Archief van de ‘Overig’ categorie

Jul
10
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 10 juli 2009

Het is komkommertijd op Kokend Water.

Zowel letterlijk als figuurlijk, ben ik bang.

De foto hiernaast toont één van de exemplaren die in de achtertuin groeide, maar inmiddels zijn weg gevonden heeft naar onze monden, op een van de mooie dagen die we de afgelopen tijd hebben gehad. De smaak ervan was beduidend beter dan van een supermarkt-variant: zoeter, en duidelijke komkommersmaak. Geen wonder ook: hij groeit buiten, niet in een kas, en is veel kleiner dan wat je in de winkel vindt. We hebben de afgelopen weken al vaker geplukt, en in de loop van de komende weken zullen we er nog wel meer kunnen oogsten, denk ik. De kosten van de zaden hebben we er in elk geval al ruimschoots uit!

Maar verder gebeurt er op kokologisch gebied eventjes niet zo gek veel. Een patroon dat zich vorig jaar ook al voordeed, waarbij er ’s zomers ook de broodnodige tijd aan andere zaken besteed moet worden, en het experimenteren er meestal bij inschiet.

Zo stond ik reeds op de ladder om de kozijnen aan de achtergevel te schilderen, ben ik bezig met het bouwen van een terrasoverkapping, zodat we ook op die warme-zomeravonden-met-aflsuitend-onweer nog lekker kunnen blijven zitten, groeit de rest van de tuin harder dan ik snoeien kan, en vinden vrouw en kinderen dat zij ook recht hebben op mijn tijd. Iets dat ik natuurlijk volledig onderschrijf. En ach, er ligt nog een lijstje met klussen, die vorig jaar ook al op de verlanglijst stonden. Niet dat ik klaag, maar je moet ergens prioriteiten stellen, nietwaar?

Helaas heeft dat tot gevolg dat er al een paar weken geen bericht geplaatst werd op het blog, er geen spannende vleeswaren hangen te drogen, en de pizza’s niet volgens een nieuw, maar een beproefd recept worden gebakken. En ik vrees dat het ook wel even rustig zal blijven…

 Maar gelukkig er was ook nog zoiets als een serie over een moestuin, en dáár kan ik wel wat over roepen.

 

Zo groeien de tomaten al heel behoorlijk. De twee soorten die we hebben staan, pruim- en trostomaat, zijn forse planten geworden van ongeveer anderhalve meter hoog. De vruchten, groen, nog niet eetbaar, maar zeker als zodanig herkenbaar, zijn in flinke aantallen aanwezig. Ik verwacht daar zeker wel enkele kilo’s per plant van te kunnen oogsten. En als die ook maar de helft van de smaak van de tomaat van vorig jaar hebben, is het experiment meer dan geslaagd. In elk geval zijn de planten dol op water, en zeker op die warme dagen van 25+ graden, hebben ze soms wel 2x per dag water nodig.

En straks, als ze rijp zijn: tomaat in blokjes snijden en in een kom doen. Knoflook, peper, zout en olijfolie erover. Verse basilicum erbij (uiteraard uit eigen kweek!). Even laten staan. Stukje stokbrood roosteren. Tomaten erop, en smullen maar!

En daarna wat aardbeitjes?

Ik kreeg het plantje van mijn dochter en mijn vrouw. Een klein potje was het, met een sprietje groen, en een briefje dat duidelijk moest maken dat dit een aardbeiplantje in wording was, waarmee we de hele zomer van verse aardbeien zouden kunnen genieten.

Nou de zomer is in volle gang, maar ik heb nog geen aarbei gezien, anders dan uit de winkel!

Sterker nog: de plant heeft nog niet eens echt gebloeid! Deze week pas, zagen we de eerste bloemetjes. Dus wie weet, als we een paar weken verder zijn, op de valreep van de zomer….

De plant zit overigens in een hang-bak. Dat is bewust gedaan, en je kunt dat met elke aardbei plant doen. Hang-aardbei bestaat namelijk niet, en het grote voordeel van deze methode is dat de aarbeien ook niet op de modder belanden, en dat beestjes er ook minder makkelijk bij kunnen.

Ook de wilde aarbei is inmiddels een beste plant geworden. Hier ben ik nog wel het meest nieuwsgierig naar. Wilde aardbei schijnt een sterkere, zoetere smaak te hebben. Ik kan me niet herinneren ze ooit in een groentezaak danwel fruitwinkel te hebben zien liggen. Ik laat me dus verrassen! Hij bloeit in elk geval al wél, dus ook daar koester ik de hoop dat we binnen niet al te lange tijd de vruchten van kunnen plukken.

Een van de andere planten die we maanden geleden zaaiden was een plant waarvan iedereen riep dat die groot zou worden, maar dat het buiten te koud zou zijn. En dat het in Nederland een kas-plant zou zijn. En buiten het niet zou redden.

Nou: de courgetteplant die we uit de pot haalden en in de volle border-grond zetten, is inmiddels uitgegroeid tot een plant van zeker een meter breed en hoog. Meerdere bloemen eraan, waarvan de vrouwelijke uitgroeien tot vruchten. Puur, onbespoten en prima van smaak! Gegrild, in de pastasaus, lasagna, of op de barbecue.

Het leukst van dit alles is nog wel dat je terloops kunt roepen ‘Even wat groenten halen!’, en dan niet in de winkel belandt, maar in je achtertuin. En daar 100% biologische groenten haalt. Supervers, onbespoten, en voor een fractie van de prijs die het in de winkel kost.

En had ik al gezegd dat de smaak ook meer dan uitstekend was?

Bij deze dan!



Jun
18
Opgeslagen als nagerecht, recepten 2009 door Mark op 18 juni 2009

Tijdje terug was er een hele reeks reclames op de radio te horen. Het bedrijf voerde een kleine nuancering door van zijn naam. Niet dat het er beter op werd, maar blijkbaar was de oude naam ook niet goed.

Achteraf is het vanuit taal-technisch oogpunt wel te verklaren. Maar als ik eerlijk ben: die nieuwe naam klinkt toch voor geen meter?

Utker…

Ja, akkoord. Omdat er vroeger heel veel toetsenborden en typemachines waren, die geen ‘ö‘ ondersteunden, hadden ze in Duitsland bedacht, dat "oe" dan een alternatief was. Dat zou dan gelezen moeten worden als die o-met-umlaut. En voor de befaamde Ringel-S (’ß’) konden we 2 s-sen gebruiken.

En dus ging de merknaam met Oe op de verpakking. En iedereen snapte dat.

Tot zover natuurlijk geen probleem.

Todat Herr Doctor besloot het ook buiten zijn landsgrenzen te zoeken, en zo ook in Nederland terechtkwam. Waar we nog niet op de hoogte waren van die afspraken rondom de umlaut cs. En dus verbasterde de gemiddelde Nederlander zijn naam. En spraken we gewoon met een ‘oe’, in plaats van een ö.

Dr. Oetker dus.

Lekker nuchter, op zijn Hollandsch, uitgesproken. Sinds 1917, getuige de website (die nog wel lekker de oude spelling gebruikt.. ).

En plots is daar het besef dat we het al 90 jaar niet goed uitspreken, en vind de fabrikant dat dat maar eens rechtgezet moet worden. Alleen is het dan wel jammer dat dat niet echt een verbetering oplevert….

Utker…

Aan de andere kant: wie herinnert zich nog Jif, Smith’s en Raider?

Het zal dus slechts een kwestie van een paar jaren zijn, vele euro’s marketing-budget, en een generatie ouderen, alvorens we niet beter weten. En Oetker iets uit de oude doos is geworden. Iets van vroeger.

Maar goed, die dokter dus, die heeft, naast de pizza’s en bakproducten, ook kartonnen dozen, met bouwblokken voor een kwarktaart. Slechts boter, kwark en wat verse vruchten zijn nog nodig, om er een feestelijk iets van te maken.

Maar stiekem hebben we de dokter helemaal niet nodig! We kunnen het prima zelf!

Het recept van deze kwarktaart is voor een deel afkomstig van Frank, wiens website helaas sinds 6 maanden weinig teken van leven vertoont. Hij postte een eerste versie hiervan, die ik namaakte, en in 2e instantie ook wat aangepast heb. Het resultaat van die tweaks stata hieronder. Voor de zekerheid, want ik heb geen idee of de site van Frank nog lang in de lucht blijft. En het zou zonde zijn, als dit recept verloren gaat, want het is echt goed.

Maak het wel een dag tevoren, dan is de smaak van de kwark nog lekkerder!

Ingredienten

  • 500 gram kwark
  • 2,5 dl slagroom
  • 2 dl melk
  • 125 gram harde boter
  • 150 gram biscuitjes
  • 125 gram suiker
  • 8 blaadjes gelatine
  • 2 zakjes vanillesuiker

Smaakje:

  • 2 eetlepels citroensap
  • 2 eetlepels (versgeperst) sinaasappelsap
  • rasp van een halve citroen
  • rasp van een hele sinaasappel
  • 1 sinaasappel geschild en in kleine stukjes voor door de kwark.

Bereiding

Smelt de boter in de pan en doe hier verkruimelde biscuitjes met een zakje vanillesuiker bij. Roer dit even door en druk dit in een met bakpapier bekleede springvorm van 24cm doorsnede.

Zet de springvorm een half uurtje  in de koelkast om de bodem hard te laten worden.
Week de blaadjes gelatine in water en klop intussen de slagroom stijf met de overige vanillesuiker.

Verwarm de melk op het vuur tot net voor het kookpunt en los hierin de gelatine en suiker op. Als dit licht is afgekoeld kun je de slagroom, kwark en melk door elkaar scheppen.

Naar smaak kun je hier nog (verse) vruchten aan toevoegen.

Giet het mengsel op de bodem, en laat minstens 2 uur, of liever een hele nacht, in de koelkast stijf worden.

Als de kwarktaart stijf is, kun je hem eventueel nog garneren met verse vruchten, slagroom, gesmolten chocolade, etc..



Jun
08
Opgeslagen als hoofdgerecht, pizza, recepten 2009 door Mark op 8 juni 2009

Het wordt zomer. Zo veel is zeker. En dat kun je ook merken. De zon schijnt weer wat vaker. De temperatuur stijgt. En de mensen om je heen worden op de een of andere manier ook weer wat vriendelijker. Ik zie althans weer wat vaker een glimlach links en rechts. En dat maakt je zelf ook weer wat opgewekter.

Maar zomer betekent ook dat er weer wat dingen in en om het huis gedaan moeten worden. Wat onderhoud. Beetje herstelwerkzaamheden. En wat nieuwbouw. Kortom: nothing new on the Western front, en een beetje standaard-gebeuren voor een huis-eigenaar.

Dus na het schoonmaken van de dakgoten, het snoeien van de heg, het storten van beton voor de fundering(*) van de nog te bouwen terrasoverkapping, pizza’s bakken, verrotte balk vervangen en nog wat van die dingen, kijken we terug op een geslaagd weekend.

Veel gedaan, druk, maar toch leuk…

Wacht: pizza’s bakken?

Ja, want er moet uiteraard ook gegeten worden, tussen de middag. En dan kun je natuurlijk heel Hollands een boterham pakken, met een plakje worst en een tomaatje. Of wat kaas. Misschien spring je wel uit de band, en rooster je dat broodje wel.

Maar, zoals mijn vrouw ooit opmerkte: een tosti is ook gewoon een broodje ham/kaas, waarom dan niet een pizza?

Is gewoon een broodje kaas met tomaat. Maar dan warm. En knapperig. En wél lekker!

Dus stond aan het eind van de ochtend de Kitchenaid te kneden, en even later een bak deeg te rijzen. Geen grote hoeveelheden, maar genoeg voor 4 pizza’s. Als lunch.

En terwijl de kinderen zich uitleefden op de schommel en de glijbaan die we in de tuin hebben staan, en tussendoor hun best deden om zoveel mogelijk zand náást de zandbak te deponeren, begon ik pizza te bakken. En ineens klonk het vanuit de tuin "Het ruikt alsof ik op vakantie ben!". De geuren vanuit de keuken hadden de neus van mijn vrouw bereikt, en het was ook de kinderen niet helemaal ontgaan dat we vandaag niet gewoon "een broodje" eten, maar iets anders. Leuker. Lekkerder.

Gewoon simpele pizza’s waren het. Beetje deeg tot schijf gevormd. Tomatensaus erover. Wat kaas. En wat schijfjes tomaat. Beetje oregano om het af te maken. En een paar minuten later hadden we een mediterraanse lunch. Heerlijk, zo, op een zonnige, geslaagde zondag-middag! Het is dat er nog geklust moest worden, anders had een wijntje erbij, er vast ook wel ingegaan…

Maar omdat een pizza Margherita nu niet echt lastig is, en ook amper een recept nodig heeft, daarom een wat luxere, uitgebreidere pizza. Met biefstuk. Is weer eens wat anders, nietwaar?

(*)Voor wat betreft die fundering: dat klinkt groter dan het feitelijk is. Men neme 75 kilo beton-mortel, 3 bouwemmers en 7,5 liter water. Mortel met water mengen, goed mixen, en dan de emmers vullen. Hier komen straks 3 palen op te staan. Maar ach, "fundering"  staat wel stoerder…

Ingredienten

  • 175 gram pizzadeeg
  • tomatensaus
  • ontbijtspek
  • ui
  • champignon in partjes
  • 1 biefstuk
  • geraspte kaas
  • potje kappertjes

Bereiding

Snij de biefstuk in repen van ca. 5 mm dik. Marineer de biefstuk een half uurtje tot een uur, met wat zout, peper, kappertjes, en wat inmaakvloeistof van de kappertjes (een paar theelepels).

Beleg de bodem achtereenvolgens met tomatenbasissaus, geraspte kaas, enkele plakken ontbijtspek en ui. Verdeel dan de biefstuk en de champignons erover, en strooi er nog wat kappertjes, geraspte kaas, en oregano over.

Afbakken in een hete oven, tot de rand mooi bruin is.



Jun
04
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 4 juni 2009

Kaas en ik zullen niet snel vriendjes worden, zo veel is wel duidelijk…

8 Weken geleden maakt ik een kaasje, van wat melk, wat room, zout en stremsel. Ingepakt in kaarsenwas (was nog een dure kaars ook!), en eerst 4 weken in de koelkast, en daarna gepland om minimaal 3 maanden in de kelder te liggen. Regelmatig keren, en goed voor zorgen.

Maar het heeft niet mogen baten. Kaasje ligt in de groene container. Die kleur past wel aardig bij de schimmel, die zelfs de was-laag verdrukte…

Kaas uit het vuistje? Nog even niet dus..

Maar ach, het stremsel is nog even houdbaar.

Dus wie weet.

Over een paar weken.

Krijg ik weer de kriebels.



Jun
02
Opgeslagen als groente en fruit, recepten 2009, voorgerecht door Mark op 2 juni 2009

Hoe je het went of keert: er hangt toch een zweem van wiet, vrije liefde, kleurige kleding, lange haren en vooral een alternatieve levensstijl aan. Iets dat in jaren-zeventig jargon biologies-dynamies werd genoemd. Waarbij ik dan ook maar meteen de spellingswijze van weleer gebruik.

Een alternatief type, compleet met grijze baard, sandalen met grijze geitenwollensokken, een rode broek, en daarboven een tie-dye shirt, met een verlept gilet. En lang haar. Uiteraard.

Aan de andere kant past het ook weer in de huidige economische malaise tijd, waarbij het erop lijkt alsof het ene na het andere bedrijf overheidssteun nodig heeft, om te kunnen overleven… Of om de bonussen nog te kunnen uitkeren. Het is maar welke theorie u het meest waarschijnlijk acht.

Toen ik een paar dagen geleden de bijkeuken uitstapte met onze hond, en op de oprit linksaf sloeg, richting het bos, besefte ik me dat wij eigenlijk best rijk zijn. Misschien niet in de monetaire zin (hoewel we het zeker niet slecht hebben), maar toch zeker wel in de zin van rijkdom qua wonen. We wonen in een klein dorpje in Drenthe (al geef ik toe: dat moet je wel willen), en enerzijds op 100 meter van het bos, maar ook op 100 meter van de supermarkt. De basisschool is hemelsbreed 500 meter van onze voordeur, en er ligt een Italiaans restaurant op kruipafstand…

In de drukte van de dag, met kleine kinderen, een baan, wat hobby’s en een lijstje "things to do today" vergeet je soms even, hoe goed we het eigenlijk hebben, en hoe blij we zijn dat we dit huis een paar jaar geleden gekocht hebben. En zo stond ik dus even stil, letterlijk, terwijl onze hond elk grassprietje aan een nauwgezet forensisch onderzoek onderwierp, en keek goed rond, om de omgeving en het moment (strakblauwe lucht, zonnetje, vogeltjes die tsjirpen, dat werk..) in me op te nemen.

En toen viel mijn oog op de brandnetels in de wei. En besefte ik me dat ik er al heel vaak over gelezen had, maar nog nooit gegeten had.

Terug thuis pakte ik een emmertje, en een paar handschoenen. Ik vermeed de netels direct naast het pad bewust, gezien het grote aantal honden dat hier dagelijks langsloopt, en vond een mooi stel exemplaren in een stuk afgesloten wei. Geen honden in die wei. Geen paarden, koeien, schapen of anderszins uitwerpselproducerende dieren, maar een stukje braakliggend, door prikkeldraad omzoomd stukje grond. Mét brandnetels dus.

Ik plukte de toppen van een stuk of wat planten, en vulde de helft van het emmertje.

Thuis plukte ik de bladeren van de stengels, en deed ze in een vergiet. Een tip: huishoudhandschoenen! Even afspoelen, en klaar voor gebruik. Ik liep de tuin in, en plukte ook wat salie en peterselie. Waarom weet ik niet, maar het leek me wel een goede combinatie met de brandnetel.

Water aan de kook, met een bouillonblokje. Brandnetelbladeren erbij, en een kwartiertje koken. Kruiden erbij, staafmixer erop, en in een kom. Beetje kaas erbij. En dan de eerste hap.

Even schoot het door mijn hoofd, dat het misschien wel één grote grap van die hippies is geweest. Dat je van brandnetels helemaal geen soep kunt maken, omdat je mond na de eerste hap in brand staat. En er ergens anders iemand helemaal in een deuk ligt, omdat er weer een sukkel in is getrapt.

Ik trotseerde mijn hersenspinsel, en nam een hap. De smaak? Groen, hartig, en heel apart. Wel lekker. Ik snap in elk geval dat mensen dit eten. Voor het geld hoef je het in elk geval niet te laten. Een dubbeltje voor het bouillonblokje. De rest komt uit de kraan, of uit de natuur. Gewoon een keertje maken, dus.

 Ingredienten

  • Een paar tuinhandschoenen
  • 125 gr brandnetelbladeren uit de toppen
  • 500 ml water
  • 1 groentebouillonblokje
  • salie
  • peterselie
  • geraspte parmezaanse kaas

Bereiding

Pluk uit de top van de brandnetels de bladeren. 125 gram lijkt niet veel, maar zijn best veel bladeren.

Spoel de bladeren goed af, in een vergiet, en controleer op ongewenst gedierte en dergelijke.

Verhit 500 ml, met het bouillon blokje, en als het kookt, voeg de brandnetel toe. 15 minuten zachtjes laten koken, op een klein vuurtje.

Voeg dan wat verse salie en peterselie toe, en maak het geheel met de staafmixer tot een fijn soepje.

Direkt serveren, met wat parmezaanse kaas.



Mei
25
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 25 mei 2009

Groot. En veel. Dat is wel een accurate omschrijving van de aanwezige planten in onze woonkamer.

Tomatenplanten die door de achterbuurman werden aangezien als wiet-plantage, komkommerplanten die de afstand vensterbank-plafond met gemak overbruggen en courgette die toch echt meer ruimte nodig heeft, dan dat smalle strookje MDF onder het raam.

De temperatuur was buiten inmiddels tot aanvaardbare hoogte gestegen (lees: het vriest niet meer) dus besloten we een en ander te verhuizen, naar een plek met meer ruimte, met name in de hoogte. Naar buiten dus.

Meteen namen we de gelegenheid te baat om de komkommerplanten van een grotere pot te voorzien en kreeg de courgette de vrijgekomen plek van de baby-rucola toegewezen. Die is namelijk nu op, en die gaan we zeker nog wel een keer maken, maar voor nu was de ruimte wel even handig, omdat een courgette plant bepaald geen klein potplantje is.

En zo hebben we meteen ook weer wat ruimte in huis. Wel weer even wennen, overigens. Een hoop groen in de woonkamer resulteert op de een of andere manier toch ook weer in een prettig leefklimaat. Of dat veroorzaakt wordt door een licht verhoogd zuurstof niveau, of gewoon omdat de mens van nature een buitenwezen is, weet ik niet. Maar een woonkamer zonder planten levert in elk geval geen behaaglijk gevoel. Gelukkig waren we niet enkel afhankelijk van tuinplanten, en staan er ook nog wat gewone binnenplanten.

 

We hebben in de afgelopen weken in elk geval een paar zaken geleerd:

  • komkommer heeft het graag warm
  • komkommer houdt niet van verpotten
  • courgette heeft ruimte nodig
  • courgettes bestuiven zichzelf niet (dat gaat buiten, met hommels en bijtjes toch een stuk makkelijker…)
  • aardbeienplantjes groeien heel langzaam
  • aardappelplanten worden best groot
  • tomatenplanten ook
  • je komt altijd potten tekort
  • zo niet, is de potgrond op
  • en een voorraadje verse kruiden is werkelijk een fenomale toevoeging aan je kruidenkastje! 

En aangezien er momenteel nog niet echt bruikbare resultaten te plukken zijn van de verschillende planten, is dat het eerste waar we voordeel aan hebben: verse kruiden uit de eigen tuin. De komkommers zijn namelijk nog wat klein (en het is de vraag of de plant de verpotting overleeft…), de courgette ook, en de tomaten vertonen net de eerste bloemen, en dat duurt dus ook nog wel even.

Maar die kruiden, dat is iets dat hadden we jaren eerder hadden moeten doen. Verse basilicum hadden we vorig jaar ook al wel, maar marjolein, rozemarijn, peterselie en sali erbij (en nog wat plantjes in opkomst, overigens) maakt de keuze natuurlijk wel wat uitgebreider. Je loopt gewoon even de tuin in, plukt wat je nodig hebt, in de wetenschap dat dat zó weer is bijgegroeid, en je dus in feite een onuitputtelijke bron van smaakjes hebt.

Het kost een paar kwartjes voor het zaad, een beetje potgrond, een paar weken geduld, en niet te vergeten wat liefde en aandacht, maar dan héb je ook wel wat!

Voor vanavond staat een pasta met noten-roomsaus, plakje zelfgebakken notenbrood, met daarbij een salade uit eigen tuin, van krulsla en komkommer op de rol. Beetje olijfolie en balsamico-azijn, paar pijnboompitjes en wat reepjes gedroogde ham bij het groenvoer, en smullen maar!

Of misschien gaat de barbecue wel aan. Gehakt, wat peper en zout, schijf van maken, 5 minuten per kant grillen, en dan op een broodje, met een blaadje sla, wat ui en tomaat (toegegeven: uit de supermarkt…) en wat verse basilicum. Wél uit eigen tuin!

McDonald’s: eat your heart out!



Mei
21
Opgeslagen als recepten 2009, vlees door Mark op 21 mei 2009

Charcuterie is een fascinerend boek! Heel, heel veel informatie, boeiende recepten, en uitdagende kansen. Daar ga ik nog een hoop lol mee hebben, zoveel is duidelijk.

Momenteel even uitgeleend aan de achterbuurvrouw, als dank voor de salie, maar dat is niet zo heel erg, want ik had nog wat dingetjes in de pijplijn zitten.

Waaronder deze pancetta dus. Gemaakt met een stukje buikspek, en volgens het recept uit het boek.

Ik was erg nieuwsierig. Want hoe vaak lees je niet een recept voor een italiaanse pasta, waar dan pancetta in moet. En hoe vaak heeft de slager pancetta?

Juist.

Dus moeten we dat maar eens zelf maken.

Ja, het is afzien in de keuken…

 

Ik mengde de kruiden, en het nitrietzout, in de vijzel, en plette het geheel. Het recept vermeldt dat je een Ziploc zak moet gebruiken, maar ik gebruikte een diepvrieszakje, en legde daar een knoop in. Werkt ook prima. Vlees goed ingewreven met de kruiden, en in de zak. Lucht eruit gedrukt. Dichtgeknoopt, en in de koelkast geled.

En nu wachten. 7 dagen lang. Elke dag even masseren en keren. En weer terug in de koeling

 

Op dag 8 nam ik het vlees uit de koelkast, en sneed het zwoerd weg. Eigenlijk had dat al op voorhand gemoeten, maar dat had ik over het hoofd gezien. Niet getreurd, doen we dat nu even. Daarna het vlees strak opgerold, en opgeknoopt. Ik had nog wat kleurig slagerstouw liggen, maar dat bleek niet genoeg. Dan maar wat gewoon bind-touw van de Ikea. We roeien met de riemen die ons zijn toebedeeld, nietwaar?

En daarna verhuisde het pakketje spek, voor 2 weken naar de kelder, om te drogen en te rijpen.

En zo kreeg ik na bijna 2 weken een sms van mijn vrouw:

"Volgens mij is je vlees aan het schimmelen in de kelder. Vliegen kunnen er ook makkelijk bij. Bah! Xxx"

Eenmaal thuis snapte ik haar reactie.

Voor wat betreft haar tweede opmerking: daar moet ik haar gelijk in geven. Dus daar verzon ik een oplossing voor. De eerste constatering klopt echter ook. Diverse plekken op het vlees, waar zich een schimmel had genesteld.

Ik had echter op voorhand al wat research gedaan, en wist dat ik me daar eigenlijk niet zo druk over hoefde te maken, zolang het een witte schimmel betrof en geen zwarte of rode. Die witte schimmel kan namelijk niet veel kwaad, en lijkt in feite heel erg op de schimmel die je ook op brie of camambert vindt. Bovendien is het vlees ook nog eens niet bedoeld om rauw te eten, maar om gebakken te worden. Dus spoelde ik het vlees onder de kraan goed af. En maakte me dan ook geen zorgen.

Nieuwsgierig sneed ik het vlees aan. Een mooie rode kleur, en een intens aroma komen er vanaf. Geen idee of echte pancetta ook zo ruikt, maar lekker is dit wel!

Even snel een paar plakjes in de pan, en eens proeven.

Beetje zout, maar kruidig, en erg lekker!

Proef op de som was natuurlijk er een keer mee te koken. En ik maakte dan ook (hoe kan het haast anders…) een pasta ermee. Een spaghetti carbonara, die traditioneel ook met pancetta gemaakt wordt.

Eindoordeel van de jury: ik sta volgende week weer bij de slager. Voor een nieuw stuk spek. Voor pancetta. Of bacon. Want dit is leuk! En lekker!

Ingredienten

  • stuk buikspek, zonder het vel
    en per kilo vlees:
  • 4 teentjes knoflook
  • 20 gram nitrietzout (0,6%)
  • 2 eetlepels bruine suiker
  • 2 eetlepels jeneverbessen, geplet
  • 4 kleine laurierblaadjes
  • 1 theelepel nootmuskaat
  • 1 theelepel thijm
  • 4 eetlepels versgemalen peper

Bereiding

Snij het buikspek tot een rechthoekige lap, indien gewenst. Loszittende stukken kun je het best even wegsnijden.

Meng in de vijzel het zout, de suiker, de kruiden, en de helft van de gemalen peper. Plet met de vijzel de jeneverbessen. Wrijf het stuk spek in met het zout/kruidenmengsel. Zorg ervoor dat het zout goed overal zit, en masseer het wat in.

Stop het vlees in een diepvrieszak, pers er zoveel mogelijk lucht uit, en knoop goed dicht. Leg het in de koelkast gedurende 7 dagen. Masseer het vlees elke dag, zonder het uit de zak te halen (dus door de zak heen) zodat het zout en de kruiden goed verdeeld worden en blijven.

Haal na deze periode het spek uit de koelkast, en spoel het goed af onder de kraan. Leg het plat op je werkbank en verdeel de rest van de peper nu over de vleeskant.  Rol het vlees op, en knoop het op, met slagerstouw. Zorg ervoor dat er geen lucht in het opgerolde vlees blijft. Te strak op binden kan eigenlijk niet.

Hang de pancetta-to-be op een droge plek, bij een temperatuur van 12-15 graden te drogen, gedurende 2 weken. Ik hing het in de kelder.

Spoel het vlees dan eventueel af, onder de kraan, waarbij je eventuele schimmel verwijderd.

Het vlees is in de koelkast ca 3 weken houdbaar, maar kan uitstekend ingevroren worden, en is dan tot 4 maanden houdbaar.

Na 2 weken is het in feite klaar, en kun je het in plakken snijden, naar gewenste dikte. Lekker met een gebakken eitje, of natuurlijk in een pasta carbonara!