Archief van de ‘recepten 2008’ categorie

Jan
29
Opgeslagen als oven, recepten 2008 door Mark op 29 januari 2008

Nu we dus een hulp in de huishouding hebben, is het natuurlijk ook niet meer dan logisch dat we haar ook [del]misbruiken[/del] gebruiken.

En wat is er nu lekkerder dan op zondagochtend een heerlijk vers gebakken sneetje brood, met daarop wat boter (die dan ook een beetje smelt) en wat kaas? Of hagelslag (favoriet van mijn vrouw…)?

Voorheen had ik wel vaker de intentie om dat te maken, maar het idee dat ik dan als eerste ’s ochtends vroeg maar deeg moest gaan kneden trok me vreemd genoeg niet echt. Waarom? Gemakszucht, luiheid, of gewoon een gevoel van "dit is mijn weekend, dan ga je toch niet werken"? Wie het weet, mag het zeggen. Het kwam er dus maar bar zelden van, om het huis te laten geuren naar vers gebakken brood.

Dit keer de moeite toch maar eens genomen. ’s Ochtends bloem en gist bij elkaar, wat melk, boter en zout, en in de kom van de mixer. En dan lekker laten kneden. Af en toe heth deeg van de haak, en de bol draaien, en na een minuut of 5 een prachtig soepel, beetje plakkerige bol deeg. Van de haak gehaald, doek erover, en een half uurtje rusten. Daarna nog eens een minuut of 5 kneden, en de bol eruit gehaald. Even platgeslagen en opgerold, en in de broodvorm.

Half uurtje bakken, en zie daar: een prachtig gerezen, heerlijk geurend brood!

Nu had ik uit een boekje de tip gehaald, dat als je een papje maakt van water, bloem en suiker, en dat over het brood smeert, dat dat een tijgerbrood oplevert. Niet helemaal gelukt, zoals duidelijk moge zijn! Maar dat maakte de smaak van het brood er niet minder om, gelukkig.

Ingrediënten

  • 500 gr patentbloem
  • 325 ml water
  • 1 zakje gist
  • 8 gr witte basterdsuiker
  • 20 gr boter of margarine
  • 10 gr zout
  • 2 vitamine C tabletjes

Bereiding
Los het zout op in het water. Maak de vitamine tabletjes klein, met behulp van een lepeltje of zo. Meng het poeder samen met de suiker en gist met de bloem. Snijd er de boter door. Goed mengen. In het geval van een mixer: alles in de bak, en een minuut of 3-4 laten kneden. Met de hand: doe de bloem op het werkblad in een bergje. Maak een kuiltje en giet het zoutwater erbij. Voorzichtig mengen, en kneden tot je een mooi soepel deeg hebt. Ik denk dat een minuut of 10 wel genoeg moet zijn.

Dan: deeg in de kom, en een theedoek erover. Half uurtje tot een uurtje laten rusten, Na een half uurtje het deeg nogmaals 5 minuten doorkneden, en er een platte lap van maken. Die rol je op, en leg met de naad naar beneden op de bakplaat, of in de bakvorm.

30 minuten op 180 graden zou een gaar brood moeten opleveren. Voor een wat zachtere korst, strijk je er 5 minuten voor het einde wat water op.

Een knappperige korst kan ook. Zet daartoe een (ovenvast!) schaaltje kokend water onderin de oven. De stoom zal de korst knapperig maken. Je kunt ook het brood op een rooster bakken (in de vorm dan wel), en de bakplaat op de bodem van de oven leggen, en mee op laten warmen. Nadat je het brood erin hebt gedaan, giet je een klein kopje heet water in de plaat. Let op: dit gaat stomen en is heel heet! Laat in dit geval ook de oven voorverwarmen op 210 graden, en zet hem op 180 als het brood erin zit (vanwege het afkoelen van de oven verwarm je hem hoger voor, dan je nodig hebt!).



Jan
26
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 26 januari 2008

Zaterdag-ochtend.

Vrouw de hort op met de dochter, en papa en zoonlief zitten aan het ontbijt. Lekker, een beetje aanklooien. Straks nog even de 2,5 kuub vers haardhout die ze gisteren voor de deur hebben gestort naar achteren brengen (zo’n fijn klusje… maar ja, je wilt er ook in 2008 warm bij zitten..) en dan maar zien.

Ik besef me ineens dat ik geen idee heb wat we gaan eten vanavond. We hebben het er volgens mij wel even over gehad, maar kan me niet meer voor de geest halen wat de uitkomst dan wel was.

Koelkast open. Geen vlees. Geen groente. Hmm… Hebben we dan gewoon nog niet in huis, en hebben we het enkel gehad over wat we zouden kúnnen eten van de week?

Hé, wel nog een halve fles Merlot, van 2 dagen terug. Tja, ik weet niet of die nog wel opgaat vanavond. Weggooien is ook zonde. Een lekker runderstoofpotje. Is dat niet wat?

Dus, hup Christan in de kinderwagen, plastic tas mee, en op naar de super.

Vlees gehaald (was in de aanbieding; kwam dus ook mooi uit!), en wat sla, rijst, en nog wat spulletjes voor het eten van morgen. Worteltjes, sinaasappelsap en rösti. Voor bij de vis van morgen. Maar dat is een post op zich. Komt nog wel…

Even langs de lokale Marskramer. Misschien nog een leuk kook-gadget. Helaas. De Prijsmepper dan? Ook niets. Alhoewel die ijsmaker iedere keer mijn naam roept als ik die zaak binnenloop. Alleen denk ik dat hij na 2 keer gebruiken in de kast beland. Ik eet te weinig ijs om die aanschaf te rechtvaardigen…

Thuis eerst maar eens de hond nog even uitgelaten. Christan een boterhammetje met worst, en mezelf een lekker Kaiserbroodje met lekker dikke plakken Edammer uit mijn kerstpakket. Hmm, moet zeggen. Niet verkeerd. Eigenlijk gewoon erg lekker!

Karin belt dat ze met een kwartiertje thuis is.

Kunst is natuurlijk nu, om het stoofpotje op het vuur te hebben als ze thuis komt. Dan ruikt het huis meteen al een beetje naar eten. Altijd een goede binnenkomer.

Aan de slag! Vlees gesneden. Spek en ui in de bakpan. Dat in de braadpan. Vlees in de bakpan aanbraden en erbij ni de braadpan. Wijn erover. Eraan denken dat ik de volgende keer de tip van Karin opvolg, en de wijn warm maak. schrikt het vlees niet zo. Wordt het ook minder taai… Bouillon en kruiderij erbij. Pff… dat staat te pruttelen.

Op dat moment gaat de achterdeur open… Ze zijn thuis..

Uiteindelijk stond het vanaf 15:00 of zo op het vuur, en aten we om 18:00. Drie uur sudderen/stoven leverde een heerlijke, volle, zachte smaak.

Zie je wel dat lekker niet duur hoeft te zijn!

Ingrediënten

  • 750 gram stoofvlees
  • 250 gram champignons
  • 200 gram gerookt spekblokjes
  • klein potje zilveruitjes
  • 250 cc rode wijn
  • 100 cc runderbouillon
  • 2 laurierblaadjes
  • 2 teentjes knoflook
  • thijm
  • 3 eetlepels maïzena of allesbinder
  • boter&olijfolie
  • peper&zout

Bereiding
Verhit boter en olie in een pan. Bak hierin het spek en de uitjes aan. Doe ze in een braadpan. Snij het vlees in stukken van 1,5 bij 1,5 cm. Bak het vlees in de pan waarin je het spek en de uitjes hebt gebakken lekker bruin. Doe bij het spek en de uien. Maak de pan nog niet schoon; die is nog nodig voor de champignons.

Verhit de wijn in een pannetje, en voeg dit bij het vlees. Voeg ook de bouillon toe. Voeg 2 laurierblaadjes en een snuf thijm toe. Snipper de knoflook, en voeg dit toe.

Laat alles op een zacht vuurtje 1,5 tot 2 uur (of langer) stoven.

Een half uurtje voor het opdienen bak je de champignons mooi bruin, in de bakpan. Voeg deze toe aan het vlees. Maak de maizena aan met wat water. Vis de laurierblaadjes uit de pan, en voeg het maizena-papje toe, om het geheel te binden. Laat nog even doorkoken, om mooi te binden. Mocht het te droog zijn, kun je nog een klein(!) beetje bouillon of heet water erbij doen.

Lekker met rijst en een frisse salade!



Jan
21
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 21 januari 2008

Een stilte was er gevallen in de kamer.

Geen ongemakkelijk stilte, maar het was even kalm en rustig.

Een goed teken?

Monden die eten, praten niet. Toch?

Voor de zekerheid even gevraagd, maar mijn zorgen waren onterecht: het was lékker!

Poeh, pak van mijn hart! Het was even aanpoten, om alles voor te bereiden, en te maken, zoals ik het in mijn hoofd had, maar uiteindelijk was het toch allemaal gelukt, en ook nog alles om 18:00 op tafel. Dat laatste was min of meer wel nodig, omdat er een 7-tal kinderen waren, variërend van 7 maanden (ongeveer…) tot 7 jaar, en van alles er tussen in. En ja, dan moet je niet te laat willen eten, en ook vooral niet te lang doortafelen.

De aftrap was op zaterdag middag. Mijn vrouw had mijn dochter even meegenomen om nog wat boodschapjes te doen, en ik had mijn zoon in bed gelegd, voor zijn middagslaapje. Ik heb daarna van 1,5 kilo gehakt, verdeeld in 2-en, een portie Hollandse gehaktballetjes (heel eenvoudig, met een uitje, gehaktkruiden, brood, ei en peper&zout), en Italiaanse balletjes gedraaid. 2 Braadsleden op het fornuis, wat vet erin, en bakken maar.

’s Avonds gingen mijn vrouw en ik samen aan de slag. Mijn vrouw met een Monchou taart (recept volgt nog), en ik met het nagerecht voor de dag erop. Dat moest namelijk 24 uur vantevoren, vond de auteur. Ofwel: ei-dooier met mascarpone mengen, ei-wit kloppen, en de savoiardi met koffie in de schaal. Vla erover, en klaar. Dat zag er erg lekker uit!

De zondag zijn we rustig begonnen. Koffie, boterhammetje, en even wandelen met de hond. Tegen de middag begonnen met de rest. Een lekkere salade gemaakt, van tomaten, ei en ui, en een huzaren-salade. Lekker retro opgemaakt. Beetje jaren zeventig stijl zeg maar. En varkenshaas gebakken.

Ik maakte varkenshaas met appeltjes, in een créme fràiche saus, en varkenshaas in champignon-roomsaus. Het eerste is lekker, en weer eens wat anders, en de laatste wilde ik graag maken, omdat iedereen dat wel lust. Het staat niet voor niets al jaren op de favorietenlijst bij de Van der Valk (voor zover dat tot aanbeveling strijkt…), en je wilt toch dat je gasten lekker eten.

Maar goed, champignon roomsaus had ik nog niet eerder gemaakt, en ik wilde daar ook geen pakje voor gebruiken. Dus eerst maar eens research gedaan, hoe je zoiets maakt. Blijkt heel makkelijk te zijn. Een kind kan de was doen. Je vraagt je soms af waarom je sommige dingen niet eerder ontdekt… Vlees aanbraden, uit de pan nemen. Bouillon in de pan, room erbij, en de (in een apart pannetje gebakken) champignons erbij. Even laten pruttelen, peper, zout, en klaar! En lekker!
En omdat ik mijn nieuwste aanwinst (waarover later deze week meer..) ook even wilde inwijden, ook nog wat broodjes gebakken voor erbij.

Om 17:30 was het daarna enkel nog een kwestie van alles uit de kelder halen, en weer opwarmen. Balletjes met satésaus en tomatensaus, varkenshaas, aardappelkroketjes, brood, salade, en voor de kinderen knakworstenbroodjes (heel eenvoudig: een knakworstje in een half velletje bladerdeeg gewikkeld en afgebakken).

En dat resulteerde dus in een relatief rustige woonkamer, want iedereen zat lekker te eten. De gehaktballetjes hadden wat meer kruiden mogen hebben, en de broodjes waren wat hard geworden aan de buitenkant, maar dat is dan iets wat ik mee neem naar een volgende keer. Al met al was ik achteraf erg tevreden, en moe maar voldaan. En veel te veel gegeten. Ik had er ’s avonds laat nóg last van. Maar wie zich brand…

Overigens: het nagerecht was de tiramisu van Gerrit Jan Groothedde. Een echte aanrader! Mijn schoonmoeder hoefde niet (maar at na een hapje, de rest van haar portie toch maar op), een goede vriend nam nog een tweede stukje, en mijn zwager houd niet zo van chocolade, maar ook daar restten enkel nog wat kruimeltjes op het bordje. Ik denk dat dit inderdaad een van de lekkerste tiramisus (?) is geweest die ik ooit heb gehad. Dank dus voor dit recept!

Ik ga het recept hier overigens niet herhalen. Volg gewoon de link, en daar staat alles wat je nodig hebt. Wel krijg je nog het recept van de varkenshaas in champignon/roomsaus:

Ingredienten

  • 1 varkenshaas (ca. 300 gr)
  • 250 ml runderbouillon
  • 250 ml slagroom
  • 250 gram champignons
  • boter
  • peper&zout
  • eventueel bloem of allesbinder

Bereiding
Strooi peper en zout over de varkenshaas. Smelt boter in een pan met dikke bodem, en bak hierin de varkenshaas aan alle kanten mooi bruin. Geef het een minuut of 8. Leg de varkenshaas even te rusten.

Blus de pan met de bouillon, en schraap met een houten spatel de aanbaksels los van de bodem. Doe er de room bij, en laat even rustig pruttelen. Breng op smaak met zout en peper. Laat de saus met ongeveer 1/3e inkoken, of laat 5 minuutjes koken en bind de saus met wat bloem, of allesbinder.

Maak de champignons schoom met een borsteltje of keukenpapier, en snij ze in partjes of schijfjes. Bak in een andere pan de champignons, met wat peper en zout, en doe ze bij de roomsaus.

Snijd de varkenshaas in plakken, en leg in de saus. Laat nog 2 minuten meewarmen.

lekker met aardappelkroketjes!



Jan
16
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 16 januari 2008

Minstens 1 nacht vorst moet er zijn geweest. Dan is het pas écht lekker. Niet omdat boerenkool en vrieskou bij elkaar horen of zo, maar gewoon omdat boerenkool die op het land staat, lekkerder is, als het een nachtje stevig koud is geweest. Minder hard, lekkerder gaar, en gewoon beter van smaak.

Er zijn mensen(*) die een zak gesneden boerenkool kopen, en dan een nachtje in de vriezer leggen, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde…

Het is ook iets dat veel herinneringen met zich meedraagt. Aan mijn eigen jeugd. Aan de tijd dat ik nog verkering had met het meisje dat inmiddels mijn vrouw is. Aan sneeuw. Aan braadworst. Gehaktbal. Jus. Ik heb er meteen alweer zin in, als ik dit zo op schrijf.

Wat me ook is bijgebleven, is het verschil tussen het gezin van mijn ouders, en dat van mijn schoonouders.

Ik kom uit een Limburgs gezin, waar financieel eigenlijk geen zorgen waren. Alles was er altijd, en dan ook nog in ruime hoeveelheden. Als je er middenin it, valt dat niet zo op, maar terugkijkend kan ik begrijpen dat dat soms bij andere mensen wel eens fronsende wenkbrauwen opleverde. Verstand komt met de jaren? Of pas als je het zelf moet betalen? Het besef is er in ieder geval.

Flinke vleeseters waren we ook.

Ik weet nog dat mijn moeder ooit thuiskwam van de slager, en dat ze daar een ‘Hollander’ had gezien. Een ‘Hollander’ is in Limburg een Nederlanders van boven de rivieren. Of liever: iedereen die geen Limburgs spreekt. Die Hollander dus bestelde bij de slager 400 gram gehakt, en vroeg of dat genoeg was voor 4 personen. Mijn moeder moest even lachen, want in haar huishouden ging er toch al gauw 250 gram gehakt per persoon door. Nu moet ik daar wel bij zeggen dat je dan ook praat over 2 opgroeiende jongens in de pubertijd, dus die zijn permanent ‘in de groei’. En mijn vader lustte het ook wel. Braadworst was een zelfde verhaal als het gehakt. Voor ons vijfen gewoon een worst van ruim een kilo. En die ging schoon op!

Had ik al gezegd dat mijn zus destijds part-time vegetarier was? Dus die at net niets van de worst.

Wat een contrast toen ik voor het eerst bij mijn schoonfamilie ging eten. Mijn schoonouders hanteerden iets andere portiegroottes. We aten die avond boerenkool met rookworst, en ik was gewend dat ik een halve rookworst plus boerenkool zou eten, en misschien nog een stukje spek.

Ik kreeg een kwart worst.

Slik.

In de jaren erna werd me duidelijk dat het niet de porties van mijn schoonouders waren, die klein waren, maar dat hetgeen ik thuis kreeg gewoon véél was. Het kostte dan ook wat moeite om over te schakelen. Ook wel een beetje noodgedwongen, omdat als je net begonnen bent in je eerste baan, je nog niet zo in de slappe was zit, als je vader, die al 20 jaar werkt…

Wat ik ook geleerd heb, is dat als je 19 bent, en elke dag 10 kilometer enkele reis op de fiets naar school gaat, en dat 5 dagen in de week volhoudt, dat je dat soort ruime porties prima kunt hebben, en dat je nog geen 70 kilo weegt. Maar dan ben je in eens 32, gestopt met roken, getrouwd, vaste baan en 2 kinderen, en vind je jezelf op de weegschaal.

92 kilo.

Tja, dat heb je ervan.

Dus toen het besluit genomen. Kleinere porties, en 3 x in de week hardlopen. En volgehouden tot op vandaag. Ik ben bijna 35 en weeg nu weer ‘gewoon’ 77 kilo, met kleinere porties, en een prima conditie. En dat bevalt uitstekend!

En boerenkool? Ja, dat smaakt nog steeds prima, mét rookworst en spekjes! Alleen niet meer zoveel als vroeger!

(* Namen zijn bekend bij de redactie, echter om privacy redenen niet bekend gemaakt…)

Ingrediënten

  • 1 kilo kruimige aardappel
  • 400 gram gesneden boerenkool
  • 1 gelderse rookworst, van 275 gram
  • 300 gram speklapjes
  • 15 gram boter
  • 1 pakje jus
  • water
  • zout

Bereiding
Schil de aardappelen, en scnijd ze in gelijke groottes. Doe ze in een flinke pan, een flinke laag water erover. Strooi zout erover. Doe de boerenkool erboven op, en breng aan de kook, met een deksel op de pan. Als het kookt, leg je de rookworst (zonder eventuele plastic verpakking) op de boerenkool. Op die manier trekt smaak en rook van de worst ook wat in de boerenkool. Dit moet ongeveer een half uurtje koken.

Strooi ruim zout in een droge koekenpan. Snij de speklapjes in stukken van 2,5 bij 2,5 centimeter, en leg in de pan. Laat uitbakken, tot de spekjes naar smaak zijn.

Maak de jus, volgens de verpakking, en serveer alles, eventueel met wat zilveruitjes of kleine zoet/zure augurkjes.

Geen verse jus? Nee, want jus maken van spekvet vind ik niet zo lekker, en verder wordt er niets gebakken, en kun je dus nergens jus van maken. En om nu enkel voor de jus een stuk vlees te bakken?



Jan
14
Opgeslagen als oven, pizza, recepten 2008 door Mark op 14 januari 2008

Lekker fokatsja gegeten!” klonk het door de telefoon.

Eva wilde even aan papa laten weten dat ze lekker aan het eten was.

Papa had namelijk gisteren pizza’s gebakken, en van het laatste bolletje deeg (want: iedereen zat al vol) een focaccia gebakken.

Bleek goed in de smaak te vallen, blijkens de reacties. Mijn vrouw beloofde een stukje over te laten, zodat ik het zelf ook nog kon proeven. ’s Avonds, als voorafje van de stampport rauwe andijvie, kreeg ik het laatste stukje. En verdraaid, dat was inderdaad goed gelukt zeg!

En eigenlijk heel makkelijk te maken. Ik had een portie van 175 gram deeg gepakt; deeg dat normaal niet gebruikt zou worden, omdat de magen reeds gevuld waren. Hiervan een platte schijf gemaakt. Niet zo plat als de pizza (2 - 3 mm), maar iets dikker. Zeg tussen een halve en hele centimeter dik. We hadden nog lekkere gekruide olijven staan, dus daarvan een stuk of wat in 2-en gesneden. Van een pizza had ik nog wat tomaat in repen gesneden over, en bestrooid met zout, olie, knoflook, en wat oregano. Olijf en tomaat in het deeg gedrukt, en er wat olijfolie overheen gesprenkeld. Een klein teentje knoflook gesnipperd (niet geperst!), en samen met wat gedroogde oregano en basilium erover verdeeld. Bakken in de pizza oven, tot de zijkant en onderkant lichtbruin zijn, en de focaccia gaar is.

Aangezien er bij de eters geen trek meer was, de focaccia in alu-folie verpakt, en in de koelkast gelegd. Misschien nog voor ’s avonds, en anders voor de lunch de dag erna. Maar ja, die dag erna was wel een maandag, dus papa zat gewoon in de kantine bedrijfsrestaurant zijn bammetjes te kanen die middag. En toen dus dat telefoontje. Bijdehandje!

Overigens had ze gisteren ook nog een lekkere pizza gehad (in bambino-formaat uiteraard) die ze helemaal heeft opgepeuzeld: een pizza, met tomatenbasis, geraspte kaas, dan beetje ham, peer(!), mozzarella en peper. Normaal hou ik niet zo van vruchten op de pizza, maar mijn kleine meid smúlde ervan. Schoon op, en ze had het er de dag erna nóg over. Papa = trots! :-)

Ingredienten en bereiding? Tja, hoe de pizza bodems gemaakt worden hier, heb ik al eens uitgebreid beschreven, en ach, de toppings is toch gewoon wat je zelf lekker vind, nietwaar?

In ieder geval eten wij snel wéér pizza!



Jan
09
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, pasta, recepten 2008 door Mark op 9 januari 2008

Pasta als ovengerecht. Automatisch denk je dan aan lasagna. De bladeren pastadeeg afgewisseld met een rode saus, en bovenop de bechamelsaus. Klassiek Italiaans. En lekker!

Makkelijk ook. Want je kunt het maken, bijvoorbeeld een dag vantevoren, het dan in de koelkast zetten, en in de oven warm laten worden. Handig dus als je eters krijgt. Of als je voorziet dat je voor je werk een dag weinig tijd hebt.

Maar waarom zou je stoppen bij lasagne? Waarom niet een andere pasta in de ‘forno’ maken? Penne bijvoorbeeld.

Dus vandaag de spullen bij elkaar gegrist, om een ‘pasta al forno’ te maken. Gekozen voor een penne pasta. Een open pasta, met voldoende ruimte voor wat saus, en een klassieke tomaten saus gemaakt. Lekker met olijven, champignons, en paprika. Gewoon wat we in huis hadden.

Bechamelsaus gemaakt, en het valt me telkens weer op, hoe eenvoudig dat dat eigenlijk is. Voorheen gebruikten we daarvoor wel eens een pakje (schande! ;-) ). Ik had me namelijk nog nooit erin verdiept. Op advies van een collega dat toch maar eens gedaan, en wat blijk? Doodsimpel!

Voor een halve liter melk, smelt je 30 gram boter in een pannetje. Niet bruin laten worden, maar gewoon smelten. Dan 30 gram bloem erbij, en goed roeren met een garde. Je krijgt dan een soort pasta-deegje. Beetje warm laten worden, zodat de bloem gaar wordt. En weer: niet bruin laten worden, anders wordt de uiteindelijke saus ook bruin. Dan de melk erbij, en op smaak brengen met peper, zout en wat nootmuskaat. Als de melk warm wordt (wel zeer regelmatig roeren!) dan wordt de saus vanzelf dik.

Volgens Harold McGee komt dat doordat bij het verhitten van de roux (de boter/bloem) in de melk, uiteindelijk allemaal zetmeel vrijkomt, dat een binding aangaat met het vet uit de melk. Vandaar dat dit waarschijnlijk ook alleen werkt met halfvolle of volle melk. Magere melk heeft te weinig vet om dik te worden. Schijnt dat ze dit al in 1570 ontdekt hebben, ergens in Duitsland. In de 17e eeuw is het ook in Italie in bruik gekomen. Hoezo klassieke methode!

Ingredienten

  • 500 gr droge pasta, bijvoorbeeld penne
  • 300 gr rundergehakt
  • 150 gr champignons
  • 100 gr pancetta of gerookt spek
  • 3 tomaten
  • 2 uien
  • 1 rode paprika
  • 100 ml room
  • 500 ml melk
  • 1 pot sugo casa, van 450 ml
  • geraspte kaas
  • oregano, basilicum, nootmuskaat
  • peper&zout
  • olijfolie

Bereiding
Pan water op het vuur, om de pasta te koken. De pasta hoeft niet gaar te zijn; het geheel gaat nog zeker 2o minuten in de oven, en gaart dan wel helemaal.

Snijd de champignons in partjes, snipper de ui, en bak beide in een pan op wat hoger vuur, in oilijfolie. Knoflook en peper en zout erbij. Pancetta toevogen en even laten aanbruinen. Dan het gehakt erbij, en beetje laten bruinen. Hoeft niet helemaal gaar; dat komt wel in de oven.

Op het laatst de pot sugo casa erbij, lekker op smaak brengen met oregano en basilicum en even laten pruttelen. Dan de room erdoor roeren.

Intussen de tomaten ontvellen en in kleine blokjes snijden. Of een blik opentrekken. Dat kan natuurlijk ook, maar dan wel even laten uitlekken.

De bechamelsaus maken, door de boter te laten smelten, en de bloem erdoor te roeren. Even kort verhitten en de melk erbij. Zeer regelmatig roeren, want als het warm wordt dikt het in. Op smaak maken met peper, zout en wat nootmuskaat. Strooi er dan nog wat kaas door.

Ovenschaal vullen met een laag pasta, tot ongeveer de helft van de hoogt. Dan de saus erover. Stukjes tomaat verdelen erover. Bechamelsaus eroverheen gieten, en eventueel nog wat geraspte kaas erover strooien.

20-25 afbakken, in een oven van 180 graden, tot de saus mooi bruin is.



Jan
03
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 3 januari 2008

Ik bid nie veur brune bon’n!

De bekende uitspraak van Drenthse Bartje.

Ik weet natuurlijk niet hoe de moeder van Bartje haar bruine bonen maakte, maar als ze ze maakt zoals mijnn vrouw ze maakt, dan kan ik me niet voorstellen dat hij het niet lekker vindt!

Het vreemde hieraan is, dat mijn vrouw zélf vroeger ook geen bruine bonen lustte. Waarom dat precies was, weet ze zelf ook niet meer. Misschien het melige. Of het velletje dat loslaat, als je ze te lang laat koken. Of misschien wel omdat die bonen ook ‘au naturel’ werden geserveerd, naast de aardappels en de slavink. Tja, dat is natuurlijk ook weinig eetlustopwekkend.

Laten we het erop houden, dat ze inmiddels óm is, en de bonen ook lust. En als recept van vandaag helemaal! Lekker spekjes erbij, paprikaatje erdoor, en dan met gebakken krieltjes. Is toch weer eens iets anders, nietwaar?

Ingredienten

  • groot blik bruine bonen
  • 400 gr speklapjes zonder zwoerd
  • 125 gram rookspek in blokjes
  • 450 gram krieltjes
  • 4 uien
  • 1 rode paprika
  • 1 eetlepel (witte wijn) azijn
  • TexMex kruiden
  • boter
  • peper&zout

Bereiding
Snij de speklappen in stukken van ongeveer 2,5 bij 2,5 centimeter. Komt niet zo nauw. Strooi een een dun laagje zout in een pan met antiaanbaklaag, en leg hierop de de stukjes spek. Bak deze lekker uit, op een niet te hoog vuur. Af en toe omkeren.

Kook de krieltjes even kort in de magnetron (3 minuten) op vol vermogen. Smelt boter in een pan, en bak de krieltjes hierin. Ze zijn klaar als ze van buiten krokant zijn, en van binnen zacht en gaar. Dit duurt ongeveer een half uurtje, dus zet het vuur niet te hoog, anders verbranden ze. Regelmatig schudden.

Pel de uien, en snij ze in twee helften. Snijd hier halve ringen van. Smelt boter in de pan, zet het vuur niet te hoog, en bak hierin de uien zachtje bruin. Na 5 minuten voeg je een eetlepel witte wijn azijn toe. Dit maakt de uien lekker zoet. Laat 10 minuutjes zachtjes bakken, tot ze mooi lichtbruin en zacht zijn.

Maak de paprika schoon, en snij in stukken van 1 x 1 centimeter. Voeg deze bij de uien.

Verdeel het gerookte spek tussen de aardappeltjes en de uien. Voeg tevens een paar gebakken uitjes toe aan de aardappeltjes, en laat dit even meebakken. De smaak van het spek en de uitjes kan nu in de aardappeltjes trekken.

Laat intussen de bonen uitlekken, en voeg deze 5 minuten voor het eind toe aan de uien en paprika, en warm deze even door. Gaar zijn ze immers al. Stooi er wat texmex kruiden, en wat peper en zout over. Wees zuinig met zout; er zit immers ook al zout in het spek.