij de paprika in kleine blokjes. Was de tomaten en snij ook deze in kleine stukken. Doe dan wat olijfolie in een pan, gehakt en uitje erbij, en bakken, tot het gehakt mooi bruin is. Paprika erbij, en de tomaten. Op smaak brengen met peper, zout, paprikapoeder en komijnzaad. 5 minuten voor het einde de blokjes courgette erbij. Voeg op het einde wat geraspte kaas erbij, en roer goed door.
 
Sprenkel wat olijfolie in een ovenschaal. Leg de courgettes in de schaal, en strooi wat zout erover. Vul de courgettes dan met het gehakt/groente mengsel. Strooi nog wat geraspte kaas erover, en bak dit ongeveer 20 minuten in de hete oven.
 
Lekker, met bijvoorbeeld risotto.


Mei
15
Opgeslagen als groente en fruit, hoofdgerecht, oven, recepten 2009 door Mark op 15 mei 2009

Het is weer aspergetijd!

Fijn, want daar hou ik wel van!

En dan niet van die dingen die Albert Heijn zonodig uit Peru moet halen, maar gewoon van de Hollandsche klei. Norod-Limburg. Brabant. Drenthe. Maakt niet uit, als ze maar een vaderlandsche achtergrond hebben!

Klassiek is de combinatie met ham en ei.

En who am I, to argue with history?

En dus aten we asperges met ham en ei.

In taartvorm. Dat dan weer wel.

Eigenlijk poepiesimpel, maar wel lekker. Met flink wat aspergesmaak. En verse basilicum. Uit eigen tuin!

Overigens zit er in asperges asparagusinezuur. En dat veroorzaakt bij een deel van de eters van asperges een heel bijzondere chemische reactie, waarbij een 6-tal zwavelverbindingen in het lichaam worden omgezet in vluchtige zwavelhoudende verbindingen. En bij ongeveer de helft van de asperge-eters vertaalt dat zich weer in een typische asperge-geur bij het plassen naderhand. Hoe het exact zit, weet ik niet, maar het schijnt genetisch bepaald te zijn of die omzetting in je lichaam wel of niet plaatsvind.

Volgens historici en biologen hebben deze zwavelverbindingen er overigens niet altijd in gezeten. Pas sinds de 18e eeuw, toen begonnen werd om asperges te bemesten met zwavel- en sulfaathoudende meststoffen treedt dit effect op.

En dan zou je eenvoudig redeneren: stop daar dan mee! Maar dat schijnt dan ook weer niet 1-2-3 te kunnen, omdat die zwavelverbindingen nematoden, een ongedierte, in de asperge helpt voorkomen.

It’s a small price to pay, wat mij betreft, en dus schil ik gerust nog een stel asperges.

Misschien eens in een braadzak met boter, proberen?

Ingredienten

  • 750 gram Hollandse asperges
  • 3 eieren
  • 125 gram geitenkaas
  • 125 ml room
  • handvol verse basilicum
  • 150 gram ham, in blokjes
  • 1 pak deeg voor hartige taart (diepvries)
  • boter
  • peper&zout

Bereiding

Schil de asperges, en kook ze 10 minuten in een pan met ruim water. Verwarm intussen de oven voor op 200 graden.

Bestrijk een platte ovenschaal met boter, en bekleed de bodem en zijkanten met het deeg voor hartige taart.

Meng in een kom de eieren, room, verbrokkelde geitenkaas, de klein gesneden basilicum en hamblokjes. Breng op smaak met peper en zout.

Leg de asperges op het deeg, en overgiet met het mengsel.

Gedurende 25 minuten afbakken in een oven van 200 graden.



Mrt
05
Opgeslagen als oven, recepten 2009 door Mark op 5 maart 2009

Een hele poos terug had ik beloofd mijn ervaringen met het bakken van ons eigen brood te delen. Ik zal die belofte de komende tijd inlossen.

Het eerste brood dat ik bakte, was niet zo best. Een massief blok, waarop de omschrijving ‘baksteen’ nog niet eens zo gek ver naast de waarheid was. Lag dat nu aan het gist, de bloem of het bakken? Geen idee, maar ik was wel geintrigeerd. Dus : research!

Het mission-statement: hoe bak je een brood, dat niet alleen lekker smaakt, maar ook een beetje luchtig is. En hoe krijg je die korst knapperig, zonder dat het brood verbrand, of dat je je gehemelte openhaalt?

Google, Arden (Dank u, dank u, dank u!), diverse boeken, Harold McGee, en bakkerswereld.org brachten al snel licht in de duisternis, en ineens begonnen diverse puzzelstukken op hun plaats te vallen. En met die kennis ging ik aan de slag. Bakken. Veel bakken. 2 of 3 keer in de week gaan 3 bakblikken de oven in. Soms volgens beproefd recept (want het tarwe/sesam brood blijkt een favoriet te zijn hier in huis) en soms met wat meer experimenteerdrift. Het resultaat wisselt dus ook nog al eens. Maar na ongeveer een jaar bakken, zijn de broden nu redelijk consistent qua smaak, vormgeving, en eindresultaat.

Wellicht leuk om eens wat ervaringen vast te leggen, en wellicht wat tips te geven hier en daar. Voor het nageslacht, zo u wilt. Ter ‘Leringh ende Vermaeck’. Of zo…

Helaas is het wat veel allemaal voor één enkele post. Dat zou dan een post worden, waar je weliswaar ‘U’ tegen zegt, maar zou ook erg onoverzichtelijk worden. Ik zal het dus verdelen in een serie. Laten we er een brood serie van maken.

Weet je wat: "De week van het zelfgebakken brood!". Beetje zoals mijn eerdere series over pizza, en over eetbloggers.

Ofwel: 7 posts, van simpel tarwebrood, tot wat lastiger brood.

Check dus vanaf a.s. maandag (9 maart) elke dag even dit blog, voor een post over brood bakken met elke dag een recept voor brood!



Feb
06
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, pizza, recepten 2009 door Mark op 6 februari 2009

Afgelopen zondag at ik een van de lekkerste pizza’s die ik de laatste maanden thuis heb gebakken.

Mijn vrouw had namelijk voorgesteld dat we pizza zouden eten, een 2-wekelijks ritueel hier in huize Kokend Water. Dochterlief maak je altijd blij met een pizza met ham, brie, peer, en wat versgemalen peper (ja ja, een kleuter met culinaire aspiraties!) en zonemans vind de korst het allerlekkerst.

Mijn vrouw weet de combi van brie met peer ook zeer te waarderen, en belegt haar halve pizza daar dan mee. De andere helft wordt belegd met wat we voor het gemak maar simpelweg ‘pittig gehakt’  hebben gedoopt: 200 gram rundergehakt, rul gebakken met een gesnipperd uitje, en een ruime hoeveelheid tabasco, sambal, chili- en cayennepeper. Afgemaakt met jalapeño-pepers, voor nog wat scherpte ("Nóg meer?" Ja, nog meer!) en een lekker fris zuurtje.

Normaal zou ik mijn eigen pizza beleggen met wat spek, maïs, pepertjes, champignon en ui, maar dit keer had ik zin in wat anders. Op zoek naar inspiratie sloeg ik de lijst van de plaatselijke pizzeria maar over. Dat was niet waar ik naar op zoek was. Ik was echt op zoek naar iets anders. Een combinatie waar ik nog niet eerder aan gedacht had.

Uit de kast pakte ik Jamie’s Italie. Een boek waar ik nog niet veel uit gemaakt heb, en eerlijk gezegd ook niet zo gek veel leuke dingen in vind staan. Maar ja, hij staat nu eenmaal in de kast. En ook voor Jamie geldt, dat als je een boek maakt over Italie, dat je dan niet om de pizza heen kunt. Hij geeft dan ook een stuk of 10 varianten, waaronder de margharita en de marinara, maar ook wat originelere combinaties.

En laat nu net ééntje daarvan me onmiddelijk aanspreken…

Een pizza, met ’slow roasted pork’.

Slow-food meets fast-food. Briljant!

Stukje varkensvlees gehaald, ingekerfd en ingewreven met venkelzaad en olijfolie. Paar uur in een hete oven en klaar. Nieuwsgierig proefde ik even van het vlees. De frisse, anijsachtige smaak van het venkelzaad combineert super met het varkensvlees!

’s Avonds maakte ik de pizza’s. Na een paar minuten in de hete oven was hij klaar. Beetje rucola erover, en aan tafel.

Ondanks het feit dat de pizza eigenlijk met tallegio zou moeten worden gemaakt (tallegio kopen in een Drenths dorpje met 1500 inwoners is een op voorhand verloren zaak….), en ik in plaats daarvan brie heb gebruikt, kan ik maar één ding concluderen: briljante combinatie!

Ik heb in de afgelopen jaren heel wat pizza’s gemaakt, maar dit is er echt eentje geweest die met stip de top 3 van lekkerste pizza’s binnenknalt! Kortom: een blijvertje, die ik snel weer zal maken!

Ingredienten

  • Pizzadeeg
  • Tomatenbasissaus
  • 150 gram varkensvlees, bv. fricandeau
  • Geraspte kaas
  • ui, in ringen gesneden
  • Brie
  • Rucola
  • Oregano
  • Venkelzaad
  • Peper&zout
  • Olijolie

Bereiding

Kerf het vlees in met een scherp mes. Plet het venkelzaad in de vijzel tot het poederachtig is. Wrijf het vlees in, met het zaad, peper, zout en olijfolie. Leg in een ovenschaal, en rooster gedurende 2 uur, in een oven van 170 graden. Keer het vlees af en toe, zodat het aan alle kanten gelijkmatig geroosterd wordt.

Maak een pizzabodem en bestrijk deze met tomatensaus. Bestrooi ruim met geraspte kaas. Leg hierop de uien. Snij het vlees in plakken, en verdeel over de bodem. Verdeel ook wat plakken brie over de bodem, en strooi als laatste wat oregano over de pizza.

Bakken in de oven. Liefst op een pizzasteen, op de hoogste stand, en anders op een bakplaat, tot deze lekker bruin is, en de kaas gesmolten.

Leg de pizza op een bord, en verdeel er wat verse rucola over.



Jan
30
Opgeslagen als oven, recepten 2009 door Mark op 30 januari 2009

Een man verrast zijn geliefde graag af en toe. Een kus hier. Aan aanraking daar. En natuurlijk een ontbijtje op bed, op zondagmorgen.

Mét eitje, bloemetje én croissantje.

En dan kun je natuurlijk een pak fabrieksrolletjes van de Euroshopper opentrekken. Of misschien ben je wel heel avontuurlijk, en waag je het een rol van die Franse koekenbakker Danone open te laten ploffen.

Maar de échte man laat zien uit welke klei deeg hij werkelijk is geboetseerd!

Die pakt de bloem en de roomboter en gaat er voor. Die maakt ze gewoon zelf!

En diezelfde man komt er dan meteen achter dat dat eigenlijk best meevalt. Na alle horrorverhalen over hoe verschrikkelijk moeilijk, tijdrovend en voor de particulier ondoenlijk het wel niet zou zijn, besloot ik een tijdje terug dat ik nu toch echt een keertje wilde weten wat er nu allemaal waar van is.

Dus pakte ik de bloem en de roomboter, en ging ik ervoor.

En wat blijkt?

Het is prima te doen thuis. Goed, het kost meer tijd en moeite dan kant&klaar, maar geef toe: zelfgemaakt ontstijgt toch elk fabrieksproduct, alleen al vanwege die exacte eigenschap van het zelfgemaakte. En een ander voordeel: je weet exact wat erin gaat, en ook vooral welke chemische hulpmiddeltjes je allemaal achterwege hebt kunnen laten. Geen emulgatoren, stabilisatoren, kleurstoffen of vetjes-met-botersmaak.

Gewoon puur bloem, gist, water en boter. Oh ja, en wat suiker naturlijk. En een eitje om te bestrijken. En je vooral niet laten afschrikken, doordat een recept het heeft over een ‘getoerd deeg’. Want dat wil niet veel meer zeggen dan ‘gedraaid’. Een kwartslag in dit geval, om precies te zijn.

Het belangrijkste dat je moet onthouden, is dat je gebruik maakt van koude boter. Snij die in dunne plakjes, en rol uit tussen 2 vellen vetvrij bakpapier. Het allerbelangrijkste bij croissants maken, is ervoor te zorgen dat de boter een laagje blijft vormen, en niet ín het deeg gaat zitten. Het verdampen van het vocht in de boter moet er namelijk voor zorgen dat de mooie laagjes ontstaan. En dat lukt alleen als het nog echt een laagje is.

Maak het deeg gerust de dag ervoren, en bewaar het als een rol in de koelkast. Ingepakt in huishoudfolie blijft het prima, en door de koude van de koelkast stopt het gist-proces. En op zondag ochtend maak je er de croissantjes van. Even op kamertemperatuur laten komen, en afbakken maar!

En bij het opdienen van het ontbijt niet vergeten nog even snel wat bloem over je pyama  te strooien, om dat beeld van de noeste arbeider hoog te houden.

Anders denkt ze alsnog dat je een pakje hebt opengeknipt!

Ingrediënten

  • 7 gr gedroogde gist
  • 15 gr suiker
  • 1 dl melk
  • 15 gr gesmolten boter
  • 250 gr bloem
  • 2 tl zout
  • 80 gr koude roomboter
  • bloem
  • 1 losgeklopt ei

7 gr gedroogde gist

Bereiding:
Los 5 gram suiker in wat warme melk en strooi de gedroogde gist erin. Laat dit 10 minuten werken.

Meng de rest van de melk met de gesmolten boter, de resterende gram suiker en het zout. Meng dit door de bloem, samen met het melk/gist-mengsel.Kneed tot een soepel deeg, en laat 1 uur rijzen.

Bestrooi het werkblad met bloem en rol het deeg uit tot een rechthoekige lap die 3 keer zo lang is als breed, enkele millimeters dik. Snij de roomboter in zeer dunne plakjes en verdeel het deeg mentaal in 3 delen, en verdeel de boter over 2 van de 3 delen van het het deeg, bijvoorbeeld het middelste en het rechter deel.

Vouw het deeg nu in drie keer op: eerst het lege (linker) deel over het middelste deel met boter, en dan het  rechter deel hier weer overheen.

Laat het deeg nu minstens 30 minuten afgedekt in de koelkast opstijven.

Rol het nu weer uit tot 3 keer zo lang als breed en vouw het net als hierboven en laat het weer opstijven. Herhaal het uitrollen en opstijven nog 1 keer.

Verwarm de oven voor op 225°C (heteluchtoven 210°C).

Rol het deeg uit tot een rechthoek van 25×50 cm. en snij driehoekjes. Maak een sneetje van 2 cm. in de korte (achter-)kant  Rol de deegstukjes op vanuit het dit gedeelte en buig ze in de vorm van een croissant. Leg ze op een licht ingevet bakblik.

Laat ze nog eens 20-30 minuten narijzen. Bestrijk ze met losgeklopt ei en bak ze 10-15 minuten goudbruin.