Archief van de ‘recepten 2008’ categorie

Dec
22
Opgeslagen als groente en fruit, hoofdgerecht, recepten 2008 door Mark op 22 december 2008

"Rode kool?"

"Nee, bóeren-kool."

"Maar die kleur dan?"

"Da’s wat nieuws. Hebben we dit jaar voor het eerst."

"Mag ik wel 2 stronkjes mee?"

Eigenlijk kwam ik voor een paar beukjes, voor onze beukenhaag. Er waren er namelijk een paar kapot gegaan van de zomer, doordat we ze te weinig water gegeven hadden. Niet zo handig, maar gelukkig zijn ze niet zo duur, dus zouden we gewoon wat nieuwe kopen. Dus even naar het dorp.

In het centrum van het dorp waar we wonen zit de lokale hovenier. Naast boompjes, struiken en een- en meerjarige planten heeft hij ook een deel van zijn grond beplant met wat groenten en fruit. Waaronder dus boerenkool. Groene en paarse dit jaar. De paarse stond er  het eerste jaar, dus was ook voor hem nieuw. Ik had het nog nooit in de winkel gezien in elk geval, maar vond het meteen leuk.

En zo kwam het dat ik even later in de keuken sta met paarse boerenkool. Stronken schoonwassen, stelen eraf, en snijden.

Pan met aardappels op het vuur, boerenkool erop, en een pan met gehaktballen ernaast. Want die had ik ook gemaakt. Gehaktballen. Lekkere winterkost derhalve.

Na een half uurtje proefde ik nieuwsgierig of de kool al gaar was. Paars, maar met de smaak van boerenkool. Blijft apart.

Bij het afgieten keek ik even vreemd op: het water was rood! Kennelijk geeft paarse boerenkool nogal wat kleur af aan het water. Meer dan groene kool in elk geval, want het is me nog nooit opgevallen dat het water echt groen is bij gewone boerenkool. Sterker nog: de aardappelen waar zelfs paars! En die heb ik echt nog nooit groen gezien!

Net als bij de paarse sperziebonen raakt de paarse boerenkool na het koken een flink deel van zijn kleur kwijt, en is hij bijna groen geworden. De kleur zit dan dus in het water en in de aardappel. Uiteindelijk dus wel een vreemd gekleurde boerenkool, maar helaas niet het geel van aardappel met het paars van de kool, wat bij groene boerenkool wel het geval is.

Dan de smaak (waar we uiteraard ook erg nieuwsgierig naar waren): die was gewoon erg goed. Suggestie of niet, we hadden beiden het idee dat het lekkerder was dan de groene boerenkool die we normaal uit de supermarkt halen. Wellicht dat het lokaal, en biologisch, gekweekt is? Hoe het ook zij, de smaak was typisch een boerenkool, misschien wat zoeter en zachter.

Nog een keer? Denk het wel, maar dan vanwege de smaak. De kleur is een gimmick en maakt voor de smaak niets uit. Misschien leuk om mee-eters eens te foppen, maar in een stamppot voegt het verder weinig toe. Maar uiteindelijk is het oordeel dus wel positief.

En helemaal vanwege de prijs: €1,50 voor meer dan genoeg biologische boerenkool voor ons vieren is tegenwoordig geen geld.

Ingrediënten

  • 2 stronken paarse boerenkool
  • 1 kilo aardappelen
  • 250 gram mager rookspek
  • melk
  • boter
  • nootmuskaat
  • peper, zout

Bereiding
Schil de aardappelen en snij ze in ongeveer even grote stukken. Doe ze in een flinke pan, en voeg zoveel water toe dat ze net onder water staan. Strooi zout in het water. De hoeveelheid is op gevoel en smaak.

Maar de boerenkool schoon, en snij het blad van de stelen. De stelen kunnen weg. Snij de bladeren klein, was ze, en doe ze met aanhangend vocht in de pan met aardappelen.

Doe de deksel op de pan, en breng aan de kook. Het water van de aardappelen stoomt de boerenkool gaar. Kook in ongeveer 30  minuten de aardappelen en de kool gaar. Proef eventueel even.

Bak intussen de spekjes in een droge pan uit, en laat ze op een velletje keukenpapier uitlekken.

Afgieten, en met de stamper tot stamppot maken. Klontje boter erbij, en zoveel melk dat het een smeuïge stamppot wordt. Breng op smaak met peper en nootmuskaat. Roer de spekjes door de stamppot.

Lekker met een gehaktbal of rookworst en uitgebakken spekjes.



Dec
08
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vis door Mark op 8 december 2008

Zalm. Maanzaad. Mandarijn.

Moet kunnen, toch?

Ik was er tijdens het surfen al wel eens tegenaan gelopen, maar was er nog niet aan toegekomen om dat zelf eens te proberen. De combinatie leek me echter wel een bijzondere, en ik was ook wel nieuwsgierig of het inderdaad zo goed bij elkaar pas

tte, als de betreffende sites vermeldden. Dus toen Karin voorstelde om zalm te eten, greep ik de gelegenheid, en de maanzaadjes, aan, om het eens te proberen.

Maar alleen zalm met maanzaad is ook zo simpel. Een beetje smaak willen we wel. Dus maakte ik er een marinade bij. Olie, citroensap, peper, zout, en het sap van een mandarijntje. Aangezien die nu volop te krijgen zijn, leek me dat een leuke toevoeging aan de marinade. Ik probeerde ook wat mandarijnschil te raspen, maar nadat ik mijn knokkels voor de 3e keer schaafde aan de rasp, besloot ik dat dat weinig zou toevoegen aan het recept. Het rook in elk geval al prima.

Zalmmoot erin, en laat maar eens een half uurtje liggen.

De oven voorverwarmd, en de vis verdween in een ovenschaal voor een klein kwartiertje de warmte in. In de tussentijd stonden de krieltjes ook al lekker te bakken, en zette ik de grillpan op het vuur, zodat ik de courgetterepen even kort kon grillen. Niet te lang uiteraard; het mag nog een beetje bite hebben. Slappe courgette is niet zo lekker, en aangezien de repen maar een paar millimeter dik waren, was een halve minuut of zo per kant voldoende om ze warm en beetgaar te krijgen.

Eenmaal aan tafel bleek het een verrassend goede combinatie. De marinade was voldoende zuur om der smaak van de vis wat op te trekken, en de maanzaadjes gaven een bijzonder aroma mee. Ik moet wel zeggen dat het de smaakpapillen niet bepaald overdonderde. Wat dat betreft was het maar goed dat de courgette ook een subtiele smaak heeft. Misschien dat het gebruik van wat extra zout geholpen zou hebben, om de smaa van de zwarte zaadjes wat te intesiferen.

Conclusie: leuk om eens gasten te verrassen met een anders-dan-anders uitziend stukje zalm. Erg makkelijk om te maken ook. Kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die het niet lekker zullen vinden, dus ook een betrekkelijk veilig gerecht om voor te schotelen.

(Maanzaadjes zijnoverigens prima te krijgen bij de Jumbo supermarkten, tussen de zakken meel-mix voor zelfbak-broden. Tip: neem dan ook een zak sesamzaadjes mee. 400 gram voor maar €1,40. Ter vergelijk: bij de Albert Heijn kost een bakje van 90 gram zaadjes €1,99! )

 Ingredienten

  • 1 zalmmoot per persoon
  • maanzaadjes
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 theelepel rode wijn azijn
  • 1 theelepel citroensap
  • sap van 1 mandarijn
  • zout & ruim peper

Bereiding:
Maak een marinade van de olijfolie, de azijn, het citroensap, sap van de mandarijn en zout en peper. Laat de vis hierin minimaal een half uurt marineren. Vet een ovenschaal in, neem de zalm uit de marinade, en paneer hem met maanzaad.

Verwarm de oven op 175 graden, en gaar de vis in een ondiepe ovenschaal gedurende een kwartiertje.



Dec
02
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2008, vlees door Mark op 2 december 2008

Na het eerste succes kon het natuurlijk niet lang uitblijven: er zou worst gemaakt worden.

Dus de gang naar de slager gemaakt, en op advies van Jurgen de slager gevraagd om een procereurstuk. Dit keer geen vreemde blikken meer als reactie op mijn vraag. Blijkbaar kennen ze me nu een beetje. Hopelijk niet onder de kop ‘lokale dorspgekken’, maar als meer dan bovengemiddeld geinterresseerde consument, a.k.a. part-time worstendraaier.

Het idee dit keer was een Italiaanse worst te maken. Mijn onuitputtelijke bron van informatie, door anderen ook wel Google genaamd, verschafte mij het benodigde inzicht, in welke kruiden daarvoor in aanmerking komen.

Venkelzaad blijkt in Italiaanse worsten dan toch het meest voorkomende kruid te zijn. Het toeval wil dat ik dat al in huis had. Geen idee welk gerecht ik voor ogen had toen ik het meenam, maar goed, we hádden het, en daar gaat het om.

Het principe van worstmaken met de Porkert is vrij eenvoudig: vlees in grove stukken snijden, aanvriezen, malen, kruiden en mengen, nogmaals koelen, en weer met behulp van de Porkert het een en ander in de voor dat doel aangeschafte varkensdarm persen. Kind kan de worst maken.

En zo stond ik aan het eind van de bewuste zondag-namiddag weer met ruim anderhalve meter worst. Verdeeld in 3 porties, en hup, de diepvries in met 2/3e, en de rest voor vanavond.

Ik had dus een Italiaanse worst gemaakt. En wat is er nu meer Italiaans dan pasta?

Grote pan water opgezet, voor de spaghetti. Uit de kelder een pot basis-tomatensaus (multi-inzetbaar, ook voor al uw pizza’s!) en wat groente bij elkaar gesprokkeld, uit de voorraadkast, diepvries, koelkast en tussen de uien.

 Conclusie: lekkere worst, prima smaak, maar de structuur nog iets te los. Misschien nog een tweede keer malen, om het gehakt wat fijner te krijgen? Of moet er nog iets meer paneermeel of andere vulling door? Ben er nog niet achter, maar dat is slechts een kwestie van tijd…

Ingredienten

  • 500 gr spaghetti
  • 1 pot basistomatensaus
  • 400 gram groenten naar keuze
  • 800 gr varkensvlees (Procereurstuk)
  • 200 gr spek
  • 100 ml rode wijn
  • 50 gr paneermeel
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 ui
  • 1 theelepel venkelzaad
  • 0,5 theelepel zwarte peper
  • 0,5 theelepel oregano
  • heel klein beetje piment
  • 2 theelepels zout
  • 1,5 theelepel rode wijn azijn

Bereiding

Fruit de ui met de rode wijn azijn, op laag vuur, tot ze mooi bruin zijn. De azijn zorgt ervoor dat de uitjes lekker zoet worden.

Snij het vlees klein, en vries een uurtje in. Eventueel kun je voor het vriezen al kruiden toevoegen, maar dat kan uiteraard ook na het vermalen nog. Maal na het vriezen het vlees met de vleesmolen klein, en meng met de wijn, paneermeel, en de kruiden, voorzover je dat nog niet gedaan hebt. Met het worstopzetstuk de worst vullen. Verdeel de lange worst in kleinere worsten, en leg een half uurtje in de koelkast, tot de darm niet meer plakt.

Zet een pan water op het vuur, en kook hierin de pasta ‘al dente‘. Roerbak de groenten op hoog vuur, tot ze beetgaar zijn. Zet het vuur lager, en voeg de tomaten-saus toe. Breng op smaak met peper, zout en eventueel nog wat kruiden naar keuze.

Lekker, met een glas van de wijn waarmee je de worst ook hebt gemaakt.



Nov
27
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2008 door Mark op 27 november 2008

"Weet jij nog iets dat we kunnen maken met paprika? Er liggen er nog 2, en die moeten wel op, voor ze niet meer goed zijn."

"Hebben we nog kipfilet? Dan weet ik wel wat." antwoorde ik terug.

Had mijn vrouw me op dat moment gevraagd wat dat dan zou zijn, dan had ik haar een antwoord schuldig moeten blijven, want veel meer dan een vaag idee, en gevoel van richting, had ik nog niet. Het was meer een combinatie van een aantal ingredienten die ik in mijn hoofd had, en hoe die dan bij elkaar zouden belanden, daar was ik mentaal nog niet aan toegekomen.

Een soort "we’ll cross that bridge, when we get there" houding moet je dan wel even over je heen hebben.

"OK. Ik ben benieuwd wat je dan gaat maken."

"Ik ook!" wil ik zeggen, maar in plaats daarvan antwoord ik "Wordt vast lekker!". Beetje bluf-poker kan nooit kwaad, immers.

Ik sta die namiddag in de keuken, en ben bezig met (om het op zijn Herman-den-Blijkers te zeggen) de mis-en-place. Ofwel: het alvast voorsnijden van de ui, de tomaat, paprika’s en de kipfilet. In mijn hoofd flarden van recepten die ik ooit las, stukjes uit The F-Word met Gordon Ramsay en ervaringen uit het verleden. Koken is geen ‘rocket science‘, maar eerder een combinatie van kennis, ervaring en logica. Die kennis doe je op door recepten van anderen te lezen. De ervaring door het gewoon te doen. En die logica is eigenlijk ook heel simpel: basilicum en tomaat is een gouden combinatie. En pasta kan overal bij!

Nadat ik de kip-filets in stukken heb gesneden, de paprika gewassen en in stukjes, doe ik wat olie in de pan, en bruin de kipfilet. Uitje erbij, en het paprikapoeder. Dan de paprika, en de tomaat. Beetje peper, zout en basilicum, en het begint al aardig fijn te ruiken. Het geheel mag nu even pruttelen, totdat de tomaat stukgekookt is, zodat het een mooie smeuïge saus wordt.

Mijn vrouw spiekt even om het hoekje de keuken in.

"Ruikt goed! Heb je zo’n pot van de Aldi gebruikt?"

Gespeeld verontwaardigd antwoord ik dat ik dat dus niet heb gedaan, en dat niets, behalve de olijven, uit een potje komt. 100% puur natuur, voor zover ik dat kan nagaan, en voorzover je uiteraard een fabrieks-kipfiletje als puur natuur kunt beschouwen.

Het water voor de pasta kookt inmiddels, en de tafel wordt gedekt. Zo’n beetje samenvallend met het einde van Sesamstraat is alles klaar en kunnen we aan tafel. Handjes van de kinderen gewassen en met het eten op tafel, ben ik benieuwd of mijn gekokkerel wel in de smaak zal vallen. De jury is echter unaniem positief, dus mijn vrees was ongegrond. Mijn zelfvertrouwen in de keuken is ook weer wat aangesterkt, en tevreden tast ik ook toe.

Smaakt inderdaad prima!

Gelukkig!

Ingredienten

  • 2 kipfilets
  • 400 gram pasta
  • 1 dikke theelepel paprikapoeder
  • 10 olijven, gehalveerd
  • 2 paprika’s
  • 1 ui
  • 4 tomaten
  • 1 theelepel citroensap
  • basilicum
  • peper&zout
  • rode wijn

Bereiding
Snij de kipfilet in stukjes  van 1 bij 2 cm. Bestrooi met peper, zout en het paprikapoeder. Verhit wat olie in een wok of pan, en bak hierin de kip licht-bruin. Doe de gesnipperde ui erbij, en laat de ui even glazig worden, zodat het rauwe randje eraf is.

Snij de tomaten in kleine blokjes, en voeg toe, samen met het citroensap, basilicum naar smaak, en een goede scheut rode wijn.

Snij de paprika in kleine stukjes (ik maakte kleine reepjes) en voeg toe aan de pan.

Laat het geheel 20-30 minuten sudderen, tot de tomaten helemaal gaar zijn, en er een smeuïge saus is ontstaan.

Serveer dit met de pasta.



Nov
23
Opgeslagen als oven, recepten 2008 door Mark op 23 november 2008

Van mijn vrouw moet ik mijn mond houden.

Mijn dochter verwart ze consequent.

Mijn zoon maakt het allemaal niet uit.

Mijn collega’s begrijpen me niet.

Maar het zijn toch écht kruidnoten, en geen pepernoten.

Pepernoten zijn gemaakt van taai-taai deeg met anijs-smaak.
Kruidnoten zijn gemaakt van speculaasdeeg.

Maar goed, ik zal er verder niet meer over zeuren.

Laat ik volstaan met de volgende link, en dan hou ik mijn mond…

Nee, dat zijn kruidnoten.com

Mijn dochter is nu drie-en-een-half, en (naar eigen zeggen) een grote meid. En aangezien je met sommige dingen niet vroeg genoeg kunt beginnen, was het een mooi moment om haar te introduceren in de edele kunst van het peper kruidnoten bakken.

In de afgelopen maanden had ze al stage kunnen lopen, met haar Play-Doh, dus de omgang met kneedbare materialen was er al wel een beetje ingesleten, en na een korte introductieles (‘Dan neem je een beetje deeg, en dan doe je zó met je handen, een beetje draaien, en dan leg je hem op de bakplaat. En dan gaat papa het straks in de oven bakken. Ja, een worstje maken mag ook. Nee, niet zó, zó! Let nou oh-óp… Ach, dan maar een kruidkoekje…Dan moet je het zelf maar weten…’) gingen we aan de slag.

Deeg gemaakt, en even laten rusten in de koelkast. In stukjes gesneden, en vol verve werden door papa, mama en Eva de noten, worstjes en koekjes gedraaid, gerold en platgeslagen, in willekeurige volgorde. Na een half uurtje lag het bakblik vol met een flink aantal bolletjes, en was de oven op temperatuur.

175 graden, 20 minuten. Dat is voor dit  recept het optimum. De noten zijn na afkoelen dan knapperig, maar niet droog, en zijn prima een paar dagen te bewaren. Alhoewel ze bij ons geen dagen blijven liggen. Uren, dat komt meer in de buurt van de praktijk.

Na het bakken moest er uiteraard even geproefd worden. Een flinke bak kruidnoten, met hier en daar een ongedefinieerde vorm, waarin mijn dochter zonder problemen een libelle, een hondendrol of een knakworstje ziet…

Ach, we hebben samen kruidnoten gebakken. En ze zijn lekker!

Sinterklaas zou trots op ons zijn!

Ingredienten
300 gr zelfrijzend bakmeel
120 gr roomboter
150 gr bruine bastersuiker
60 ml melk
1,5 eetlepel speculaaskruiden
0,5 theelepel zout

Bereiding
Kneed de ingredienten tot een homogeen deeg. Leg een half uur in de koelkast om wat op te stijven.

Verwarm de oven voor op 175 graden, en bedek een bakplaat met bakpapier.

Draai bolletjes (of welke andere vorm u blieft) van het deeg, en leg op de bakplaat. Niet te dicht tegen elkaar aan; ze groeien nog in de oven!

Bak ze in 15-20 minuten gaar. Af laten koelen tot ze knapperig zijn.



Nov
11
Opgeslagen als recepten 2008, vlees, voorgerecht door Mark op 11 november 2008

Ik had het er heel lang geleden al eens over.

Dat ik het nog eens zou proberen.

Hé, hé… Eindelijk weer geprobeerd.

Worstenbroodjes dus.

Dit keer zonder knoflook.

Maar helaas wel met het verkeerde gehakt…

Dat zit zo: ik had me goed ingelezen, in hoe je nu een lekker broodje bakt. Inmiddels ook veel meer ervaring opgedaan, met gewoon brood bakken. Dus wat dat betreft kwam ik redelijk beslagen ten ijs. Ik wist bijvoorbeeld dat de temperatuur niet te hoog moet. 175 graden zorgt voor een bruine kleur, met een dunne korst. Melk en boter door het deeg, zodat het ook zacht en niet knapperig wordt. En wat suiker, want dat hoort er een beetje bij. Bestrijken met ei. En voor dat extra-luxe gevoel: even bestrooien met sesamzaadjes. Past prima bij gehakt, dus gewoon dóen!

Ik pakte de fiets, en reed even op en neer naar de plaatselijke C1000. Gehakt gepakt, en opgelet dat ik dit keer geen rundergehakt pakte (want dat was te droog), maar half-om-half gehakt (dit speelt zich dus af, voor de mooie vondst, waar ik eerder over schreef…).

Helaas, toch niet goed opgelet.

Ik kwam thuis met gemengd gehakt. Volledig in de veronderstelling dat men bij de C1000 zijn eigen jargon hanteert, en dat ‘gemengd’ bij hen,’half-om-half‘ bij ons is.

Gemengd blijkt dus te bestaan uit 75% varken, en 25% rund.

En dat is vet. Té vet. In elk geval, te vet, voor wat ik er mee wilde. Ik weet niet goed waar dit gehakt goed tot zijn recht zou komen, maar niet in mijn "Worstenbroodje - The Retun"…

Het resulterende broodje was qua broodje perfect! Daar was ik wel blij mee. Maar het gehakt verpestte het feestje een beetje, en zorgde ervoor dat het wat zwaar op de maag bleef liggen. De smaak van het gehakt was op zich wel goed, dat dan weer wel.

Dus post ik wel het recept.

Maar koop dan wel het juiste gehakt!

 

Ingredienten: 

Voor de broodjes:

  • 500 gram bloem
  • 10 gram boter
  • 1 dl melk
  • 1,5 dl handwarm water
  • 1 eetlepel suiker
  • 2 theelepels zout
  • 1 zakje gedroogde gist
  • 1 eierdooier, losgeklopt
  • sesamzaadjes

    Voor de worstjes:

  • 350 gram half-om-half gehakt
  • snufje nootmuskaat
  • snufje gemberpoeder
  • snufje ketoembar (gemalen koriander)
  • peper&zout

    Bereiding:

    Meng de bloem, boter, melk, suiker en gist door elkaar. Los het zout op in het water, en meng dit door de rest van de ingredienten. Kneed dit goed, tot een mooie homogene bal. Laat 1,5 uur rijzen, op een tochtvrije plek.

    Maak nu het gehakt aan: het gehakt in een kom, de kruiderij erover, en op smaak brengen met peper en zout. Je kunt het gerust even proeven, aleen niet teveel. Het blijft rauw gehakt, immers…

    Verdeel het in 10 rolletjes, van ca 35 gram. Rol even door bloem, en zet een half uurtje of uurtje in de koelkast.

    Verdeel het deeg daarna in 10 bolletjes, van ca. 85 gram.

    Rol een bolletje uit, tot een lapje, en leg er een worstje op. Vouw dicht, en leg met de vouw onderop, op een bakplaat, bekleed met bakpapier. Laat dit afgedekt (met een theedoek), nog een uurtje rijzen.

    Verwarm de oven voor op 175 graden, en voor een extra-luxe effect: bestrijk de broodjes vlak voor het bakken met losgeklopt ei, en bestrooi ze desgewenst met sesam-zaadjes.

    Bak de broodjes af, in 20 tot 25 minuten.

    Warm opeten uiteraard!



  • Nov
    05
    Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 5 november 2008

    Het moest een keer gebeuren..

    Zie het als een soort "passage of rites"…

    Een overgangsritueel zo u wilt.

    Vanuit een soort oerdrang ontstaat zo iets. Die eeuwige noodzaak om dingen zélf te willen doen, zonder aanwijsbare noodzaak. Zelf brood willen bakken. Zelf pasta maken. Zelf pizza maken. Er zijn zelfs mensen die willen zelf vanillevla maken..

    Tuurlijk kun je daarvoor naar de bakker, een pak gedroogde pasta pakken of een greep doen in het vriesvak van de lokale buurtsuper. Maar zelf maken geeft toch een gevoel van ‘iets bereikt hebben‘. Iets gedaan hebben, dat objectief gezien meer tijd, meer geld, en meer moeite kost dan kopen. Maar ook (niet geheel onbelangrijk!) vaak meer smaak heeft, puurder is, en zeker meer voldoening geeft…

    ****

    Twee vragende ogen keken me aan. Het duurde even voor hij een antwoord kon fomuleren op mijn vraag, leek het. Geen alledaagse vraag, geef ik toe, maar ik vroeg hem ook niet bepaald of hij toevallig wist hoe koude kernfusie werkt. Ik wilde gewoon iets zélf doen. Iets wat hij normaal ook zelf doet.

    "Wat moet je dáár nou mee?"

    Ik had hem gewoon gevraagd of hij ook worstdarm verkocht.

    "Ik heb ook geen idee wat ik je ervoor moet vragen… Wij kopen dat in in emmers van honderd euro. Geen flauw benul wat 1 darm dan moet kosten…"

    Nadat ik had uitgelegd dat het een beetje een hobby van me is, om te kokkerellen, en dat  oer-instincten een man soms langs onverklaarbare wegen leiden, besloot de slager mij te plezieren. Hij liep naar achteren en kwam even later terug met een zakje. Met een darm. "Vooruit. Een euro. Ik weet het ook niet!". Het meisje bij de kassa kreeg het zakje in handen gedrukt, en met lichte afschuw hield ze het met 2 vingers vast. Ik besloot haar maar niet vertellen dat de meeste verse worst in zo’n darmpje is geperst. Ik zou het ontstaan van een vegetariër niet op mijn geweten willen hebben..

    Voldaan verliet ik even later de zaak. Stap één, het verzamelen der ingredienten, was volbracht. Ik had vlees, kruiden, de vleesmolen, en nu dus de darm. Let the sausagemaking begin!

     

    Stap twee: het vlees, in dit geval 75% rundvlees, en 25% spek, had ik in kleine blokjes gesneden, en in de diepvries gelegd. In de tussentijd een mengsel gemaakt van de kruiden, het zout en de specerijen.

    Na een uurtje opstijven (volgens dit filmpje zorgt dat ervoor dat de cellen kapotgaan, en dat je vlees malser wordt) kruid ik de blokjes, en meng ze goed. NIet te lang, we maken er immers gehakt van, en dan wordt het alsnog gemengd.

    De blokjes gaan in de molen, en ik begin te draaien. Het wonder geschiedt: er komt gehakt uit! Het ziet er nog echt uit ook! Dat was de investering van 5,- zeker waard!

    Na koelen van het vlees, afspoelen van de darm, en de darm om het worstopzetstuk, komt stap 3: het draaien van de worsten! 

    En dat gaat eigenlijk verrassend eenvoudig! Het gehakt in de molen wurmt zich een weg naar buiten, en door het worstopzetstuk vult het de darm. Mijn vrouw merkt meteen op, hoe "echt" het eruit ziet. Als je niet beter zou weten, zou het zo van een ambachtelijke slager afkomstig kunnen zijn. Niet dat dat iets zegt over mijn of Keurslager’s kwaliteiten, maar zo van buitenkant valt het niks tegen…

     

    En dan is het gehakt op. Ik wurm een paar sneetjes witbrood door de molen, om ook het laatste restje vlees uit de tuit en in de worst te krijgen. Het resultaat heb ik daarna verdeeld in kleinere worstjes, door een paar keer te draaien. Het geheel nog even in de koelkast, de worstjes van elkaar losgeknipt, en zie daar: ik heb worst gemaakt!

    Ik had uiteindelijk 9 worstjes. Twee setjes van 4 verdwenen in de diepvries, maar eentje heb ik direct even gebakken. Lekker! Een rundersaucijsje! Zelfgemaakt!

    Mission accomplished!

    Ingrediënten

    • 600 gram riblappen
    • 200 gram spek
    • ca. 1 tot 1,5 meter worstdarm
    • 15 gram zout
    • 1 eetlepel geplette peperkorrels
    • 2 theelepels gerookt paprikapoeder
    • 1 theelepel gemalen komijn
    • 1 theelepel piment
    • 50 gram paneermeel
    • 8-10 eetlepels water
    • 3 sneetjes brood

    Bereiding

    Snij het vlees in kleine blokjes, en doe dit een uurtje in de vriezer. In de tussentijd de varkensdarm in een bak water leggen.

    Na aanvriezen de kruiden door het vlees mengen. Het vlees vervolgens met de vleesmolen malen. Het gehakt in de koelkast zetten, gedurende minimaal een kwartier. Het is rauw vlees, en moet de temperatuur liefst zo laag mogelijk blijven. Daarna het paneermeel met het water door het gehakt mengen.

    Neem de darm uit het water, en was hem goed. Hij is behoorlijk stevig, dus gaat niet snel stuk. Doe een uiteinde van de darm om de kraan, en spoel ook van binnen goed door. Knip er een stuk van ongeveer 1,5 meter af. De rest kan in de diepvries voor een volgende keer.

    Zet het worstopzetstuk op de vleesmolen, en smeer het in met wat zonnebloemolie. Doe de darm om het opzetstuk.

    Doe het gehakt in de molen en vul de darm met het gehakt. Zorg dat de darm niet te strak gevuld wordt, anders kunnen we er geen worstjes meer van draaien. Om het laatste restje vlees eruit te krijgen maal je op het laatst het brood door de molen.

    Draai worstjes van de lange worst, en leg dit minimaal een kwartier in de koelkast, tot de huid niet meer plakt.

    Boter in de pan, en 10-15 minuten op halfhoog voor bakken, of uiteraard invriezen voor een volgende keer.