|
Okt
22
|
Spruiten.
Love ‘em or hate ‘em. Er schijnt geen tussenweg te zijn.
Ze zijn in elk geval berucht. Berucht omdat een hoop mensen, met name kinderen ,ze niet lusten. Veroorzaakt door de bittere, nogal heftige smaak van verse spruiten.
In de afgelopen jaren is er daarom door de verschillende telers erg hun best gedaan, om die bittere smaak te verdrijven, of op zijn minst te verminderen. Dat daarmee ook de karakteristieke smaak van de spruit verdwijnt is een minder welkom zij-effect.
Spruiten dus.
De bitterheid van spruiten, aldus meneer McGee, zit hem in de kern, en wordt veroorzaakt door Sinigrine en Progoitrine. Sinigrine smaakt zelf bitter, maar bij verhitting produceert dit een niet-bitter thyocyanaat. Progoitrine daarentegen is niet bitter maar produceert bij verhitting juist een bitter thyocyanaat. Dus als we snel verhitten worden ze bitter, en als we ze op lage temperatuur garen, dan ook.
Damn, we’re screwed any which way!
Of niet?
Een manier zou kunnen zijn om de spruiten te halveren, en de halve spruiten kort te blancheren en daarna te bakken. Met wat bacon. Om het leuk te maken. En dat heeft meteen tot gevolg dat de kleur van de spruiten zo mooi groen wordt! Het oog wil immers ook wat.
Kilo spruiten gekocht, gehalveerd (wat een hoop spruiten gaan er in een kilo, zeg!) en een pan water op het vuur. Spruiten erin, 2 minuten koken, en in een vergiet.
Beetje boter in een pan met dikke bodem, bacon in blokjes erbij, goed heet laten worden, en de spruiten in de pan.
Door het aanhangend vocht sist het de pan uit, en de stoom ontlokt aan mijn dochter de uitspraak ‘Papa, je spruitjes staan in brand!‘. Nu viel dat gelukkig mee, ze waren zelfs niet eens áángebrand. Wel een lekker bruin randje. Dat heeft meneer Maillard toch maar mooi gezien!
De gebakken spruiten op een bord, en tijd voor het jury-beraad: smaken spruiten op deze manier beter dan "gewoon" gekookt?
De jury was unaniem (‘Nogal wiedes, je was alleen!’ denkt mijn vrou nu): spruiten geblancheerd en gebakken met wat bacon zijn lekkerder! De beetgare groenten waren minder bitter, een beetje zoeter. Ook de toevoeging van het vlees vormt een mooie aanvulling, en kan prima als tegengewicht dienen, tegen de nog steeds sterke smaak van de spruiten.
Ergo: komende winter gaan we spruiten bákken.
Het is wonderlijk: je begint met een zakje, met wat zwarte, witte, gespikkelde, ronde, platte dan wel miniscule zaadjes, wat pootgrond en wat warmte. En dan, enkele maanden later, heb je wortel, aardappel, tomaat, pepertjes en meer courgette dan een normaal mens in een week kan verorberen. En het leuke is: alles is biologisch, ultravers, kost geen snars, en qua foodmiles zit je ook nog eens helemaal top, want het groeit gewoon in je achtertuin. 10, misschien 15 meter, als je ook nog een rondje over de glijbaan vandce kinderen maakt, moet je ervoor afleggen. Dus laat maar komen, dat EKO-keur!
Ik stak begin dit jaar 4 aardappelen in de grond. Geen idee welk ras, maar een rode schil-aardappel. Ze hadden eerst 3 weken in de bijkeuken gestaan, om te ontkiemen, en mochten daarna hun uitlopers uitwerpen in de achtertuin. Ik verbaasde me er halverwege nog over dat er erg weinig bloemetjes aan de planten kwamen, aangezien de aardappelvelden die ik wel eens zie, meestal toch een flink aantal witte bloemetjes laten zien. Maar goed, gewapend met 0 verstand van aardappel nam ik dat gegeven voor waar aan, en hield me bezig met andere zaken. Maar, ook in het leven van de aardappelplant, komt een moment dat je moet oogsten wat je gezaaid, of in dit geval gepoot, hebt. De 4 planten waren aardig groot geworden, en samen met mijn dochter begon ik te rooien (wat wel weer grappig is: rode aardappels rooien.
). Het kinderlijk plezier van zowel papa als dochter was eigenlijk al beloning genoeg. Het schept een vreemd soort genoegen om iets uit de grond te halen wat een normaal mens gewoon in een zak in de supermarkt koopt.
Uiteindelijk haalden we ruim 3,5 kilo aardappel uit de grond. Geen slecht oogst, gezien de investering in 4 aardappel, á €0,28…
We hebben ze gekookt, geroosterd en gefrituurd gegeten. Lekker! Leuk! Doen we volgend jaar in elk geval weer.
In tegenstelling tot de wortels. Ik bedoel, leuk dat je wortels in je tuin hebt. Maar de opbrengst is nou ook weer niet dusdanig, dat ik de moeite die je er in steekt kan verantwoorden. Een schamele 650 gram kwam er uit de grond. Maar misschien waren we ook wel wat te snel met oogsten. Dessalniettemin: geen wortel meer in de moestuin!
Tomaat daarentegen is een ‘gift that keeps on giving’! 4 planten hebben we, elk in een flinke pot. Het komt wat langzaam op gang, ja maar dan, ja maar dan!
Dan heb je ineens 2,5 kilo tomaten, uit eigen tuin, op je aanrecht liggen. Er is niet veel fantasie voor nodig, om te bedenken dat we daar een pasta-saus mee gemaakt hebben. Weliswaar niet zomaar een pastasaus, maar de pastasaus van Heston Blumenthal. Waarover later meer.
En had ik al verteld van die courgettes?
Die ene plant die we hebben, heeft een omvang van 2 meter bij 1 meter, en als we hem niet wat gekortwiekt hadden, zou hij nóg groter zijn geworden! Wekelijks komen daar meerdere vruchten vanaf, en wekelijks verzinnen we dan ook wel een gerecht wara ze in verdwijnen. In pastasaus, op de pizza (met dank aan Maaike voor die tip!), in de nasi (courgette is ook groente, dus waarom niet?) of gegrild, met wat zout/peper/olijfolie.
Als je de kosten/baten analyse uitvoert, is dat eigenlijk nog de beste investering geweest. Één zaadje, van 10, uit een zakje van anderhalve euro. 15 cent investeren dus, en een zomer lang oogsten. Ik schat dat we er zeker een stuk of 30 hebben gehad, misschien wel meer. En ze zijn nog lekker ook!
De courgette gaat dus in elk geval door naar de volgende ronde.
Evenals de komkommer, trouwens. Want ook die levert nog steeds regelmatig een lekker dikke vrucht af. En daarbij: volgend jaar wil ik zelfgekweekte augurken inmaken! Dus dat was snel besloten.
Dan waren er ook nog spaanse pepers. In het begin vreesden we voor het leven van het kleine plantje, en waren we bang dat hij het door de te lage temperatuur niet zou redden. G
elukkig brak de zomer in alle hevigheid los, en schoot de buitentemperatuur, en het aantal zon-uren, zover omhoog, dat daar ook al de eerste oogst heeft plaatsgevonden. "165 dagen van zaadje tot vrucht", stond op de verpakking. Een klein half jaar dus. En dat klopt wel, want het zaaien deden we in maart, en eind augustus dus de eerste pepertjes, die inmiddels in de keuken te drogen hangen. Want dat gaat heel makkelijk: je knoopt een touwtje om het steeltje, en hangt ze op een droge, warme plek. En dan wacht je. Twee, drie weken. Dan zijn ze wel droog. In een pot met deksel zijn ze dan lekker lang houdbaar. Maanden, misschien wel langer.
"En die wilde aardbei?" hoor ik zachtjes…
Nou, die roze schuimpjes met chemische aardbeien-smaak. Volgens mij krijgen die dingen hun smaak van de wilde aardbei! Want ze smaken precies zó! Bee
tje fris-zuur, zoet, en net ze roze als ze eruitzien. De kinderen vinden ze lekker, maar de opbrengst van de plant is maar zeer beperkt. Enkele tientallen vruchtjes. Dus die zien we helaas niet terug, in een volgende ronde.
Conclusie: erg leuk om eens te doen! Heel leerzaam, en vooral ook voor de kinderen. Samen even de tuin in, een aardbeitje plukken, courgette voor bij de pasta, of aardappels opgraven is erg lollig, lekker en makkelijk. Kost relatief weinig geld, tijd en moeite, en de opbrengst was de moeite waard. Alleen, volgend jaar niet meer zoveel verschillende dingen.
Wat terugkomt: komkommer, courgette, aardappel, aardbei (de gewone!) en uiteraard diverse kruiden.
Niet meer: wilde aardbei, wortel, sla, tomaat en snijbonen. Want daarvan was de moeite die het kostte, het resultaat niet waard.
Maar al met al is het erg goed bevallen en zal dit volgend jaar zeker vervolgd worden!
Het is komkommertijd op Kokend Water.
Zowel letterlijk als figuurlijk, ben ik bang.
De foto hiernaast toont één van de exemplaren die in de achtertuin groeide, maar inmiddels zijn weg gevonden heeft naar onze monden, op een van de mooie dagen die we de afgelopen tijd hebben gehad. De smaak ervan was beduidend beter dan van een supermarkt-variant: zoeter, en duidelijke komkommersmaak. Geen wonder ook: hij groeit buiten, niet in een kas, en is veel kleiner dan wat je in de winkel vindt. We hebben de afgelopen weken al vaker geplukt, en in de loop van de komende weken zullen we er nog wel meer kunnen oogsten, denk ik. De kosten van de zaden hebben we er in elk geval al ruimschoots uit!
Maar verder gebeurt er op kokologisch gebied eventjes niet zo gek veel. Een patroon dat zich vorig jaar ook al voordeed, waarbij er ’s zomers ook de broodnodige tijd aan andere zaken besteed moet worden, en het experimenteren er meestal bij inschiet.
Zo stond ik reeds op de ladder om de kozijnen aan de achtergevel te schilderen, ben ik bezig met het bouwen van een terrasoverkapping, zodat we ook op die warme-zomeravonden-met-aflsuitend-onweer nog lekker kunnen blijven zitten, groeit de rest van de tuin harder dan ik snoeien kan, en vinden vrouw en kinderen dat zij ook recht hebben op mijn tijd. Iets dat ik natuurlijk volledig onderschrijf. En ach, er ligt nog een lijstje met klussen, die vorig jaar ook al op de verlanglijst stonden. Niet dat ik klaag, maar je moet ergens prioriteiten stellen, nietwaar?
Helaas heeft dat tot gevolg dat er al een paar weken geen bericht geplaatst werd op het blog, er geen spannende vleeswaren hangen te drogen, en de pizza’s niet volgens een nieuw, maar een beproefd recept worden gebakken. En ik vrees dat het ook wel even rustig zal blijven…
Maar gelukkig er was ook nog zoiets als een serie over een moestuin, en dáár kan ik wel wat over roepen.
Zo groeien de tomaten al heel behoorlijk. De twee soorten die we hebben staan, pruim- en trostomaat, zijn forse planten geworden van ongeveer anderhalve meter hoog. De vruchten, groen, nog niet eetbaar, maar zeker als zodanig herkenbaar, zijn in flinke aantallen aanwezig. Ik verwacht daar zeker wel enkele kilo’s per plant van te kunnen oogsten. En als die ook maar de helft van de smaak van de tomaat van vorig jaar hebben, is het experiment meer dan geslaagd. In elk geval zijn de planten dol op water, en zeker op die warme dagen van 25+ graden, hebben ze soms wel 2x per dag water nodig.
En straks, als ze rijp zijn: tomaat in blokjes snijden en in een kom doen. Knoflook, peper, zout en olijfolie erover. Verse basilicum erbij (uiteraard uit eigen kweek!). Even laten staan. Stukje stokbrood roosteren. Tomaten erop, en smullen maar!
En daarna wat aardbeitjes?
Ik kreeg het plantje van mijn dochter en mijn vrouw. Een klein potje was het, met een sprietje groen, en een briefje dat duidelijk moest maken dat dit een aardbeiplantje in wording was, waarmee we de hele zomer van verse aardbeien zouden kunnen genieten.
Nou de zomer is in volle gang, maar ik heb nog geen aarbei gezien, anders dan uit de winkel!
Sterker nog: de plant heeft nog niet eens echt gebloeid! Deze week pas, zagen we de eerste bloemetjes. Dus wie weet, als we een paar weken verder zijn, op de valreep van de zomer….
De plant zit overigens in een hang-bak. Dat is bewust gedaan, en je kunt dat met elke aardbei plant doen. Hang-aardbei bestaat namelijk niet, en het grote voordeel van deze methode is dat de aarbeien ook niet op de modder belanden, en dat beestjes er ook minder makkelijk bij kunnen.
Ook de wilde aarbei is inmiddels een beste plant geworden. Hier ben ik nog wel het meest nieuwsgierig naar. Wilde aardbei schijnt een sterkere, zoetere smaak te hebben. Ik kan me niet herinneren ze ooit in een groentezaak danwel fruitwinkel te hebben zien liggen. Ik laat me dus verrassen! Hij bloeit in elk geval al wél, dus ook daar koester ik de hoop dat we binnen niet al te lange tijd de vruchten van kunnen plukken.
Een van de andere planten die we maanden geleden zaaiden was een plant waarvan iedereen riep dat die groot zou worden, maar dat het buiten te koud zou zijn. En dat het in Nederland een kas-plant zou zijn. En buiten het niet zou redden.
Nou: de courgetteplant die we uit de pot haalden en in de volle border-grond zetten, is inmiddels uitgegroeid tot een plant van zeker een meter breed en hoog. Meerdere bloemen eraan, waarvan de vrouwelijke uitgroeien tot vruchten. Puur, onbespoten en prima van smaak! Gegrild, in de pastasaus, lasagna, of op de barbecue.
Het leukst van dit alles is nog wel dat je terloops kunt roepen ‘Even wat groenten halen!’, en dan niet in de winkel belandt, maar in je achtertuin. En daar 100% biologische groenten haalt. Supervers, onbespoten, en voor een fractie van de prijs die het in de winkel kost.
En had ik al gezegd dat de smaak ook meer dan uitstekend was?
Bij deze dan!
Kaas en ik zullen niet snel vriendjes worden, zo veel is wel duidelijk…
8 Weken geleden maakt ik een kaasje, van wat melk, wat room, zout en stremsel. Ingepakt in kaarsenwas (was nog een dure kaars ook!), en eerst 4 weken in de koelkast, en daarna gepland om minimaal 3 maanden in de kelder te liggen. Regelmatig keren, en goed voor zorgen.
Maar het heeft niet mogen baten. Kaasje ligt in de groene container. Die kleur past wel aardig bij de schimmel, die zelfs de was-laag verdrukte…
Kaas uit het vuistje? Nog even niet dus..
Maar ach, het stremsel is nog even houdbaar.
Dus wie weet.
Over een paar weken.
Krijg ik weer de kriebels.
Groot. En veel. Dat is wel een accurate omschrijving van de aanwezige planten in onze woonkamer.
Tomatenplanten die door de achterbuurman werden aangezien als wiet-plantage, komkommerplanten die de afstand vensterbank-plafond met gemak overbruggen en courgette die toch echt meer ruimte nodig heeft, dan dat smalle strookje MDF onder het raam.
De temperatuur was buiten inmiddels tot aanvaardbare hoogte gestegen (lees: het vriest niet meer) dus besloten we een en ander te verhuizen, naar een plek met meer ruimte, met name in de hoogte. Naar buiten dus.
Meteen namen we de gelegenheid te baat om de komkommerplanten van een grotere pot te voorzien en kreeg de courgette de vrijgekomen plek van de baby-rucola toegewezen. Die is namelijk nu op, en die gaan we zeker nog wel een keer maken, maar voor nu was de ruimte wel even handig, omdat een courgette plant bepaald geen klein potplantje is.
En zo hebben we meteen ook weer wat ruimte in huis. Wel weer even wennen, overigens. Een hoop groen in de woonkamer resulteert op de een of andere manier toch ook weer in een prettig leefklimaat. Of dat veroorzaakt wordt door een licht verhoogd zuurstof niveau, of gewoon omdat de mens van nature een buitenwezen is, weet ik niet. Maar een woonkamer zonder planten levert in elk geval geen behaaglijk gevoel. Gelukkig waren we niet enkel afhankelijk van tuinplanten, en staan er ook nog wat gewone binnenplanten.
We hebben in de afgelopen weken in elk geval een paar zaken geleerd:
En aangezien er momenteel nog niet echt bruikbare resultaten te plukken zijn van de verschillende planten, is dat het eerste waar we voordeel aan hebben: verse kruiden uit de eigen tuin. De komkommers zijn namelijk nog wat klein (en het is de vraag of de plant de verpotting overleeft…), de courgette ook, en de tomaten vertonen net de eerste bloemen, en dat duurt dus ook nog wel even.
Maar die kruiden, dat is iets dat hadden we jaren eerder hadden moeten doen. Verse basilicum hadden we vorig jaar ook al wel, maar marjolein, rozemarijn, peterselie en sali erbij (en nog wat plantjes in opkomst, overigens) maakt de keuze natuurlijk wel wat uitgebreider. Je loopt gewoon even de tuin in, plukt wat je nodig hebt, in de wetenschap dat dat zó weer is bijgegroeid, en je dus in feite een onuitputtelijke bron van smaakjes hebt.
Het kost een paar kwartjes voor het zaad, een beetje potgrond, een paar weken geduld, en niet te vergeten wat liefde en aandacht, maar dan héb je ook wel wat!
Voor vanavond staat een pasta met noten-roomsaus, plakje zelfgebakken notenbrood, met daarbij een salade uit eigen tuin, van krulsla en komkommer op de rol. Beetje olijfolie en balsamico-azijn, paar pijnboompitjes en wat reepjes gedroogde ham bij het groenvoer, en smullen maar!
Of misschien gaat de barbecue wel aan. Gehakt, wat peper en zout, schijf van maken, 5 minuten per kant grillen, en dan op een broodje, met een blaadje sla, wat ui en tomaat (toegegeven: uit de supermarkt…) en wat verse basilicum. Wél uit eigen tuin!
McDonald’s: eat your heart out!
Rol plakband : €2,95
Rol vliegengaas 100×120 : €4,90
Geschaafd vuren 20×30x240 : €5,40.
Doosje schroeven: €0,75
Haakjes: €1,-
Totaal exact 15 euro.
Beetje zagen, schroeven, knippen en plakken. En voilá!
Een droogkastje.
Waarom een droogkastje?
Nou, omdat ik graag in de komende periode wat met gedroogd vlees wil gaan doen, en we weer langzaam de insectrijke tijden gaan, leek het me toch handig om iets te hebben waarmee ik kan voorkomen dat een of ander vliegend ongedierte besluit om mijn met zorg toebereidde vleeswaren te vernaggelen, door zijn nageslacht erop te willen dumpen.
Dat, en mijn vrouw, die het een ietwat onsmakelijk idee vond dat het gewoon los in de kelder hangt, zo zonder bescherming. En dan kan ik wel uitleggen dat de natuurdarm om de worst de vliegen voldoende tegenhoudt, maar bij het drogen van een stuk spek (waarover later meer..) is dat natuurlijk een minder overtuigend argument.
Omdat ik besloten had salami te maken, en omdat die een week of 4 moet drogen, leek dit een goed moment om even iets in elkaar te knutselen.
Vandaar dus dit droogkastje.
Heel simpel: 50×50 centimeter, en 30 diep. Vliegengaas rondom, en een luikje of deurtje aan de voorkant. Kwestie van een uurtje, en toen was het klaar.
En de worsten voelen zich prima thuis. Niet op de eettafel uiteraard, maar gewoon in de kelder. Want dit is slechts voor de foto. Maar dat snapt u vast ook wel!