Tijdje terug was er een hele reeks reclames op de radio te horen. Het bedrijf voerde een kleine nuancering door van zijn naam. Niet dat het er beter op werd, maar blijkbaar was de oude naam ook niet goed.
Achteraf is het vanuit taal-technisch oogpunt wel te verklaren. Maar als ik eerlijk ben: die nieuwe naam klinkt toch voor geen meter?
Utker…
Ja, akkoord. Omdat er vroeger heel veel toetsenborden en typemachines waren, die geen ‘ö‘ ondersteunden, hadden ze in Duitsland bedacht, dat "oe" dan een alternatief was. Dat zou dan gelezen moeten worden als die o-met-umlaut. En voor de befaamde Ringel-S (’ß’) konden we 2 s-sen gebruiken.
En dus ging de merknaam met Oe op de verpakking. En iedereen snapte dat.
Tot zover natuurlijk geen probleem.
Todat Herr Doctor besloot het ook buiten zijn landsgrenzen te zoeken, en zo ook in Nederland terechtkwam. Waar we nog niet op de hoogte waren van die afspraken rondom de umlaut cs. En dus verbasterde de gemiddelde Nederlander zijn naam. En spraken we gewoon met een ‘oe’, in plaats van een ö.
Dr. Oetker dus.
Lekker nuchter, op zijn Hollandsch, uitgesproken. Sinds 1917, getuige de website (die nog wel lekker de oude spelling gebruikt.. ).
En plots is daar het besef dat we het al 90 jaar niet goed uitspreken, en vind de fabrikant dat dat maar eens rechtgezet moet worden. Alleen is het dan wel jammer dat dat niet echt een verbetering oplevert….
Utker…
Aan de andere kant: wie herinnert zich nog Jif, Smith’s en Raider?
Het zal dus slechts een kwestie van een paar jaren zijn, vele euro’s marketing-budget, en een generatie ouderen, alvorens we niet beter weten. En Oetker iets uit de oude doos is geworden. Iets van vroeger.
Maar goed, die dokter dus, die heeft, naast de pizza’s en bakproducten, ook kartonnen dozen, met bouwblokken voor een kwarktaart. Slechts boter, kwark en wat verse vruchten zijn nog nodig, om er een feestelijk iets van te maken.
Maar stiekem hebben we de dokter helemaal niet nodig! We kunnen het prima zelf!
Het recept van deze kwarktaart is voor een deel afkomstig van Frank, wiens website helaas sinds 6 maanden weinig teken van leven vertoont. Hij postte een eerste versie hiervan, die ik namaakte, en in 2e instantie ook wat aangepast heb. Het resultaat van die tweaks stata hieronder. Voor de zekerheid, want ik heb geen idee of de site van Frank nog lang in de lucht blijft. En het zou zonde zijn, als dit recept verloren gaat, want het is echt goed.
Maak het wel een dag tevoren, dan is de smaak van de kwark nog lekkerder!
Ingredienten
Smaakje:
Bereiding
Smelt de boter in de pan en doe hier verkruimelde biscuitjes met een zakje vanillesuiker bij. Roer dit even door en druk dit in een met bakpapier bekleede springvorm van 24cm doorsnede.
Zet de springvorm een half uurtje in de koelkast om de bodem hard te laten worden.
Week de blaadjes gelatine in water en klop intussen de slagroom stijf met de overige vanillesuiker.
Verwarm de melk op het vuur tot net voor het kookpunt en los hierin de gelatine en suiker op. Als dit licht is afgekoeld kun je de slagroom, kwark en melk door elkaar scheppen.
Naar smaak kun je hier nog (verse) vruchten aan toevoegen.
Giet het mengsel op de bodem, en laat minstens 2 uur, of liever een hele nacht, in de koelkast stijf worden.
Als de kwarktaart stijf is, kun je hem eventueel nog garneren met verse vruchten, slagroom, gesmolten chocolade, etc..
|
Jun
08
|
Het wordt zomer. Zo veel is zeker. En dat kun je ook merken. De zon schijnt weer wat vaker. De temperatuur stijgt. En de mensen om je heen worden op de een of andere manier ook weer wat vriendelijker. Ik zie althans weer wat vaker een glimlach links en rechts. En dat maakt je zelf ook weer wat opgewekter.
Maar zomer betekent ook dat er weer wat dingen in en om het huis gedaan moeten worden. Wat onderhoud. Beetje herstelwerkzaamheden. En wat nieuwbouw. Kortom: nothing new on the Western front, en een beetje standaard-gebeuren voor een huis-eigenaar.
Dus na het schoonmaken van de dakgoten, het snoeien van de heg, het storten van beton voor de fundering(*) van de nog te bouwen terrasoverkapping, pizza’s bakken, verrotte balk vervangen en nog wat van die dingen, kijken we terug op een geslaagd weekend.
Veel gedaan, druk, maar toch leuk…
Wacht: pizza’s bakken?
Ja, want er moet uiteraard ook gegeten worden, tussen de middag. En dan kun je natuurlijk heel Hollands een boterham pakken, met een plakje worst en een tomaatje. Of wat kaas. Misschien spring je wel uit de band, en rooster je dat broodje wel.
Maar, zoals mijn vrouw ooit opmerkte: een tosti is ook gewoon een broodje ham/kaas, waarom dan niet een pizza?
Is gewoon een broodje kaas met tomaat. Maar dan warm. En knapperig. En wél lekker!
Dus stond aan het eind van de ochtend de Kitchenaid te kneden, en even later een bak deeg te rijzen. Geen grote hoeveelheden, maar genoeg voor 4 pizza’s. Als lunch.
En terwijl de kinderen zich uitleefden op de schommel en de glijbaan die we in de tuin hebben staan, en tussendoor hun best deden om zoveel mogelijk zand náást de zandbak te deponeren, begon ik pizza te bakken. En ineens klonk het vanuit de tuin "Het ruikt alsof ik op vakantie ben!". De geuren vanuit de keuken hadden de neus van mijn vrouw bereikt, en het was ook de kinderen niet helemaal ontgaan dat we vandaag niet gewoon "een broodje" eten, maar iets anders. Leuker. Lekkerder.
Gewoon simpele pizza’s waren het. Beetje deeg tot schijf gevormd. Tomatensaus erover. Wat kaas. En wat schijfjes tomaat. Beetje oregano om het af te maken. En een paar minuten later hadden we een mediterraanse lunch. Heerlijk, zo, op een zonnige, geslaagde zondag-middag! Het is dat er nog geklust moest worden, anders had een wijntje erbij, er vast ook wel ingegaan…
Maar omdat een pizza Margherita nu niet echt lastig is, en ook amper een recept nodig heeft, daarom een wat luxere, uitgebreidere pizza. Met biefstuk. Is weer eens wat anders, nietwaar?
(*)Voor wat betreft die fundering: dat klinkt groter dan het feitelijk is. Men neme 75 kilo beton-mortel, 3 bouwemmers en 7,5 liter water. Mortel met water mengen, goed mixen, en dan de emmers vullen. Hier komen straks 3 palen op te staan. Maar ach, "fundering" staat wel stoerder…
Ingredienten
Bereiding
Snij de biefstuk in repen van ca. 5 mm dik. Marineer de biefstuk een half uurtje tot een uur, met wat zout, peper, kappertjes, en wat inmaakvloeistof van de kappertjes (een paar theelepels).
Beleg de bodem achtereenvolgens met tomatenbasissaus, geraspte kaas, enkele plakken ontbijtspek en ui. Verdeel dan de biefstuk en de champignons erover, en strooi er nog wat kappertjes, geraspte kaas, en oregano over.
Afbakken in een hete oven, tot de rand mooi bruin is.
Kaas en ik zullen niet snel vriendjes worden, zo veel is wel duidelijk…
8 Weken geleden maakt ik een kaasje, van wat melk, wat room, zout en stremsel. Ingepakt in kaarsenwas (was nog een dure kaars ook!), en eerst 4 weken in de koelkast, en daarna gepland om minimaal 3 maanden in de kelder te liggen. Regelmatig keren, en goed voor zorgen.
Maar het heeft niet mogen baten. Kaasje ligt in de groene container. Die kleur past wel aardig bij de schimmel, die zelfs de was-laag verdrukte…
Kaas uit het vuistje? Nog even niet dus..
Maar ach, het stremsel is nog even houdbaar.
Dus wie weet.
Over een paar weken.
Krijg ik weer de kriebels.
|
Jun
02
|
Hoe je het went of keert: er hangt toch een zweem van wiet, vrije liefde, kleurige kleding, lange haren en vooral een alternatieve levensstijl aan. Iets dat in jaren-zeventig jargon biologies-dynamies werd genoemd. Waarbij ik dan ook maar meteen de spellingswijze van weleer gebruik.
Een alternatief type, compleet met grijze baard, sandalen met grijze geitenwollensokken, een rode broek, en daarboven een tie-dye shirt, met een verlept gilet. En lang haar. Uiteraard.
Aan de andere kant past het ook weer in de huidige economische malaise tijd, waarbij het erop lijkt alsof het ene na het andere bedrijf overheidssteun nodig heeft, om te kunnen overleven… Of om de bonussen nog te kunnen uitkeren. Het is maar welke theorie u het meest waarschijnlijk acht.
Toen ik een paar dagen geleden de bijkeuken uitstapte met onze hond, en op de oprit linksaf sloeg, richting het bos, besefte ik me dat wij eigenlijk best rijk zijn. Misschien niet in de monetaire zin (hoewel we het zeker niet slecht hebben), maar toch zeker wel in de zin van rijkdom qua wonen. We wonen in een klein dorpje in Drenthe (al geef ik toe: dat moet je wel willen), en enerzijds op 100 meter van het bos, maar ook op 100 meter van de supermarkt. De basisschool is hemelsbreed 500 meter van onze voordeur, en er ligt een Italiaans restaurant op kruipafstand…
In de drukte van de dag, met kleine kinderen, een baan, wat hobby’s en een lijstje "things to do today" vergeet je soms even, hoe goed we het eigenlijk hebben, en hoe blij we zijn dat we dit huis een paar jaar geleden gekocht hebben. En zo stond ik dus even stil, letterlijk, terwijl onze hond elk grassprietje aan een nauwgezet forensisch onderzoek onderwierp, en keek goed rond, om de omgeving en het moment (strakblauwe lucht, zonnetje, vogeltjes die tsjirpen, dat werk..) in me op te nemen.
En toen viel mijn oog op de brandnetels in de wei. En besefte ik me dat ik er al heel vaak over gelezen had, maar nog nooit gegeten had.
Terug thuis pakte ik een emmertje, en een paar handschoenen. Ik vermeed de netels direct naast het pad bewust, gezien het grote aantal honden dat hier dagelijks langsloopt, en vond een mooi stel exemplaren in een stuk afgesloten wei. Geen honden in die wei. Geen paarden, koeien, schapen of anderszins uitwerpselproducerende dieren, maar een stukje braakliggend, door prikkeldraad omzoomd stukje grond. Mét brandnetels dus.
Ik plukte de toppen van een stuk of wat planten, en vulde de helft van het emmertje. 
Thuis plukte ik de bladeren van de stengels, en deed ze in een vergiet. Een tip: huishoudhandschoenen! Even afspoelen, en klaar voor gebruik. Ik liep de tuin in, en plukte ook wat salie en peterselie. Waarom weet ik niet, maar het leek me wel een goede combinatie met de brandnetel.
Water aan de kook, met een bouillonblokje. Brandnetelbladeren erbij, en een kwartiertje koken. Kruiden erbij, staafmixer erop, en in een kom. Beetje kaas erbij. En dan de eerste hap.
Even schoot het door mijn hoofd, dat het misschien wel één grote grap van die hippies is geweest. Dat je van brandnetels helemaal geen soep kunt maken, omdat je mond na de eerste hap in brand staat. En er ergens anders iemand helemaal in een deuk ligt, omdat er weer een sukkel in is getrapt.
Ik trotseerde mijn hersenspinsel, en nam een hap. De smaak? Groen, hartig, en heel apart. Wel lekker. Ik snap in elk geval dat mensen dit eten. Voor het geld hoef je het in elk geval niet te laten. Een dubbeltje voor het bouillonblokje. De rest komt uit de kraan, of uit de natuur. Gewoon een keertje maken, dus.
Ingredienten
Bereiding
Pluk uit de top van de brandnetels de bladeren. 125 gram lijkt niet veel, maar zijn best veel bladeren.
Spoel de bladeren goed af, in een vergiet, en controleer op ongewenst gedierte en dergelijke.
Verhit 500 ml, met het bouillon blokje, en als het kookt, voeg de brandnetel toe. 15 minuten zachtjes laten koken, op een klein vuurtje.
Voeg dan wat verse salie en peterselie toe, en maak het geheel met de staafmixer tot een fijn soepje.
Direkt serveren, met wat parmezaanse kaas.