Archief van de ‘hoofdgerecht’ categorie

Okt
25
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2008 door Mark op 25 oktober 2008

"Een beetje van jezelf, en een beetje van Maggi!"

De bekende slogan van de grootindustrieel, die huisvrouwen (want laten we wel wezen: dat was de primaire doelgroep) ervan probeerde te overtuigen dat zij toch echt lekkerder zouden koken, als ze een pakje van Maggi zouden gebruiken. En hele volkstammen die overstag gingen, en hun sausjes niet meer zelf maakten, hun aardappelen niet meer zelf pureerden, en, laten we vooral onze voornaamste bron van MSG niet vergeten: de Aromat! Weliswaar van de concullega, maar dessalniettemin een even wanstaltig produkt.

Maar, laat ik vooral niet de spreekwoordelijke pot zijn, en die huisvrouwen de ketel, want uiteraard koken wij ook met regelmaat van de klok, met pakjes en zakjes van Maggi, Knorr of desnoods van Euroshopper of Markant Merk.

Want het nadeel van ambachtelijk een sausje op tafel zetten is vaak dat het tijd kost. Een jus voor bij de stamppot is geen probleem. Dat is in 2 minuten wel klaar. Maar een mooie vissaus, een ingedikte wijnsaus, een kalfsfond. Dat zijn toch dingen die enorm lekker zijn, maar waar in een doordeweeks gezin, met 2 kleine kinderen, eigenlijk geen tijd voor is. Nog afgezien van het feit dat bij een deel van die dingen minstens de helft van de aanwezigen in dit pand openhartig laten weten dat ze het niet blieven. Meestal vergezeld van de alleszeggende spreuk: "Ik hoef dat niet!". Waarbij ‘dat‘ vervangen kan worden door hetgeen mijn vrouw of ikzelf in de uren daarvoor hebben geprobeerd zo smakelijk mogelijk te krijgen.

Maar ze hebben een excuus.

Ze zijn 2 en 3 jaar oud.

Dan mag dat nog. Ook van ons. Dan mág je iets niet lekker vind, áls je het in elk geval maar even gepróefd hebt. En dat moet ik ze nageven: dat doen ze over het algemeen ook! Eva van 3 at vanavond bijvoorbeeld peultjes. We hadden ze in kleine stukjes gesneden. En ze pakte telkens een stukje, vouwde het open, en vond een snoepje. Dat ’snoepje’ is gewoon een zaadje dat in de peultjes zit, maar dat maakt het wat meer bijzonder. En ze heeft er echt van gesnoept! Leuk om te zien!

Wij proberen zo vaak mogelijk vers eten, soms moeten we daarbij uitwijken naar een pakje, en in het weekend maken we dan tijd voor de slowfood zaken van het leven. Stoofpotjes, op lage temperatuur garen van vlees, barbecuen. Maar door-de-week moet het toch liefst niet teveel tijd kosten, om redelijk gezond en toch lekker te koken, dus tja, wat doe je dan…?

Maar soms ontdekken we ineens dat je voor een snelle oplossing helemaal geen pakje nodig hebt. Sterker: dat het zonder dat pakje nog veel beter smaakt. Gewoon omdat het puurder is. En net zo makkelijk. Met minder toevoegingen. Dus beter? Misschien psychisch, maar ach, who are we to argue ourselves?

Ik had zin in pasta met gehaktballetjes in kaassaus, en dan niet uit een pakje. Met wat hulp van de roux, die ik een tijd geleden ontdekte, was dat eigenlijk een fluitje van een cent. En zo stond op een winderige dinsdagavond die pasta op tafel. Mét ballen. En mét kaassaus. Zónder pakje! En ik heb genóten!

"Een beetje van mezelf, zónder iets van Maggi".

Ingrediënten

Voor de balletjes:

  • 400 gram half-om-half gehakt
  • 50 gram parmezaanse kaas
  • handvol fijn gesnipperde peterselie
  • 1 teentje knoflook
  • 1 ei
  • 1 á 2 ansjovisfilets
  • peper & zout

Voor de saus:

  • 35 gram boter
  • 35 gram bloem
  • 200 ml bouillon
  • 300 ml melk
  • 100 gram pittige kaas
  • een paar lenteuitjes of bosuitjes
  • nootmuskaat
  • versgemalen peper

Bereiding

Meng het gehakt met de rest van de ingredienten en rol er balletjes ter grootte van walnoten van. De ansjovis filet versterkt de smaak wat, en je proeft er niets van terug in het eindresultaat!

Zet ze even een half uurt je in de koelkast, om wat op te stijven.

Breng in de tussentijd een pan water aan de kook, voor de pasta.

Verhit daarna een beetje olijolie in een pan, en braad de balletjes op een niet te hoog vuur aan. 

Maak intussen de kaassaus: neem een steelpannetje, en smelt daarin de boter, en als deze uitgebruist is, doe dan de bloem erbij. Goed roeren, zodat de bloem alle boter opneemt. Even onder roeren een paar minuutjes laten garen. Doe dan de bouillon en melk erbij, en roer alles goed door, zodat alle klontjes weg zijn. Strooi de kaas erdoor (ik gebruikte een mengsel van 50 gram peccorino (italiaanse geitenkaas) en 50 gram parmezaanse kaas) en laat smelten.  Breng op smaak met peper en zout, en wat nootmuskaat. Doe de balletjes bij de saus en laat mee warm worden.

Kook de pasta al dente. Snij de lenteui of bosui in ringetjes, en strooi door de saus. Laat 1 a 2 minuutjes meekoken, zodat ze nog knapperig zijn.

Heet serveren!



Okt
19
Opgeslagen als En dan dit..., hoofdgerecht, vlees door Mark op 19 oktober 2008

Ook wel cholesterolbom genoemd.

Maar lekker dat het was!

Zelfgebakken volkorenbrood, met bloedworst en spiegelei:

 



Sep
30
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2008 door Mark op 30 september 2008

Ik had het beloofd in een van de commentaren. En als je iets beloofd, moet je het ook doen. Dat is althans wat mijn ouders mij hebben geleerd. En aangezien ik toch al een tijd niets meer geschreven heb, is dit een goed moment om die belofte eens in te lossen, zodat dat kleine stemmetje in mijn achterhoord ook kan stoppen met zeuren.

Daarom vandaag een stukje over verse pasta.
Pasta al forno.
Lasagne we can believe in.

Of zo.

Oh nee, dat laatste grapje is onlangs al een keer gemaakt, dus schrap die maar.

Lasagna di pasta fresca dan maar. Klinkt Italiaans en moeilijk, maar is in feite heel makkelijk: lasagna van verse pasta.

Nu zijn er voor pasta net zoveel recepten als dorpjes in Italie. Misschien wel net zoveel als er mama’s in die dorpjes in Italie zijn. Maar de basis, daarover is iedereen het wel eens: pasta maak je van harde tarwe, met per 100 gram bloem 1 ei. Niet meer, niet minder. Hoe makkelijk kan iets zijn? Nou, laat die mama’s er maar op los! Dan komen er ineens allerlei andere ingredienten bij, die het allemaal weer net even anders maken!

Harde tarwebloem, zachte tarwebloem, ei, ei-dooiers, zout, olijfolie, water, tomatenpuree, inktvisseninkt, spinazie, basilicum, kruiden, en wie weet wat je er nog meer door kunt kneden. En allemaal om die ene, voor de kok perfecte, pasta te maken.

Keuzes, keuzes, keuzes. Die het allemaal weer net dat beetje moeilijker maken, en de aandacht afleiden van de essentie: zelf pasta maken is niet moeilijk, maar leuk, en minstens zo lekker als de gedroogde pasta in de winkel. In elk geval stukken lekkerder dan die meuk die Honig macaroni durft te noemen.

Als basis voor een lekkere pasta hebben we uiteraard bloem nodig. Meer specifiek: bloem van harde tarwe. Te koop onder diverse namen zaols ‘farine de blé dur’, ’semola rimacinata’, ‘farina di grana duro’. Varianten voor: griesmeel van harde tarwe. Diverse merken bieden het aan, zoals De Cecco (bij de Jumbo), Soubry (bij de groothandel) of in zakken van onbekende merken bij mediterane winkels.

Als je maar een enkele keer zelf je pasta maakt, is de De Cecco prima. In een zak van 1 kilo (maak je een keer of 3 pasta mee), voor rond de €2.-. Ik heb zelf altijd een zak van 5 kilo, gekocht bij Le Souk, in Groningen. Kost verhoudingsgewijs minder (€7,50), maar is ook meteen een grotere voorraad. Gelukkig is het lang houdbaar!

Neem 100 gram bloem per persoon als uitgangspunt. Voor grote eters neem je 150 gram. Per 100 gram bloem heb je 1 ei nodig. Dus voor 400 gram bloem, 4 eieren. Voeg daar 5 gram zout aan toe en een scheutje olijfolie, om het deeg soepel te houden. Kneed hiervan een deeg, vorm er een bal van, verpak het in huishoudfolie, en laat het minimaal een half uur rusten in de koelkast. Op die manier kan het vocht van het ei goed in het deeg trekken. Het lijkt misschien alsof we weinig vocht toevoegen, en dat is ook zo. Maar in het geval van verse pasta is teveel vocht juist erg lastig, want dat maakt het deeg alleen maar plakkerig.

Na even te hebben gelegen, verdeel je het deeg in handzame porties. Zonder pastamachine maak je er met de deegroller platte schijven van, op een goed ingebloemd werkblad. Uiteindelijk wil je je deeg lekker dun hebben. 1 of 2 mm denk ik dan aan. Dat gaat met een pastamachine toch een stuk makkelijker, en ach, als je ziet dat die al voor €14,95 nieuw te koop zijn, dan is dat ook wel een bedrag om overheen te komen, nietwaar?

Draai het deeg een paar keer op stand 1 door de pastamachine. Hierbij vouw je het deeg iedere keer dubbel in de lengte, voor je het erdoor heen draait. Doe dit een keer of 5 - 6, tot je een mooie, gladde lap hebt. Dan vouw je hem niet meer dubbel, maar zet je de pastamachine op 2 en draait hem er 1 keer doorheen. Dan op standje 3, dan 4 en eindig voor lasagne op 5. Bestuif het deeg ondertussen regelmatig met bloem, om te voorkomen dat het plakkerig wordt. Voor tagliatella of spaghetti zou je nog door kunnen gaan tot 6 of 7 afhankelijk van je voorkeur. De pasta zwelt overigens nog wel op in de pan, dus hou daar dan rekening mee.

Voor lasagna snij je er nu mooie rechthoekige lappen van, zodat ze mooi in je ovenschaal passen. Spaghetti en tagliatella bestuif je met bloem, en laat je eventueel nog even drogen. Ik gebruik hiervoor een bezemsteel die ik ophang, maar er zijn ook speciale pasta droogrekjes te koop.

Wil je rood deeg? Laat 1 ei weg, en gebruik een half blikje tomatenpuree. Voor groene pasta 1 handje goed uitgeknepen/uitgelekte diepvriesspinazie. Zwarte pasta maak je met inktvisseninkt, maar ik heb geen idee waar je dat kunt kopen…

En dan? Dan kun je alle kanten op met je eigen, verse pasta. Maak er lasagne mee, of ravioli, of tagliatella met beukennootjes. Het wordt immers alweer een beetje herfstig!



Sep
12
Opgeslagen als hoofdgerecht, vlees door Mark op 12 september 2008

Een tijdje terug plaatste ik  een berichtje over Marco Pierre White en koken met Knorr. Ik verbaasde me daarin dat op advies van een 3-sterren kok at een mooi stuk vlees ingewreven wordt met een pasta van een Knorr bouillon blokje en olijfolie.

Dat van die olijfolie snap ik: je smeert het vlees in met olijfolie, laat een pan heet worden, en legt het vlees erin. Zou je de pan heetmaken mét olie, dan verbrandt de olie, en krijgt het vlees een frituursmaakje. Klinkt logisch, en dat is het ook.

Maar dat bouillonblokje, he…

In de commentaren daagde Robin me uit. "Doe eens testen?" schreef hij. Wie de schoen past, trekke hem aan, dan maar.

Ik kocht bij een lokale boer 2 mooie entrecotes. EKO-vlees, dus biologisch. Nederlands rundvlees, in Nederland geslacht.  Ik liet het vlees op kamertemperatuur komen, en bestrooide 1 stuk met enkel peper, zout, en olijfolie, en maakte voor de ander het papje, en smeerde het vlees daarmee in.

Hte linkerstukje is ingesmeerd met de pasta, de rechter met zout en versgemalen peper. Nog geen verschillen te zien. Wel dat het vetrandje voor mij persoonlijk nog wel iets dikker had gemogen. Maar goed, ik ben niet de slager…

Ik verhitte 2 gelijke pannen, op gelijke pitten, en ongeveer gelijke hitte. Toen de pannen mooi heet waren, heb ik beide stukjes vlees erin gelegd. 2 tot 2,5 minuut per kant gebakken, en nog een paar minuten op een bordje laten rusten. Dat gaf meteen mooi de gelegenheid voor een foto.

Wederom links de Knorr-steak, en rechts de klassieker. Amper verschil. Subtiel verschil wellicht, is dat de Knorr variant wat gecarameliseerder lijkt. Maar dat verschil is dermate klein, dat het wat mij betref tte verwaarlozen is.

Een uurtje eerder had ik een kleine kilo Roseval aardappelen in kwarten gesneden, en,  besprenkeld met wat olijfolie, peper, zout en rozemarijn in een grote braadschaal in de oven geplaatst. 175 graden, en af en toe omscheppen. Na een uurtje waren ze mooi goudbruin en gaar. Stiekem even proeven, uiteraard. Superlekker!

Dan het moment van de waarheid: zou het uitmaken?

In eerste instantie viel me op de vleessmaak op. Bij beiden. Prima vlees, goed op smaak, en lekker mals. Ook lekker sappig. En dat heeft niets te maken met "dichtschroeien", maar dat had ik al eens uitgelegd

Een hap van de een, gevolgd door een hap van de ander. En nog eens, en nog eens…

Het verschil is niet zo groot als ik had verwacht. Subtiel zelfs. Ik had verwacht dat de smaak van het bouillonblokje de smaak van het vlees zou overstemmen, en dat je alleen dat zou proeven. Maar dat blijkt dus mee te vallen. En eigenlijk, ja, ik durf het haast niet toe te geven: het is best lekker.

Sterker nog: ik ben geneigd het met hem eens te zijn. Er mist wat peper, maar zeker geen smaak. Het geeft een licht zoete smaak, met wat meer verdieping erin. De smaak van het vlees wordt niet overstemd, en dat is eigenlijk het belangrijkste. Want dat zou het meest zonde zijn.

En dat had ik niet verwacht. Ik begon hier wat sceptisch aan, en verwachtte het "gewone" vlees lekkerder te vinden. Maar niet dus. Geen wereld van verschil, maar zeker de moeite waard, om dit in nog eens te proberen, met bijvoorbeeld een biefstuk. Of waarom niet met een kipfilet? Dan wel even insmeren met kippenbouillonblokjespasta!

En voor de volledigheid: de Knorr-tabletjes bevatten geen e621, dus daar zal het niet aan hebben gelegen…



Aug
05
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vis door Mark op 5 augustus 2008

Het thema van het eetlog-event is deze maand ‘Strand’, en aangezien ik degene ben geweest die dat thema bedacht heeft, voel ik me natuurlijk wel enigzins verplicht om daar ook iets origineels mee te doen.

Toen ik aan mijn vrouw vertelde wat ik van plan was voor het eetlog-event van deze maand, keek ze me wat vragend aan.

"Als je het zo uitlegt, klinkt het niet echt geweldig…"

"Tja, hoe leg ik dat nu smakelijk uit…"

"Het klinkt wat simpel allemaal."

"Het ís in feite ook simpel, maar wél lekker, hoop ik…"

Een fish-pie noemen ze het in Engeland, en op de BBC komen regelmatig diverse varianten voorbij, in één van de vele kookprogramma’s die dat land (zij wel!) rijk zijn. In essentie: vis op de bodem, al dan niet met een saus, aardappelpuree met kaas en doperwtjes erover, en afbakken in de oven.

OK, ik geef toe, dat klinkt inderdaad niet bijzonder spannend of lekker.

Als de beschrijving niet kan overtuigen, dan moet het gerecht zelf dat maar doen. Met smaak, geur, en in dit geval ook met de ‘looks’! Maar hoe maak ik dit spannend en leuk?

We maken er een strand van!

Een strand bestaat uit 2 delen: zand en zee.

Het zand maakte ik door wat boter in een pannetje te smelten, en het vloeibare vet te mengen met paneermeel. Op die manier krijg je iets dat lijkt op zand, en goed te bakken is in een oven, zonder dat het verbrand.

De zee is eigenlijk ook niet zo moeilijk. Door melk met een stukje visbouillonblokje te verwarmen, krijg je een witte vloeistof met vis-smaak. Daardoorheen gaat een halve tot hele theelepen soya-lecithine. Van Zonnatura in dit geval, gewoon te koop in de supermarkt of biologische winkel. Ik kocht de mijne bij de C1000 in het dorp. De lecithine is een emulgator, die normaal zorgt voor een goede binding tussen vet en water. In dit geval maak ik gebruik van een andere eigenschap: stabilisatie. Ik wil namelijk de melk opschuimen, en ervoor zorgen dat het schuim niet direct waterig wordt. Met een melkopschuimer of klein mixertje van een paar euro, krijg je prachtig schuim. Dat vormt onze zee.

Na een deel van de puree bedekt te hebben met het ‘zand’, en het overgebleven deel voorzien te hebben van schuim, zet uik de schotel op tafel.

De kinderen keken met grote ogen naar wat papa nú weer op tafel zet. Onwillekeurig schoot me een liedje te binnen…

Uiteindelijk hebben we er allemaal met veel smaak van gegeten, en moest mijn vrouw bekennen dat het eindresultaat de omschrijving ver ontsteeg. Gelukkig!

Ingredienten:

  • 1 kilogram aardappelen
  • 750 ml melk
  • 300 gram gemende vis
  • 150 gram gerookte vis
  • 250 gram doperwtjes
  • 1 ui
  • 100 gram boter
  • 50 gram bloem
  • 50 gram geraspte pittige kaas
  • paneermeel
  • 1 theelepel soja-lecithine
  • olijfolie
  • peterselie
  • bieslook
  • peper&zout

1 kilogram aardappelen

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 160 graden. Bestrooi de vis met peper en zout. Vet een ovenschaal met wat olijfolie in, en leg de vis hierin. Giet er een halve liter melk bij, zodat de vis onder ‘melk’ staat. Snij de ui in halve ringen, en verdeel over de vis. Zorg dat de ui zoveel mogelijk onder melk staat, anders verbrand het. Zet het 20 minuten in de oven, zodat de vis kan garen en smaak kan afgeven aan de melk.

Schil de aardappelen, was ze en snij ze in ongeveer even grote stukken. In een pan met water en wat zout aan de kook brengen, en in ongeveer 20 - 25 minuten gaar koken. Het kookvocht hiervan hoeft niet bewaard.

Giet de vis af, maar bewaar de melk. Trek met 2 vorken de vis wat uit elkaar, zodat de vis gevarieerd over de bodem is verdeeld. De uien mogen er ook bij blijven.

Pureer de aardappelen, met 25 gram boter, peper, zout, de geraspte kaas, en een deel van de melk waarin de vis gegaard heeft. Hoeveel melk is lastig te zeggen. Het moet in elk geval een smeuige puree worden. Begin met een beetje en voeg gaandeweg toe. Neem vervolgens een lepel of spatel, en roer de doperwten voorzichtig door de puree.

Maak een roux, van 40 gram boter en 40 gram bloem. Leng de vis-melk aan, met gewone melk, tot je weer 500 ml hebt. Voeg bij de roux, en roer tot je een gladde saus hebt. Breng op smaak met peper, zout, peterselie en bieslook. Laat een minuutje of 5 koken, waarbij je regelmatig roert.

in de tussentijd: smelt 25 gram boter in een pannetje. Het hoeft niet bruin te worden; gesmolten is prima. Hala van het vuur af, en roer er het paneermeel door. Het moet een beetje een losse, zandachtige structuur krijgen. Ook hier is de hoeveelheid op gevoel.

Als de bechamelsaus klaar is, verdeel deze over de vis. Spatel hieroverheen de puree met doperwtjes en strijk glad. Zorg dat de puree overal de saus goed bedekt, anders komt deze langs de puree omhoog.

Verdeel over 2/3e tot 3/4 van de puree het zojuist gemaakt ‘zand’. Wat overblijft wordt na het bakken in de oven bedenkt met schuim. Je maakt dus nu het strand, en straks de golven.

Zet in de oven op 180 graden, gedurend 15 á 20 minuten. Let er even op dat het strand niet verbrandt!

Als de schotel bijna klaar is, maak je de ‘zee’: giet 200 ml melk in een pannetje, en los hierin een kwart visbouillon blokje in op. Roer hier een halve tot hele theelepel soya lecithine door. Dit houdt het schuim in stand, als het straks op het strand ligt. Verwarm dit, en laat even een minuutje zachtjes koken.

Gebruik vervolgens een capuccinomelkopschuimer (3 x dubbele woordwaarde…) om er mooi schuim van te maken. Lepel dit schuim vervolgens op het niet door ‘zand’ bedekte deel van de schotel. Serveer direct. 



Jul
28
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vlees door Mark op 28 juli 2008

Het is denk ik wel alom bekend dat kinderen in eerste instantie huiverig zijn voor nieuwe dingen. Neem bijvoorbeeld tekenfilms. Onze kinderen mogen voor het slapen gaan nog heel even tv kijken. Met Studio 100 als hofleverancier voor namen als Bumba, Samson & Gert en Kabouter Plop.

Vraag je hen wat ze willen zien, dan is het een van de bekende dvd’s. Pak je er een waarvan je weet dat ze hem nog niet hebben gezien, dan hoeft dat niet.

"Wat wil je kijken?"

"Nijntje."

"Maar die heb je 86 keer gezien. Wil je Bi-Ba-Boerderij zien?"

"Nee."

"Waarom niet?"

"Die ken ik niet."

"…"

Een discussie die je niet kunt winnen, al was het maar door de ijzeren logica, die een peuter van 3 beheerst. En ach, laten we wel wezen: om nu een inhoudelijk gesprek te beginnen om het ongelijk van haar standpunt aan te tonen is ook weer zo iets. Ongetwijfeld volgt nog voldoende gelegenheid tot discussie, al was het maar dat ze nog gaan puberen…

Het hierboven geschetste denkpatroon zet zich overigens ook gewoon voort op andere vlakken:

"Dat lust ik niet."

"Proef nou maar eerst eens!"

"Maar ik lust het niet!"

"Hoe kun je dat nou zeggen, zonder een hapje gehad te hebben?"

"Ik hoef niet eten!"

"Dan hoef je zeker ook geen toetje?"

Met wat gezonde tegenzin nam de oudste een hapje. Beetje chantage, misschien, maar het spreekwoord ‘all is fair, in love and war’ mag op zich ook wel uitgebreid worden met ‘and feeding your 3 year old child’.

"Mag ik nog wat?"

Kleine succesjes maken het dan toch weer de moeite waard!

Ik maakte een Italiaans stoofpotje (waarbij dank aan Meneer Wateetons voor het recept! het was enorm lekker!). Want ach, het was toch helemaal niet warm gisteren? Mijn schoonmoeder is degene die mij aan het draadjesvlees heeft gekregen. En sinds ik zelf dus ook regelmatig kook, maak ik het graag. Het is ook relatief makkelijk, want het komt niet zo nauw met de timing. Je kunt het dus vantevoren klaar maken, zodat je niet vlak voor het eten nog staat te zweten in de keuken.

Het recept van vandaag komt van de site van het Draadjesvleesgenootschap. Een mooi initiatief, met name voor de slow-food liefhebber. Vele variaties op wat volgens mij een klassiek Hollands gerecht is.

Ik ga het recept hier niet overnemen; ik nodig u uit om zelf een blik op de site te werpen.

Wel nog 1 tip: om het draadjesvlees te maken wordt aanbevolen het vlees enkele uren te laten sudderen op laag vuur. Het kan ook anders: neem een ovenvaste braadpan (bv. gietijzer of email) of ovenschaal en zet het stoofpotje in een oven op 160 graden. Gewoon een uurtje of 2 - 3. Elk half uur even checken en roeren, en zonodig wat water toevoegen. Niet alleen eenvoudiger, maar ook gegarandeerd draadjesvlees, nóg zachter dan op het vuur!

 

 



Jul
22
Opgeslagen als En dan dit..., hoofdgerecht door Mark op 22 juli 2008

Gezien in het licht van dingen die er echt toe doen, is het natuurlijk peanuts. Mijn broer is een paar weken terug getrouwd. Dat zijn pas dingen die er toe doen! Niet de discussie of je nu de risotto van Lassie moet hebben, of dat je risotto moet maken van Arborio rijst.

Toch kunnen sommige schrijvers daar wel erg gewichtig over doen. Als je hun stukken leest, dan lijkt het haast wel een doodzonde om een pakje te gebruiken, laat staan om een kant en klaar product aan te schaffen. Nu weet ik uit ervaring ook wel dat het verschil tussen een bolognesesaus uit een pakje, en de saus die ik zelf maak levensgroot is, en in het voordeel uitvalt van mijn eigen saus, maar toch. Ik heb nu eenmaal niet elke dag 4 uur de tijd om te koken, en soms moet er gewoon in een half uur een lekker maaltje op tafel staan.

Nu ben ik in de gelukkige positie dat zowel mijn vrouw als ik het leuk vinden om te koken en elkaars kooksels te eten, bekritiseren en soms bewonderen. Ook al lukt het niet elke dag om iets origineels op tafel te zetten; vaak genoeg staat er gewoon hutspot, nasi of een pasta op het menu. Het meer uitgebreide werk is toch iets dat in het weekend zijn beslag moet krijgen. En dan is er uiteraard wel ruimte om eens een experiment uit te voeren, of een nieuw recept te proberen.

Een tijdje terug wilde ik voor mezelf nu wel eens uitvogelen of het verschil tussen Lassie risotto rijst en Arborio risotto nu daadwerkelijk zo groot was, als sommigen beweren. Daarmee was het doel duidelijk. De aanpak was eenvoudig: meet van beide soorten 200 gram rijst af, en bereid ze op identieke wijze. Ik koos daarbij voor de klassieke methode, met kippenbouillon en parmezaanse kaas.

Ik moet bekennen dat ik daarvoor ben teruggevallen op de bouillonblokjes van de Maggi, aangezien ik niet de tijd had om ook nog eens zelf kippenbouillon te trekken! Ik hoop dat u mij dat niet kwalijk neemt…

Dus: 3 kippenbouillonblokjes met 1,5 liter kokend water. 2 uitjes fijn gesnipperd. Beetje boter en olijfolie in beide pannetjes, en de ui aanfruiten. Dan de rijst erbij. Zoals gezegd 200 gram van elk. Even bakken, en dan een flinke soeplepel bouillon in beide pannen. Goed roeren, tot het vocht is opgenomen door de rijst. En weer bouillon erbij en roeren. Hiermee door blijven gaan, tot de rijst verzadigd is, en de bouillon daarmee bijna op. Duurt ongveer 20 - 25 minuten. Op het eind van de kooktijd nog wat versgemalen peper erdoor, samen met 50 gram parmezaanse kaas.

Beide soorten begeleidden een saltimbocca met sperziebonen.

En dan het moment van de waarheid.

Ik had mijn vrouw niet verteld in welke pan welke soort zat, om op die manier een onbevooroordeelde reactie te krijgen. Aan haar de vraag welke lekkerder was. Intussen nam ik zelf ook een hap, en probeerde een zo objectief mogelijk oordeel te vellen.

De conclusie was verrassend: beide soorten zijn erg lekker, en er zit eigenlijk weinig verschil in smaak en structuur. Dat had ik niet helemaal verwacht, na alle kritieken links en rechts. De Arborio rijst was iets steviger qua structuur, maar ze doen niet echt voor elkaar onder.

Echter, na een kwartiertje gebeurde er iets bijzonders: we namen beide nog een kleine portie risotto, en proefden nogmaals. En toen was er opeens wel een merkbaar verschil.

Een hap Arborio rijst voelde in de mond echt aan als losse korrels, met een zachte buitenkant, en een ‘al dente’ kern. Smeuig, maar toch nog met structuur en bite.

De Lassie rijst verloor de strijd echter genadeloos: weinig structuur, en meer een kleffe, melige hap. De smaak was er wel nog, maar niet het mondgevoel dat zo prettig was bij de Arborio rijst. Helaas voor de Unilever-dochter, maar de volgende keer pak ik toch het ‘echte’ spul.

Uitkomst van deze onpartijdige test kan dus ook enkel dezelfde als de keuze tussen gewone koffie en Senseo koffie: neem het echte spul! Dat is lekkerder, beter, en ook koud nog goed te pruimen! Alhoewel ik ice-coffee eigenlijk schaar in de categroie  ‘abonimabel’…