Archief van de ‘recepten 2008’ categorie

Aug
11
Opgeslagen als recepten 2008, voorgerecht door Mark op 11 augustus 2008

Wie ook maar een beetje het nieuws volgt zal het gevoel wel herkennen: het lijkt wel alsof je een vreemde niet meer kunt vertrouwen. Diefstal, mishandeling, of gewoon ronduit naar gedrag komt zo vaak voor, dat het haast normaal begint te lijken.

Dan ben ik soms blij dat wij in een wat minder verstedelijkt gebied wonen. Zo’n gebied met bossen, boerderijen en weilanden. Niet van die door het Kadaster uitgemeten lappen grond, maar een streek waarbij de boeren nog in overleg met de natuur hun afrastering hebben geplaatst. Weilanden die een beetje grillig lopen. Niet mooi vierkant, maar ook wel eens taps, scheef en voorzien van ruime hoeveelheden kreupelhout.

Een provincie met fietspaden tussen bermen vol met bloeiende planten. Soms fiets je hele stukken tussen de natuur, zonder ook maar een levende ziel tegen te komen.

En zo fiets je door dorpjes, waar nog een sfeer hangt van ons kent ons, en waar mensen nog gewoon ‘Moi‘, de Drentse variant van ‘Hoi’, tegen elkaar zeggen.

Onze kinderen zijn gek op fietsen. Nou ja, papa en mama doen het feitelijke fietswerk, en zoon- en dochterlief zitten wel lekker achterop, in het kinderzitje. Afgelopen zaterdag was ook zo’n dag. Mooi weer en droog. Mijn vrouw had het avondeten al klaargemaakt. Een eigen variant op Pilov (of is het Pilav?). Zal eraan denken dat recept ook eens te plaatsen.

We hadden dus een uurtje over. Kindertjes de jas aan, en de fietsen gepakt. Niet echt een doel voor ogen, enkel een globaal idee van richting. We hadden ons voorgenomen een kilometer of 20 te gaan fietsen. Een uurtje dus.

We waren zo ongeveer halverwege de geplande afstand. We fietsten door Veenhuizen. Een bijzonder dorp, en daarmee overdrijf ik niet. "De imposante woningen langs de Veenhuizer vaart, op de gevel voorzien van stichtelijke spreuken als ‘Werk en Bid’ en ‘Huis en Haard’." Je kunt merken dat dit niet gewoon een dorp is, maar dat er een verhaal achter zit.

We fietsten langs de vaart, langs de gevangenis en het gevangenismuseum, ondertussen vooral opletten op de ANWB-paddestoelen, die ons de route naar huis vertelden.

Ergens langs deze route, ik meen nog nét in Veenhuizen, stond een kraampje in de tuin van een boerderij. Een marktstalletje, zeg maar. Met houten kratten, en vazen. Bloemen, aardappels en groenten. Jampotje met wisselgeld erbij, en de koopwaar voorzien van een naam- en bijbehorende prijskaartje.

Er lagen ook patissons, courgettes, en groene en savooiekool. Maar we hadden maar een paar euro meegenomen van huis, en werden dus budgettair beperkt in onze keuze. We namen een paar kilo onbespoten en biologisch bemestte aardappelen mee, en een pompoen.

Ik had nog nooit pompoensoep gehad, en was eigenlijk wel nieuwsgierig. Traditioneel gezien misschien meer een herfstgerecht, maar afgelopen zondag vond ik ondanks dat het zomer is, behoorlijk herfstig. En we hadden alles in huis, en de créme fraiche moest toch op. Waarom niet, dus?

Uiteindelijk een lekkere soep gegeten. Bijzonder van smaak, met een beetje zanderige structuur. De scherpte van het pepertje was precies goed. Gebruik ook geen room bij deze soep, maar créme fraiche, om te voorkomen dat het een wel heel rijke soep wordt.

Ingredienten

  • 1 pompoen
  • 125 ml créme fraiche
  • 200 ml melk
  • 200 ml water
  • 1 runderbouillon blokje
  • 1 klein gedroogd pepertje
  • 2 theelepels (gemalen) komijnzaad
  • 1/2e theelepel paprikapoeder
  • 1/2e theelepel gerookt paprikapoeder
  • olijfolie
  • zout

Bereiding
Snij de pompoen in stukken, en verwijder de draden en pitten. Eventuele slechte plekken kun je het beste nu direct wegsnijden. De schil mag blijven zitten. Doe de stukken in een kom, met een flinke scheut olie. Maal met een vijzel het komijnzaad, de paprikapoeder en het pepertje, met wat zout, fijn. Strooi dit over de pompoenstukken en zorg dat de stukken bedekt worden met de olie en de kruiden.

Op een platte ovenschaal, ongeveer 45 minuten in een oven op 200 graden, tot de stukken zacht zijn, met een bruin randje. Laat ze dan even afkoelen, en verwijder de schil, met een scherp mes. Dat zou nu heel makkelijk moeten zijn.

Pompoen in een pan, met het water en de melk. Verkruimel het bouillonblokje en de soep. Aan de kook brengen, en 20 minuten zachtjes laten pruttelen. Pureren met de staafmixer, en op smaak brengen met eventueel wat zout, en créme fraiche naar smaak. 2 - 3 eetlepels is genoeg.



Aug
05
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vis door Mark op 5 augustus 2008

Het thema van het eetlog-event is deze maand ‘Strand’, en aangezien ik degene ben geweest die dat thema bedacht heeft, voel ik me natuurlijk wel enigzins verplicht om daar ook iets origineels mee te doen.

Toen ik aan mijn vrouw vertelde wat ik van plan was voor het eetlog-event van deze maand, keek ze me wat vragend aan.

"Als je het zo uitlegt, klinkt het niet echt geweldig…"

"Tja, hoe leg ik dat nu smakelijk uit…"

"Het klinkt wat simpel allemaal."

"Het ís in feite ook simpel, maar wél lekker, hoop ik…"

Een fish-pie noemen ze het in Engeland, en op de BBC komen regelmatig diverse varianten voorbij, in één van de vele kookprogramma’s die dat land (zij wel!) rijk zijn. In essentie: vis op de bodem, al dan niet met een saus, aardappelpuree met kaas en doperwtjes erover, en afbakken in de oven.

OK, ik geef toe, dat klinkt inderdaad niet bijzonder spannend of lekker.

Als de beschrijving niet kan overtuigen, dan moet het gerecht zelf dat maar doen. Met smaak, geur, en in dit geval ook met de ‘looks’! Maar hoe maak ik dit spannend en leuk?

We maken er een strand van!

Een strand bestaat uit 2 delen: zand en zee.

Het zand maakte ik door wat boter in een pannetje te smelten, en het vloeibare vet te mengen met paneermeel. Op die manier krijg je iets dat lijkt op zand, en goed te bakken is in een oven, zonder dat het verbrand.

De zee is eigenlijk ook niet zo moeilijk. Door melk met een stukje visbouillonblokje te verwarmen, krijg je een witte vloeistof met vis-smaak. Daardoorheen gaat een halve tot hele theelepen soya-lecithine. Van Zonnatura in dit geval, gewoon te koop in de supermarkt of biologische winkel. Ik kocht de mijne bij de C1000 in het dorp. De lecithine is een emulgator, die normaal zorgt voor een goede binding tussen vet en water. In dit geval maak ik gebruik van een andere eigenschap: stabilisatie. Ik wil namelijk de melk opschuimen, en ervoor zorgen dat het schuim niet direct waterig wordt. Met een melkopschuimer of klein mixertje van een paar euro, krijg je prachtig schuim. Dat vormt onze zee.

Na een deel van de puree bedekt te hebben met het ‘zand’, en het overgebleven deel voorzien te hebben van schuim, zet uik de schotel op tafel.

De kinderen keken met grote ogen naar wat papa nú weer op tafel zet. Onwillekeurig schoot me een liedje te binnen…

Uiteindelijk hebben we er allemaal met veel smaak van gegeten, en moest mijn vrouw bekennen dat het eindresultaat de omschrijving ver ontsteeg. Gelukkig!

Ingredienten:

  • 1 kilogram aardappelen
  • 750 ml melk
  • 300 gram gemende vis
  • 150 gram gerookte vis
  • 250 gram doperwtjes
  • 1 ui
  • 100 gram boter
  • 50 gram bloem
  • 50 gram geraspte pittige kaas
  • paneermeel
  • 1 theelepel soja-lecithine
  • olijfolie
  • peterselie
  • bieslook
  • peper&zout

1 kilogram aardappelen

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 160 graden. Bestrooi de vis met peper en zout. Vet een ovenschaal met wat olijfolie in, en leg de vis hierin. Giet er een halve liter melk bij, zodat de vis onder ‘melk’ staat. Snij de ui in halve ringen, en verdeel over de vis. Zorg dat de ui zoveel mogelijk onder melk staat, anders verbrand het. Zet het 20 minuten in de oven, zodat de vis kan garen en smaak kan afgeven aan de melk.

Schil de aardappelen, was ze en snij ze in ongeveer even grote stukken. In een pan met water en wat zout aan de kook brengen, en in ongeveer 20 - 25 minuten gaar koken. Het kookvocht hiervan hoeft niet bewaard.

Giet de vis af, maar bewaar de melk. Trek met 2 vorken de vis wat uit elkaar, zodat de vis gevarieerd over de bodem is verdeeld. De uien mogen er ook bij blijven.

Pureer de aardappelen, met 25 gram boter, peper, zout, de geraspte kaas, en een deel van de melk waarin de vis gegaard heeft. Hoeveel melk is lastig te zeggen. Het moet in elk geval een smeuige puree worden. Begin met een beetje en voeg gaandeweg toe. Neem vervolgens een lepel of spatel, en roer de doperwten voorzichtig door de puree.

Maak een roux, van 40 gram boter en 40 gram bloem. Leng de vis-melk aan, met gewone melk, tot je weer 500 ml hebt. Voeg bij de roux, en roer tot je een gladde saus hebt. Breng op smaak met peper, zout, peterselie en bieslook. Laat een minuutje of 5 koken, waarbij je regelmatig roert.

in de tussentijd: smelt 25 gram boter in een pannetje. Het hoeft niet bruin te worden; gesmolten is prima. Hala van het vuur af, en roer er het paneermeel door. Het moet een beetje een losse, zandachtige structuur krijgen. Ook hier is de hoeveelheid op gevoel.

Als de bechamelsaus klaar is, verdeel deze over de vis. Spatel hieroverheen de puree met doperwtjes en strijk glad. Zorg dat de puree overal de saus goed bedekt, anders komt deze langs de puree omhoog.

Verdeel over 2/3e tot 3/4 van de puree het zojuist gemaakt ‘zand’. Wat overblijft wordt na het bakken in de oven bedenkt met schuim. Je maakt dus nu het strand, en straks de golven.

Zet in de oven op 180 graden, gedurend 15 á 20 minuten. Let er even op dat het strand niet verbrandt!

Als de schotel bijna klaar is, maak je de ‘zee’: giet 200 ml melk in een pannetje, en los hierin een kwart visbouillon blokje in op. Roer hier een halve tot hele theelepel soya lecithine door. Dit houdt het schuim in stand, als het straks op het strand ligt. Verwarm dit, en laat even een minuutje zachtjes koken.

Gebruik vervolgens een capuccinomelkopschuimer (3 x dubbele woordwaarde…) om er mooi schuim van te maken. Lepel dit schuim vervolgens op het niet door ‘zand’ bedekte deel van de schotel. Serveer direct. 



Jul
28
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vlees door Mark op 28 juli 2008

Het is denk ik wel alom bekend dat kinderen in eerste instantie huiverig zijn voor nieuwe dingen. Neem bijvoorbeeld tekenfilms. Onze kinderen mogen voor het slapen gaan nog heel even tv kijken. Met Studio 100 als hofleverancier voor namen als Bumba, Samson & Gert en Kabouter Plop.

Vraag je hen wat ze willen zien, dan is het een van de bekende dvd’s. Pak je er een waarvan je weet dat ze hem nog niet hebben gezien, dan hoeft dat niet.

"Wat wil je kijken?"

"Nijntje."

"Maar die heb je 86 keer gezien. Wil je Bi-Ba-Boerderij zien?"

"Nee."

"Waarom niet?"

"Die ken ik niet."

"…"

Een discussie die je niet kunt winnen, al was het maar door de ijzeren logica, die een peuter van 3 beheerst. En ach, laten we wel wezen: om nu een inhoudelijk gesprek te beginnen om het ongelijk van haar standpunt aan te tonen is ook weer zo iets. Ongetwijfeld volgt nog voldoende gelegenheid tot discussie, al was het maar dat ze nog gaan puberen…

Het hierboven geschetste denkpatroon zet zich overigens ook gewoon voort op andere vlakken:

"Dat lust ik niet."

"Proef nou maar eerst eens!"

"Maar ik lust het niet!"

"Hoe kun je dat nou zeggen, zonder een hapje gehad te hebben?"

"Ik hoef niet eten!"

"Dan hoef je zeker ook geen toetje?"

Met wat gezonde tegenzin nam de oudste een hapje. Beetje chantage, misschien, maar het spreekwoord ‘all is fair, in love and war’ mag op zich ook wel uitgebreid worden met ‘and feeding your 3 year old child’.

"Mag ik nog wat?"

Kleine succesjes maken het dan toch weer de moeite waard!

Ik maakte een Italiaans stoofpotje (waarbij dank aan Meneer Wateetons voor het recept! het was enorm lekker!). Want ach, het was toch helemaal niet warm gisteren? Mijn schoonmoeder is degene die mij aan het draadjesvlees heeft gekregen. En sinds ik zelf dus ook regelmatig kook, maak ik het graag. Het is ook relatief makkelijk, want het komt niet zo nauw met de timing. Je kunt het dus vantevoren klaar maken, zodat je niet vlak voor het eten nog staat te zweten in de keuken.

Het recept van vandaag komt van de site van het Draadjesvleesgenootschap. Een mooi initiatief, met name voor de slow-food liefhebber. Vele variaties op wat volgens mij een klassiek Hollands gerecht is.

Ik ga het recept hier niet overnemen; ik nodig u uit om zelf een blik op de site te werpen.

Wel nog 1 tip: om het draadjesvlees te maken wordt aanbevolen het vlees enkele uren te laten sudderen op laag vuur. Het kan ook anders: neem een ovenvaste braadpan (bv. gietijzer of email) of ovenschaal en zet het stoofpotje in een oven op 160 graden. Gewoon een uurtje of 2 - 3. Elk half uur even checken en roeren, en zonodig wat water toevoegen. Niet alleen eenvoudiger, maar ook gegarandeerd draadjesvlees, nóg zachter dan op het vuur!

 

 



Jul
13
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008 door Mark op 13 juli 2008

Jeetje, post!

Althans een email. Met daarin een uitnodiging. Een uitnodiging om mee te doen aan het "Foodlog event". Komt er op neer dat er een thema gekozen wordt, en dat alle deelnemende blogs een stukje schrijven over dat thema. Voor het eerste thema deed Bourgondie.nl de aftrap: picknicken. De enige deelnemer was ook de winnaar, waardoor eetlog.nl de aftrap mocht geven voor het tweede thema.

Het eerste thema is mij ontschoten (druk, druk, druk (*) ), en da’s geen excuus, hooguit een verklaring. Dit keer doe ik wel mee, met als onderwerp "Tour de France".

Nu ben ik geen sportkijker. Ik loop hard. Ik kijk niet hard. Of in elk geval: ik kijk niet naar sport op tv, of live. Zo is het EK van gelopen maand bijna volledig aan me voorbij gegaan, en heb ik die tijd doorgebracht met de broodnodige klusjes aan het huis. Moest ook gebeuren, en ach, er was immers toch niets op tv! ;-)

‘Le Tour’ volg ik dan ook niet echt. Ja, in de auto, op de radio, als ik naar huis rij. Dan krijg ik wat mee. En uiteraard snap ik wel een beetje hoe het werkt met al die truien.

En laat nu juist een van die truien de inspiratie vormen voor het gerecht van vandaag. Een eigen creatie dus, geinspireerd op de bolletjestrui. Een wit shirt, met rode stippen.

Vandaar dus: rode, ronde (en witte) ravioli, met een witte room saus. Lekkere vulling erin, en smullen maar!

De pastamachine hadden we al een tijdje in huis, en regelmatig dat we tagliatella, spaghetti of lasagne maken. Maar ravioli of tortelinni had ik nog niet eerder geprobeerd. Mooie gelegenheid dacht ik zo.

Om het deeg rood te maken kun je gebruik maken van rode bietjes, of tomatenpuree. Aangezien ik maar een klein beetje nodig had, heb ik de tomatenvariant gemaakt. Gewoon 1 ei weglaten, en in plaats daarvan een blikje geconcentreerde tomatenpuree. Geeft een mooie rode kleur. Ik denk dat bietensap nog roder is, maar ja, riemen en roeien, he…

Als vulling van de rode ravioli een vrij klassieke variant, die eigenlijk niet stuk kan: tomaat, ham, baslicum en kaas.

De witte variant is geinspireerd op mijn witte lasagna. Met spinazie, walnoot en pancetta derhalve. Het geheel serveren met een witte saus maakt het af.

Ingredienten:

Pasta:
35 gram zeer fijn gemalen bietjes of 1 blikje tomatenpuree
1 ei
75 gram semolina
125 gram suprima
2 eieren
75 gram semolina
125 gram suprima

Vulling 1:
1 blik tomaten(-blokjes)
50 gr parmaham of een lekkere droge ham
100 gr mozarella, in stukjes
1/2 uitje
handje gesneden, verse basilicum
1 teentje knoflook
peper&zout

Vulling 2:
75 gr bacon in heel kleine blokjes
150 gr (diepvries-)spinazie
30 gr walnoten, klein gemaakt
75 gr ricotta of eventueel 75 gram feta, verkruimeld
1/2 uitje
1 teentje knoflook
droge basilicum
peper&zout

Saus:
250 ml melk
150 ml room
20 gr boter
20 gram bloem
1 a 2 teentjes knoflook
50 gr geraspte kaas
droge basilicum
wat peterselie
peper en zout

Bereiding:

Vulling 1:
Doe wat olijfolie in een pan. Uitjes erbij, en gesnipperde knoflook. Even aanfruiten. Snij intussen de ham in kleine stukjes. Die kan er dan ook bij. Als dat mooi van kleur is, de tomaat erbij. Er zit waarschijnlijk ook wat sap bij de tomaat; dat mag er ook bij. Laat het geheel even 10 minuten of een kwartiertje koken, tot het vocht verdampt is. Scheur dan de mozarella in stukken en voeg toe. Laten smelten. Op het eind op smaak brengen met zout, peper, en een handje verse basilicum. Laten afkoelen.

Vulling 2:
Doe de gesneden bacon in een pan. Eventueel wat olijfolie erbij, als het erg mager is. Dan het uitje en de knoflook erbij. Even aanfruiten. Dan de spinazie erbij en de noten. Tenslotte de kaas. Op smaak brengen met zout, peper, basilicum en petersiele. Ook dit laten afkoelen.

Pasta
De pasta maken, zoals je verse pasta maakt: ingredienten in een kom mengen, goed kneden, en in cellofaanfolie minimaal een half uurtje laten rusten in de koelkast (zodat het vocht er goed in kan trekken). Dan met de pasta machine lasagnevellen van maken. Ik heb zelf standje 7 gebruikt, maar standje 6 zou ook nog kunnen.

Leg een vel pasta op je werkblad. Vouw het dubbel, en markeer even het midden. Vouw dan weer open. Maak een helft nat, met een kwastje water. Druk dan voorzichtig met bijvoorbeeld een glas ringen in de pasta. Niet doordrukken, maar gewoon een cirkel in het deeg achterlaten.  Dan weet je ongeveer waar je vulling moet leggen. Schep dan een theelepel vulling op de pasta in de ringen. Als alle ringen vulling hebben, leg de andere helft er weer overheen.

Druk de ravioli dicht, en probeer zoveel mogelijk lucht erin te vermijden. Druk de randen goed aan, en ’snij’  met het glas de ravioli uit het deeg. Leg ze op een met bloem bestoven doek.

Saus:
Smelt de boter in een pan, en voeg de bloem toe. Goed roeren met een garde. Melk en room toevoegen, en goed roeren zodat je geen klontjes hebt. Knoflook erdoor, en de kaas. Op smaak brengen met wat peper, zout, en de basilcium en peterselie. De saus hoeft niet sterk te smaken; de meeste smaak zit immers al in de pasta. De saus is meer ter aanvulling, dan als smaakmaker bedoelt.

Breng een grote(!) pan met water aan de kook. De pasta is vers, de vulling al gaar, dus het hoeft maar een minuut of 4 te koken.

Leg een paar ravioli op een bord, en schep er een beetje saus over. Zet Radio Tour de France op. Smullen maar! ;-)

(*) "Als je tijd hebt om drie keer druk te schrijven, ben je niet druk genoeg!" ;-)

 



Mei
19
Opgeslagen als groente en fruit, recepten 2008, voorgerecht door Mark op 19 mei 2008

€6,99!

Net geen 7 euro, voor een pond! Da’s bijna een euro per stuk. Dat kostten ze 2 weken geleden nog. Ik snap nu ook waar de term ‘wit goud’  vandaan komt. Als je bedenkt dat je van een pond ongeschilde asperges net genoeg hebt voor 1 persoon, wordt het een duur maaltje. Nu mag eten soms ook best eens wat kosten, maar met dit soort prijzen moet ik toch even slikken.

Maar gelukkig hebben we net een periode van bijzonder mooi weer achter de rug, en dat heeft meestal wel tot gevolg dat de prijs van asperges daalt. En zo geschiedde. €2,69 waren ze nu. Dus meteen maar even wat meegenomen.

En dan? "Gewoon" koken? Roerbakken? Stomen? Nee! Soep! Ja, dat is eens lekker.

We zouden ’s zondags de verjaardag van mijn vrouw nog eens dunnetjes vieren. De schoonfamilie was uitgenodigd, om te blijven eten. Voor de kinderen stond er pizza op het programma, en voor de "grote mensen"  soep, broodjes en allerlei ander lekkers. Mooie gelegenheid om eens te kijken of we na de erwtensoep, maissoep, en tomatensoep ook aspergesoep kunnen maken.

Eerst maar eens wat research op internet. Sommige recepten moest ik een beetje om lachen…

Uiteindelijk bleek de manier van Janneke een goede start. Haar recept staat helaas niet online, maar wel in haar boek. Leuk boek overigens. Kan ik aanraden!

Eigenlijk heel simpel. Schil de asperges, koken, afgieten, roux maken, vocht er weer bij en koken die handel. Dan nog wat verse asperges erbij, wat room, peterselie, en klaar. Maar de volledigheid, hieronder de manier die ik uiteindelijk heb aangehouden.

Ingredienten

  • 500 gr asperges
  • 1 liter water
  • 1 blokje tuinkruidenbouillion
  • 100 ml room
  • 2 - 3 plakken ham
  • 1 ei
  • 25 gr boter
  • 25 gr bloem
  • platte peterselie
  • peper&zout

Bereiding
Leg de asperges een half uurtje in koud water. Snij vervolgens de onderste 2 centimeter van de asperges af. Bewaar dit. Schil de asperges met een aspergeschiller. Begin een centimeter of 2 onder de kop, en werk naar beneden toe. Leg de geschilde asperges weer in water. 

Breng de liter water aan de kook, samen met de schillen, en de kontjes. Laat dit een half uurtje koken. Afgieten, en zeven. Het kookvocht is de basis voor je soep. Kook intussen het ei in 8 minuten bijna hard. Laten schrikken onder koud water, pellen, en grof hakken.

Smelt de boter in de pan, en voeg de bloem toe. Goed roeren met een garde, zodat je een blanke roux krijgt. Minuutje laten doorkoken, zonder dat het bruin kleurt. Dan het kookvocht toevoegen, tot je een licht gebonden soep krijgt.

Snij de geschilde asperges in stukken. Bewaar de kopjes! Breng de soep weer aan de kook, en voeg de gesneden asperges (behalve de kopjes) toe. Laat dit een minuut of 20 - 30 zachtjes koken. Pureer de soep met de staafmixer, en zeef eventueel nog een keer. Verkruimel het bouillion blokje in de soep, en doe de room erbij. Breng eventueel nog verder op smaak met zout en peper. Wel voorzichtig met zout, want het bouillion blokje bevat ook al zout.

Snij de ham in stukjes en voeg toe aan de soep. 5 minuten voor het serveren de aspergekopjes erbij doen. Serveer de soep in een bord of kom, doe een lepel ei erbij, en strooi er wat fijngesneden peterselie over.



Mei
13
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 13 mei 2008

Het was warm afgelopen week! Volgens de weermannen zelfs bijzonder warm! En wat doe je dan op zo’n dag?

Dan ga je net als half Nederland naar de lokale supermarkt, pakt vlees uit de koeling, stokbrood en grijp je nog net de laatste zak houtskool.

Eenmaal thuisgekomen pak je de barbeque uit de schuur, en neem je eerst maar eens de schuurspons ter hand, want uiteraard heb je dat ding weggezet, en gedacht "Die maken we morgen even schoon", maar waren er ongetwijfeld andere prioriteiten. Dus eers maar eens dat rooster schoon, en de as weggooien!

Dan de nieuwe kolen erin, aansteken, en rustig met een biertje ernaast gaan zitten. Wachten tot de kolen gloeien en de eerste hitte ervan af is. Dan vlees erop, even grillen, en uiteraard teveel eten. Want dat hoort nu eenmaal bij barbequen.

Over wat barbequen is, verschillen de meningen trouwens ook, globaal gezien dan. In Amerika noemen ze wat wij doen namelijk grillen, en is barbequen iets heel anders.

Men neme dan een flink stuk vlees. Beetje groot, met wat vet. Goed marineren en insmeren met kruiden en olie of vet. Dan gaat de barbeque aan, en het vlees op het rooster of aan het spit. En dan gaat de deksel erop. Een gat in de bodem en een gat in de bovenkant zorgen ervoor dat het vuur niet uitgaat. En dan is het wachten. Ondertussen zakt de temperatuur in de barbeque wat, maar is nog steeds heet genoeg om het vlees mooi te garen. Het vlees krijgt ook een rokerige smaak. Maar vooral niet te snel willen. Langzaam aan, dan blijft het vlees mooi sappig en mals. Af en toe nog wat extra marinade op het vlees smeren, om te zorgen dat het niet verbrand. Wat wij hier doen noemen ze daar grillen.

Dit weekend dus gegrilled.

Beetje spek, wat worstjes en hamburgers!

Gehakt met uitjes, even voorbakken, afgrillen, en dan op een snee zelfgebakken sesambrood, met kaas en ketchup. Mjammie! Het biertje ernaast was overigens ook geen straf!

Ingredienten

  • 350 gram rundergehakt (mag ook half-om-half als je dat lekkerder vindt)
  • 1 ui
  • 1 ei
  • paneermeel of verkruimeld beschuit
  • curry saus
  • peper&zout

Bereiding
Snipper het uitje zeer fijn. Meng in een kom het gehakt met de ui, het ei, en genoeg paneermeel om een wat stevige massa te krijgen. Doe een kneep curry saus erbij, en breng uiteindelijk op smaak met peper en zout.

Maak 5 balletjes, en druk ze plat tot burgers. Leg een half uurtje in de koelkast om op te stijven.

Verhit wat boter in een pan, en bak hierin de burgers voor. Dat voorkomt dat je burgers straks te lang op de grill moeten (en dus kunnen verbranden) of niet gaar zijn (bacterien!). De burgers hoeven na het bakken dan alleen even op de grill om warm te worden, en die typische smaak van houtskool te krijgen. Eventueel kun je de deksel nog even op de bbq doen, voor een wat sterkere rooksmaak (wat ik persoonlijk erg lekker vind).



Mrt
11
Opgeslagen als oven, recepten 2008 door Mark op 11 maart 2008

"Geef ons heden ons dagelijk brood".

Een zin uit een bekende tekst. De laatste tijden ook wel redelijk actueel bij ons thuis. Want de afgelopen weken ben ik bezig geweest ons dagelijkse brood te bakken. Dus niet meer het beruchte supermarkt brood (dat weliswaar sterk is verbeterd de afgelopen jaren, maar toch..), maar zelfgekneed, gebakken en gesneden brood.

Het basisrecept is in grote lijnen telkes gelijk. Maar variatie is heel eenvoudig, door er allerlei dingen door te gooien. Favoriet hier in huis is bijvoorbeeld het sesambrood. 500 gram tarwebloem, 50 gram sesamzaad door de bloem heen, en de bovenkant van het brood ook ruimschoots bedekt met een laagje sesamzaadjes. Erg lekker met kaas!

Persoonlijk hou ik ook van brood "met pitjes". Grof volkoren, of meergranen, of gewoon bloem waar zonnebloempitten, pijnboompitten of lijnzaad doorheen zit. Speltbrood is ook erg lekker, alleen levert dat vaak een vrij massief brood op, dus dat meng ik half-om-half met tarwebloem.

En zo kan het gebeuren dat ik om 18:00 het deeg maak, en dat om 19:30 in de bakvorm doe, om 20:30 in de oven, en dat het hele huis rond 21:00 naar een bakkerij ruikt. Heerlijke geuren, die mijn vrouw telkens weer verleiden om het kapje van het versgebakken brood te snijden; het nog warme sneetje besmeren met boter (die dan dus ook een beetje smelt) en dan chocoladehagelslag erover. Kan geen snoepgoed tegenop!

Ingrediënten
500 gr meel
280 - 320 gr water
12 gr droge gist
8 gr zout
4 gr suiker
75 gr zaadjes, pitjes, nootjes o.i.d. naar keuze

Bereiding
Neem voor volkoren meel 280 gr water en voor tarwebloem 320 gr.

Meng het zout met het water en roer goed tot het zout is opgelost. Gist heeft namelijk een hekel aan zoutkristallen, en gaat erdoor dood.

Meng de rest van de droge ingredienten. Voeg 50 gram van de zaadjes of pitjes toe, en bewaar de rest voor decoratie. Voeg het water toe, en kneed op een werkblad er een soepele bal deeg van.

Doe in een licht ingevette kom, en zet afgedekt met folie of een handdoek op een tochtvrije plaats. Laat ca. 1-1,5 uur rijzen.

Haal het deeg uit de kom, en kneed tot een platte schijf. Vouw de zijkant naar binnen, zodat je een wat langwerpige lap deeg overhoudt. Rol de lap op.

Strooi de rest van de zaadjes/pitjes op het werkblad, en rol de deegrol met zijn toekomstige bovenkant erdoor, zodat de zaadjes goed in het deeg zitten.

Leg de deegrol met de naad naar beneden in een ingevette broodvorm. Snij eventueel de bovenkant diep in (tot ongeveer 1 cm van de bodem; wees gerust: het gaat wel weer dicht tijdens het rijzen!), bedek en zet weer weg voor ongeveer 1 uur.

Verwam de oven voor op 200 graden, en bak af in ca. 30-35 minuten. Het brood is gaar als je op de onderkant klopt, en het klinkt hol.