Soms vraag je je af, of we in onze huidige maatschappij niet te ver van de werkelijkheid zijn af komen te staan. Zijn we inmiddels de link tussen het dier en het verpakte filetje zó uit het oog verloren?
Ik las onderstaand berichtje en moest stiekem toch wel een beetje lachen…
Ik mag graag denken dat enkel Amerikanen, met hun ‘over-processed’ voedselindustrie zo kunnen denken, maar ik vrees het ergste… Hoe lang zal het duren voor onze kinderen denken dat de hamburger van McDonald’s uit een potje of pakje komt, en vergeten zijn dat voor dat vlees ook een dier is gestorven?
Ach, dat is wel erg pessimistisch, nietwaar?
Omdat ik in januari jarig was, en omdat het maken van de droge worst zo bevallen is, heb ik een verlaat verjaardagskadootje besteld. Dat kwam gisteren aan.
Eerste indruk: geen foto’s, veel tekst, en veel, heel veel informatie. Ik heb ook al een paar dingen gezien, zoals pancetta, en thuringer braadworst, die ik zeker ga proberen. Leuke aanwinst dus!
Ook zo’n hekel aan champignons in partjes snijden? Of schijfjes?
Dan pak je toch gewoon de eiersnijder!
Werkt als een zonnetje! Met het voetje omhoog de paddestoel erin, en dan dichtklappen.
Het leven kan soms zo eenvoudig zijn….
"Hoe moeilijk kan het zijn?"
Nou, knap lastig nog! Zo’n kaasje kazen.
Ik had het plan opgevat om zelf kaas te maken. Een beetje naar aanleiding van de verhalen van Meneer Wateetons, besloot ik een flesje stremsel te bestellen. Kosten: €3,85 en goed voor 150 liter melk. Kun je je geen buil aan vallen. Handig voor erbij: een foldertje, a het wereldbedrag van €0,89. Zelfs als mijn inspannigen vruchteloos zouden blijken, zou er niet meer dan een paar euro naar de fillistijnen zijn. Dat is dus een zeer beperkt risico.
Ik kocht daarnaast een pakje karnemelk, en 4 pakken koelverse melk. Kaasdoek had ik nog.
Melk in een pan, opwarmen tot de juiste temperatuur, en dan het stremsel. Na 45 minuten wachten gebeurde er nog niet veel. Ik twitterde mijn zorgen hieromtrent, en werd prompt in woord en daad door Meneer Wateetons bijgestaan. Zijn tip: "Zeker nog een half uur wachten! Kan makkelijk nog wel een uur bij zelfs" . En dus wachtte ik nog even.
En verhip: de wei en de wrongel scheidden zich (waarvoor dus nog dank!) ! Snijden, opwarmen, en wachten, en het hele zwikje in een vergiet om uit te druppen.
Nu een kaasvorm. Die ontbrak nog. Ik had eerlijk gezegd nog geen zin om daar nu al direct €40,- aan uit te geven, dus zocht ik een alternatief. Dat vond ik in de vorm van een spindel-deksel. Voor de niet-ingewijden: wanneer je dvd-recordables’s of cd-recordables in aantallen van 50 of 100 stuks bestelt, is er vaak de mogelijkheid dit op spindel te doen: een simpele plastic houder met deksel, en daarop de schijfjes. Geen doosjes, dus lekker compact. Handig als je vaak dvd-tjes brandt. Of kaas maakt. Natuurlijk.
De deksel op de kop, met een paar gaatjes in wat nu is de onderkant, zodat de wei goed weg kan lopen, en kaasdoek erin. De wrongel erbij, en persen maar.
En na een paar uur persen, leek het me wel goed. Dan nog een nachtje in de pekel (1 liter water, met 75 gram zout) en klaar is Klara Kaasje.
Op een plankje, met een vliegengaasje erover, werd een mooi plekje in de kelder gezocht. Het kaasje geparkeerd, en elke dag even bezoeken, en omdraaien. Op die manier zouden de zuren zich mooi verdelen in de kaas. Mij best, ik draai wel.
Na twee weken echter, bleek mijn kaasje toch niet levensvatbaar. Hij begon wat plekjes te vertonen, die ondanks goede zorg niet weggingen. Medicatie werd gezocht in de vorm van wat azijn, ook weer op advies van voornoemde twitter-bron, maar ook dat mocht niet baten.
Het is daarom dat ik vanmiddag heb besloten, het lijden niet onnodig te rekken, en de stekker uit het project te trekken.
Helaas. Triest maar waar. Maar niet getreurd: leren doe je door te vallen, en de schaafplek op mijn ego neem ik dan maar voor lief, en beschouw ik als leergeld.
Om even een idee te geven van de stand van zaken vanochtend:
U snapt dat ik dit niet langer kon aanzien. Schertsend riep ik nog "Kijk! Ik heb spontaan een schimmelkaasje gemaakt!" , maar dat maakt het nog niet aanlokkelijk om een hap te nemen.
De groene container is derhalve ook een blokje (zeer jonge) kaas rijker.
Maar omdat ik toch erg nieuwsgierig was, en ik het niet kon laten, sneed ik de kaas doormidden. Net echt! Ik sneed een stukje af, verwijderde buitenste 3 millimeter, en proefde het. Beetje zout, maar wel kaas. Best lekker eigenlijk.
Even twijfelde ik: kaalsnijden en weer naar de kelder, maar ik durfde dat toch niet goed aan, zeker gezien de varieteit aan kleuren (groen, blauw, oranje en zelfs zwart!) aan culturen. Dus binnenkort in de herkansing: Twitterkaasje part two. A new hope ?
Consumentalisme wordt in de basis aangedreven door verleiding. Verleiding om te kopen. Dat kan op allerlei verschillende manieren. Verpakking, prijs, merk, maar ook omgeving en presentatie. Supermarkten hebben zich de afgelopen decennia hierin enorm verbeterd, en passen allerlei tactieken toe, om u tot het gewenste aankoopgedrag te bewegen.
Is het u al eens opgevallen dat wanneer u een gemiddelde supermarkt binnenloopt, er in de eerste pak ‘m beet 3 meter geen koopwaar ligt? Dat heeft een logische verklaring: u komt immers uit het drukke verkeer, en van een drukke parkeerplaats, en bent in uw hoofd nog veel te druk bezig met de vraag ‘Karretje of mandje?‘, om zich te focussen op eventuele producten. Dus waarom in dat eerste stuk iets neerzetten, dat toch niet verkoopt?
Helaas heeft u in uw karretje ook nog een paar lege flessen en misschien wel een kratje lege bierflesjes. En wat wil het ‘toeval‘ nu? De emballage afdeling is aan de achterkant van de winkel. Dus eerst maar eens door de winkel. Langs alle kopstellingen, aanbiedingen en prominent geplaatste producten. De lege flessen ingeleverd loopt u weer terug naar de groente afdeling, wederom langs de kopstellingen, aanbiedingen en opvallend geplaatste producten. Uw groenten en fruit in de winkelwagen geplaatst, vervolgt u de tocht door de winkel, langs de kopstellingen, aanbiedingen en opvallend geplaatste producten. Herkent u het patroon?
Doorgaans baseert de gemiddelde consument in Nederland zijn maaltijd op de soort vlees die hij klaar wil maken. Ofwel: eerst het vlees kiezen, en de rest eromheen aanpassen. Biefstuk? Dan lekker met franse frietjes, champignons en doperwtjes met worteltjes. Gehaktbal? Met aardappel en bloemkool, natuurlijk! Dus na het fruit eerst maar naar de slagerij-afdeling.
Om u alvast wat werk uit handen te nemen, heeft de grootgrutter alvast in uw plaats nagedacht: een koeling met daarin een kilo-verpakking shoarmavlees, en, hoe handig, daarnaast meteen de pita-broodjes, de ijsbergsla en de aardappelschijfjes. En bovenop? De knoflooksaus. Uiteraard van Calvé! Want waarom zou een klant zelf nog moeten kiezen?
’s Avonds bij de borrel lusten we graag ook nog een snackje. Chips, borrelnootjes of iets anders hartig. De bewuste stelling kent zijn eigen rangorde. Op ooghoogte de A-merken, vergezeld van het eigen merk chips, daaronder de B-merken, en in de onderste stelling het budgetmerk. Het A-merk is soms wel 25% duurder dan het huis-merk, maar de winkelier ziet u toch liever met zijn eigen product naar huis gaan. Immers: voor het A-merk betaalt u ook de naam, en bij het huismerk kan dat geld naar de winkelier zelf gaan. Wilt u uw supermarkt dus financieel steunen, kies dan vooral voor de huismerken. Spaart uw eigen portemonnee, en de eigenaar wordt er beter van. Een win-win-situatie?
Onderwijl u winkelt, en uw karretje zich vult, valt u ineens op, dat u eigenlijk nog niet zo veel spullen hebt. Of lijkt dat maar zo? De laatste decennia is er een trend merkbaar geweest, waarbij de winkelkarretjes groter zijn geworden. Daardoor lijkt het in de winkel zo dat u nog helemaal niet zoveel spulletjes hebt geladen, en (onterecht) denkt dat u nog niet zoveel geld hebt uitgegeven. De verrassing komt dan bij de kassa..
Een truc die fabrikanten overigens vaak toepassen is de truc van de grote verpakking: een pot chocopasta van 250 gram voor 3 euro, en 500 gram voor 5 euro. Welke neemt u? De fabrikant en de winkelier zien u graag vertrekken met de pot van 500 gram. Die líjkt voordeliger, maar is dat enkel voor de middenstander. Immers: een grotere pot betekent minder transportkosten (immers, er hoeft minder lucht te worden vervoerd), minder verpakkingskosten (per 100 gram product), en hogere omzet voor de winkelier. Win-win voor de aanbieders, dus. Eenmaal thuis treedt een mechanisme in werking, dat ik even ‘de psychologie van de voorraad‘ doop: als u van een bepaald product meer in uw voorraadkast hebt staan, bent u geneigd er meer van te gebruiken. E.e.a. onder het motto ‘we hebben toch genoeg‘. Gevolg: een pot van 250 gram doet u 4 weken mee, en een pot van 500 gram gaat er in 6 weken doorheen. Nogmaals winst voor onze ondernemers dus!
Op weg naar de brood afdeling neuriet u vrolijk mee met de muziek, of liever muzak, op de achtergrond. Ook hier is over nagedacht: ’s ochtends draait de supermarkt andere muziek dan ’s middags of later op de avond. De muziek wordt namelijk aangepast op het publiek. Gemiddeld gaan senioren in ons land vóór 10 uur naar de winkel, en dus is de muziek dan klassiek geörienteerd. Rond het middaguur komen de scholieren en masse en wordt er moderne muziek gedraaid. En zo rond 17:00, wanneer de werkende mens op zoek gaat naar zijn K&K-maaltijd van de dag, wisselt de achtergrond weer voor meer Skyradio-achtige klanken. En dit alles om u zo ontspannen mogelijk te laten voelen en zoveel mogelijk op uw gemak. Dan koopt u namelijk makkelijker.
Eenmaal aangekomen op de broodafdeling vult uw neus zich met de geur van versgebakken brood. Nou ja, vers gebakken. Vers áfgebakken. Want het brood komt nog steeds gewoon uit de fabriek, en wordt in de winkel slechts 5 minuten afgebakken. Maar het ruikt zo lekker, hé… Ik geef toe, ik val er zelf ook regelmatig voor, want wie houdt nu niet van de geur van vers brood?
Laten we dan maar even een bakje koffie doen. Even bijkomen van de drukte en haast. ‘Hé, wat een leuk liedje op de achtergrond!‘, en onbewust tikt u met uw voet op de vloer, op de maat van de muzak, en snuift u de geur van brood en koffie op. En tegelijkertijd wordt u onbewust bestookt met signalen om toch maar vooral te kopen. Een bord dat aan het plafond hangt, de uitzicht op de kopstellingen, en natuurlijk de non-food afdeling. Ook zo’n goudmijntje, met allerlei spullen die eigenlijk niet zo gek veel met een supermarkt te maken hebben: dvd’s, boeken, bloemen, en soms zelf complete computers en mobiele telefoons. Marktverbreding? Wie zal het zeggen.
Koffie op, wagen vol, op weg naar de kassa. Nog even een last-minute verleiding door de stelling bij de kassa, met snoepjes (vooral heel handig als je kleine kinderen mee hebt, en je even moet wachten in de rij…..). En dan het jachtige leven weer in, uit de greep van de buurtsuper. Ach, ’s lands grootgrutter heeft niet voor niets als slogan: ‘letten op de kleintjes‘, want de kleuter van nu, is de klant van de toekomst.
En wij? Wij laten ons nog maar eens verleiden om weer een nieuwe variant van geprefabriceerd voedsel aan te schaffen, want ach, de producenten en grootwinkelbedrijven hebben toch enkel óns belang voor ogen?
Het is officieel: ik ben gepubliceerd auteur!
Jawel! Ik ben ontdekt!
Nou ja, een beetje ontdekt dan. Maar ik ben niettemin toch erg trots en blij om te kunnen vertellen dat een stuk dat ik geschreven heb, is afgedrukt.
Op papier!
In een écht blad!
In De Hoeksche Waard Groen. Het verenigingsmagazine, van de jagers op de eilanden IJsselmonde en Hoeksche Waard, onder de rook van Rotterdam.
Naar aanleiding van het stuk dat ik geschreven had over de 2 hazen van mijn buur-jager-man, ontving ik in november een e-mail van Dirk-Jan. Hij had via foodrank.eu (is mijn aanmelding daar toch nog érgens voor goed geweest, want qua ranking schiet dat niet echt op, met een 43e plek, op moment van schrijven …) mijn blog gevonden, en gelezen over de hazen. Toevaligerwijs is Dirk Jan de eind-redacteur van het blad op de foto hiernaast/boven.
Dirk Jan vroeg me in een email of hij het stuk over de hazen kon opnemen in het winternummer. In ruil voor wat gerookte gans bijvoorbeeld.
Maar natuurlijk! Wat leuk!
Iemand die mijn schrijfsels leuk vind, en zelfs goed genoeg om ze over te nemen, dat had ik niet gedacht, toen ik anderhalf jaar geleden met het blog begon. Een compliment dus, en daar word ik altijd erg blij van.
Maar om nu gerookte gans met de post te versturen leek me niet heel handig. Ik woon immers in Drenthe, en kom zelden tot nooit in Zuid-Holland. Dat aanbod sloeg ik derhalve met wat spijt af. Maar in ruil voor enkele exemplaren van het blad, en vermelding van de url van het blog, verleende ik met alle plezier toestemming. En wachtte met spanning af.
Tussen kerst en oud&nieuw plofte de enveloppe op de mat. 2 maal een exemplaar van de Hoeksche Waard Groen. En verdraaid, het stond er echt. Groen op wit. Mét foto’s!
Dus vanaf heden ben ik officieel gepubliceerd auteur!
Het is trouwens een vreemde gewaarwording om iets dat je zelf hebt geschreven ineens in een blad te zien staan. Op de één of andere manier voelt dat dan toch echter, dan wanneer ik een stukje op het blog plaats. Ik denk dat dat komt omdat het dan ineens onderdeel wordt van een groter geheel, waar ook andere mensen aan gewerkt hebben. Een mix van erkenning, saamhorigheid, en voldoening, zeg maar.
Ja, ik ben wel blij, ja!
|
Nov
17
|
In een groen-groen-groen-groen knolle-knolle-land
Daar zaten 2 haasjes heel parmant
En toen kwam mijn buurman dus langs.
En die is jager.
En schiet ook wel eens raak.
Afgelopen zaterdag avond werd bij ons op het raam geklopt. Best hard geklopt, eigenlijk. Even later stond een man binnen, met een snor, een baard, en het haar bedekt met een hoofddeksel. Mooi pak aan, ook.
Dat pak was alleen niet rood, maar groen. Het was dus niet de Goedheiligman. Het was de Goed-buurman.
In zijn rechterhand een plastic zak van de C1000. Eruit staken 4 poten. Nou ja, ook weer niet. Feitelijk was het niet veel meer dan een stukje bot dat uit de zak stak. Een nogal stevige geur, om het maar eens eufemistisch uit te drukken, verspreidde zich door de woonkamer. "Tja, dat is normaal bij wild." lichtte hij toe, nadat mijn vrouw even twijfelde of ze nu met een hand voor de mond de kamer zou verlaten, of dat ze de buurman zou bedanken voor de hazen.
Want die zaten dus in die zak.
2 ex-hazen.
Eerder op de dag door buurjagerman geschoten, en zojuist gevild, en schoongemaakt. Het enige dat ik nog hoefde te doen, was ze portioneren, en in te vriezen. Ik had het nog met hem erover gehad een paar dagen eerder, maar had het niet zo snel verwacht. Dus ik stond wel even te kijken. Veel ervaring met wild, anders dan het eten ervan, heb ik nog niet. Dus het portioneren zou nog best eens tegen kunnen gaan vallen.
Een beetje onwennig pakte ik een uurtje of zo later een schone snijplank, een scherp mes, en de eerste van de beide dieren. Na een paar keer het karkas rondgedraaid te hebben, om een aanvalsplan te vormen, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken, en zette het mes in de eerste bout.
Een vreemde ervaring, snijden in een herkenbaar stuk vlees. Bij het zien van een kipfiletje of biefstukje is de link naar de herkomst natuurlijk niet zo snel gelegd. Althans, als ik dat bij de slager zie liggen, heb ik niet direct een koe voor ogen. In dit geval moest ik even een knop in mijn hoofd omzetten, en beelden van 2 dartelende hazen loskoppelen van de stukken vlees op mijn aanrecht.
Dat snijden viel nog niet mee. Ik ben niet zo bekend met de anatomie van een haas, om te weten waar nu precies het scharnierpunt van de heupjes zit. Dat leek me namelijk de meest logische plek om de achterpoot te scheiden van het lijf. Na een wat onzekere start, wat geprik, getwijfel, en enkele snedes, die achteraf helemaal niet juist bleken, had ik de eerste poot toch eraf.
De tweede poot ging al wat sneller, en na het uitsnijden van de hazenrug, de voorpoten, en de rest van het bruikbare vlees, vulde ik de eerste diepvrieszakken. De tweede haas ging een stuk sneller en eenvoudiger. Het gevoel van snijden in een dier verdween overigens net zo snel, als dat ik ze in stukken sneed. Hoe minder herkenbaar als dier, des te eenvoudiger bleek het, het geheel te zien als "avondeten!".
De opbrengst in de vriezer:
4 hazenbouten
4 hazenrug-filets
3 voorpoten (een was helaas verbrijzeld door een schot hagel…)
een paar honderd gram vlees van diverse plekken van het beest.
Het plan:
1 hazenpeper (van 2 hazenbouten)
1 hazenragôut (van de losse stukken vlees)
2 rugfilets met een cranberry saus
2 rugfilets met een chocolade saus
En voor de rest van de delen moet ik nog wat verzinnen. Maar met een heel internet als inspiratiebron, en diverse sites die momenteel seizoensgebonden recepten publiceren, waaronder een hoop wild, zal dat geen probleem zijn.
Wordt derhalve vervolgd…