|
Jun
02
|
Hoe je het went of keert: er hangt toch een zweem van wiet, vrije liefde, kleurige kleding, lange haren en vooral een alternatieve levensstijl aan. Iets dat in jaren-zeventig jargon biologies-dynamies werd genoemd. Waarbij ik dan ook maar meteen de spellingswijze van weleer gebruik.
Een alternatief type, compleet met grijze baard, sandalen met grijze geitenwollensokken, een rode broek, en daarboven een tie-dye shirt, met een verlept gilet. En lang haar. Uiteraard.
Aan de andere kant past het ook weer in de huidige economische malaise tijd, waarbij het erop lijkt alsof het ene na het andere bedrijf overheidssteun nodig heeft, om te kunnen overleven… Of om de bonussen nog te kunnen uitkeren. Het is maar welke theorie u het meest waarschijnlijk acht.
Toen ik een paar dagen geleden de bijkeuken uitstapte met onze hond, en op de oprit linksaf sloeg, richting het bos, besefte ik me dat wij eigenlijk best rijk zijn. Misschien niet in de monetaire zin (hoewel we het zeker niet slecht hebben), maar toch zeker wel in de zin van rijkdom qua wonen. We wonen in een klein dorpje in Drenthe (al geef ik toe: dat moet je wel willen), en enerzijds op 100 meter van het bos, maar ook op 100 meter van de supermarkt. De basisschool is hemelsbreed 500 meter van onze voordeur, en er ligt een Italiaans restaurant op kruipafstand…
In de drukte van de dag, met kleine kinderen, een baan, wat hobby’s en een lijstje "things to do today" vergeet je soms even, hoe goed we het eigenlijk hebben, en hoe blij we zijn dat we dit huis een paar jaar geleden gekocht hebben. En zo stond ik dus even stil, letterlijk, terwijl onze hond elk grassprietje aan een nauwgezet forensisch onderzoek onderwierp, en keek goed rond, om de omgeving en het moment (strakblauwe lucht, zonnetje, vogeltjes die tsjirpen, dat werk..) in me op te nemen.
En toen viel mijn oog op de brandnetels in de wei. En besefte ik me dat ik er al heel vaak over gelezen had, maar nog nooit gegeten had.
Terug thuis pakte ik een emmertje, en een paar handschoenen. Ik vermeed de netels direct naast het pad bewust, gezien het grote aantal honden dat hier dagelijks langsloopt, en vond een mooi stel exemplaren in een stuk afgesloten wei. Geen honden in die wei. Geen paarden, koeien, schapen of anderszins uitwerpselproducerende dieren, maar een stukje braakliggend, door prikkeldraad omzoomd stukje grond. Mét brandnetels dus.
Ik plukte de toppen van een stuk of wat planten, en vulde de helft van het emmertje. 
Thuis plukte ik de bladeren van de stengels, en deed ze in een vergiet. Een tip: huishoudhandschoenen! Even afspoelen, en klaar voor gebruik. Ik liep de tuin in, en plukte ook wat salie en peterselie. Waarom weet ik niet, maar het leek me wel een goede combinatie met de brandnetel.
Water aan de kook, met een bouillonblokje. Brandnetelbladeren erbij, en een kwartiertje koken. Kruiden erbij, staafmixer erop, en in een kom. Beetje kaas erbij. En dan de eerste hap.
Even schoot het door mijn hoofd, dat het misschien wel één grote grap van die hippies is geweest. Dat je van brandnetels helemaal geen soep kunt maken, omdat je mond na de eerste hap in brand staat. En er ergens anders iemand helemaal in een deuk ligt, omdat er weer een sukkel in is getrapt.
Ik trotseerde mijn hersenspinsel, en nam een hap. De smaak? Groen, hartig, en heel apart. Wel lekker. Ik snap in elk geval dat mensen dit eten. Voor het geld hoef je het in elk geval niet te laten. Een dubbeltje voor het bouillonblokje. De rest komt uit de kraan, of uit de natuur. Gewoon een keertje maken, dus.
Ingredienten
Bereiding
Pluk uit de top van de brandnetels de bladeren. 125 gram lijkt niet veel, maar zijn best veel bladeren.
Spoel de bladeren goed af, in een vergiet, en controleer op ongewenst gedierte en dergelijke.
Verhit 500 ml, met het bouillon blokje, en als het kookt, voeg de brandnetel toe. 15 minuten zachtjes laten koken, op een klein vuurtje.
Voeg dan wat verse salie en peterselie toe, en maak het geheel met de staafmixer tot een fijn soepje.
Direkt serveren, met wat parmezaanse kaas.