|
Okt
05
|
Vroeger, toen kon veel meer. Roken was nog gezond, drinken deed je als echte man al vanaf het moment dat je na je werk thuis kwam, en het avondeten bestond uit vlees, liefst vet en vooral veel. En met échte boter. Uiteraard.
Anno 2009 is roken algemeen geaccepteerd als dodelijk, mag je weliswaar nog genieten, maar dan wel met mate, en is het eten light, weinig en afkomstig van een voedselfabriek van een multinational.
Vroeger ook, at je beukennootjes, en kreeg je keelpijn of hoofdpijn. Maar dan had je gewoon zonder jas buiten gelopen, of te weinig gedronken.
Tegenwoordig is ook dat verklaard, al is het misschien niet zo bekend, dat dat ligt aan het feit dat beukennootjes, net als bijvoorbeeld eikels, blauwzuur bevatten. En blauwzuur klinkt nog niet zo raar, maar als we dat bij een van zijn chemische namen noemen, wordt het wellicht een ander verhaal: cyanide. Waarvan de uit diverse thrillers en Hollywoodfilms bekende variant cyaankali, wellicht de bekendste is.
En dat is dan weer wel een probleem. Want ik mag aannemen dat een ieder wel weet dat je beter niet teveel cyaankali binnen krijgt, en wat de gevolgen zijn als je dat wel overkomt…
Bij beukennootjes loopt het gelukkig allemaal zo’n vaart niet, en zul je de bijwerkingen ervaren, op het moment dat je flinke handvollen ervan gaat eten als ontbijt of zo. Een paar nootjes zullen zelden of nooit tot reactie kunnen leiden. Daar is de hoeveelheid gifstof per nootje simpelweg te klein voor. Maar goed, dat neemt niet weg dat het er wél in zit.
Gelukkig valt daar bij beukennootjes een mouw aan te passen: een weekje drogen op een warme plek, of even roosteren in een hete pan, en het probleem is verholpen. De cyanide vervliegt dan namelijk, en de nare bijwerkingen ervan, vervliegen eveneens.
Wat je wel overhoudt, is een portie smakelijke nootjes, vers, puur natuur, en, in tijden van crisis ook niet onbelangrijk, gratis! En waar de oogst vorig jaar tegenviel, of liever, er wás geen oogst, is die dit jaar weer goed. Om de beukenboom heen liggen flink wat nootjes. Een deel lege dop, maar ook plenty gevulde exemplaren. Dus: even door de knieën, en rapen maar. En zo kom je thuis met een flink zakje beukennootjes.
Wat volgt is wel een nadeeltje van beukennootjes: het pellen ervan.
Voor onderstaand recept heb je 100 gram gepelde nootjes nodig. Als je weet dat 3 nootjes samen ongeveer 1 gram wegen, is er niet zo verschrikkelijk veel hogeschoolrekenkunde nodig, om te becijferen dat dat 300 nootjes zijn. En 300 nootjes daar doe je wel even over. Allereerst natuurlijk het rapen ervan, wat toch ook al gauw een half uurtje kan kosten, maar daarna komt er pas echt een heidens karwei: 300 nootjes pellen.
Afgelopen zondag zaten wij aldus aan de eettafel. Bak ongepelde nootjes in het midden, stapeltje schilletjes voor ons, en een bakje gepelde nootjes op de keukenweegschaal. Het nuttige dus maar met het aangename verenigt, en wat ‘quality time’ voor man & vrouw. Zo passeerde de deze zomer gebouwde veranda de revue, evenals de school van Eva, de vakantie van 2010 en het kerstmenu werd ook al even aangestipt. Niet verschrikkelijk spannend voor een buitenstaander, maar wel leuk om gewoon eens wat tijd te hebben, voor een gesprek, zonder dat we allebei druk bezig zijn met een klusje links of rechts, of met de kinderen. Want die vermaakten zich op dat moment uitstekend met een in de woonkamer opgerichte tent, gemaakt van een linnendroogrek en een paar dekbedovertrekken.
Zo hebben we ruim een uur gezeten. Het bakje vulde zich langzaam edoch gestaag met gepelde beukennootjes. En toen eindelijk het cijfer op de weegschaal van 2 naar 3 cijfers versprong was dat enerzijds jammer, maar anderzijds waren we toch echt blij dat de nootjes eindelijk klaar zijn! Wat een klus! Verklaart ook waarom gepelde beukennootjes bepaald geen succes zullen blijken in de schappen van een supermarkt: wie gaat er immers een klein vermogen neertellen voor 100 gram gepelde nootjes? Want 2 man die een uur pellen, reken maar uit wat dat kost!
Ingrediënten
Bereiding
Rooster de beukennootjes in een droge pan met anti-aanbaklaag, gedurende 10 minuten, op niet te hoog vuur (om het aanwezige blauwzuur te neutraliseren). Ze moeten geroosterd worden, maar niet verbranden.
Na het roosteren hak de beukennootjes in wat kleinere stukjes. Hak en breek de chocolade ook in stukjes.
Verhit de oven voor op 180 graden, en bedek een bakplaat met bakpapier.
Meng de bloem, havermout, het cacaopoeder, bakpoeder, baksoda en het zout in een kom. Voeg de (vanille-)suiker, boter en een ei toe, en meng dit geheel goed door elkaar. Als het deeg te droog is, kun je eventueel nog een ei toevoegen. Voeg nu de chocolade en de beukennootjes toe en kneed dit kort door, anders smelt de chocolade.
Verdeel het deeg in porties van 25 gram. Met bovenstaand recept heb je ongeveer 1250 gram deeg, waar je 50 koekjes van kunt maken. Maak hier balletjes van, en druk ze plat tot ze ongeveer een halve tot hele centimeter dik zijn.
Bak ze in 13 -14 minuten, tot ze mooi bruin zijn. Draai de bakplaat halverwege een keer 180 graden, zodat de koekjes aan alle kanten even bruin worden. Laat ze na het bakken afkoelen op een rooster en daarna in een koekjestrommel of luchtdichte bak. Ze blijven zeker een week lekker en krokant.