Archief van de ‘hoofdgerecht’ categorie

Jan
05
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2009, vlees door Mark op 5 januari 2009

Trouwe lezers (Heb ik die? Ik heb bezoekers, maar of deze personen slechts over mijn blog struikelen of hier bewust komen, is mij niet bekend… Maar leuk dat ik bezoekers heb! Zoveel is in elk geval zeker!) weten het vast nog wel. Ik kreeg een tijd terug 2 hazen van mijn buur-jager-man. Ik beloofde toen ook hier enkele variaties mee te maken. Een kwart van die belofte los ik nu in, want afgelopen zondag aten wij een traditionele hazenpeper.

Aangezien mijn vrouw er wat terughoudend tegenover stond, stond ze niet echt te juichen. Maar goed, als goed opvoeder moet je natuurlijk zelf ook doen wat je "preekt". Ofwel: je mág het niet lekker vinden, maar je móet het op zijn minst even geproefd hebben.

En zo komt het dat mijn vrouw haar bord vulde met een tweetal flinke scheppen aardappelpuree, wat doperwten, en een kleine schep van de peper. Ik ken haar inmiddels lang genoeg (ruim 16 jaar alweer!) om ongeveer te weten wat er in haar hoofd omgaat, en wist dat ze er toch een beetje tegenaan zag.

"Het is maar vlees… En ik eet ook kip en varken… Maar ik kan dat beeld van die 2 hazen in die plastic zak niet uit mijn gedachten krijgen…" zei ze toen.

Ik kon haar ook geen ongelijk geven. Het is niet zo dat we even naar de super zijn geweest om een paar stukjes vlees te kopen. De disassociatie die je normaal hebt, en waarbij je het filetje niet meer aan zijn voormalige bezitter koppelt, is nu niet aanwezig, aangezien het beeld van twee hazen op het aanrecht nog vers op het netvlies ligt.

Maar evenzogoed: met hetzelfde gemak schuiven we een hele kip in de oven. En die eten we gewoon op.

"De saus is in elk geval erg lekker!"  vervolgde ze.

Het vlees ook, vond ik. Maar toegegeven: je moet ervan houden, van wild. Een beetje de smaak van lever is denk ik een omschrijving die wel aardig in de buurt komt. Lever, met de textuur van een biefstuk. Persoonlijk vind ik het erg lekker, en ook leuk om te maken. Mijn vrouw was iets minder enthousiast, maar dan niet vanwege de smaak, maar vanwege het idee. Of de hazenpeper in de herhaling gaat, is dus nog maar de vraag. Maar de andere variaties komen in elk geval nog.

Ik heb ook nog geprobeerd  te achterhalen waarom het eigenlijk een hazenpeper heet. Maar dat is me niet helemaal duidelijk geworden. De meest plausibele verklaring die ik heb gevonden, is dat het afkomstig is van het Franse begrip voor een basis wild-saus: "poivrade". De link naar ‘poivre’ en dus peper is dan snel gelegd.

Maar wie een betere verklaring heeft: ik hoor het graag!

 Ingredienten

  • 2 hazenbouten (of ca. 600 gram hazenvlees)
  • 100 gram boter
  • 1 eetlepel bloem
  • 75 gram ontbijtspek. in reepjes
  • 1/2 klein blikje tomatenpuree
  • 225 ml rode wijn
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 winterwortel, in kleine blokjes
  • 1 laurierblaadje
  • 1 kruidnagel
  • 100 gram kastanjechampignons
  • 1 plak ontbijtkoek
  • 1 eetlepel (appel-)stroop

Bereiding

Bestrooi het vlees met zout en peper. Smelt de boter in een braadpan, en bak de bouten rondom lichtbruin. Bestuif met de bloem. Voeg nu het spek en de tomatenpuree toe, en bak het even op. Giet dan de wijn erbij. Als dat kookt, kan de ui, de wortel en het laurierblaadje met de kruidnagel erbij. Makkelijk is het om even met een scherp mesje een gaatje te prikken in het laurierblad en daar de kruidnagel in te steken. Anders vind je die nooit meer terug. Stoof dit ca. 1,5 tot 2 uur zachtjes, met de deksel op de pan.

Schep de bouten uit de pan, en haal het vlees van de botten. Verwijder het laurierblad met de kruidnagel.

Doe het vlees terug in de pan, en voeg de kastanjechampignons toe. Verkruimel de ontbijtkoek en voeg toe, samen met de stroop. Laat zachtjes nog eens 20-30 minuten stoven.

Eventueel kun je het nu een dag in de koelkast zetten, zodat de smaak nog wat verder ontwikkeld.

Lekker met aardappelpuree en bijvoorbeeld rode kool, of met tagliatelle en groene groente.



Dec
22
Opgeslagen als groente en fruit, hoofdgerecht, recepten 2008 door Mark op 22 december 2008

"Rode kool?"

"Nee, bóeren-kool."

"Maar die kleur dan?"

"Da’s wat nieuws. Hebben we dit jaar voor het eerst."

"Mag ik wel 2 stronkjes mee?"

Eigenlijk kwam ik voor een paar beukjes, voor onze beukenhaag. Er waren er namelijk een paar kapot gegaan van de zomer, doordat we ze te weinig water gegeven hadden. Niet zo handig, maar gelukkig zijn ze niet zo duur, dus zouden we gewoon wat nieuwe kopen. Dus even naar het dorp.

In het centrum van het dorp waar we wonen zit de lokale hovenier. Naast boompjes, struiken en een- en meerjarige planten heeft hij ook een deel van zijn grond beplant met wat groenten en fruit. Waaronder dus boerenkool. Groene en paarse dit jaar. De paarse stond er  het eerste jaar, dus was ook voor hem nieuw. Ik had het nog nooit in de winkel gezien in elk geval, maar vond het meteen leuk.

En zo kwam het dat ik even later in de keuken sta met paarse boerenkool. Stronken schoonwassen, stelen eraf, en snijden.

Pan met aardappels op het vuur, boerenkool erop, en een pan met gehaktballen ernaast. Want die had ik ook gemaakt. Gehaktballen. Lekkere winterkost derhalve.

Na een half uurtje proefde ik nieuwsgierig of de kool al gaar was. Paars, maar met de smaak van boerenkool. Blijft apart.

Bij het afgieten keek ik even vreemd op: het water was rood! Kennelijk geeft paarse boerenkool nogal wat kleur af aan het water. Meer dan groene kool in elk geval, want het is me nog nooit opgevallen dat het water echt groen is bij gewone boerenkool. Sterker nog: de aardappelen waar zelfs paars! En die heb ik echt nog nooit groen gezien!

Net als bij de paarse sperziebonen raakt de paarse boerenkool na het koken een flink deel van zijn kleur kwijt, en is hij bijna groen geworden. De kleur zit dan dus in het water en in de aardappel. Uiteindelijk dus wel een vreemd gekleurde boerenkool, maar helaas niet het geel van aardappel met het paars van de kool, wat bij groene boerenkool wel het geval is.

Dan de smaak (waar we uiteraard ook erg nieuwsgierig naar waren): die was gewoon erg goed. Suggestie of niet, we hadden beiden het idee dat het lekkerder was dan de groene boerenkool die we normaal uit de supermarkt halen. Wellicht dat het lokaal, en biologisch, gekweekt is? Hoe het ook zij, de smaak was typisch een boerenkool, misschien wat zoeter en zachter.

Nog een keer? Denk het wel, maar dan vanwege de smaak. De kleur is een gimmick en maakt voor de smaak niets uit. Misschien leuk om mee-eters eens te foppen, maar in een stamppot voegt het verder weinig toe. Maar uiteindelijk is het oordeel dus wel positief.

En helemaal vanwege de prijs: €1,50 voor meer dan genoeg biologische boerenkool voor ons vieren is tegenwoordig geen geld.

Ingrediënten

  • 2 stronken paarse boerenkool
  • 1 kilo aardappelen
  • 250 gram mager rookspek
  • melk
  • boter
  • nootmuskaat
  • peper, zout

Bereiding
Schil de aardappelen en snij ze in ongeveer even grote stukken. Doe ze in een flinke pan, en voeg zoveel water toe dat ze net onder water staan. Strooi zout in het water. De hoeveelheid is op gevoel en smaak.

Maar de boerenkool schoon, en snij het blad van de stelen. De stelen kunnen weg. Snij de bladeren klein, was ze, en doe ze met aanhangend vocht in de pan met aardappelen.

Doe de deksel op de pan, en breng aan de kook. Het water van de aardappelen stoomt de boerenkool gaar. Kook in ongeveer 30  minuten de aardappelen en de kool gaar. Proef eventueel even.

Bak intussen de spekjes in een droge pan uit, en laat ze op een velletje keukenpapier uitlekken.

Afgieten, en met de stamper tot stamppot maken. Klontje boter erbij, en zoveel melk dat het een smeuïge stamppot wordt. Breng op smaak met peper en nootmuskaat. Roer de spekjes door de stamppot.

Lekker met een gehaktbal of rookworst en uitgebakken spekjes.



Dec
08
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, recepten 2008, vis door Mark op 8 december 2008

Zalm. Maanzaad. Mandarijn.

Moet kunnen, toch?

Ik was er tijdens het surfen al wel eens tegenaan gelopen, maar was er nog niet aan toegekomen om dat zelf eens te proberen. De combinatie leek me echter wel een bijzondere, en ik was ook wel nieuwsgierig of het inderdaad zo goed bij elkaar pas

tte, als de betreffende sites vermeldden. Dus toen Karin voorstelde om zalm te eten, greep ik de gelegenheid, en de maanzaadjes, aan, om het eens te proberen.

Maar alleen zalm met maanzaad is ook zo simpel. Een beetje smaak willen we wel. Dus maakte ik er een marinade bij. Olie, citroensap, peper, zout, en het sap van een mandarijntje. Aangezien die nu volop te krijgen zijn, leek me dat een leuke toevoeging aan de marinade. Ik probeerde ook wat mandarijnschil te raspen, maar nadat ik mijn knokkels voor de 3e keer schaafde aan de rasp, besloot ik dat dat weinig zou toevoegen aan het recept. Het rook in elk geval al prima.

Zalmmoot erin, en laat maar eens een half uurtje liggen.

De oven voorverwarmd, en de vis verdween in een ovenschaal voor een klein kwartiertje de warmte in. In de tussentijd stonden de krieltjes ook al lekker te bakken, en zette ik de grillpan op het vuur, zodat ik de courgetterepen even kort kon grillen. Niet te lang uiteraard; het mag nog een beetje bite hebben. Slappe courgette is niet zo lekker, en aangezien de repen maar een paar millimeter dik waren, was een halve minuut of zo per kant voldoende om ze warm en beetgaar te krijgen.

Eenmaal aan tafel bleek het een verrassend goede combinatie. De marinade was voldoende zuur om der smaak van de vis wat op te trekken, en de maanzaadjes gaven een bijzonder aroma mee. Ik moet wel zeggen dat het de smaakpapillen niet bepaald overdonderde. Wat dat betreft was het maar goed dat de courgette ook een subtiele smaak heeft. Misschien dat het gebruik van wat extra zout geholpen zou hebben, om de smaa van de zwarte zaadjes wat te intesiferen.

Conclusie: leuk om eens gasten te verrassen met een anders-dan-anders uitziend stukje zalm. Erg makkelijk om te maken ook. Kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die het niet lekker zullen vinden, dus ook een betrekkelijk veilig gerecht om voor te schotelen.

(Maanzaadjes zijnoverigens prima te krijgen bij de Jumbo supermarkten, tussen de zakken meel-mix voor zelfbak-broden. Tip: neem dan ook een zak sesamzaadjes mee. 400 gram voor maar €1,40. Ter vergelijk: bij de Albert Heijn kost een bakje van 90 gram zaadjes €1,99! )

 Ingredienten

  • 1 zalmmoot per persoon
  • maanzaadjes
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 theelepel rode wijn azijn
  • 1 theelepel citroensap
  • sap van 1 mandarijn
  • zout & ruim peper

Bereiding:
Maak een marinade van de olijfolie, de azijn, het citroensap, sap van de mandarijn en zout en peper. Laat de vis hierin minimaal een half uurt marineren. Vet een ovenschaal in, neem de zalm uit de marinade, en paneer hem met maanzaad.

Verwarm de oven op 175 graden, en gaar de vis in een ondiepe ovenschaal gedurende een kwartiertje.



Dec
02
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2008, vlees door Mark op 2 december 2008

Na het eerste succes kon het natuurlijk niet lang uitblijven: er zou worst gemaakt worden.

Dus de gang naar de slager gemaakt, en op advies van Jurgen de slager gevraagd om een procereurstuk. Dit keer geen vreemde blikken meer als reactie op mijn vraag. Blijkbaar kennen ze me nu een beetje. Hopelijk niet onder de kop ‘lokale dorspgekken’, maar als meer dan bovengemiddeld geinterresseerde consument, a.k.a. part-time worstendraaier.

Het idee dit keer was een Italiaanse worst te maken. Mijn onuitputtelijke bron van informatie, door anderen ook wel Google genaamd, verschafte mij het benodigde inzicht, in welke kruiden daarvoor in aanmerking komen.

Venkelzaad blijkt in Italiaanse worsten dan toch het meest voorkomende kruid te zijn. Het toeval wil dat ik dat al in huis had. Geen idee welk gerecht ik voor ogen had toen ik het meenam, maar goed, we hádden het, en daar gaat het om.

Het principe van worstmaken met de Porkert is vrij eenvoudig: vlees in grove stukken snijden, aanvriezen, malen, kruiden en mengen, nogmaals koelen, en weer met behulp van de Porkert het een en ander in de voor dat doel aangeschafte varkensdarm persen. Kind kan de worst maken.

En zo stond ik aan het eind van de bewuste zondag-namiddag weer met ruim anderhalve meter worst. Verdeeld in 3 porties, en hup, de diepvries in met 2/3e, en de rest voor vanavond.

Ik had dus een Italiaanse worst gemaakt. En wat is er nu meer Italiaans dan pasta?

Grote pan water opgezet, voor de spaghetti. Uit de kelder een pot basis-tomatensaus (multi-inzetbaar, ook voor al uw pizza’s!) en wat groente bij elkaar gesprokkeld, uit de voorraadkast, diepvries, koelkast en tussen de uien.

 Conclusie: lekkere worst, prima smaak, maar de structuur nog iets te los. Misschien nog een tweede keer malen, om het gehakt wat fijner te krijgen? Of moet er nog iets meer paneermeel of andere vulling door? Ben er nog niet achter, maar dat is slechts een kwestie van tijd…

Ingredienten

  • 500 gr spaghetti
  • 1 pot basistomatensaus
  • 400 gram groenten naar keuze
  • 800 gr varkensvlees (Procereurstuk)
  • 200 gr spek
  • 100 ml rode wijn
  • 50 gr paneermeel
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 ui
  • 1 theelepel venkelzaad
  • 0,5 theelepel zwarte peper
  • 0,5 theelepel oregano
  • heel klein beetje piment
  • 2 theelepels zout
  • 1,5 theelepel rode wijn azijn

Bereiding

Fruit de ui met de rode wijn azijn, op laag vuur, tot ze mooi bruin zijn. De azijn zorgt ervoor dat de uitjes lekker zoet worden.

Snij het vlees klein, en vries een uurtje in. Eventueel kun je voor het vriezen al kruiden toevoegen, maar dat kan uiteraard ook na het vermalen nog. Maal na het vriezen het vlees met de vleesmolen klein, en meng met de wijn, paneermeel, en de kruiden, voorzover je dat nog niet gedaan hebt. Met het worstopzetstuk de worst vullen. Verdeel de lange worst in kleinere worsten, en leg een half uurtje in de koelkast, tot de darm niet meer plakt.

Zet een pan water op het vuur, en kook hierin de pasta ‘al dente‘. Roerbak de groenten op hoog vuur, tot ze beetgaar zijn. Zet het vuur lager, en voeg de tomaten-saus toe. Breng op smaak met peper, zout en eventueel nog wat kruiden naar keuze.

Lekker, met een glas van de wijn waarmee je de worst ook hebt gemaakt.



Nov
27
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2008 door Mark op 27 november 2008

"Weet jij nog iets dat we kunnen maken met paprika? Er liggen er nog 2, en die moeten wel op, voor ze niet meer goed zijn."

"Hebben we nog kipfilet? Dan weet ik wel wat." antwoorde ik terug.

Had mijn vrouw me op dat moment gevraagd wat dat dan zou zijn, dan had ik haar een antwoord schuldig moeten blijven, want veel meer dan een vaag idee, en gevoel van richting, had ik nog niet. Het was meer een combinatie van een aantal ingredienten die ik in mijn hoofd had, en hoe die dan bij elkaar zouden belanden, daar was ik mentaal nog niet aan toegekomen.

Een soort "we’ll cross that bridge, when we get there" houding moet je dan wel even over je heen hebben.

"OK. Ik ben benieuwd wat je dan gaat maken."

"Ik ook!" wil ik zeggen, maar in plaats daarvan antwoord ik "Wordt vast lekker!". Beetje bluf-poker kan nooit kwaad, immers.

Ik sta die namiddag in de keuken, en ben bezig met (om het op zijn Herman-den-Blijkers te zeggen) de mis-en-place. Ofwel: het alvast voorsnijden van de ui, de tomaat, paprika’s en de kipfilet. In mijn hoofd flarden van recepten die ik ooit las, stukjes uit The F-Word met Gordon Ramsay en ervaringen uit het verleden. Koken is geen ‘rocket science‘, maar eerder een combinatie van kennis, ervaring en logica. Die kennis doe je op door recepten van anderen te lezen. De ervaring door het gewoon te doen. En die logica is eigenlijk ook heel simpel: basilicum en tomaat is een gouden combinatie. En pasta kan overal bij!

Nadat ik de kip-filets in stukken heb gesneden, de paprika gewassen en in stukjes, doe ik wat olie in de pan, en bruin de kipfilet. Uitje erbij, en het paprikapoeder. Dan de paprika, en de tomaat. Beetje peper, zout en basilicum, en het begint al aardig fijn te ruiken. Het geheel mag nu even pruttelen, totdat de tomaat stukgekookt is, zodat het een mooie smeuïge saus wordt.

Mijn vrouw spiekt even om het hoekje de keuken in.

"Ruikt goed! Heb je zo’n pot van de Aldi gebruikt?"

Gespeeld verontwaardigd antwoord ik dat ik dat dus niet heb gedaan, en dat niets, behalve de olijven, uit een potje komt. 100% puur natuur, voor zover ik dat kan nagaan, en voorzover je uiteraard een fabrieks-kipfiletje als puur natuur kunt beschouwen.

Het water voor de pasta kookt inmiddels, en de tafel wordt gedekt. Zo’n beetje samenvallend met het einde van Sesamstraat is alles klaar en kunnen we aan tafel. Handjes van de kinderen gewassen en met het eten op tafel, ben ik benieuwd of mijn gekokkerel wel in de smaak zal vallen. De jury is echter unaniem positief, dus mijn vrees was ongegrond. Mijn zelfvertrouwen in de keuken is ook weer wat aangesterkt, en tevreden tast ik ook toe.

Smaakt inderdaad prima!

Gelukkig!

Ingredienten

  • 2 kipfilets
  • 400 gram pasta
  • 1 dikke theelepel paprikapoeder
  • 10 olijven, gehalveerd
  • 2 paprika’s
  • 1 ui
  • 4 tomaten
  • 1 theelepel citroensap
  • basilicum
  • peper&zout
  • rode wijn

Bereiding
Snij de kipfilet in stukjes  van 1 bij 2 cm. Bestrooi met peper, zout en het paprikapoeder. Verhit wat olie in een wok of pan, en bak hierin de kip licht-bruin. Doe de gesnipperde ui erbij, en laat de ui even glazig worden, zodat het rauwe randje eraf is.

Snij de tomaten in kleine blokjes, en voeg toe, samen met het citroensap, basilicum naar smaak, en een goede scheut rode wijn.

Snij de paprika in kleine stukjes (ik maakte kleine reepjes) en voeg toe aan de pan.

Laat het geheel 20-30 minuten sudderen, tot de tomaten helemaal gaar zijn, en er een smeuïge saus is ontstaan.

Serveer dit met de pasta.



Nov
17
Opgeslagen als En dan dit..., hoofdgerecht, vlees door Mark op 17 november 2008

In een groen-groen-groen-groen knolle-knolle-land
Daar zaten 2 haasjes heel parmant

En toen kwam mijn buurman dus langs.

En die is jager.

En schiet ook wel eens raak.

Afgelopen zaterdag avond werd bij ons op het raam geklopt.  Best hard geklopt, eigenlijk. Even later stond een man binnen, met een snor, een baard, en het haar bedekt met een hoofddeksel. Mooi pak aan, ook.

Dat pak was alleen niet rood, maar groen. Het was dus niet de Goedheiligman. Het was de Goed-buurman.

In zijn rechterhand een plastic zak van de C1000. Eruit staken 4 poten. Nou ja, ook weer niet. Feitelijk was het niet veel meer dan een stukje bot dat uit de zak stak. Een nogal stevige geur, om het maar eens eufemistisch uit te drukken, verspreidde zich door de woonkamer. "Tja, dat is normaal bij wild." lichtte hij toe, nadat mijn vrouw even twijfelde of ze nu met een hand voor de mond de kamer zou verlaten, of dat ze de buurman zou bedanken voor de hazen.

Want die zaten dus in die zak.

2 ex-hazen.

Eerder op de dag door buurjagerman geschoten, en zojuist gevild, en schoongemaakt. Het enige dat ik nog hoefde te doen, was ze portioneren, en in te vriezen. Ik had het nog met hem erover gehad een paar dagen eerder, maar had het niet zo snel verwacht. Dus ik stond wel even te kijken. Veel ervaring met wild, anders dan het eten ervan, heb ik nog niet. Dus het portioneren zou nog best eens tegen kunnen gaan vallen.

Een beetje onwennig pakte ik een uurtje of zo later een schone snijplank, een scherp mes, en de eerste van de beide dieren. Na een paar keer het karkas rondgedraaid te hebben, om een aanvalsplan te vormen, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken, en zette het mes in de eerste bout.

Een vreemde ervaring, snijden in een herkenbaar stuk vlees. Bij het zien van een kipfiletje of biefstukje is de link naar de herkomst natuurlijk niet zo snel gelegd. Althans, als ik dat bij de slager zie liggen, heb ik niet direct een koe voor ogen. In dit geval moest ik even een knop in mijn hoofd omzetten, en beelden van 2 dartelende hazen loskoppelen van de stukken vlees op mijn aanrecht.

Dat snijden viel nog niet mee. Ik ben niet zo bekend met de anatomie van een haas, om te weten waar nu precies het scharnierpunt van de heupjes zit. Dat leek me namelijk de meest logische plek om de achterpoot te scheiden van het lijf. Na een wat onzekere start, wat geprik, getwijfel, en enkele snedes, die achteraf helemaal niet juist bleken, had ik de eerste poot toch eraf.

De tweede poot ging al wat sneller, en na het uitsnijden van de hazenrug, de voorpoten, en de rest van het bruikbare vlees, vulde ik de eerste diepvrieszakken. De tweede haas ging een stuk sneller en eenvoudiger. Het gevoel van snijden in een dier verdween overigens net zo snel, als dat ik ze in stukken sneed. Hoe minder herkenbaar als dier, des te eenvoudiger bleek het, het geheel te zien als "avondeten!".

De opbrengst in de vriezer:
4 hazenbouten
4 hazenrug-filets
3 voorpoten (een was helaas verbrijzeld door een schot hagel…)
een paar honderd gram vlees van diverse plekken van het beest.

Het plan:
1 hazenpeper (van 2 hazenbouten)
1 hazenragôut (van de losse stukken vlees)
2 rugfilets met een cranberry saus
2 rugfilets met een chocolade saus

En voor de rest van de delen moet ik nog wat verzinnen. Maar met een heel internet als inspiratiebron, en diverse sites die momenteel seizoensgebonden recepten publiceren, waaronder een hoop wild, zal dat geen probleem zijn.

Wordt derhalve vervolgd…



Nov
05
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2008, vlees door Mark op 5 november 2008

Het moest een keer gebeuren..

Zie het als een soort "passage of rites"…

Een overgangsritueel zo u wilt.

Vanuit een soort oerdrang ontstaat zo iets. Die eeuwige noodzaak om dingen zélf te willen doen, zonder aanwijsbare noodzaak. Zelf brood willen bakken. Zelf pasta maken. Zelf pizza maken. Er zijn zelfs mensen die willen zelf vanillevla maken..

Tuurlijk kun je daarvoor naar de bakker, een pak gedroogde pasta pakken of een greep doen in het vriesvak van de lokale buurtsuper. Maar zelf maken geeft toch een gevoel van ‘iets bereikt hebben‘. Iets gedaan hebben, dat objectief gezien meer tijd, meer geld, en meer moeite kost dan kopen. Maar ook (niet geheel onbelangrijk!) vaak meer smaak heeft, puurder is, en zeker meer voldoening geeft…

****

Twee vragende ogen keken me aan. Het duurde even voor hij een antwoord kon fomuleren op mijn vraag, leek het. Geen alledaagse vraag, geef ik toe, maar ik vroeg hem ook niet bepaald of hij toevallig wist hoe koude kernfusie werkt. Ik wilde gewoon iets zélf doen. Iets wat hij normaal ook zelf doet.

"Wat moet je dáár nou mee?"

Ik had hem gewoon gevraagd of hij ook worstdarm verkocht.

"Ik heb ook geen idee wat ik je ervoor moet vragen… Wij kopen dat in in emmers van honderd euro. Geen flauw benul wat 1 darm dan moet kosten…"

Nadat ik had uitgelegd dat het een beetje een hobby van me is, om te kokkerellen, en dat  oer-instincten een man soms langs onverklaarbare wegen leiden, besloot de slager mij te plezieren. Hij liep naar achteren en kwam even later terug met een zakje. Met een darm. "Vooruit. Een euro. Ik weet het ook niet!". Het meisje bij de kassa kreeg het zakje in handen gedrukt, en met lichte afschuw hield ze het met 2 vingers vast. Ik besloot haar maar niet vertellen dat de meeste verse worst in zo’n darmpje is geperst. Ik zou het ontstaan van een vegetariër niet op mijn geweten willen hebben..

Voldaan verliet ik even later de zaak. Stap één, het verzamelen der ingredienten, was volbracht. Ik had vlees, kruiden, de vleesmolen, en nu dus de darm. Let the sausagemaking begin!

 

Stap twee: het vlees, in dit geval 75% rundvlees, en 25% spek, had ik in kleine blokjes gesneden, en in de diepvries gelegd. In de tussentijd een mengsel gemaakt van de kruiden, het zout en de specerijen.

Na een uurtje opstijven (volgens dit filmpje zorgt dat ervoor dat de cellen kapotgaan, en dat je vlees malser wordt) kruid ik de blokjes, en meng ze goed. NIet te lang, we maken er immers gehakt van, en dan wordt het alsnog gemengd.

De blokjes gaan in de molen, en ik begin te draaien. Het wonder geschiedt: er komt gehakt uit! Het ziet er nog echt uit ook! Dat was de investering van 5,- zeker waard!

Na koelen van het vlees, afspoelen van de darm, en de darm om het worstopzetstuk, komt stap 3: het draaien van de worsten! 

En dat gaat eigenlijk verrassend eenvoudig! Het gehakt in de molen wurmt zich een weg naar buiten, en door het worstopzetstuk vult het de darm. Mijn vrouw merkt meteen op, hoe "echt" het eruit ziet. Als je niet beter zou weten, zou het zo van een ambachtelijke slager afkomstig kunnen zijn. Niet dat dat iets zegt over mijn of Keurslager’s kwaliteiten, maar zo van buitenkant valt het niks tegen…

 

En dan is het gehakt op. Ik wurm een paar sneetjes witbrood door de molen, om ook het laatste restje vlees uit de tuit en in de worst te krijgen. Het resultaat heb ik daarna verdeeld in kleinere worstjes, door een paar keer te draaien. Het geheel nog even in de koelkast, de worstjes van elkaar losgeknipt, en zie daar: ik heb worst gemaakt!

Ik had uiteindelijk 9 worstjes. Twee setjes van 4 verdwenen in de diepvries, maar eentje heb ik direct even gebakken. Lekker! Een rundersaucijsje! Zelfgemaakt!

Mission accomplished!

Ingrediënten

  • 600 gram riblappen
  • 200 gram spek
  • ca. 1 tot 1,5 meter worstdarm
  • 15 gram zout
  • 1 eetlepel geplette peperkorrels
  • 2 theelepels gerookt paprikapoeder
  • 1 theelepel gemalen komijn
  • 1 theelepel piment
  • 50 gram paneermeel
  • 8-10 eetlepels water
  • 3 sneetjes brood

Bereiding

Snij het vlees in kleine blokjes, en doe dit een uurtje in de vriezer. In de tussentijd de varkensdarm in een bak water leggen.

Na aanvriezen de kruiden door het vlees mengen. Het vlees vervolgens met de vleesmolen malen. Het gehakt in de koelkast zetten, gedurende minimaal een kwartier. Het is rauw vlees, en moet de temperatuur liefst zo laag mogelijk blijven. Daarna het paneermeel met het water door het gehakt mengen.

Neem de darm uit het water, en was hem goed. Hij is behoorlijk stevig, dus gaat niet snel stuk. Doe een uiteinde van de darm om de kraan, en spoel ook van binnen goed door. Knip er een stuk van ongeveer 1,5 meter af. De rest kan in de diepvries voor een volgende keer.

Zet het worstopzetstuk op de vleesmolen, en smeer het in met wat zonnebloemolie. Doe de darm om het opzetstuk.

Doe het gehakt in de molen en vul de darm met het gehakt. Zorg dat de darm niet te strak gevuld wordt, anders kunnen we er geen worstjes meer van draaien. Om het laatste restje vlees eruit te krijgen maal je op het laatst het brood door de molen.

Draai worstjes van de lange worst, en leg dit minimaal een kwartier in de koelkast, tot de huid niet meer plakt.

Boter in de pan, en 10-15 minuten op halfhoog voor bakken, of uiteraard invriezen voor een volgende keer.