Charcuterie is een fascinerend boek! Heel, heel veel informatie, boeiende recepten, en uitdagende kansen. Daar ga ik nog een hoop lol mee hebben, zoveel is duidelijk.
Momenteel even uitgeleend aan de achterbuurvrouw, als dank voor de salie, maar dat is niet zo heel erg, want ik had nog wat dingetjes in de pijplijn zitten.
Waaronder deze pancetta dus. Gemaakt met een stukje buikspek, en volgens het recept uit het boek.
Ik was erg nieuwsierig. Want hoe vaak lees je niet een recept voor een italiaanse pasta, waar dan pancetta in moet. En hoe vaak heeft de slager pancetta?
Juist.
Dus moeten we dat maar eens zelf maken.
Ja, het is afzien in de keuken… 
Ik mengde de kruiden, en het nitrietzout, in de vijzel, en plette het geheel. Het recept vermeldt dat je een Ziploc zak moet gebruiken, maar ik gebruikte een diepvrieszakje, en legde daar een knoop in. Werkt ook prima. Vlees goed ingewreven met de kruiden, en in de zak. Lucht eruit gedrukt. Dichtgeknoopt, en in de koelkast geled.
En nu wachten. 7 dagen lang. Elke dag even masseren en keren. En weer terug in de koeling
Op dag 8 nam ik het vlees uit de koelkast, en sneed het zwoerd weg. Eigenlijk had dat al op voorhand gemoeten, maar dat had ik over het hoofd gezien. Niet getreurd, doen we dat nu even. Daarna het vlees strak opgerold, en opgeknoopt. Ik had nog wat kleurig slagerstouw liggen, maar dat bleek niet genoeg. Dan maar wat gewoon bind-touw van de Ikea. We roeien met de riemen die ons zijn toebedeeld, nietwaar?
En daarna verhuisde het pakketje spek, voor 2 weken naar de kelder, om te drogen en te rijpen.
En zo kreeg ik na bijna 2 weken een sms van mijn vrouw:
"Volgens mij is je vlees aan het schimmelen in de kelder. Vliegen kunnen er ook makkelijk bij. Bah! Xxx"
Eenmaal thuis snapte ik haar reactie.
Voor wat betreft haar tweede opmerking: daar moet ik haar gelijk in geven. Dus daar verzon ik een oplossing voor. De eerste constatering klopt echter ook. Diverse plekken op het vlees, waar zich een schimmel had genesteld.
Ik had echter op voorhand al wat research gedaan, en wist dat ik me daar eigenlijk niet zo druk over hoefde te maken, zolang het een witte schimmel betrof en geen zwarte of rode. Die witte schimmel kan namelijk niet veel kwaad, en lijkt in feite heel erg op de schimmel die je ook op brie of camambert vindt. Bovendien is het vlees ook nog eens niet bedoeld om rauw te eten, maar om gebakken te worden. Dus spoelde ik het vlees onder de kraan goed af. En maakte me dan ook geen zorgen.
Nieuwsgierig sneed ik het vlees aan. Een mooie rode kleur, en een intens aroma komen er vanaf. Geen idee of echte pancetta ook zo ruikt, maar lekker is dit wel!
Even snel een paar plakjes in de pan, en eens proeven.
Beetje zout, maar kruidig, en erg lekker!
Proef op de som was natuurlijk er een keer mee te koken. En ik maakte dan ook (hoe kan het haast anders…) een pasta ermee. Een spaghetti carbonara, die traditioneel ook met pancetta gemaakt wordt.
Eindoordeel van de jury: ik sta volgende week weer bij de slager. Voor een nieuw stuk spek. Voor pancetta. Of bacon. Want dit is leuk! En lekker!
Ingredienten
Bereiding
Snij het buikspek tot een rechthoekige lap, indien gewenst. Loszittende stukken kun je het best even wegsnijden.
Meng in de vijzel het zout, de suiker, de kruiden, en de helft van de gemalen peper. Plet met de vijzel de jeneverbessen. Wrijf het stuk spek in met het zout/kruidenmengsel. Zorg ervoor dat het zout goed overal zit, en masseer het wat in.
Stop het vlees in een diepvrieszak, pers er zoveel mogelijk lucht uit, en knoop goed dicht. Leg het in de koelkast gedurende 7 dagen. Masseer het vlees elke dag, zonder het uit de zak te halen (dus door de zak heen) zodat het zout en de kruiden goed verdeeld worden en blijven.
Haal na deze periode het spek uit de koelkast, en spoel het goed af onder de kraan. Leg het plat op je werkbank en verdeel de rest van de peper nu over de vleeskant. Rol het vlees op, en knoop het op, met slagerstouw. Zorg ervoor dat er geen lucht in het opgerolde vlees blijft. Te strak op binden kan eigenlijk niet.
Hang de pancetta-to-be op een droge plek, bij een temperatuur van 12-15 graden te drogen, gedurende 2 weken. Ik hing het in de kelder.
Spoel het vlees dan eventueel af, onder de kraan, waarbij je eventuele schimmel verwijderd.
Het vlees is in de koelkast ca 3 weken houdbaar, maar kan uitstekend ingevroren worden, en is dan tot 4 maanden houdbaar.
Na 2 weken is het in feite klaar, en kun je het in plakken snijden, naar gewenste dikte. Lekker met een gebakken eitje, of natuurlijk in een pasta carbonara!
|
Mei
15
|
Het is weer aspergetijd!
Fijn, want daar hou ik wel van!
En dan niet van die dingen die Albert Heijn zonodig uit Peru moet halen, maar gewoon van de Hollandsche klei. Norod-Limburg. Brabant. Drenthe. Maakt niet uit, als ze maar een vaderlandsche achtergrond hebben!
Klassiek is de combinatie met ham en ei.
En who am I, to argue with history?
En dus aten we asperges met ham en ei.
In taartvorm. Dat dan weer wel.
Eigenlijk poepiesimpel, maar wel lekker. Met flink wat aspergesmaak. En verse basilicum. Uit eigen tuin!
Overigens zit er in asperges asparagusinezuur. En dat veroorzaakt bij een deel van de eters van asperges een heel bijzondere chemische reactie, waarbij een 6-tal zwavelverbindingen in het lichaam worden omgezet in vluchtige zwavelhoudende verbindingen. En bij ongeveer de helft van de asperge-eters vertaalt dat zich weer in een typische asperge-geur bij het plassen naderhand. Hoe het exact zit, weet ik niet, maar het schijnt genetisch bepaald te zijn of die omzetting in je lichaam wel of niet plaatsvind.
Volgens historici en biologen hebben deze zwavelverbindingen er overigens niet altijd in gezeten. Pas sinds de 18e eeuw, toen begonnen werd om asperges te bemesten met zwavel- en sulfaathoudende meststoffen treedt dit effect op.
En dan zou je eenvoudig redeneren: stop daar dan mee! Maar dat schijnt dan ook weer niet 1-2-3 te kunnen, omdat die zwavelverbindingen nematoden, een ongedierte, in de asperge helpt voorkomen.
It’s a small price to pay, wat mij betreft, en dus schil ik gerust nog een stel asperges.
Misschien eens in een braadzak met boter, proberen?
Ingredienten
Bereiding
Schil de asperges, en kook ze 10 minuten in een pan met ruim water. Verwarm intussen de oven voor op 200 graden.
Bestrijk een platte ovenschaal met boter, en bekleed de bodem en zijkanten met het deeg voor hartige taart.
Meng in een kom de eieren, room, verbrokkelde geitenkaas, de klein gesneden basilicum en hamblokjes. Breng op smaak met peper en zout.
Leg de asperges op het deeg, en overgiet met het mengsel.
Gedurende 25 minuten afbakken in een oven van 200 graden.
|
Mei
07
|
Het goede weer van enige weken terug heeft de tuin meer dan goed gedaan. De zaden die we half maart gezaaid hebben, beginnen nu allemaal flink de kop boven de grond te steken. Wat bijvoorbeeld begon als een komkommerscheut neemt inmiddels forse afmetingen aan, en begint zelfs al te bloeien.
De worteltjes hebben loof, waardoor deze inmiddels ook als zodanig herkenbaar is. Nog even, en de plantjes mogen verspeend worden, om ze wat meer ruimte te geven. Zouden we dat niet doen, dan gaan de wortels zich met elkaar verstrengelen, en krijgen we geen mooi groente als resultaat, maar een knoop worteltjes.
De bloem op de foto is overigens een bloem aan een van de komkommerplanten. De planten zijn hier nog vrij jong, en nog niet in staat om fatsoenlijk een vrucht te laten groeien, zonder dat dit te veel van de plant vraagt. Niettemin zijn ze toch al snel anderhalve meter hoog. We moeten nu eerst ervoor zorgen dat de plant wat sterker wordt, en dat doen we door de eerste 6 - 7 bloemen met hun zijscheuten te verwijderen uit de plant. Alle energie kan dan gestoken worden in het aansterken, zodat we straks mooiere en betere komkommers overhouden.
Ik ben benieuwd of er ook een smaakverschil is, met de komkommers zoals je die in de supermarkt kunt kopen. Als ik heel eerlijk ben, verwacht ik dat niet, aangezien een komkommer van zichzelf een vrij neutrale smaak heeft. Weinig ruimte om daar echt qua smaak iets aan te doen, lijkt me. Wat wellicht meer verschil zou kunnen opleveren is de grootte waarop de komkommers geoogst gaan worden. Een supermarkt-komkommer is vrij fors qua formaat, en wij zullen kleinere komkommers van onze planten krijgen. Daar waar de winkel-variant een centimeter of 30 is, zal onze vensterbank exemplaren van 15-20 centimeter opleveren.
Te zijner tijd zal ik de vergelijkingsresultaten uiteraard ook beschrijven.
Van de rucola kan ik de resultaten van de smaaktest wel alvast geven: die is meer dan uitstekend! Een mooie volle smaak, met dat typische nootachtige. Wij hadden babyrucola in de tuin staan, waarvan de blaadjes eerder op spinazieblaadjes lijken, dan op de markante, getande bladeren van de reguliere rucola. Die bladeren zijn langer, smaller en meer getand. Onze blaadjes waren klein, kort en rond. Maar qua smaak vrijwel identiek.
De planten hebben inmiddels hun beste tijd gehad, en hebben dan ook het veld moeten ruimen voor iets anders. De smaak van de rucola werd namelijk vrij bitter, als gevolg van het feit dat het toch al een respectabele tijd in de grond stond. En blijkbaar is dit type meer geschikt om jong gegeten te worden. Het groeit echter vrij snel, dus ik zal het in de komende maanden gewoon nog een keer zaaien.
Een van de dingen die we ermee gemaakt hebben, was een eenvoudige, maar bijzonder smakelijke pasta, met rucola, ricotta en spekjes. Klaar in een kwartiertje…
Ingredienten
Bereiding
Kook water in een ruime pan, met zout, en kook hierin de pasta ‘al dente’.
Maak de champgnons schoon, en snij in partjes (of gebruik de eiersnijder!). Bak in een pan met antiaanbaklaag de spekjes, en voeg de champignons toe, en bak deze even mee. Voeg de ricotta toe, en breng het geheel op smaak, met de olijfolie, citroensap en wat peper en zout. Eventueel nog een theelepel truffelolie, al is dat natuurlijk geen must.
Doe het ricotta-mengsel bij de pasta, samen met de rucola, en meng alles goed door elkaar.
Serveer met een stukje ciabatta, en wat geraspte parmezaanse kaas.
|
Mei
04
|
Een theorie van een collega: "Kinderen zijn gek op eten dat begint met een P!"
Eens zien of dat klopt.
Patat.
Pannenkoek.
Pasta.
Peren.
Pizza.
Nou, dat klopt best aardig, eigenlijk.
Nou moet ik zeggen dat mijn referentiekader zich beperkt tot mijn eigen 2 kinderen, en ik dus geen representatieve steekproef heb gehouden, onder zeg 2500 kleuters.
Wat zoveel betekent als: your milage may vary, ofwel: baseer de opvoeding van je kinderen er vooral niet op.
Nu hebben onze kinderen ook wel een beetje ‘pech’ met ons als ouders, wat eten betreft, want ze hebben maar te eten wat de pot schaft, en als dat dan toevallig begint met een ‘P’ dan hebben ze geluk, maar we gaan niet alleen koken wat ze lekker vinden. Net zo belangrijk als gevarieerd, vers en vitaminerijk koken, hechten wij er ook belang aan, dat de kinderen verschillende smaken ontwikkelen. Dus niet alleen kip, met patat en appelmoes, maar ook risotto (is Eva gek op!), Thaise of Indische gerechten, Italiaans, of Hollandsche Pot(r), en ook dingen als olijven (niet zo geliefd), courgette (dat dan weer wel) en allerlei soorten vlees en groente.
En dat leidt er hopelijk toe, dat we straks kinderen hebben die eten kunnen waarderen, en weten dat er meer smaken zijn dan de geijkte kinderhap, die niet geheel onverwacht, meestal uitblinkt in zoetigheid. Althans, dat is wat mij altijd opvalt bij ‘lastige eters’: doe er ies zoets bij (vaak appelmoes) en het wordt gegeten. Maar om nu een pasta carbonara met appelmoes of ketchup op tafel te zetten, gaat me te ver. Maar gelukkig is er ook eten dat de meeste kinderen ook zonder zoetigheid lusten. Dingen met een ‘P’ dus.
En zo stonden Eva en Christan zich gisteren bijna te verdringen, om maar als eerste aan tafel te mogen zitten. Want papa stond in de keuken.
Met deeg.
Voor Pizza!
Men neme een bol deeg. Mooie schijf van maken, tomatenbasis en kaas erop. En dan ui, ham, peer en brie. Afmaken met wat versgemalen peper uit de molen en een snufje oregano.
De kinderen storten zich als eerste op de korst, want dat is blijkbaar toch het allerlekkerst van een pizza!
Maar ik hoef gelukkig niet bang te zijn dat ik straks de binnenkant onaangeroerd in de groene container moet mikken. Want ook daar laten ze zich niet onbetuigd, en smikkelen en smullen tot de buikjes rond zijn. Waarna er met een scheef oog nog even geaasd wordt op een stukje korst van de pizza van papa of mama.
Maar dan hebben ze toch pech.
Of ook weer niet, want papa had daar al rekening mee gehouden, want op dat moment komt nog een versgebakken pizzaatje uit de oven, met extra veel korst!
Ach ja, ik moet ook eerlijk bekennen dat ik toch altijd met een tevreden gevoel in de keuken sta, wetende dat er zo heerlijk gegeten wordt van mijn baksels. Het is wat meer werk dan een bevroren kartonschijf in de oven schuiven, maar het eindresultaat, een heerlijk zelf-gedraaide, versgebakken pizza maakt die inspanning meer dan goed!
Ach, sommigen hebben vrijdag-patatdag, voor ons is het vaker zondag-pizzadag!
Ingredienten
Bereiding
Maak een platte schijf van het gerezen deeg. Bestrijk met de tomatensaus, en geraspte kaas naar smaak. Verdeel de ham over de bodem. Daarover de ui. Dan de peer, en leg de brei bovenop. Bestrooi eventueel met nog wat geraspte kaas. Versgemalen peper erover en een snuifje oregano.
Afbakken in een hete oven, tot de korst mooi bruin en de kaas gesmolten is.
Onze huwelijksreis voerde ons een paar jaar geleden naar Korfoe. Het mooie bloemeneiland, voor de kust van Griekenland. Bekend, omdat daar Sissi’s buitenpaleis staat, en vanwege het feit het een wel heel korte landingsbaan, van net iets meer dan 2 kilometer, waarbij de aanvlieg-route op geringe hoogte boven het water is. Een belevenis op zich eigenlijk.
Korfoe, of Corfu, is Grieks. En Grieks eten is ook geen onbekende in de Nederlandse keuken. Gyros, het pita-brood, de gevulde wijnbladeren (dolmadakia of dolmades) en natuurlijk tzatziki.
We liepen vanuit ons appartementencomplex naar het centrum van Gouvia, het dichtsbijzijnde plaatsje van betekenis. Typisch een toeristendorpje, met veel lawaaierige winkeltjes en eettenten.
Langs de vele zaken met opvallend veel Engelse toeristen liepen we, ondertussen de menukaarten lezend, op zoek naar iets van onze gading. Een zaak zag er wel leuk uit. Het was er ook best druk, waaruit we concludeerden dat het met het eten dan ook wel snor zou zitten.
Ik bestelde een pilsje, en een rode wijn voor mijn vrouw. Ik had trek in lamsvlees.
‘Lamb with applesauce’
Hmmm. Klinkt goed. Doe mij die maar.
Een klein kwartiertje later landde het bord op mijn tafel.
En onmiddelijk begreep ik mijn vergissing.
Daar waar ik een stukje vlees, vergezeld van een lekker appel-calvados-jus (bijvoorbeeld…) verwachtte, kreeg ik lamsvlees met…
appelmoes!
Damn!
****
Een paar dagen later aten we bij een vrijwel leeg restaurant. Het lag niet echt op de route, maar was ons aangeraden. Een beetje terughoudend schoven we aan, want een vol restaurant bleek immers geen garantie, maar een lege eetzaal voorspelt ook zelden iets goeds.
Dat bleek echter totaal ongegrond. Het was erg goed, zó goed, dat er later die week met een hele groep nog eens terug zijn gegaan. En wéér lekker hebben gegeten!
Een van de dingen die we aten, waren keftedes: gehaktballetjes in tomatensaus. Simpel, met wat rijst, maar gewoon goed. Niet te verwarren met dat vreemde pak van Knorr. Kofta is de fantasienaam, die de koper moet laten denken dat hij iets Grieks koopt. Maar dat pakjesspul lijkt niet op het origineel. Dat ook nog eens verrassend eenvoudig te maken is.
Daarom: keftedes! Maar dan het échte spul!
Ingredienten
Bereiding
Snij de knoflook in zeer kleine stukjes. Verhit olie in een pan, en fruit hierin de knoflook en de helft van de ui. Laat afkoelen, en meng met het gehakt.
Meng daarna het gehakt met de rijst, de helft van de ui, de knoflook, djintan, peterselie, wat peper en zout en 2 eetlepels water. Vorm er balletjes van ter grootte van een ei of walnoot.
Verhit wat olie in een grote braadpan en bak hierin de balletjes rondom bruin. Neem ze uit de pan. Fruit de rest van de ui in het vet in de pan. Roer de tomatenpuree en de oregano erdoor, en voeg de tomaten toe.
Schenk de bouillon bij het tomatenmengsel en breng het al roerend aan de kook. Voeg aan het begin van het sudderen de optionele uijes toe, zodat deze ook gaar kunnen worden. Leg de balletjes in de saus en laat ze in 15 minuten op een laag vuur gaar worden.
Lekker met rijst of patat, en een salade.
|
Mrt
31
|
Een tijdje terug ontving ik een commentaar op één van de berichten die ik lang geleden schreef.
Het ging over de chili con carne naar recept van Jamie Oliver. Volgens de auteur van het commentaar noemde ik een ingredïent dat er oorspronkelijk niet in hoorde. Dat ingredïent is gehakt, en volgens hem moest dat echter runderstoofvlees zijn, dat gemalen wordt in een blender.
Waarom dan gehakt gebruiken?
Eigenlijk was daar een heel eenvoudig antwoord op: gehakt is iets dat in Engeland (en daar heeft Jamie natuurlijk het meest mee te maken) niet altijd even gemakkelijk te krijgen. En dan moet je natuurlijk een alternatief verzinnen. En daarom nam hij rundvlees en sneed dat zelf in stukjes. Tenminste: dat is voorzover ik het verhaal altijd begrepen heb.
Aan de andere kant zou het natuurlijk best zo kunnen zijn dat men inderdaad gelijk heeft, en dat stoofvlees beter smaakt.
Daar schuilt dus een kans!
Men neme derhalve alle ingredïenten uit het oorspronkelijke recept, en vervange het gehakt, door voornoemd rundvlees, en beoordele het resultaat/
Ik kocht daarom 500 gram riblappen. Typisch stoofvlees dus. Ik legde het vlees even een half uurtje in de diepvries, om even wat op te stijven en het snijden te vergemakkelijken. Ik heb namelijk geen blender, of keukenmachine, dus moet ik het doen met ouderwets handwerk. Ik pakte mijn koksmes uit de la, en na het even langs het aanzetstaal te hebben gehaald, sneed ik het vlees in kleine stukjes.
Olie in de pan, knoflook en ui erbij, en het rundvlees. Kruiderij erbij, beetje water, en stoven maar! Ik gaf het een uurtje of 2 de tijd, en voegde toen de bonen, maïs en wat paprika toe. Even laten opwarmen, sneetje brood erbij, en aan tafel!
En ik moet eerlijk toegeven dat de commentatoren gelijk hadden. Inderdaad is de smaak lekkerder. Voller en dieper zijn woorden die bij me opkomen.
En eigenlijk… eigenlijk zou je dit moeten maken, en het dan laten afkoelen en een dag erna moeten eten. Dat komt de smaak écht ten goede!
Maar dat rundvlees, in plaats van gehakt, die houden we erin!
Tenminste: als we een paar uur de tijd hebben. En anders pakken we toch weer gehakt. Want ook dat smaakt gewoon prima!
Voor de volledigheid dan nog het aangepaste recept.
Ingredïenten
Bereiding:
Leg het vlees een half uurtje in de vriezer om even op te stijven. Haal het eruit en snijd in kleine stukjes. Niet te klein, er moet immers ook nog wat beet overblijven. Reepjes van 2 cm bij 5 mm zijn prima.
Hak de uien en de knoflook in een mixer fijn en fruit deze in een klein beetje olijfolie totdat ze zacht zijn. Voeg de rode peper, chilipoeder, djintan en zout en peper toe. Voeg het vlees erbij en bak het, totdat alles bruin is. Doe een scheutje water erbij, en laat ongeveer 1,5 - 2 uur stoven, met een deksel op de pan.
Hak de gedroogde tomaten in de mixer zodat deze een pasta vormt en voeg dit bij het gehakt.
Voeg de tomaten, het kaneelstokje en 1 dl water bij het vlees. Proef even en voeg zonodig nog wat kruiden toe.
Voeg de uitgelekte bonen erbij en laat alles even doorwarmen.
Lekker met ciabatta en een dot zure room!
"Jeetje! Post!" klonk de stem van Bert Visscher door ons kantoor op mijn werk. Collega’s keken verschrikt op, maar kennen het geluid inmiddels wel.
Een uiterst effectief signaal namelijk, om mij te laten weten dat ik een SMS ontvangen heb. Ik had dat een tijd terug zo ingesteld, omdat het normale signaal zo zacht is, dat ik berichten regelmatig mistte. Daarom dus deze nogal kenmerkende ringtone, die niet alleen erg herkenbaar is, maar soms ook voor leuke reacties zorgt, als weer eens een niets-vermoedende voorbijganger opgeschrikt wordt, wanneer ik in bijvoorbeeld door de stad loop.
Maar een SMS dus. Van mijn vrouw.
"Als ik de tuin in kijk, word ik zóó blij!" stond er.
De aanleiding was het feit dat ik 2 dagen eerder eindelijk het nieuwe gazon in onze achtertuin had aangelegd. Na 6 maanden een tuin te hebben gehad die leek op een schaalmodel van de loopgraven oorlog uit het begin van de vorige eeuw, compleet met schuttersputjes, loopgraven, zandbulten en verschroeide plekken, had ik een paar weken geleden het geheel omgespit. Daarna begon de periode van inklinken, egaliseren, bemesten, en uiteindelijk dus de graszoden besteld en gelegd.
En in plaats van een troosteloze aanblik, lag er een mooi groen tapijtje om het speeltoestel heen, was alles weer egaal, en kunnen de kinderen over een paar weken eindelijk weer in de achtertuin spelen. En na zo’n lange, koude winter is dat wel iets waar ze aan toe zijn: lekker buiten!
Mijn vrouw was dus blij, en ik zelf eerlijk gezegd ook. Een beste klus, zo’n tuin omspitten en begrazen, maar als het dan klaar is, kun je met een tevreden gevoel, pilsje in de hand, genieten van het resultaat.
Grote vraag is nu: wat heeft het voorafgaande in vredesnaam met koken te maken?
Vrij weinig, als ik eerlijk ben.
Alhoewel: dat tevreden gevoel, met een drankje in de hand, overkwam me een paar dagen eerder ook al eens.
Toen had ik ook iets met groen gedaan. Het groen van spinazie, welteverstaan.
Ik had namelijk een pizza gemaakt, volgens beproefd recept, met een anders-dan-anders topping: spinazie, spekjes, pijnboompitjes en feta. En lekker dat het was! Dus die gaan we zeker nog een keertje maken!
Ingrediënten
Bereiding
Verhit wat olijfolie in een pan met antiaanbaklaag, en bak hierin de spekreepjes. Voeg het gesnipperd uitje toe, en fruit even mee. Dan de champignons erbij, zodat deze ook even kunnen meebakken in het spekvet. Tenslotte de spinazie erbij, en even kort opbakken. Op smaak brengen met wat peper. Zout is niet nodig, want dat komt al voldoende van het spek.
in een schone, droge bakpan even de pijnboompitjes roosteren, zodat ze wat meer smaak ontwikkelen. Deze kunnen dan bij de rest van de ingrediënten.
Snij de feta in blokjes/plakjes.
Maak een pizzabodem met wat tomatensaus, en verdeel het spek/spinazie mensgel over. Verdeel dan wat van de feta erover, en strooi eventueel nog wat geraspte kaas over de pizza.
Afbakken in de oven, zo heet mogelijk, tot de rand mooi bruin is, en de pizza knapperig.