|
Jun
02
|
Hoe je het went of keert: er hangt toch een zweem van wiet, vrije liefde, kleurige kleding, lange haren en vooral een alternatieve levensstijl aan. Iets dat in jaren-zeventig jargon biologies-dynamies werd genoemd. Waarbij ik dan ook maar meteen de spellingswijze van weleer gebruik.
Een alternatief type, compleet met grijze baard, sandalen met grijze geitenwollensokken, een rode broek, en daarboven een tie-dye shirt, met een verlept gilet. En lang haar. Uiteraard.
Aan de andere kant past het ook weer in de huidige economische malaise tijd, waarbij het erop lijkt alsof het ene na het andere bedrijf overheidssteun nodig heeft, om te kunnen overleven… Of om de bonussen nog te kunnen uitkeren. Het is maar welke theorie u het meest waarschijnlijk acht.
Toen ik een paar dagen geleden de bijkeuken uitstapte met onze hond, en op de oprit linksaf sloeg, richting het bos, besefte ik me dat wij eigenlijk best rijk zijn. Misschien niet in de monetaire zin (hoewel we het zeker niet slecht hebben), maar toch zeker wel in de zin van rijkdom qua wonen. We wonen in een klein dorpje in Drenthe (al geef ik toe: dat moet je wel willen), en enerzijds op 100 meter van het bos, maar ook op 100 meter van de supermarkt. De basisschool is hemelsbreed 500 meter van onze voordeur, en er ligt een Italiaans restaurant op kruipafstand…
In de drukte van de dag, met kleine kinderen, een baan, wat hobby’s en een lijstje "things to do today" vergeet je soms even, hoe goed we het eigenlijk hebben, en hoe blij we zijn dat we dit huis een paar jaar geleden gekocht hebben. En zo stond ik dus even stil, letterlijk, terwijl onze hond elk grassprietje aan een nauwgezet forensisch onderzoek onderwierp, en keek goed rond, om de omgeving en het moment (strakblauwe lucht, zonnetje, vogeltjes die tsjirpen, dat werk..) in me op te nemen.
En toen viel mijn oog op de brandnetels in de wei. En besefte ik me dat ik er al heel vaak over gelezen had, maar nog nooit gegeten had.
Terug thuis pakte ik een emmertje, en een paar handschoenen. Ik vermeed de netels direct naast het pad bewust, gezien het grote aantal honden dat hier dagelijks langsloopt, en vond een mooi stel exemplaren in een stuk afgesloten wei. Geen honden in die wei. Geen paarden, koeien, schapen of anderszins uitwerpselproducerende dieren, maar een stukje braakliggend, door prikkeldraad omzoomd stukje grond. Mét brandnetels dus.
Ik plukte de toppen van een stuk of wat planten, en vulde de helft van het emmertje. 
Thuis plukte ik de bladeren van de stengels, en deed ze in een vergiet. Een tip: huishoudhandschoenen! Even afspoelen, en klaar voor gebruik. Ik liep de tuin in, en plukte ook wat salie en peterselie. Waarom weet ik niet, maar het leek me wel een goede combinatie met de brandnetel.
Water aan de kook, met een bouillonblokje. Brandnetelbladeren erbij, en een kwartiertje koken. Kruiden erbij, staafmixer erop, en in een kom. Beetje kaas erbij. En dan de eerste hap.
Even schoot het door mijn hoofd, dat het misschien wel één grote grap van die hippies is geweest. Dat je van brandnetels helemaal geen soep kunt maken, omdat je mond na de eerste hap in brand staat. En er ergens anders iemand helemaal in een deuk ligt, omdat er weer een sukkel in is getrapt.
Ik trotseerde mijn hersenspinsel, en nam een hap. De smaak? Groen, hartig, en heel apart. Wel lekker. Ik snap in elk geval dat mensen dit eten. Voor het geld hoef je het in elk geval niet te laten. Een dubbeltje voor het bouillonblokje. De rest komt uit de kraan, of uit de natuur. Gewoon een keertje maken, dus.
Ingredienten
Bereiding
Pluk uit de top van de brandnetels de bladeren. 125 gram lijkt niet veel, maar zijn best veel bladeren.
Spoel de bladeren goed af, in een vergiet, en controleer op ongewenst gedierte en dergelijke.
Verhit 500 ml, met het bouillon blokje, en als het kookt, voeg de brandnetel toe. 15 minuten zachtjes laten koken, op een klein vuurtje.
Voeg dan wat verse salie en peterselie toe, en maak het geheel met de staafmixer tot een fijn soepje.
Direkt serveren, met wat parmezaanse kaas.
|
Feb
18
|
Ik had een oom, Louis, hij is helaas overleden inmiddels, uit Maastricht die sociaal betrokken was. Hij kende bij wijze van spreken de halve stad. Nu is Maastricht niet bepaald een klein plaatsje, en ondanks dat het in Limburg ligt, toch best een wereldstad. Zo is in Maastricht de Europese Unie opgericht. Ik bedoel maar…
Multicultureel was de stad ook al, zeg een jaar of 25 geleden, toen deze amateurkok een jaar of 10 oud was, en nog niet veel verder dan een gebakken eitje kwam. Een lekker gebakken eitje, daar niet van, maar de interesse ging dan ook eerder uit naar Matchbox, Playmobil en Revell bouwpaketten van stoere straaljagers.
Maar die oom, in dat sociale multi-culti wereldje, hield van lekker eten en drinken. Brand bier was ‘zijn’ merk, en knoflookpinda’s, Chinese kippensoep met sambal, en wat vooral is blijven hanegn bij me, de Vietnamese loempia’s. Gemaakt door een Vietnamees gezin, dat in een ander appartement in hun flat woonde.
De vrouw des huizes van dat gezin maakt eens in de zoveel tijd een portie loempia’s, vroor een deel ervan in, en maakt er ook voor wat vrienden en bekenden. Zo ook voor die oom dus.
Hij kwam dan thuis met een zak van die rare dunne deegworstjes. Rare? Ja, want tot die tijd kende ik alleen de verhollandste, voornamelijk met taugé gevulde maaltijdloempia’s, van de Chinees. Tuurlijk zijn die ook wel lekker, maar ze hebben weinig te maken met wat in het land van herkomst als feestgerecht bekend is.
Loempia’s werden in Azie namelijk traditioneel gemaakt rond het chinees nieuwjaar, dat in het voorjaar valt. Vandaar dat de Engelse term ook ‘springroll‘ is. Die loempia’s zijn/waren een stuk kleiner, waarbij er dan ook nog verschil bestaat tussen Vietnamese, Chinese, Indische en Thaise.
Mijn eerste kennismaking met echte(re) loempia’s waren dus die loempia’s van de Vietnamese vrouw uit de flat van mijn oom.
Hij zette de frituurpan op het vuur. Niet zo’n modern geval met thermostaat, van de Tefal, maar nog echt een ouderwetse, ge-emailleerde pan. Paar blokken van dat tegenwoordig door onze overheid als "absoluut rampzalig voor je gezondheid"-verklaarde, maar oh zo lekkere, Ossewit erin, en het vuur onder de pan. Als het vet gesmolten is, even een stukje witbrood erin, om te zien of de temperatuur al goed is. Als het stukje brood als snel weer bruisend kwam bovendrijven, en bruin-knapperig wordt, is het vet gebruiksklaar.
Loempia’s erin, en een paar minuten laten bakken, tot de gewenste kleur is bereikt.
Ik kan me niet herinneren of we er ook al de inmiddels ingeburgerde zoete chilisaus bij aten, of gewoon met sambal, maar weet wel dat ná die eerste keer, ik bij elk bezoek stiekem hoopte dat we weer loempia’s mochten eten.
En nu? Anno 2009 is de buitenlandse keuken dusdanig doorgedrongen, dat ik zelfs bij ons in het dorp de rijstnoedels en loempiavellen kan kopen. Niets stond me dus in de weg om zelf eens een poging te wagen!
Resultaat: niet hetzelfde als van de Vietnamees, maar net als zo vaak geldt ook hier: de voldoening van het zelf doen is eigenlijk al beloning genoeg. En natuurlijk de lol van het maken. Ach, waarom zou je ze kopen voor 5 euro per 6 stuks, als je ook gewoon een zondagmiddag zelf aan de slag kunt, immers….
Ingredienten
Bereiding
Verhit een pan met wat olie. Snipper de knoflook, en bak deze in de pan goudbruin. Voeg het vlees toe, en bak tot het lichtbruin is. Voeg dan de vissaus, oestersaus en suiker toe. Voeg de optionele groenten eventueel toe, en bak het geheel tot de groenten bijna gaar zijn.
Verhit water in een pan, en kook hierin de noedels een paar minuutjes, volgens de aanwijzingen. Spoel af met koud water, en voeg toe aan de pan met vulling. Roerbak dit even, en doe daarna alles in een kom, om af te laten koelen.
Neem de loempia-vellen uit de diepvries, en leg ze uit de verpakking op een bord, onder een vochtige doek. Dit voorkomt dat het deeg uitdroogt, hard wordt en dan makkelijk breekt. Laat ze een half uurtje ontdooien.
Neem 1 of 2 velletjes, en leg ze als een ruit voor je. Leg wat vulling op de onderste punt, in de vorm van je loempia. Vouw de onderste punt erover heen, vervolgens de zijkanten en rol het geheel op. Plak de laatste punt eventueel met wat water vast. Ga zo door tot je alle vulling op hebt.
Je kunt de loempia’s nu invriezen, of bakken. Verhit de frituurpan of een pan met olie, tot 180 graden, en bak ze tot ze goudbruin zijn. Lekker met sweet chili-saus of sambal, naar smaak.
|
Jan
15
|
Als 2e gerecht in de serie "Mijn naam is haas" vandaag een hazenragout in bladerdeeg. Lekker als tussendoortje of lunchhapje of zo. Met een bramencompote erbij, voor de zoete noot. Past mooi bij de krachtige smaak van het wild.
Het was zondag-ochtend. We mochten van de kinderen lekker uitslapen, tot half negen, en ik was net bezig de goegemeente van thee en koffie te voorzien. Vrouw en kinderen zijn echte theeleuten; ik mag het doen met een kopje Senseo. Niet geweldig, en koffietechnisch ook niet verantwoord, maar ja, ik drink thuis hooguit een paar kopjes per dag, en leef door de weeks ook al op automaten-koffie, dus binnen dat referentiekader ("Is het warm? Is het bruin? Zit er caffeine in?") heb ik mezelf nog niet overtuigd van de noodzaak tot aanschaf van een espresso-apparaat of iets dergelijks.
Tijdens het zetten van de thee bedacht ik me dat ik voor die middag niet zoveel plannen had. Er moesten weliswaar een paar kleine klusjes rond het huis worden geklaard, maar dat zou geen uren kosten. Dus was er best wat tijd om nog even aan te hobby-en. En als ik niet te laat zou starten, meteen ook voor de lunch te zorgen!
Ik pakte een hazenpoot uit de diepvries, en liet die ontdooien. Met een scherp mes het vlees eraf snijden, en daarna in een pannetje, even aanbruinen. Bouillon erbij, kruiderij en bier, en stoven maar.
En, heel vervelend, er stond toen een geopend flesje Hertog Jan Grand Prestige op het aanrecht. Nog bijna vol. Beetje zonde om dat weg te gooien, en als ik zou laten staan, zou het verschralen, en kan het dus ook door het zilveren oog van de spoelbak.
Ik offerde mezelf op, en pakte een glas uit de kast en schonk het bier erin. Met een licht schuld gevoel (het was 12:30…) nam ik een slok, en besefte me ineens dat het in landen als Frankrijk en Italie vaak als normaal wordt beschouwd om tijdens de lunch een glas wijn te drinken. En Grand Prestige is eigenlijk ook een gerstewijn, en geen bier. Iets minder schuldig door deze realisatie (of kwam het door het het bier? Wie weet..) nam ik nog een slok. Lekker! Hips!
Het eindresultaat was gelukkig niet beïnvloed, door voornoemde inname, en smaakte prima! Het was alleen niet op tijd voor de lunch klaar, dus werd het spontaan omgetoverd tot middaghapje.
Je hebt maar weinig haas nodig, om het te maken. Ik gebruikte 1 achterpoot, en maakte er 3 envelopjes mee. Met 2 poten maak je dus een stuk of 6. Valt goed mee dus.
Ingredienten
Bereiding
Snij het vlees in blokjes. Smelt boter en wat olie in een steel- of braadpannetje. Bruin de blokjes even, en voeg de gesnipperde sjalotjes toe. Draai het vuur zacht, en voeg de bouillon, de jeneverbessen en wat tijm toe. Laat nu 1,5 tot 2 uur zachtjes stoven.
Voeg, 20 tot 30 minuten voor het einde, het bier toe, samen met de verkruimelde kruidkoek. Laat nog even verder stoven, en breng op smaak met peper en zout. Laat indikken, tot een wat stroperige massa.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Neem een ontdooid plakje bladerdeeg, en doe er wat ragout op. Smeer de randen in met wat ei, en vouw het dicht tot een driehoekje. Prik met een vork wat gaatjes in de bovenkant, en bestrijk de bovenkant met ei. Leg de envelopjes op een ovenplaat en bak ze tot ze goudbruin zijn (ca. 20 minuten).
In de tussen tijd: doe het water, samen met de suiker en de bramen in een klein panetje. Breng aan de kook, maak de vruchten kapot, en laat indikken tot een stroperige massa. Het wordt nog wat dikker als het afkoelt, dus hou daar rekening mee. Giet het over in een glas of bakje, en laat afkoelen.
Leg de bladerdeegenvelopjes op een bord, samen met wat van de vruchtensaus. Lekker als voorafje of tussendoor!
|
Nov
11
|
Ik had het er heel lang geleden al eens over.
Dat ik het nog eens zou proberen.
Hé, hé… Eindelijk weer geprobeerd.
Worstenbroodjes dus.
Dit keer zonder knoflook.
Maar helaas wel met het verkeerde gehakt…
Dat zit zo: ik had me goed ingelezen, in hoe je nu een lekker broodje bakt. Inmiddels ook veel meer ervaring opgedaan, met gewoon brood bakken. Dus wat dat betreft kwam ik redelijk beslagen ten ijs. Ik wist bijvoorbeeld dat de temperatuur niet te hoog moet. 175 graden zorgt voor een bruine kleur, met een dunne korst. Melk en boter door het deeg, zodat het ook zacht en niet knapperig wordt. En wat suiker, want dat hoort er een beetje bij. Bestrijken met ei. En voor dat extra-luxe gevoel: even bestrooien met sesamzaadjes. Past prima bij gehakt, dus gewoon dóen!
Ik pakte de fiets, en reed even op en neer naar de plaatselijke C1000. Gehakt gepakt, en opgelet dat ik dit keer geen rundergehakt pakte (want dat was te droog), maar half-om-half gehakt (dit speelt zich dus af, voor de mooie vondst, waar ik eerder over schreef…).
Helaas, toch niet goed opgelet.
Ik kwam thuis met gemengd gehakt. Volledig in de veronderstelling dat men bij de C1000 zijn eigen jargon hanteert, en dat ‘gemengd’ bij hen,’half-om-half‘ bij ons is.
Gemengd blijkt dus te bestaan uit 75% varken, en 25% rund.
En dat is vet. Té vet. In elk geval, te vet, voor wat ik er mee wilde. Ik weet niet goed waar dit gehakt goed tot zijn recht zou komen, maar niet in mijn "Worstenbroodje - The Retun"…
Het resulterende broodje was qua broodje perfect! Daar was ik wel blij mee. Maar het gehakt verpestte het feestje een beetje, en zorgde ervoor dat het wat zwaar op de maag bleef liggen. De smaak van het gehakt was op zich wel goed, dat dan weer wel.
Dus post ik wel het recept.
Maar koop dan wel het juiste gehakt!
Ingredienten:
Voor de broodjes:
Voor de worstjes:
Bereiding:
Meng de bloem, boter, melk, suiker en gist door elkaar. Los het zout op in het water, en meng dit door de rest van de ingredienten. Kneed dit goed, tot een mooie homogene bal. Laat 1,5 uur rijzen, op een tochtvrije plek.
Maak nu het gehakt aan: het gehakt in een kom, de kruiderij erover, en op smaak brengen met peper en zout. Je kunt het gerust even proeven, aleen niet teveel. Het blijft rauw gehakt, immers…
Verdeel het in 10 rolletjes, van ca 35 gram. Rol even door bloem, en zet een half uurtje of uurtje in de koelkast.
Verdeel het deeg daarna in 10 bolletjes, van ca. 85 gram.
Rol een bolletje uit, tot een lapje, en leg er een worstje op. Vouw dicht, en leg met de vouw onderop, op een bakplaat, bekleed met bakpapier. Laat dit afgedekt (met een theedoek), nog een uurtje rijzen.
Verwarm de oven voor op 175 graden, en voor een extra-luxe effect: bestrijk de broodjes vlak voor het bakken met losgeklopt ei, en bestrooi ze desgewenst met sesam-zaadjes.
Bak de broodjes af, in 20 tot 25 minuten.
Warm opeten uiteraard!
|
Okt
30
|
Ik had het Bianca beloofd. Ik zou deze maand mijn best doen om ook een bijdrage te leveren aan het Foodlog event van oktober.
Maar ja, paddestoelen bleek een pittig onderwerp te zijn, waar bij komt dat ik zelf ook nooit zo vaak kook met paddestoelen. Ja, champignons. Maar de gedachte aan ‘paddestoelen’ , dan denk je toch eerder aan oesterzwam, eekhoorntjesbrood of shii-take’s.
Toch niet de eenvoudige champignon?
Aan de andere kant: feit blijft dat het een paddestoel is. Dus waarom niet?
Bovendien zijn champignons het hele jaar door te krijgen, en kun je onderstaand bij wijze van spreken zelfs midden in de winter, na een lekkere wandeling in de sneeuw, prima serveren. Moet het dit jaar natuurlijk wel een keertje gaan sneeuwen…
En wederom maak ik gebruik van de roux die ik vorige week beschreef. Blijft toch een van de meest veelzijdige basis-technieken in de keuken.
Ingredienten
Bereiding
Maak de champignons schoon, en snij 75 gr er van in kleine stukjes. Snipper de ui. Doe wat olijfolie in een pan, en fruit de ui en gesnipperde champignongs hierin.
Snij intussen de rest van de champignons in partjes, en bak ze mee. Bestrooi het geheel met wat peper, rozemarijn en thijm.
Als het lichtbruin is gebakken, doe de boter erbij en laat smelten. Strooi er dan de bloem overheen, en roer goed door.
Doe beetje voor beetje de boullion erbij tot een mooie ragout is ontstaan. Het kan zijn dat je iets meer of minder buollion nofig hebt. Beetje op gevoel dus.
Snij het topje van de Italiaanse bollen, en hol ze uit. Als de ragout klaar is, vul dan de bollen met de ragout, en strooi er nog wat gesnipperde peterselie overheen.
Een week of 2 terug kwam mijn schoonmoeder bij ons eten. "Niks bijzonders maken, hoor!" had ze nog gezegd. Maar ja, vrouwlief was een middagje met dochterlief naar K3, en met zoonlief op bed, had manlief even de middag voor zichzelf.
En wat doe je dan?
Dan kijk je even in de kelder en in de voorraadkast, en je besluit om een blik tomaten open te trekken, een paar stengels bleekselderij te snijden en een wortel te schrapen.
En voor je het weet heb je een soffrito pruttelend in de pan, die niet veel later wordt vergezeld door wat gehakt, spek en de voornoemde tomaten. En na een uurtje of 3 pruttelen op een laag vuurtje staat er een dikke pan met bolognesesaus, in de beste Italiaanse traditie. Pannetje pasta erbij en klaar is Kees Mark.
Maar ja, dat pruttelen is op zich ook niet zo’n spannend gebeuren. Beetje roeren in de pan af en toe, en je hebt het wel gehad. Tijd heelt niet alleen alle wonden, maar laat ook een pastasaus zijn smaak krijgen.
"Een lekker stukje brood erbij, dat is misschien wel een leuk idee. Een knoflook brood, of wacht, een ciabatta. Daar kan ik wel eens een poging aan wagen." Dat was ongeveer de redenatie, en het resultaat was dat ik uiteindelijk 2 ciabatta’s maakte, die qua smaak behoorlijk buitenlands proefden. Smeuig, zachte kruim, met een vleug olijfolie. Perfect geschikt natuurlijk om dat laatste restje saus van je bord te schrapen. Of om gewoon direct in de pan met saus te dopen. Waarom al die moeite doen om de saus eerst op je bord te leggen, immers.
Er zijn 2 factoren van belang bij het maken van deeg voor ciabatta: het voordeeg (de ‘biga’) en olijfolie door het deeg. De biga is niet meer dan bloem, water en een kwart theelepel droge gist, maar doordat het een nacht op het aanrect blijft staan, fermenteert het, en krijgt het een boel smaak. De olijfolie zorgt ervoor dat het een soepel deeg, met een niet te harde korst wordt.
Het grootste nadeel van dit recept is dat je een dag van tevoren al moet weten dat je ciabatta wilt, en dan ook nog eens niet van huis kunt, want je deeg moet gekneed, rijzen, gevormd, rijzen en afgebakken worden. Even naar de Aldi rijden is dus misschien wel makkelijker. Ook goedkoper, overigens, want voor 39 cent per ciabatta kan deze thuisbakker dat niet namaken!
Maar deze manier is in elk geval wel een stuk leuker dan het simpel openknippen van de plastic verpakking, en het laten ontsnappen van de ‘beschermende atmosfeer’…. En lekker brood, vers uit eigen oven, is eigenlijk onovertroffen…
Ingrediënten
De biga
Het brood
Bereiding
Meng de gist en bloem in een kom. Voeg het water erbij en meng en kneed dit een minuut of 5. Dek de kom af met huishoudfolie en laat gedurende een uur of 12 tot maximaal 24 op het aanrecht staan. Het voordeeg krijgt nu de kans om smaak te ontwikkelen. Het zal (ondanks de kleine hoeveelheid gist) verhoudingsgewijs enorm groeien, doordat de gist bij kamertemperatuur actief wordt. Zorg dus voor een niet te klein bakje! Na een uur of 12 is het plakkerig en vol luchtebelletjes. Als je het er uithaalt is het ook erg draderig, en ruikt het friszuur. Dit is de basis van he tbrood.
Doe alle overige ingrediënten, samen met het voordeeg dat minimaal 12 uur heeft gestaan, in een kom en meng/kneed dit tot een mooi glad, soepel deeg. Het makkelijkst is dit natuurlijk in keuken apparaat met deeghaken, maar met de hand kan ook prima. Goed kneden, en daarna in een grote kom, die je met wat olie aan de binnenkant invet. Husihoudfolie erover, en laten rijzen tot het volume verdubbeld is. Duurt normaal ongeveer 1 tot 1,5 uur. Het deeg is nu erg plakkerig en zacht.
Bekleed een bakplaat met bakpapier, en bestuif dit met bloem. Houd dit bij de hand. Bestuif je werkblad ook met bloem, en haal het deeg uit de kom. Het makkelijkst gaat dit met een deegspatel, maar anders gewoon met je handen. Je hoeft nu niet meer te kneden. Deel het deeg in 2 helften, en vorm beide helften tot lanwerpige platte plakken, van ongeveer 1-2 centimeter dik. Leg de lappen deeg op de bakplaat met bakpapier. Maak wat deuken in de bovenkant met je vingers, en bestrooi licht met wat bloem. Bedenk het geheel met een vochtige keuken doek, of schuif in een grote plastic zak. Het deeg moet nu weer rijzen, en moet niet uitdrogen. Vandaar… Laat ongeveer 1,5 tot 2 uur rijzen.
Onegeveer een half uur voor het klaar is, verwarm je de oven voor op 220 gradem. Schuif dan de bakplaat in de oven, en bak de broden af in ongeveer 20 minuten. Of het gaar is, kun je horen, door op de onderkant te kloppen. Als het hol klinkt is het gaar.
Even laten afkoelen, en serveren maar!
Ik was er niet eens naar op zoek. Struikelde er over. Las het een keer door, en dacht "Hé, da’s leuk voor een druilerige zondagmiddag!"
En wat wil het toeval: gisteren wás zo’n druilerige zondagmiddag.
Achter het huis stonden stonden nog wat pallets op me te wachten, die ik had gekregen van onze huisschilder, klaar om verwerkt te worden tot haardhout. Ze stonden er al een tijdje, en ik besloot dat het nu toch echt tijd was om ze uit elkaar te halen, en te verzagen. Het is nu nog niet echt koud, maar dat wordt het ongetwijfeld wel weer, en dan zitten we er toch graag warmpjes bij.
De middag begon aardig. Af en toe wat zon, maar meer wolken dan blauwe luchten. Affijn, 4 pallets verwerkt, en er stond nog een oude blankhouten kast op me te wachten. Nadat ik het Ikea-geval uit elkaar had gehaald, en halverwege was met het zagen tot handzame delen, besloot men boven mij de hemelsluizen te openen.
Binnen no-time was mijn rug nat, en dit keer niet van het zweet, maar van de vele druppels die met behulp van de zwaartekracht hun weg naar beneden hadden gevonden. Normaal niet zo’n punt; regenjas aan, en ik klus nog wel even verder.
Maar nu stond ik met een electrische cirkelzaag in handen, en … ach, ik hoef denk ik niet uit te leggen dat 220 volt en water geen goede combinatie maken.
Dus, spullenboel maar opgeruimd en naar binnen.
Jongste spruit ligt op bed. Oudste ligt op de bank, voor de tv, en ‘de vrouw’ zat even achter de pc. Mooi moment om dat recept eens uit te proberen.
Ik had me namelijk voorgenomen om eens een broodje bapao te maken. Voor die enkeling die het niet kent: een gestoomd, wit broodje, met een vulling van (meestal) gekruid varkensvlees. Te koop bij de vietnamese loempia-bakkers, en in het vriesvak van menig supermarkt. Die eerste zie ik niet zo vaak, en die tweede neem ik wel eens mee naar huis.
Lekker als hartig tussendoortje.
Grote vraag blijft alleen: die vulling. Wat zit daarin? De diepvriesbroodjes hebben vaak een donkere, ondefinieerbare massa van binnen, waar vlees en uitjes nog wel te proeven, maar niet te herkennen zijn. Maar goed, kniesoor die dat gaat zitten analyseren.
Bij zelfgemaakte weet je in elk geval wél wat er in gaat, al blijft ook hier het gehakt een wat onzekere factor: het vlees is immers al voor je gemalen. Maar zolang ik nog geen eigen gehaktmolen heb, zal ik het ermee moeten doen.
Voor de gelegenheid Chinees 5 kruiden poeder gekocht, en zwarte sojasaus had ik
nog staan. Kikkoman. Uit Oost-Groningen! Ach, dat is ook een beetje oosters, toch?
Om te stomen gebruikte ik onze pastapan met inzet. Onderop een bodem (halve liter) water, aan de kook brengen, en inzet erin. Op de bodem van de inzet weer een cirkel van bakpapier. Wel af en toe controleren of het niet droogkookt, maar een halve liter water bleek met de deksel op de pan, genoeg voor minstens 20 minuten stoom, en zolang moeten de broodjes ook. Prima oplossing dus.
En de smaak? Net echt! Het broodje is wat steviger dan die uit de diepvries, maar dat zal liggen aan de hoeveelheid bakpoeder. Dat zullen we in een komende periode nog eens verder testen. Geen reden om het recept niet te posten in elk geval.
Ik gebruikte overigens bakpoeder, omdat dat ervoor zorgt dat het deeg rijst, als de temperatuur stijgt. Aangezien ik 12 broodjes maakte, en er slechts 4 tegelij in de pan konden, zouden ongebakken broodjes met gewone gist misschien te ver doorrijzen.
Ingredienten
Bereiding
Verhit wat olie in een pan, en fruit hierin het uitje glazig. Snipper de knoflook fijn, en bak even mee. Voeg dan het vlees toe. Bak het vlees rul, en als het bijna gaar is, doe er een scheut sojasaus bij, dan wat 5 kruidenpoeder, het halve bouillonblokje, beetje sambal en wat versgemalen zwarte peper. Proef, en als de smaak goed is, kun je eventueel nog een eetlepel sesamolie door doen.
Laat dit afkoelen.
Meng het water, de eiwitten en de suiker, en zorg dat de suiker goed opgelost is. Meng de bloem met het bakpoeder. Voeg het water/ei mengsel toe, en kneed het geheel tot een soepel deeg. Verdeel dit in porties van ca. 75 gram.
Rol met een deegroller elke portie uit tot een ronde, platte schijf van een centimeter of 10 in doorsnee. Leg 1-2 eetlepels vulling erop, en vouw dicht. De vouw komt aan de onderkant.
Stoom de broodjes met behulp van een stoompan, of pastapan met inzet, in 20 minuten gaar.
Lekker met chilisaus!
Of doe ze individeel in een diepvrieszakje, en vries in. Dan zijn ze met de magnetron in een paar minten eetklaar!