Archief van de ‘recepten 2009’ categorie

Okt
12
Opgeslagen als groente en fruit, nagerecht, recepten 2009 door Mark op 12 oktober 2009

"Kan jouw man hier iets mee?" hoor ik de buurvrouw aan mijn vrouw vragen.
 
Nieuwsgierig loop ik de tuin in, en zie nog net hoe een witte plastic Hema-zak van eigenaar wisselt. Duidelijk is dat de zak vol zit met iets ronds, en dat het niet echt licht is.
 
Ik begroet de buurvrouw, en werp een korte blik in de zak.
 
"Kweeperen. Uit de tuin van Dirk."
 
Dirk had kennelijk een ruime oogst, en dus besloot hij zijn moeder, onze buurvrouw, er een plezier mee te doen. Maar ja, hoeveel kweeperen kan een mens verwerken, voor ze voorbij hun houdbaarheidsdatum zijn? Gelukkig is daar altijd nog die ene buurman, die wel van een culinaire verrassing houdt, om je overtollig spul aan te slijten. En gelukkig is die buurman ook nooit te beroerd om zich te wagen aan een onbekend stuk fruit, vlees of groente.

  

De kweepeer dus. Ik had er wel eens van gehoord, maar nog nooit geproefd, of zelfs maar in handen gehad. Dat vraagt om versterking. Johannes en Harold er maar even bij gehaald, en gekeken wat zij erover te melden hadden.
 
Zo blijkt de kweepeer een soort oervorm van onze huidige peer te zijn, er ook een kwee-appel te bestaan, en kun je de vruchten niet zonder meer eten, omdat ze dan veel te wrang zijn. Maar: eenmaal gekookt en op smaak gemaakt met wat suiker, levert dat weer wel een bijzondere vrucht op.
 
Van het sap maak je een heerlijke kweeperen gelei (lekker op brood, of bij varkensvlees), en van de pulp maak je kweeperen-snoepjes. Een soort middeleeuwse winegums, zeg maar.
 
De gelei is heel eenvoudig te maken: pak een kilo kweeperen, snij in stukken, doe in een pan met zoveel water dat ze net onder staan. Breng aan de kook, en laat een uurtje of 2 koken. Doe een stuk kaasdoek in een vergiet of iets dergelijks, boven een ruime bak, en giet de pan leeg door de doek, zodat de gare vruchten achterblijven. Laat dit een nacht uitlekken. Pers de vruchten niet uit, want dan wordt de gelei niet meer helder.
 
De dag erna kunnen de vruchten weg, en meng je 750 gram suiker met een liter van het vocht. Dit kook je in, tot een gelei. Je weet of je een gelei hebt, wanneer een druppel van de hete siroop op een koud bord stolt. Giet het vervolgens in (uitgekookte) potten met deksel, zet een half uurtje op de kop, en laat afkoelen. Gesloten is het lang houdbaar, eenmaal open is het in de koelkast ook wel enkele weken goed.

  

De kweeperensnoepjes (dubbele woordwaarde!) zijn wat meer werk, maar ook nog niet zo moeilijk. Denk daarbij aan een soort zachte winegums. Het worden geen harde snoepjes. Eenmaal gemaakt, zijn ze heel lang houdbaar. Een recept vind je hieronder in elk geval. Als ik heel eerlijk moet zijn: leuk om eens te maken, maar eens maar nooit weer. Het is veel werk, en ach, eigenlijk zijn ze zo bijzonder niet. Ik heb ook nog de kweepeergelei immers, en zelfs nog wat kweepeer-moesappel-marmelade. Maar daarvan weet ik nog niet hoe die smaakt, aangezien de potten nog dicht zitten. Komt nog…
 
En nu ik het me bedenk, zou je de kweepeer ook prima kunnen gebruiken bij een stoofpotje. Dat moet immers ook een hele poos opstaan. En volgens mij staat er nog geen recept op http://www.draadjesvlees.com, dus zou dat wel een unieke kans zijn.
 
Alhoewel, als ik zie dat collega-bloggers de kweepeer ook al tot onderwerp hebben verheven, tja, dan kan dat natuurlijk nooit lang goed gaan…

 

Om te maken (1669)
Neemt heele queen, wrijft die schoon af, doch koockt die in water. Laetse soo met de schillen zieden totse murruw zijn. Neemtse uyt, decktse toe met een doeck totse lauw zijn. Doet de schillen af, ook de kernen en het harde, en wrijftse heel kleyn. Neemt sooveel suycker als queen, fijngestoten. Menght samen en set het op ‘t vuur. Latet opkooken. Gekoockt zijnde, stroyt op een schoone planck suycker en leght het daerop. Maeckt koeckjens. Laetse kout worden. Set die op een stoof met vuur totse droogh zijn. Gy kuntse in schoon papier bewaren soolange het u belieft.

Of in gewoon Nederlands:

Neem hele kweeperen, wrijf die schoon en kook die in water. Laat ze zo met schil en al koken tot ze zacht zijn. 
Haal ze eruit, dek ze af met een doek totdat ze lauw zijn. Verwijder de schillen, ook de klokhuizen en wrijf het vruchtvlees fijn. 
Neem zoveel fijngestampte suiker als kweeperenmoes. Meng alles door elkaar en zet het op het vuur. Breng het aan de kook. 
Strooi, nadat de vruchtenmoes heeft gekookt, suiker op een schone plank en strijk de massa daarover uit. Maak er koekjes van en laat die afkoelen. 
Zet ze in een lauwe oven tot ze droog zijn. 
U kunt ze op schoon papier bewaren zolang u wilt.

Met dank aan http://www.kookhistorie.nl voor het recept en de tekst!



Okt
05
Opgeslagen als nagerecht, oven, recepten 2009 door Mark op 5 oktober 2009

Vroeger, toen kon veel meer. Roken was nog gezond, drinken deed je als echte man al vanaf het moment dat je na je werk thuis kwam, en het avondeten bestond uit  vlees, liefst vet en vooral veel. En met échte boter. Uiteraard.

Anno 2009 is roken algemeen geaccepteerd als dodelijk, mag je weliswaar nog genieten, maar dan wel met mate, en is het eten light, weinig en afkomstig van een voedselfabriek van een multinational.

Vroeger ook, at je beukennootjes, en kreeg je keelpijn of hoofdpijn. Maar dan had je gewoon zonder jas buiten gelopen, of te weinig gedronken.

Tegenwoordig is ook dat verklaard, al is het misschien niet zo bekend, dat dat ligt aan het feit dat beukennootjes, net als bijvoorbeeld eikels, blauwzuur bevatten. En blauwzuur klinkt nog niet zo raar, maar als we dat bij een van zijn chemische namen noemen, wordt het wellicht een ander verhaal: cyanide. Waarvan de uit diverse thrillers en Hollywoodfilms bekende variant cyaankali, wellicht de bekendste is.

En dat is dan weer wel een probleem. Want ik mag aannemen dat een ieder wel weet dat je beter niet teveel cyaankali binnen krijgt, en wat de gevolgen zijn als je dat wel overkomt…

Bij beukennootjes loopt het gelukkig allemaal zo’n vaart niet, en zul je de bijwerkingen ervaren, op het moment dat je flinke handvollen ervan gaat eten als ontbijt of zo. Een paar nootjes zullen zelden of nooit tot reactie kunnen leiden. Daar is de hoeveelheid gifstof per nootje simpelweg te klein voor. Maar goed, dat neemt niet weg dat het er wél in zit.

Gelukkig valt daar bij beukennootjes een mouw aan te passen: een weekje drogen op een warme plek, of even roosteren in een hete pan, en het probleem is verholpen. De cyanide vervliegt dan namelijk, en de nare bijwerkingen ervan, vervliegen eveneens.

Wat je wel overhoudt, is een portie smakelijke nootjes, vers, puur natuur, en, in tijden van crisis ook niet onbelangrijk, gratis! En waar de oogst vorig jaar tegenviel, of liever, er wás geen oogst, is die dit jaar weer goed. Om de beukenboom heen liggen flink wat nootjes. Een deel lege dop, maar ook plenty gevulde exemplaren. Dus: even door de knieën, en rapen maar. En zo kom je thuis met een flink zakje beukennootjes.

Wat volgt is wel een nadeeltje van beukennootjes: het pellen ervan.

Voor onderstaand recept heb je 100 gram gepelde nootjes nodig. Als je weet dat 3 nootjes samen ongeveer 1 gram wegen, is er niet zo verschrikkelijk veel hogeschoolrekenkunde nodig, om te becijferen dat dat 300 nootjes zijn. En 300 nootjes daar doe je wel even over. Allereerst natuurlijk het rapen ervan, wat toch ook al gauw een half uurtje kan kosten, maar daarna komt er pas echt een heidens karwei: 300 nootjes pellen.

Afgelopen zondag zaten wij aldus aan de eettafel. Bak ongepelde nootjes in het midden, stapeltje schilletjes voor ons, en een bakje gepelde nootjes op de keukenweegschaal. Het nuttige dus maar met het aangename verenigt, en wat ‘quality time’ voor man & vrouw. Zo passeerde de deze zomer gebouwde veranda de revue, evenals de school van Eva, de vakantie van 2010 en het kerstmenu werd ook al even aangestipt. Niet verschrikkelijk spannend voor een buitenstaander, maar wel leuk om gewoon eens wat tijd te hebben, voor een gesprek, zonder dat we allebei druk bezig zijn met een klusje links of rechts, of met de kinderen. Want die vermaakten zich op dat moment uitstekend met een in de woonkamer opgerichte tent, gemaakt van een linnendroogrek en een paar dekbedovertrekken.

Zo hebben we ruim een uur gezeten. Het bakje vulde zich langzaam edoch gestaag met gepelde beukennootjes. En toen eindelijk het cijfer op de weegschaal van 2 naar 3 cijfers versprong was dat enerzijds jammer, maar anderzijds waren we toch echt blij dat de nootjes eindelijk klaar zijn! Wat een klus! Verklaart ook waarom gepelde beukennootjes bepaald geen succes zullen blijken in de schappen van een supermarkt: wie gaat er immers een klein vermogen neertellen voor 100 gram gepelde nootjes? Want 2 man die een uur pellen, reken maar uit wat dat kost!

Ingrediënten

  • 250 gram bloem
  • 200 gram havermout
  • 200 gram roomboter
  • 200 gram suiker
  • 100 gram pure chocolade (70%)
  • 75 gram bruine basterdsuiker
  • 100 gram gepelde beukennootjes
  • 3/4 theelepel bakpoeder
  • 1/2 theelepel baksoda
  • 1/4 theelepel zout
  • 1 á 2 eieren
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 2 eetlepels cacaopoeder

Bereiding

Rooster de beukennootjes in een droge pan met anti-aanbaklaag, gedurende 10 minuten, op niet te hoog vuur (om het aanwezige blauwzuur te neutraliseren). Ze moeten geroosterd worden, maar niet verbranden.

Na het roosteren hak de beukennootjes in wat kleinere stukjes.  Hak en breek de chocolade ook in stukjes.

Verhit de oven voor op 180 graden, en bedek een bakplaat met bakpapier.

Meng de bloem, havermout, het cacaopoeder, bakpoeder, baksoda en het zout in een kom. Voeg de (vanille-)suiker, boter en een ei toe, en meng dit geheel goed door elkaar. Als het deeg te droog is, kun je eventueel nog een ei toevoegen. Voeg nu de chocolade en de beukennootjes toe en kneed dit kort door, anders smelt de chocolade.

Verdeel het deeg in porties van 25 gram. Met bovenstaand recept heb je ongeveer 1250 gram deeg, waar je 50 koekjes van kunt maken. Maak hier balletjes van, en druk ze plat tot ze ongeveer een halve tot hele centimeter dik zijn.

Bak ze in 13 -14 minuten, tot ze mooi bruin zijn. Draai de bakplaat halverwege een keer 180 graden, zodat de koekjes aan alle kanten even bruin worden. Laat ze na het bakken afkoelen op een rooster en daarna in een koekjestrommel of luchtdichte bak. Ze blijven zeker een week lekker en krokant.



Sep
30
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2009, vlees door Mark op 30 september 2009

"Je bent wát van plan?"

 Ik kijk mijn vrouw aan, en probeer met een zo strak mogelijk gezicht te antwoorden. "Bolognesesaus. Hoezo?"
 
Natuurlijk weet ik dan al wel dat simpelweg ‘bolognesesaus’ een understatement van jewelste is. De absurditeit van de claim, en het net doen alsof ik morgen niet ga beginnen aan een van de meest uitgebreide recepten die ik ooit heb gemaakt, zorgt er uiteindelijk dan ook voor dat een brede glimlach verschijnt.
 
"Weet je nog dat ik vertelde van Heston Blumenthal? Die Engelse kok, die in dat programma van de BBC op zoek was naar de meest ultieme versie van een aantal recepten? Nou, die heeft ook poging gedaan om bolognesesaus te maken, en toen ik dat las, wilde ik echt weten of dat nu zo bijzonder is. Ik bedoel, Thaise vissaus in een Italiaans gerecht, dat verzín je toch niet?"
 
En dus stond ik de dag erna in de keuken. Voor me lag anderhalve kilo uien, klaar om gesneden te worden. En 2 kilo tomaten. Verder nog wortels, bleekselderij en vlees. Zo op het eerste gezicht niet erg bijzonder. Hooguit de hoeveelheden zijn wat groter dan anders, maar dat heeft dan meteen als voordeel dat het voor meerdere keren avondeten is. Leve de diepvries.
 
Nee, wat het bijzonder maakt zijn de bijkomende ingrediënten.
 
Steranijs, Thaise vissaus. Ossenstaart. En veel, heel veel olijfolie.
 
Oh ja, en tijd. Niet zozeer een tastbaar ingrediënt, alleen wel enorm van invloed op het hele recept. En dat komt om dat alles urenlang moet sudderen, stoven en inkoken.
 
Niet langer dralen, dus, maar aan de slag!
 
Uien snipperen, en met wat olijfolie en steranijs laten carameliseren. 20 minuten. Soffrito maken, van nog meer ui, bleekselderij en wortel. Wederom 20 minuten.
 
Tot zover nog niet zo raar.
 
Dan de ossenstaart ontbenen. Een karweitje, dat ik duidelijk zwáár onderschat had! Ik dacht hiermee in een paar minuten klaar te zijn. Scherp mes, en húp, dat vlees van het bot af. Hoe moeilijk kan het wezen? Nou, verdraaid moeilijk, zo bleek. Het vlees is taai, glad, en zit vol met botjes en pezen. Het harde vliesje om het vlees helpt ook al niet echt, om het vlotjes te ontbenen. Dus toen ik uiteindelijk na bijna een uur ploeteren de 3 stukken staart had ontdaan van vlees, en ik een kleine 450 gram in een kom deed, voelde dat toch als een kleine bevrijding. De volgende keer zal ik mijn slager toch maar eens vriendelijk vragen dit op zich te nemen.
 
Conform het recept vermaalde ik het ossenstaartvlees niet, maar sneed het in kleine stukjes. De varkenslappen die ik had, heb ik wel in de Porkert gedraaid, zodat ik een mengsel had, van gehakt en gesneden vlees. Pan heet maken, olijfolie erin, en bakken van het vlees. Van belang is hierbij dat het vlees bakt, en niet kookt in zijn eigen vocht. Gelukkig gebeurde dat ook wel, mede omdat ik het gehakt zelf gedraaid had, en geen winkelgehakt gebruikte, waar meestal door het vriendelijke vleesbedrijf nog een aardige plens water aan is toegevoegd, dat er eerst uit moet. Nu bakt het vlees meteen, en vooral de geur van de ossenstaart viel op. Een krachtige, eigen geur, en ik snapte ook meteen waarom Heston dit gebruikt: het geeft smaak!

Hierna waren de tomaten aan de beurt. Er lagen 2 kilo tomaten op me te wachten. Deels uit de winkel (zo’n 500 gram) en deels uit eigen tuin. Klaar om gepeld, gesneden en gekookt te worden. En met 2 kilo tomaten ben je wel even zoet, natuurlijk. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de volgende keer gewoon gepelde tomaten uit blik zou gebruiken. Net zo lekker, alleen in een paar seconden klaar, en niet in een uur of zo.
 
Maar goed, eenmaal gepeld, en ontdaan van de zaadlijsten, worden de tomaten opgezet, met allerlei kruiden, (knoflook, laurier, koriander, tijm, kruidnagel) en andere toevoegingen (vissaus, tabasco, ketchup en wijnazijn). En dan mag dat sudderen. Uurtje of 2 minimaal. Zodat de tomaten helemaal stukgekookt zijn, en de smaak goed is doortrokken van de kruiden.

En dan is het een kwestie van combineren van de onderdelen: de ui, het vlees, en de tomatensaus. Alleen is die in deze fase nog wel erg nat, en moet de saus nog opgebakken en ingekookt worden. Nóg meer wachten dus.

Ik begon om 10:30 die ochtend met de uien, en aan het einde van het recept, moest ik toch nog mijn best doen, om om 18:30 een bord pasta met saus op tafel te zetten. En dan kan Heston wel zeggen "Makkelijk te maken, eenmaal op het vuur heb je er geen omkijken meer naar", maar dat ben ik dan toch niet helemaal met hem eens. Want in de tijd dat de ui moet carameliseren moet je de soffrito voorsnijden. En als die aan het bakken is, ben je bezig met het vlees, en als dat dan weer in een hete pan ligt, moeten de tomaten gepeld worden, en dan combineren en weer inkoken.
 
Echt, mijn vrouw heeft die dag volgens mij een paar keer gedacht dat er bij mij een steekje los zit, om dit soort fratsen uit te halen.
 
Maar goed, dat bord pasta met saus stond dus uiteindelijk op tafel. Om naast deze saus ook nog zelf verse pasta te draaien, is helaas niet gelukt. Dus gebruikte ik gedroogde, kant&klare. Geen spaghetti uiteraard, want dat is volgens de Italianen ‘not done’. Nee, ik nam gewoon een lekkere, geinige pasta van De Cecco, die we nog hadden staan.
 
En het eindoordeel van de jury? Een volle, zoete smaak, waarbij de ossenstaart erg lekker was, de steranijs een frisse component leverde, de vissaus als zodanig niet te proeven is, maar ook een saus waar erg veel werk in gaat zitten, maar die naar mijn bescheiden mening meer tijd en moeite kost, dan het resultaat waard is. Maar dat neemt niet weg dat ik het erg leuk vond om te maken, de saus erg lekker vond, en een oud voornemen hiermee ook heb ingelost: de bolognese saus van Heston heb ik toch maar mooi gemaakt.
 
Het recept als zodanig is erg lang. Je kunt het origineel hier vinden. Wel in het engels, maar dat zal denk ik niet voor veel problemen zorgen. Een verslag van een andere ‘kookgek’ vind je op het bijzonder leuke blog van Kok Robin (ook bekend van de uiterst handige Tokowijzer!).



Jul
30
Opgeslagen als groente en fruit, hoofdgerecht, oven, recepten 2009, vlees door Mark op 30 juli 2009
Courgettes. Ik schreef er de vorige keer ook al over.
 
Nou, we krijgen ze haast niet weg, zo hard groeien die dingen!
 
Één plant staat er in de border. Ééntje maar. En die produceert aan de lopende band courgettes. Natuurlijk is dat positief. Immers: biologisch, onbespoten, bijna voor niets en supervers. Dus je hoort me ook niet echt klagen. Het is meer een vorm van verbazing. Je leest het namelijk overal wel: een courgetteplant levert meer dan je kunt eten, maar om daadwerkelijk in de praktijk te zien hoe snel die vruchten groeien is wel bijzonder.
 
Laat ik het zó zeggen: die anderhalve euro die de zaden gekost hebben, zijn er inmiddels wel uit.
 
Ruim.
 
Gisteren nog: 4 stuks afgesneden. En dat terwijl er in de keuken ook nog 1-tje lag, en over een paar dagen er weer 2 ‘rijp’ zijn.
 
En als ik dan zie hoeveel tomaten op het punt staan rijp te worden, kunnen we concluderen dat we of te enthousiast zijn geweest met het planten en kweken van verschillende dingen, of dat het normaal is dat je op een gegeven moment een overschot van een bepaald soort groente of vrucht hebt.
 
Alleen die aarbeien. Dat wil nog niet echt. Op het kaartje bij de plant stond de wervelende tekst "Geniet de hele zomer van verse aardbeien!". Nu is de zomer nog niet voorbij, maar ik heb nog geen aardbei gezien. Maar eerlijk is eerlijk: de eerste vruchten vormen zich al, en ik verwacht binnen een paar weken toch wel de eerste 6 te kunnen plukken!
 
Maar courgette dus. 
 
We aten gisteren dus courgette. Niet op de pizza, zoals Maaike in een van de commentaren op het vorige bericht suggereerde (alhoewel dat ook een erg lekker idee is!), maar gevuld, uit de oven.
 
Maar ja, waar vul je een courgette eigenlijk mee? Ik dook de voorraad- en koelkast eens in, en plukte van alles wat me lekker leek, links en rechts bij elkaar. Gehakt, paprika, champignon, uitje en kaas. Wat paprikapoeder. Gemalen komijnzaad. En ik sneed wat tomaten in stukjes.
 
Ja, en dan is het gewoon een kwestie van alles bij elkaar in de pan. Beetje bakken. Beetje roeren. Beetje proeven. Oven aan, en de gevulde courgettes een minuut of 20 in de hete lucht.
 
Eigenlijk heel simpel.
 
Maar wel lekker!
 
Ingrediënten
  • 2 courgettes
  • 300 gram rundergehakt
  • 1 uitje
  • 1 rode paprika
  • 4 tros-tomaatjes
  • geraspte kaas
  • paprikapoeder
  • gemalen komijnzaad (djin-ten)
  • olijfolie
  • peper&zout
Bereiding
 
Leg de courgette plat op het werkblad, en snij over de gehele lengte een kapje eraf. Snij het kapje in kleine stukjes, en bewaar voor later. Hol de courgette uit, met een theelepel.  Verwam de oven voor op 200 graden.
 
Snipper een uitje, en snij de paprika in kleine blokjes. Was de tomaten en snij ook deze in kleine stukken. Doe dan wat olijfolie in een pan, gehakt en uitje erbij, en bakken, tot het gehakt mooi bruin is. Paprika erbij, en de tomaten. Op smaak brengen met peper, zout, paprikapoeder en komijnzaad. 5 minuten voor het einde de blokjes courgette erbij. Voeg op het einde wat geraspte kaas erbij, en roer goed door.
 
Sprenkel wat olijfolie in een ovenschaal. Leg de courgettes in de schaal, en strooi wat zout erover. Vul de courgettes dan met het gehakt/groente mengsel. Strooi nog wat geraspte kaas erover, en bak dit ongeveer 20 minuten in de hete oven.
 
Lekker, met bijvoorbeeld risotto.


Jun
18
Opgeslagen als nagerecht, recepten 2009 door Mark op 18 juni 2009

Tijdje terug was er een hele reeks reclames op de radio te horen. Het bedrijf voerde een kleine nuancering door van zijn naam. Niet dat het er beter op werd, maar blijkbaar was de oude naam ook niet goed.

Achteraf is het vanuit taal-technisch oogpunt wel te verklaren. Maar als ik eerlijk ben: die nieuwe naam klinkt toch voor geen meter?

Utker…

Ja, akkoord. Omdat er vroeger heel veel toetsenborden en typemachines waren, die geen ‘ö‘ ondersteunden, hadden ze in Duitsland bedacht, dat "oe" dan een alternatief was. Dat zou dan gelezen moeten worden als die o-met-umlaut. En voor de befaamde Ringel-S (’ß’) konden we 2 s-sen gebruiken.

En dus ging de merknaam met Oe op de verpakking. En iedereen snapte dat.

Tot zover natuurlijk geen probleem.

Todat Herr Doctor besloot het ook buiten zijn landsgrenzen te zoeken, en zo ook in Nederland terechtkwam. Waar we nog niet op de hoogte waren van die afspraken rondom de umlaut cs. En dus verbasterde de gemiddelde Nederlander zijn naam. En spraken we gewoon met een ‘oe’, in plaats van een ö.

Dr. Oetker dus.

Lekker nuchter, op zijn Hollandsch, uitgesproken. Sinds 1917, getuige de website (die nog wel lekker de oude spelling gebruikt.. ).

En plots is daar het besef dat we het al 90 jaar niet goed uitspreken, en vind de fabrikant dat dat maar eens rechtgezet moet worden. Alleen is het dan wel jammer dat dat niet echt een verbetering oplevert….

Utker…

Aan de andere kant: wie herinnert zich nog Jif, Smith’s en Raider?

Het zal dus slechts een kwestie van een paar jaren zijn, vele euro’s marketing-budget, en een generatie ouderen, alvorens we niet beter weten. En Oetker iets uit de oude doos is geworden. Iets van vroeger.

Maar goed, die dokter dus, die heeft, naast de pizza’s en bakproducten, ook kartonnen dozen, met bouwblokken voor een kwarktaart. Slechts boter, kwark en wat verse vruchten zijn nog nodig, om er een feestelijk iets van te maken.

Maar stiekem hebben we de dokter helemaal niet nodig! We kunnen het prima zelf!

Het recept van deze kwarktaart is voor een deel afkomstig van Frank, wiens website helaas sinds 6 maanden weinig teken van leven vertoont. Hij postte een eerste versie hiervan, die ik namaakte, en in 2e instantie ook wat aangepast heb. Het resultaat van die tweaks stata hieronder. Voor de zekerheid, want ik heb geen idee of de site van Frank nog lang in de lucht blijft. En het zou zonde zijn, als dit recept verloren gaat, want het is echt goed.

Maak het wel een dag tevoren, dan is de smaak van de kwark nog lekkerder!

Ingredienten

  • 500 gram kwark
  • 2,5 dl slagroom
  • 2 dl melk
  • 125 gram harde boter
  • 150 gram biscuitjes
  • 125 gram suiker
  • 8 blaadjes gelatine
  • 2 zakjes vanillesuiker

Smaakje:

  • 2 eetlepels citroensap
  • 2 eetlepels (versgeperst) sinaasappelsap
  • rasp van een halve citroen
  • rasp van een hele sinaasappel
  • 1 sinaasappel geschild en in kleine stukjes voor door de kwark.

Bereiding

Smelt de boter in de pan en doe hier verkruimelde biscuitjes met een zakje vanillesuiker bij. Roer dit even door en druk dit in een met bakpapier bekleede springvorm van 24cm doorsnede.

Zet de springvorm een half uurtje  in de koelkast om de bodem hard te laten worden.
Week de blaadjes gelatine in water en klop intussen de slagroom stijf met de overige vanillesuiker.

Verwarm de melk op het vuur tot net voor het kookpunt en los hierin de gelatine en suiker op. Als dit licht is afgekoeld kun je de slagroom, kwark en melk door elkaar scheppen.

Naar smaak kun je hier nog (verse) vruchten aan toevoegen.

Giet het mengsel op de bodem, en laat minstens 2 uur, of liever een hele nacht, in de koelkast stijf worden.

Als de kwarktaart stijf is, kun je hem eventueel nog garneren met verse vruchten, slagroom, gesmolten chocolade, etc..



Jun
08
Opgeslagen als hoofdgerecht, pizza, recepten 2009 door Mark op 8 juni 2009

Het wordt zomer. Zo veel is zeker. En dat kun je ook merken. De zon schijnt weer wat vaker. De temperatuur stijgt. En de mensen om je heen worden op de een of andere manier ook weer wat vriendelijker. Ik zie althans weer wat vaker een glimlach links en rechts. En dat maakt je zelf ook weer wat opgewekter.

Maar zomer betekent ook dat er weer wat dingen in en om het huis gedaan moeten worden. Wat onderhoud. Beetje herstelwerkzaamheden. En wat nieuwbouw. Kortom: nothing new on the Western front, en een beetje standaard-gebeuren voor een huis-eigenaar.

Dus na het schoonmaken van de dakgoten, het snoeien van de heg, het storten van beton voor de fundering(*) van de nog te bouwen terrasoverkapping, pizza’s bakken, verrotte balk vervangen en nog wat van die dingen, kijken we terug op een geslaagd weekend.

Veel gedaan, druk, maar toch leuk…

Wacht: pizza’s bakken?

Ja, want er moet uiteraard ook gegeten worden, tussen de middag. En dan kun je natuurlijk heel Hollands een boterham pakken, met een plakje worst en een tomaatje. Of wat kaas. Misschien spring je wel uit de band, en rooster je dat broodje wel.

Maar, zoals mijn vrouw ooit opmerkte: een tosti is ook gewoon een broodje ham/kaas, waarom dan niet een pizza?

Is gewoon een broodje kaas met tomaat. Maar dan warm. En knapperig. En wél lekker!

Dus stond aan het eind van de ochtend de Kitchenaid te kneden, en even later een bak deeg te rijzen. Geen grote hoeveelheden, maar genoeg voor 4 pizza’s. Als lunch.

En terwijl de kinderen zich uitleefden op de schommel en de glijbaan die we in de tuin hebben staan, en tussendoor hun best deden om zoveel mogelijk zand náást de zandbak te deponeren, begon ik pizza te bakken. En ineens klonk het vanuit de tuin "Het ruikt alsof ik op vakantie ben!". De geuren vanuit de keuken hadden de neus van mijn vrouw bereikt, en het was ook de kinderen niet helemaal ontgaan dat we vandaag niet gewoon "een broodje" eten, maar iets anders. Leuker. Lekkerder.

Gewoon simpele pizza’s waren het. Beetje deeg tot schijf gevormd. Tomatensaus erover. Wat kaas. En wat schijfjes tomaat. Beetje oregano om het af te maken. En een paar minuten later hadden we een mediterraanse lunch. Heerlijk, zo, op een zonnige, geslaagde zondag-middag! Het is dat er nog geklust moest worden, anders had een wijntje erbij, er vast ook wel ingegaan…

Maar omdat een pizza Margherita nu niet echt lastig is, en ook amper een recept nodig heeft, daarom een wat luxere, uitgebreidere pizza. Met biefstuk. Is weer eens wat anders, nietwaar?

(*)Voor wat betreft die fundering: dat klinkt groter dan het feitelijk is. Men neme 75 kilo beton-mortel, 3 bouwemmers en 7,5 liter water. Mortel met water mengen, goed mixen, en dan de emmers vullen. Hier komen straks 3 palen op te staan. Maar ach, "fundering"  staat wel stoerder…

Ingredienten

  • 175 gram pizzadeeg
  • tomatensaus
  • ontbijtspek
  • ui
  • champignon in partjes
  • 1 biefstuk
  • geraspte kaas
  • potje kappertjes

Bereiding

Snij de biefstuk in repen van ca. 5 mm dik. Marineer de biefstuk een half uurtje tot een uur, met wat zout, peper, kappertjes, en wat inmaakvloeistof van de kappertjes (een paar theelepels).

Beleg de bodem achtereenvolgens met tomatenbasissaus, geraspte kaas, enkele plakken ontbijtspek en ui. Verdeel dan de biefstuk en de champignons erover, en strooi er nog wat kappertjes, geraspte kaas, en oregano over.

Afbakken in een hete oven, tot de rand mooi bruin is.



Jun
02
Opgeslagen als groente en fruit, recepten 2009, voorgerecht door Mark op 2 juni 2009

Hoe je het went of keert: er hangt toch een zweem van wiet, vrije liefde, kleurige kleding, lange haren en vooral een alternatieve levensstijl aan. Iets dat in jaren-zeventig jargon biologies-dynamies werd genoemd. Waarbij ik dan ook maar meteen de spellingswijze van weleer gebruik.

Een alternatief type, compleet met grijze baard, sandalen met grijze geitenwollensokken, een rode broek, en daarboven een tie-dye shirt, met een verlept gilet. En lang haar. Uiteraard.

Aan de andere kant past het ook weer in de huidige economische malaise tijd, waarbij het erop lijkt alsof het ene na het andere bedrijf overheidssteun nodig heeft, om te kunnen overleven… Of om de bonussen nog te kunnen uitkeren. Het is maar welke theorie u het meest waarschijnlijk acht.

Toen ik een paar dagen geleden de bijkeuken uitstapte met onze hond, en op de oprit linksaf sloeg, richting het bos, besefte ik me dat wij eigenlijk best rijk zijn. Misschien niet in de monetaire zin (hoewel we het zeker niet slecht hebben), maar toch zeker wel in de zin van rijkdom qua wonen. We wonen in een klein dorpje in Drenthe (al geef ik toe: dat moet je wel willen), en enerzijds op 100 meter van het bos, maar ook op 100 meter van de supermarkt. De basisschool is hemelsbreed 500 meter van onze voordeur, en er ligt een Italiaans restaurant op kruipafstand…

In de drukte van de dag, met kleine kinderen, een baan, wat hobby’s en een lijstje "things to do today" vergeet je soms even, hoe goed we het eigenlijk hebben, en hoe blij we zijn dat we dit huis een paar jaar geleden gekocht hebben. En zo stond ik dus even stil, letterlijk, terwijl onze hond elk grassprietje aan een nauwgezet forensisch onderzoek onderwierp, en keek goed rond, om de omgeving en het moment (strakblauwe lucht, zonnetje, vogeltjes die tsjirpen, dat werk..) in me op te nemen.

En toen viel mijn oog op de brandnetels in de wei. En besefte ik me dat ik er al heel vaak over gelezen had, maar nog nooit gegeten had.

Terug thuis pakte ik een emmertje, en een paar handschoenen. Ik vermeed de netels direct naast het pad bewust, gezien het grote aantal honden dat hier dagelijks langsloopt, en vond een mooi stel exemplaren in een stuk afgesloten wei. Geen honden in die wei. Geen paarden, koeien, schapen of anderszins uitwerpselproducerende dieren, maar een stukje braakliggend, door prikkeldraad omzoomd stukje grond. Mét brandnetels dus.

Ik plukte de toppen van een stuk of wat planten, en vulde de helft van het emmertje.

Thuis plukte ik de bladeren van de stengels, en deed ze in een vergiet. Een tip: huishoudhandschoenen! Even afspoelen, en klaar voor gebruik. Ik liep de tuin in, en plukte ook wat salie en peterselie. Waarom weet ik niet, maar het leek me wel een goede combinatie met de brandnetel.

Water aan de kook, met een bouillonblokje. Brandnetelbladeren erbij, en een kwartiertje koken. Kruiden erbij, staafmixer erop, en in een kom. Beetje kaas erbij. En dan de eerste hap.

Even schoot het door mijn hoofd, dat het misschien wel één grote grap van die hippies is geweest. Dat je van brandnetels helemaal geen soep kunt maken, omdat je mond na de eerste hap in brand staat. En er ergens anders iemand helemaal in een deuk ligt, omdat er weer een sukkel in is getrapt.

Ik trotseerde mijn hersenspinsel, en nam een hap. De smaak? Groen, hartig, en heel apart. Wel lekker. Ik snap in elk geval dat mensen dit eten. Voor het geld hoef je het in elk geval niet te laten. Een dubbeltje voor het bouillonblokje. De rest komt uit de kraan, of uit de natuur. Gewoon een keertje maken, dus.

 Ingredienten

  • Een paar tuinhandschoenen
  • 125 gr brandnetelbladeren uit de toppen
  • 500 ml water
  • 1 groentebouillonblokje
  • salie
  • peterselie
  • geraspte parmezaanse kaas

Bereiding

Pluk uit de top van de brandnetels de bladeren. 125 gram lijkt niet veel, maar zijn best veel bladeren.

Spoel de bladeren goed af, in een vergiet, en controleer op ongewenst gedierte en dergelijke.

Verhit 500 ml, met het bouillon blokje, en als het kookt, voeg de brandnetel toe. 15 minuten zachtjes laten koken, op een klein vuurtje.

Voeg dan wat verse salie en peterselie toe, en maak het geheel met de staafmixer tot een fijn soepje.

Direkt serveren, met wat parmezaanse kaas.