Rol plakband : €2,95
Rol vliegengaas 100×120 : €4,90
Geschaafd vuren 20×30x240 : €5,40.
Doosje schroeven: €0,75
Haakjes: €1,-
Totaal exact 15 euro.
Beetje zagen, schroeven, knippen en plakken. En voilá!
Een droogkastje.
Waarom een droogkastje?
Nou, omdat ik graag in de komende periode wat met gedroogd vlees wil gaan doen, en we weer langzaam de insectrijke tijden gaan, leek het me toch handig om iets te hebben waarmee ik kan voorkomen dat een of ander vliegend ongedierte besluit om mijn met zorg toebereidde vleeswaren te vernaggelen, door zijn nageslacht erop te willen dumpen.
Dat, en mijn vrouw, die het een ietwat onsmakelijk idee vond dat het gewoon los in de kelder hangt, zo zonder bescherming. En dan kan ik wel uitleggen dat de natuurdarm om de worst de vliegen voldoende tegenhoudt, maar bij het drogen van een stuk spek (waarover later meer..) is dat natuurlijk een minder overtuigend argument.
Omdat ik besloten had salami te maken, en omdat die een week of 4 moet drogen, leek dit een goed moment om even iets in elkaar te knutselen.
Vandaar dus dit droogkastje.
Heel simpel: 50×50 centimeter, en 30 diep. Vliegengaas rondom, en een luikje of deurtje aan de voorkant. Kwestie van een uurtje, en toen was het klaar.
En de worsten voelen zich prima thuis. Niet op de eettafel uiteraard, maar gewoon in de kelder. Want dit is slechts voor de foto. Maar dat snapt u vast ook wel!
|
Mei
15
|
Het is weer aspergetijd!
Fijn, want daar hou ik wel van!
En dan niet van die dingen die Albert Heijn zonodig uit Peru moet halen, maar gewoon van de Hollandsche klei. Norod-Limburg. Brabant. Drenthe. Maakt niet uit, als ze maar een vaderlandsche achtergrond hebben!
Klassiek is de combinatie met ham en ei.
En who am I, to argue with history?
En dus aten we asperges met ham en ei.
In taartvorm. Dat dan weer wel.
Eigenlijk poepiesimpel, maar wel lekker. Met flink wat aspergesmaak. En verse basilicum. Uit eigen tuin!
Overigens zit er in asperges asparagusinezuur. En dat veroorzaakt bij een deel van de eters van asperges een heel bijzondere chemische reactie, waarbij een 6-tal zwavelverbindingen in het lichaam worden omgezet in vluchtige zwavelhoudende verbindingen. En bij ongeveer de helft van de asperge-eters vertaalt dat zich weer in een typische asperge-geur bij het plassen naderhand. Hoe het exact zit, weet ik niet, maar het schijnt genetisch bepaald te zijn of die omzetting in je lichaam wel of niet plaatsvind.
Volgens historici en biologen hebben deze zwavelverbindingen er overigens niet altijd in gezeten. Pas sinds de 18e eeuw, toen begonnen werd om asperges te bemesten met zwavel- en sulfaathoudende meststoffen treedt dit effect op.
En dan zou je eenvoudig redeneren: stop daar dan mee! Maar dat schijnt dan ook weer niet 1-2-3 te kunnen, omdat die zwavelverbindingen nematoden, een ongedierte, in de asperge helpt voorkomen.
It’s a small price to pay, wat mij betreft, en dus schil ik gerust nog een stel asperges.
Misschien eens in een braadzak met boter, proberen?
Ingredienten
Bereiding
Schil de asperges, en kook ze 10 minuten in een pan met ruim water. Verwarm intussen de oven voor op 200 graden.
Bestrijk een platte ovenschaal met boter, en bekleed de bodem en zijkanten met het deeg voor hartige taart.
Meng in een kom de eieren, room, verbrokkelde geitenkaas, de klein gesneden basilicum en hamblokjes. Breng op smaak met peper en zout.
Leg de asperges op het deeg, en overgiet met het mengsel.
Gedurende 25 minuten afbakken in een oven van 200 graden.
Mijn bericht over de pizzasteen maakte de tongen aardig los!
Leuk! Bedankt voor de reacties! Graag meer daarvan, want ik ben erg benieuwd hoe de diverse stenen bevallen!
Als aftrap: mijn eigen steen in onze oven.
De steen is inmiddels een paar keer gebruikt.
Wat opvalt zijn een aantal dingen:
Dat leidt er meteen toe dat je de oven met steen ook wat meer ingepland moet gaan gebruiken. Immers: het kost wat meer om die steen te verhitten, dus kun je daar maar beter zo optimaal mogelijk gebruik van maken. Zo kun je er dus je pizza’s op bakken, maar als die steen toch al heet is, gebruik je de hitte gewoon nog eens, door er ook brood op te bakken. Dat vergt dan wel even gepuzzel met tijden, want je moet je rijstijden van het brood natuurlijk wel goed afstemmen op de pizzabakkerij. Is toch sneu als je halverwege de pizza’s de broden erin zou moeten schuiven, en dan eerst 30 minuten moet wachten….
Op de foto hierboven is de oven mooi op 230 graden hetelucht (wat neer komt op 250 graden conventioneel). De steen is gloeiend heet, en ik heb net met mijn Superpeel (blijft een fantastische aanschaf!) de pizza van de kids erop geschoven.
Eenmaal op de hete steen, kun je de korst van de pizza bijn zien rijzen! De zogenaamde ovenrijs komt door de direkte, intense hitte goed tot zijn recht.
Vrij snel daarna, 7-8 minuten, is de pizza alweer klaar. Mooie bruine rand, gesmolten kaas, en: ruikt werkelijk fantastisch!
Dan het enige criterium dat er uiteindelijk toe doet: de smaaktest!
Nou, daar is werkelijk niets mis mee! Mooie knapperige korst, krokante dunne bodem, en ach, de toppings is natuurlijk ieder voor zich, maar geloof me: de kinderen hebben zitten smikkelen en smullen!
En zoals ik al schreef: het is nu eenmaal toch al heet, dus laten we dat niet zomaar gaan, en daarom had ik met wat gepuzzel het zo uitgekiend, dat na de pizza’s er twee vloerbroden gebakken kunnen worden.
En ook die kwamen er weer supermooi uit!
Voor wie geen pizza-oven kan of wil kopen of maken, is dit dus echt een perfect alternatief.
Dus, hup! Naar buiten, en trek een tegel uit de stoep voor je huis!
Allemaal aan de steenoven!
Ik maakte vorige week sinds enige tijd weer eens verse worst. Het was de bedoeling om een worst te maken, van varkensvlees, met salie en gember. In de volle overtuiging dat we nog salie hadden, kocht ik vlees, maalde dat, en kwam er toen pas achter dat dat redelijk essentiele ingredient op was. En de winkels dicht.
Ik improviseerde, door er worst met gember, knoflook en chilipeper van te maken. Ook lekker, maar toch niet waar ik voor ging.
Die avond liet ik de hond uit, en liep de achterbuurvrouw tegen het lijf. We raakten nog even aan de praat over onze gemeenschappelijke noodzaak om op dat moment buiten te zijn (de hond, dus), maar op de een of andere manier kwam het gesprek ook op worst terecht. En toen vertelde ik dus van mijn salie-debacle.
"Had je even langs moeten komen! Heb nog salie in overvloed in de tuin staan!:"
Grmbl!
"Weet je wat? Ik breng je straks wel een plantje!"
En ja hoor, een half uurtje later ging de tuindeur open, en stond achterbuurvrouw er, met een pot. Met verse salie!
En dus is onze kruidenvoorraad een plantje rijker!
Op de foto is een deel te zien, namelijk 2 x baslicum, de salie van de buurvrouw, 2 potjes met wilde aardbei, en een spaanse peperplant. Van die laatste weet ik nier of die het gaat redden. Hij stond binnen helemaal te verleppen, zonder aanwijsbare oorzaak, dus heb ik hem maar buiten gezet, in de hoop dat de warmte en de hoeveelheid zon in die hoek van de tuin voldoende is om hem weer erboven op te helpen. Afwachten, dus…
Fascinerend om te zien, oveirgens: je stopt een zaadje in wat grond, houdt het vochtig en warm, en dan ineens komt er een groen sprietje zijn kopje boven de oppervlakt esteken. Dat hou je zo een paar weken vol, en dan is dat kleine sprietje een grote spriet geworden, en staat je woonkamer ineens vol met grote potten met planten.
Op de moesvensterbank dus.
De eerste tekenen van vruchten beginnen zich al af te tekenen, in dit geval bij de komkommer. In totaal stond de teller gisteravond op een 20-tal bloement, waarvan 7 stuks met niet enkel een bloem, maar ook al een voorzichtige aanzet tot een daadwerkelijk herkenbaar komkommertje. Waar ik nu wel naar benieuwd ben is hoe de plant zich houdt, als de vrucht groter, en dus zwaarder wordt.
Momenteel hangen er nog maar kleine dingetjes in de plant, die met hun geringe gewicht de plant amper beïnvloeden. Maar als er straks een 20 centimeter lang exemplaar aan hangt, dan is dat wellicht een ander verhaal. We zullen zien.
De tomaten beginnen ook serieuze vormen aan te nemen. Zo groot, dat het waarschijnlijk niet lang meer duurt, of ze zullen noodgedwongen naar buiten moeten verhuizen, omdat mijn vrouw graag weer "gewone" dingen in de vensterbank wil zetten..
De planten op de foto rechts, hierboven, zijn overigens 2 verschillende typen: de hoge/lange is een ‘normale’ tomaat (achterin) en de lagere variant (vooraan) zijn 2 pruimtomaat planten.
Toen we vorig jaar voor de eerste maal tomaten hadden geplant, een trostomaat, en daar de eerste vruchten van plukten toen die mooi rood van kleur waren, was het eerste dat opviel de enorme explosie van pure tomatensmaak in je mond. Veel voller, en sterker van smaak, dan de tomaten die je normaliter in de winkel op de hoek koopt. Superlekker! Dus ook met deze hebben we goede hoop!
Enkele maanden geleden kocht ik in Assen ook nog een handvol biologische aardappen. Ik schreef er al eerder over. En die stopte ik dus in de grond.
En, zie daar: ze zijn gegroeid! En flink!
4 stuks aardappelplant groeien er in de bakken in de tuin, die, als het goed is, een paar kilo knollen per stuk kunnen opleveren. Ik verwacht, mits er niets gaat rotten of iets dergelijks, dat ik de investering van €0,42 er wel uit haal. 
De planten moeten de komende periode in elk geval gaan groeien. Pas als het loof begint af te sterven is het tijd om de aardappels voorzichtig uit de grond te halen. Ze mogen dan eerst een weekje drogen in de kelder, en dan zijn ze gereed om te eten.
Maar wat ik toch zeker ook ga proberen, is om de aardappel op de dag van oogsten nog te koken. Heel benieuwd of de smaak van zo’n niet-verser-van-het-land-te-krijgen aardappel ook nog een bijzonder resultaat oplevert.
Nieuwe aardappel in extrema.
Nieuwste aardappel?
Of zo…
|
Mei
07
|
Het goede weer van enige weken terug heeft de tuin meer dan goed gedaan. De zaden die we half maart gezaaid hebben, beginnen nu allemaal flink de kop boven de grond te steken. Wat bijvoorbeeld begon als een komkommerscheut neemt inmiddels forse afmetingen aan, en begint zelfs al te bloeien.
De worteltjes hebben loof, waardoor deze inmiddels ook als zodanig herkenbaar is. Nog even, en de plantjes mogen verspeend worden, om ze wat meer ruimte te geven. Zouden we dat niet doen, dan gaan de wortels zich met elkaar verstrengelen, en krijgen we geen mooi groente als resultaat, maar een knoop worteltjes.
De bloem op de foto is overigens een bloem aan een van de komkommerplanten. De planten zijn hier nog vrij jong, en nog niet in staat om fatsoenlijk een vrucht te laten groeien, zonder dat dit te veel van de plant vraagt. Niettemin zijn ze toch al snel anderhalve meter hoog. We moeten nu eerst ervoor zorgen dat de plant wat sterker wordt, en dat doen we door de eerste 6 - 7 bloemen met hun zijscheuten te verwijderen uit de plant. Alle energie kan dan gestoken worden in het aansterken, zodat we straks mooiere en betere komkommers overhouden.
Ik ben benieuwd of er ook een smaakverschil is, met de komkommers zoals je die in de supermarkt kunt kopen. Als ik heel eerlijk ben, verwacht ik dat niet, aangezien een komkommer van zichzelf een vrij neutrale smaak heeft. Weinig ruimte om daar echt qua smaak iets aan te doen, lijkt me. Wat wellicht meer verschil zou kunnen opleveren is de grootte waarop de komkommers geoogst gaan worden. Een supermarkt-komkommer is vrij fors qua formaat, en wij zullen kleinere komkommers van onze planten krijgen. Daar waar de winkel-variant een centimeter of 30 is, zal onze vensterbank exemplaren van 15-20 centimeter opleveren.
Te zijner tijd zal ik de vergelijkingsresultaten uiteraard ook beschrijven.
Van de rucola kan ik de resultaten van de smaaktest wel alvast geven: die is meer dan uitstekend! Een mooie volle smaak, met dat typische nootachtige. Wij hadden babyrucola in de tuin staan, waarvan de blaadjes eerder op spinazieblaadjes lijken, dan op de markante, getande bladeren van de reguliere rucola. Die bladeren zijn langer, smaller en meer getand. Onze blaadjes waren klein, kort en rond. Maar qua smaak vrijwel identiek.
De planten hebben inmiddels hun beste tijd gehad, en hebben dan ook het veld moeten ruimen voor iets anders. De smaak van de rucola werd namelijk vrij bitter, als gevolg van het feit dat het toch al een respectabele tijd in de grond stond. En blijkbaar is dit type meer geschikt om jong gegeten te worden. Het groeit echter vrij snel, dus ik zal het in de komende maanden gewoon nog een keer zaaien.
Een van de dingen die we ermee gemaakt hebben, was een eenvoudige, maar bijzonder smakelijke pasta, met rucola, ricotta en spekjes. Klaar in een kwartiertje…
Ingredienten
Bereiding
Kook water in een ruime pan, met zout, en kook hierin de pasta ‘al dente’.
Maak de champgnons schoon, en snij in partjes (of gebruik de eiersnijder!). Bak in een pan met antiaanbaklaag de spekjes, en voeg de champignons toe, en bak deze even mee. Voeg de ricotta toe, en breng het geheel op smaak, met de olijfolie, citroensap en wat peper en zout. Eventueel nog een theelepel truffelolie, al is dat natuurlijk geen must.
Doe het ricotta-mengsel bij de pasta, samen met de rucola, en meng alles goed door elkaar.
Serveer met een stukje ciabatta, en wat geraspte parmezaanse kaas.
|
Mei
04
|
Een theorie van een collega: "Kinderen zijn gek op eten dat begint met een P!"
Eens zien of dat klopt.
Patat.
Pannenkoek.
Pasta.
Peren.
Pizza.
Nou, dat klopt best aardig, eigenlijk.
Nou moet ik zeggen dat mijn referentiekader zich beperkt tot mijn eigen 2 kinderen, en ik dus geen representatieve steekproef heb gehouden, onder zeg 2500 kleuters.
Wat zoveel betekent als: your milage may vary, ofwel: baseer de opvoeding van je kinderen er vooral niet op.
Nu hebben onze kinderen ook wel een beetje ‘pech’ met ons als ouders, wat eten betreft, want ze hebben maar te eten wat de pot schaft, en als dat dan toevallig begint met een ‘P’ dan hebben ze geluk, maar we gaan niet alleen koken wat ze lekker vinden. Net zo belangrijk als gevarieerd, vers en vitaminerijk koken, hechten wij er ook belang aan, dat de kinderen verschillende smaken ontwikkelen. Dus niet alleen kip, met patat en appelmoes, maar ook risotto (is Eva gek op!), Thaise of Indische gerechten, Italiaans, of Hollandsche Pot(r), en ook dingen als olijven (niet zo geliefd), courgette (dat dan weer wel) en allerlei soorten vlees en groente.
En dat leidt er hopelijk toe, dat we straks kinderen hebben die eten kunnen waarderen, en weten dat er meer smaken zijn dan de geijkte kinderhap, die niet geheel onverwacht, meestal uitblinkt in zoetigheid. Althans, dat is wat mij altijd opvalt bij ‘lastige eters’: doe er ies zoets bij (vaak appelmoes) en het wordt gegeten. Maar om nu een pasta carbonara met appelmoes of ketchup op tafel te zetten, gaat me te ver. Maar gelukkig is er ook eten dat de meeste kinderen ook zonder zoetigheid lusten. Dingen met een ‘P’ dus.
En zo stonden Eva en Christan zich gisteren bijna te verdringen, om maar als eerste aan tafel te mogen zitten. Want papa stond in de keuken.
Met deeg.
Voor Pizza!
Men neme een bol deeg. Mooie schijf van maken, tomatenbasis en kaas erop. En dan ui, ham, peer en brie. Afmaken met wat versgemalen peper uit de molen en een snufje oregano.
De kinderen storten zich als eerste op de korst, want dat is blijkbaar toch het allerlekkerst van een pizza!
Maar ik hoef gelukkig niet bang te zijn dat ik straks de binnenkant onaangeroerd in de groene container moet mikken. Want ook daar laten ze zich niet onbetuigd, en smikkelen en smullen tot de buikjes rond zijn. Waarna er met een scheef oog nog even geaasd wordt op een stukje korst van de pizza van papa of mama.
Maar dan hebben ze toch pech.
Of ook weer niet, want papa had daar al rekening mee gehouden, want op dat moment komt nog een versgebakken pizzaatje uit de oven, met extra veel korst!
Ach ja, ik moet ook eerlijk bekennen dat ik toch altijd met een tevreden gevoel in de keuken sta, wetende dat er zo heerlijk gegeten wordt van mijn baksels. Het is wat meer werk dan een bevroren kartonschijf in de oven schuiven, maar het eindresultaat, een heerlijk zelf-gedraaide, versgebakken pizza maakt die inspanning meer dan goed!
Ach, sommigen hebben vrijdag-patatdag, voor ons is het vaker zondag-pizzadag!
Ingredienten
Bereiding
Maak een platte schijf van het gerezen deeg. Bestrijk met de tomatensaus, en geraspte kaas naar smaak. Verdeel de ham over de bodem. Daarover de ui. Dan de peer, en leg de brei bovenop. Bestrooi eventueel met nog wat geraspte kaas. Versgemalen peper erover en een snuifje oregano.
Afbakken in een hete oven, tot de korst mooi bruin en de kaas gesmolten is.
Ik liep door de poortjes richting de bouwmaterialen. Beetje dolend, want het is best een grote zaak, en ik wist niet precies waar ze ze opgeslagen zouden hebben. Ik liep langs de isolatiematerialen, tuinplanken, badkranen en verf. Me verbazend over de hoeveelheid verschillende lampen, en neusde nog even in de ramsj-bak, met aanbiedingen.
Na een tiental minuten kwam ik uit op de tuinafdeling, en liep ik naar het gedeelte buiten, waar ze de geïmpregneerde houten tuinpalen, zakken grind en sierstenen, en de stoeptegels tentoonstellen. Daar ergens, beetje verstopt tussen diverse varianten terrastegels, lag nog een stapel van een stuk of 6 stenen.
Travertino stond erbij. Precies wat ik zocht!
Ik nam er een van de stapel, liet een begeleidend bonnetje aanmaken, en rekende af. En zo was ik in ruil voor €4,69 de trotse eigenaar van een stuk steen, van 45 x 45 centimeter. Een loeizware steen,overigens! Ook wat te groot, maar dat was een punt dat de haakse slijper eenvoudig zou oplossen.
Later die middag stond ik daarom in de achtertuin, met de Workmate, met daarop de zojuist aangeschafte steen. Veiligheidsbril op de neus, handschoenen aan, gehoorbescherming op en de slijper in de aanslag. Na een paar minuten oorverdovend lawaai was de steen geslonken tot het beoogde formaat van 30 bij 40 centimeter.
Het resultaat: een home-made pizzasteen. Voor wènig, zoals ze in Den Haag zeggen. Daar waar commerciele producten al snel 4 tientjes kosten, was ik dus voor nog geen €5,- klaar. Tevreden liep ik naar de keuken.
Eenmaal goed schoongemaakt, met flink water en zeep, kreeg hij eerste de kans goed te drogen. Ik ken de eigenschappen van dit Travertino niet exact, maar wilde niet het risico lopen een steen die vochtig is van binnen in een hete oven te laten zitten. Wat dan namelijk kan gebeuren is dat het vocht, binnenin de steen, zich omzet in stoom, en (zoals wellicht bekend) stoom is erg krachtig, en zou potentieel de steen kunnen laten barsten of, erger nog, laten exploderen. Het zekere voor het onzekere dus, en eerst eens een weekje op laten drogen.
Nadat de steen zo een zevental dagen op het aanrecht had kunnen drogen, was het tijd om hem in te wijden.
Ik maakte 2 brood-degen: een gewoon wit, en een grofvolkoren, volgens beproefd recept. Ik wilde namelijk 2 vloerbroden bakken. Daartoe liet ik het deeg de eerste rijs gewoon in een bak rijzen, en in plaats van de gebruikelijke 2e rijs in de broodvorm, maakt ik er direct een brood van, en liet dat rijzen op een stuk bakpapier, onder een theedoek. Voor het bakken hoefde ik dan enkel het deeg met de pizzaschep op de steen te schuiven, met papier en al.
Dan de steen in het rooster, in de oven, en de temperatuur eerst maar eens naar 140 graden. Om even te proberen. Geen probleem, bleek. Dus toen de temperatuur maar hoger, naar 220 graden. Dat zorgde er wel voor dat er wat vreemde luchtjes uit de oven kwamen. Maar dat heb je ook als je voor het eerst een nieuwe broodrooster, oven, of iets anders dat heet wordt, aanzet. ‘De nieuwigheid moet er even uit branden’, dacht ik bij mezelf.
Naeen half uurtje was alles goed heet, en de geur zo goed als weg. Het brood was inmiddels ook zover dat het in de oven kon, dus deur open en brood erin!
En meteen werd duidelijk waarom die steen zo nuttig is: een enorme stralingswarmte kwam me tegemoet, toen ik de deur opendeed. Dat is duidelijk het voordeel van zo’n dikke, zware steen, hij houdt de warmte enorm goed vast.
Ik schoof het vel papier met de broden erop, en sloot de deur weer. En vrijwel direct zag je het brood groeien. De hitte doet zijn werk. En de oven hoefde dankzij de dikke steen ook nauwelijks bij te warmen.
Na 30 minuten waren de broden mooi bruin, en klaar. Nu eerst een uurtje of 2 wachten tot een en ander is afgekoeld. En ook nu weer was goed te merken dat de steen de warmte lang vasthoudt, want waar normaal na een uurtje de oven weer is afgekoeld, duurde dat nu flink langer. Ik denk wel twee en een half uur.
En de broden? Échte vloerbroden, met een knapperige korst, en een geslaagd uiterlijk. Van binnen mooie blazen in het deeg, wat een direct gevolg is van de hitte van de steen, die ervoor zorgt dat het water in het deeg zich snel tot stoom vormt, en het brood mooi luchtig maakt. Precies de uitkomst die ik verwachtte en hoopte van een ovensteen.
Conclusie: prima investering, prima resultaat en leuke mogelijkheden in het verschiet. Denk daarbij aan broodjes, (diepvries-)pizza(*) en misschien zelfs taart!
Ik = blij!
(*) Ik maak normaal zelf mijn pizza’s, maar als experiment wil ik wel eens weten wat een pizzasteen voor invloed heeft op een diepvriespizza. Ik vind die bodems namelijk in een gewone oven nooit geweldig. Vaak hard, taai en droog. Misschien dat de hitte van de pizzasteen er tóch nog iets van kan ‘bakken’! Verslag volgt uiteraard!