|
Mrt
31
|
Een tijdje terug ontving ik een commentaar op één van de berichten die ik lang geleden schreef.
Het ging over de chili con carne naar recept van Jamie Oliver. Volgens de auteur van het commentaar noemde ik een ingredïent dat er oorspronkelijk niet in hoorde. Dat ingredïent is gehakt, en volgens hem moest dat echter runderstoofvlees zijn, dat gemalen wordt in een blender.
Waarom dan gehakt gebruiken?
Eigenlijk was daar een heel eenvoudig antwoord op: gehakt is iets dat in Engeland (en daar heeft Jamie natuurlijk het meest mee te maken) niet altijd even gemakkelijk te krijgen. En dan moet je natuurlijk een alternatief verzinnen. En daarom nam hij rundvlees en sneed dat zelf in stukjes. Tenminste: dat is voorzover ik het verhaal altijd begrepen heb.
Aan de andere kant zou het natuurlijk best zo kunnen zijn dat men inderdaad gelijk heeft, en dat stoofvlees beter smaakt.
Daar schuilt dus een kans!
Men neme derhalve alle ingredïenten uit het oorspronkelijke recept, en vervange het gehakt, door voornoemd rundvlees, en beoordele het resultaat/
Ik kocht daarom 500 gram riblappen. Typisch stoofvlees dus. Ik legde het vlees even een half uurtje in de diepvries, om even wat op te stijven en het snijden te vergemakkelijken. Ik heb namelijk geen blender, of keukenmachine, dus moet ik het doen met ouderwets handwerk. Ik pakte mijn koksmes uit de la, en na het even langs het aanzetstaal te hebben gehaald, sneed ik het vlees in kleine stukjes.
Olie in de pan, knoflook en ui erbij, en het rundvlees. Kruiderij erbij, beetje water, en stoven maar! Ik gaf het een uurtje of 2 de tijd, en voegde toen de bonen, maïs en wat paprika toe. Even laten opwarmen, sneetje brood erbij, en aan tafel!
En ik moet eerlijk toegeven dat de commentatoren gelijk hadden. Inderdaad is de smaak lekkerder. Voller en dieper zijn woorden die bij me opkomen.
En eigenlijk… eigenlijk zou je dit moeten maken, en het dan laten afkoelen en een dag erna moeten eten. Dat komt de smaak écht ten goede!
Maar dat rundvlees, in plaats van gehakt, die houden we erin!
Tenminste: als we een paar uur de tijd hebben. En anders pakken we toch weer gehakt. Want ook dat smaakt gewoon prima!
Voor de volledigheid dan nog het aangepaste recept.
Ingredïenten
Bereiding:
Leg het vlees een half uurtje in de vriezer om even op te stijven. Haal het eruit en snijd in kleine stukjes. Niet te klein, er moet immers ook nog wat beet overblijven. Reepjes van 2 cm bij 5 mm zijn prima.
Hak de uien en de knoflook in een mixer fijn en fruit deze in een klein beetje olijfolie totdat ze zacht zijn. Voeg de rode peper, chilipoeder, djintan en zout en peper toe. Voeg het vlees erbij en bak het, totdat alles bruin is. Doe een scheutje water erbij, en laat ongeveer 1,5 - 2 uur stoven, met een deksel op de pan.
Hak de gedroogde tomaten in de mixer zodat deze een pasta vormt en voeg dit bij het gehakt.
Voeg de tomaten, het kaneelstokje en 1 dl water bij het vlees. Proef even en voeg zonodig nog wat kruiden toe.
Voeg de uitgelekte bonen erbij en laat alles even doorwarmen.
Lekker met ciabatta en een dot zure room!
"Jeetje! Post!" klonk de stem van Bert Visscher door ons kantoor op mijn werk. Collega’s keken verschrikt op, maar kennen het geluid inmiddels wel.
Een uiterst effectief signaal namelijk, om mij te laten weten dat ik een SMS ontvangen heb. Ik had dat een tijd terug zo ingesteld, omdat het normale signaal zo zacht is, dat ik berichten regelmatig mistte. Daarom dus deze nogal kenmerkende ringtone, die niet alleen erg herkenbaar is, maar soms ook voor leuke reacties zorgt, als weer eens een niets-vermoedende voorbijganger opgeschrikt wordt, wanneer ik in bijvoorbeeld door de stad loop.
Maar een SMS dus. Van mijn vrouw.
"Als ik de tuin in kijk, word ik zóó blij!" stond er.
De aanleiding was het feit dat ik 2 dagen eerder eindelijk het nieuwe gazon in onze achtertuin had aangelegd. Na 6 maanden een tuin te hebben gehad die leek op een schaalmodel van de loopgraven oorlog uit het begin van de vorige eeuw, compleet met schuttersputjes, loopgraven, zandbulten en verschroeide plekken, had ik een paar weken geleden het geheel omgespit. Daarna begon de periode van inklinken, egaliseren, bemesten, en uiteindelijk dus de graszoden besteld en gelegd.
En in plaats van een troosteloze aanblik, lag er een mooi groen tapijtje om het speeltoestel heen, was alles weer egaal, en kunnen de kinderen over een paar weken eindelijk weer in de achtertuin spelen. En na zo’n lange, koude winter is dat wel iets waar ze aan toe zijn: lekker buiten!
Mijn vrouw was dus blij, en ik zelf eerlijk gezegd ook. Een beste klus, zo’n tuin omspitten en begrazen, maar als het dan klaar is, kun je met een tevreden gevoel, pilsje in de hand, genieten van het resultaat.
Grote vraag is nu: wat heeft het voorafgaande in vredesnaam met koken te maken?
Vrij weinig, als ik eerlijk ben.
Alhoewel: dat tevreden gevoel, met een drankje in de hand, overkwam me een paar dagen eerder ook al eens.
Toen had ik ook iets met groen gedaan. Het groen van spinazie, welteverstaan.
Ik had namelijk een pizza gemaakt, volgens beproefd recept, met een anders-dan-anders topping: spinazie, spekjes, pijnboompitjes en feta. En lekker dat het was! Dus die gaan we zeker nog een keertje maken!
Ingrediënten
Bereiding
Verhit wat olijfolie in een pan met antiaanbaklaag, en bak hierin de spekreepjes. Voeg het gesnipperd uitje toe, en fruit even mee. Dan de champignons erbij, zodat deze ook even kunnen meebakken in het spekvet. Tenslotte de spinazie erbij, en even kort opbakken. Op smaak brengen met wat peper. Zout is niet nodig, want dat komt al voldoende van het spek.
in een schone, droge bakpan even de pijnboompitjes roosteren, zodat ze wat meer smaak ontwikkelen. Deze kunnen dan bij de rest van de ingrediënten.
Snij de feta in blokjes/plakjes.
Maak een pizzabodem met wat tomatensaus, en verdeel het spek/spinazie mensgel over. Verdeel dan wat van de feta erover, en strooi eventueel nog wat geraspte kaas over de pizza.
Afbakken in de oven, zo heet mogelijk, tot de rand mooi bruin is, en de pizza knapperig.
Ook zo’n hekel aan champignons in partjes snijden? Of schijfjes?
Dan pak je toch gewoon de eiersnijder!
Werkt als een zonnetje! Met het voetje omhoog de paddestoel erin, en dan dichtklappen.
Het leven kan soms zo eenvoudig zijn….
Ik geef toe: ik aarzelde.
Een beetje bang gemaakt door de opmerkingen van Jurgen, twijfelde ik of ik wel een hap ervan moest nemen. Maar ja, ik heb me toch echt aan het recept gehouden, het ziet er niet vreemd uit, en ruikt best lekker.
Nou vooruit, één hapje dan.
En verhip! Dat smaakt nog opperbest! Beetje zout, maar wel erg lekker. Had wat meer kruidnagel in gemogen, dat dan weer wel. En dat velletje, dat krijg je er dus met geen mogelijkheid meer vanaf. Maar dat geeft niet. Is natuurdarm, dus kun je gewoon eten. Net als bij de gebakken variant.
Stukje afsnijden voor mijn vrouw, en ook die was positief verrast!
Dat valt dus inderdaad niet tegen, zelf droge worst naar Groningse variant maken!
Hoe?
Eerst make men een gewone worst, met de Porkert. Hamlappen, spek, kruiderij en nitrietzout. Wat wijn om aan te zuren. En natuurlijk de varkensdarm om het spul in te proppen.
Een dikke meter verse worst gemaakt, in feite. Spul opdelen in kleinere worstjes, en hup, in de pekel. Althans, dat stond in het recept, en aangezien dit mijn eerste droge worst is, leek het me beter me even aan de instructies te houden. Ik ben voorstander van afwijken van instructies en experimenteren, maar als ik iets de eerste keer maak, dan liever even zoals de oorspronkelijk auteur een en ander bedoeld heeft (in tegenstelling tot mijn vrouw, die zich nooit een keer aan een recept houdt, maar wonderwel altijd bijzonder lekker kookt!).
Dus, 1,5 liter water in een grote pan, 90 gram zout erbij, en de worst erin gelegd. 24 uur moest die gepekeld worden, dus deksel erop, en lekker slapen.
De dag erna de worst uit de pan, zodat deze kan uitlekken, en een eerste rijping kan ondergaan. 2 dagen moet de worst hangen, alvorens te gaan drogen. Nu is onze keuken niet zo enorm groot, en om die dingen nu in de woonkamer te hangen gaat me ook wat ver, hoe leuk ik dit soort dingen ook vind. Dus wat dan?
Enige haalbare plek was boven de afzuigkap. Misschien wat warm (warmte stijgt immers in een ruimte naar het plafond), maar bij gebrek aan beter, moest het maar zo zijn. Bakje eronder, voor eventuele lekkage, en dat was het dan weer voor dag 2.
Na 48 uur rijpen, vertrekken de worsten van het bovengrondse naar het ondergrondse. Hét grote voordeel van huizen die al wat ouder zijn, is dat ze vaak zijn voorzien van een kelder. Iets dat met onze moderne huizen bijna niet meer voorkomt, of het moet al op verzoek van de opdrachtgever zijn. Ons huis is ui 1967, en heeft een kleine, maar donkere en vooral koele, kelder. Vloeroppervlak is denk ik 5 m2, en de hoogte misschien 1,5 meter. Maar dat neemt niet weg dat wij er dankbaar gebruik van maken.
Dus zo kwam het dat, naast de melk, de roosvicee, potten pastasaus, wijn, en fris, ineens 7 worsten aan de waterleiding hangen.
En die bleven daar ook hangen. 3 weken lang, om precies te zijn.
En iedere keer als de kelderdeur openging, werden we vergast op de geur van worst. Een mengeling van kruiden en vleesgeur. In het begin wat sterker, maar naarmate de tijd vorderde verzwakte de geur, al bleef het niet te ontkennen dat er enzymatische processen plaatsvonden in het gewelf.
Na 3 weken vond ik het toch wel tijd worden. De worsten zagen er droog uit, waren hard, en zeker de helft gekrompen in de breedte. Lekker hard, en dus in elk geval was het drogen gelukt. Geen schimmel dit keer, maar een schoon huidje.
Ik nam ze mee naar de keuken, en sneed ze los van elkaar. Rook goed. Tot zover dus geen nare verrassingen.
Ik sneed een worst doormidden, met een lichte vrees in het achterhoofd, naar wat ik ooit bij Meneer Wateetons had gelezen: zou er een vochte kern, met potentieel aanwezige ‘deadly bugs’. Die vrees bleek echter ongegrond, want de worst was mooi droog gebleven van binnen. Hard, kruidig, beet je vet, en een rijke geur met onder andere kruidnagel.
De eerste hap, en meteen valt op dat het een typische droge worst bite heeft: stevig, maar toch sappig en wat vet. Beetje te zout, misschien, maar wel erg lekker. Had zelfs nog wat meer kruidnagel in gemogen. De tweede worst was zelfs nog beter: minder zout. Mooie balans tussen zout en smaak. Super!
Mission accomplished!!
Ingredienten:
Bereiding:
Het vlees licht aangevroren in stukjes snijden. Uien, knoflook en een scheutje rode wijn in de blender, en het het geheel, samen met de kruiden, mengen met het vlees.
Alles door de vleesmolen en meteen (of daarna) in de varkensdarm persen.
Dan 24 uur in pekelbad met een 6% zout-oplossing (6 gr zout per 100ml water). Daarna 48 uur drogen op kamertemperatuur en minimaal 2 weken op een koele plek verder drogen.
Als er witte puntjes verschijnen kunnen die met een licht vochtige doek gewoon weggeveegd worden. Zorg er voor dat de worsten vrij kunnen hangen en goed aan alle kanten kunnen drogen. Als ze ergens tegenaan hangen, drogen ze daar niet goed, en bestaat het risico op schimmel, of bacteriele infecties.
Met dank aan worstlog.com en Wil van Pelt.
Soms zeggen plaatjes meer dan een hele hoop woorden. Dat geldt met name voor dingen die je gewoon moet dóen. Dingen die niet makkelijk uit te leggen zijn, maar waarbij een paar foto’s in één oogopslag duidelijk maakt hoe het moet, en waarbij je dan een ‘Aha!‘ moment beleeft. Dat je denkt ‘Is dat alles?‘.
Deeg vormen tot brood, dat is precies zoiets. Ik kan wel proberen onder woorden te brengen wat je moet doen, maar laat ik maar gewoon bij mezelf zeggen "Gelukkig hebben we de foto’s nog!’. Met andere woorden: ‘Hoe kom ik van die homp gerezen deeg, tot iets wat op brood lijkt?‘
Vandaar deze epiloog op de broodweek: hoe vorm ik het deeg?
Foto 1: Start met het deeg uit de kom te halen, en op je werkblad te leggen. Als het wat plakt, strooi dan wat bloem op het blad en het deeg. Niet teveel, anders wordt het te droog. Gewoon zoveel als nodig is, dat het werkbaar wordt.
Foto 2: Rol het deeg uit, met een deegroller, tot een platte lap. Een centimeter of 2-3 dik is prima.
Foto 3: Vouw het deeg als een brief op. Ofwel: verdeel het deeg denkbeeldig in 3 delen, vouw het rechterdeel over het midden en dan het linkerdeel weer over het rechterdeel.
Foto 4: Draai het deeg nu 90 graden, en rol het opnieuw uit tot een platte lap. Als het goed is hou je een wat vierkant gevormd deeg over. Een centimeter of 3 dik is prima, wat smaller dan je bakvorm. De lengte maakt niet uit. Rol het deeg nu strak op.
Foto 5: In feite is je deeg nu klaar en gevormd. Je zou het nu zo in de vorm kunnen leggen, met de naad naar beneden, om nog een keer te rijzen..
Foto 6: Wil je (in dit geval sezam-)zaadjes of pitjes op de korst van je brood, strooi dan wat op je werkblad, en rol de bovenkant van het deeg erdoor. Beetje aandrukken, zodat het goed blijft zitten.
Foto 7: Klaar. het deeg ligt nu gevormd en wel, mét pitjes in de vorm, en kan nu voor de 2e rijs gaan. Eventueel kun je het deeg nog met een scherp mes insnijden. Het moment waarop je dat doet is afhankelijk van hoe groot je de scheuren in de bovenkant wil hebben: aan het begin van de 2e rijs insnijden levert grote scheuren op, aan het eind kleine. Ik snij meestal in, zo’n 20 minuten voordat het brood de oven ingaat. Dan krijg je een mooie balans tussen de grootte van de scheur (die ook lekker krokant wordt) en de oorspronkelijke korst.
Foto 8: Het douche-kapje dat eerder over de bak met deeg ging, past ook op de broodvorm Vormt een mooie afsluiting en bescherming van tocht. Nu nog even rijzen, en dan lekker in de oven. En dan? Een vers gebakken sneetje brood met échte boter. En dan heel stil genieten…
P.s. het douche-kapje is dan wellicht niet bijzonder modieus, maar voor €1,50 per stuk, hoor je mij echt niet klagen. Het doet zijn werk meer dan uitstekend! 
Ter afsluiting van deze brood week nog een paar algemene tips en trucs. Een aantal zaken ben ik gaandeweg achtergekomen, een aantal andere op basis van boeken en het net.
Deeg afgedekt laten rijzen
Gist heeft een hekel aan tocht. Dus deeg moet je afgedekt laten rijzen. Je kunt het gewoon in een kom doen, met een theedoek erover. Je kunt ook even langs de lokale drogist en er een paar douchekapjes halen; van die plastic mutsjes. Die span je dan over de kom. Dat werkt makkelijker, sluit beter af (minder tocht!) en zorgt er meteen voor dat het deeg niet meer uitdroogt.
Watertemperatuur
Koud water zorgt ervoor dat je deeg er langer over doet om te rijzen. Voordeel is wel dat je wat meer smaakt krijgt. Te warm water zorgt er voor dat het gist doodgaat, en de boel niet meer rijst. Ideale temperatuur is tussen de 25 en 30 graden. Lauwwarm dus.
Stoom
Moderne bakkerijen gebruiken stoom in hun ovens voor een knapperige korst. Wordt thuis wat lastiger, maar niet onmogelijk. Gebruik de heteluchtstand van de oven, op 230 graden. Zet een ovenschaal (liefst van metaal) op de bodem van de oven. Direkt nádat je het brood in de oven hebt geschoven, giet je een klein glaasje koken water in de schaal, en sluit meteen de ovendeur. Dit creëert stoom, wat ervoor zorgt dat het deeg nog even wat langer doorrijst (tijdens de "ovenrijs"), en de korst knapperiger, en minder dik wordt. Na 10 minuten haal je de schaal weer uit de oven.
Temperatuur
Een hoge temperatuur zorgt voor een dikke, harde korst, en een lage temperatuur voor een dunne, zachte korst. Het heeft ook invloed op het bakken zelf: hoe hoger, hoe eerder de korst verbrandt. Je deeg moet wel gaar worden, dus je kunt bijvoorbeeld beginnen op 230 graden, en na een kwartier de temperatuur verlagen naar 190 graden. In combinatie met de vorige top over stoom, levert dat een top-resultaat!
Bakblikken
Een bakblik kost een paar euro. Als je vaker brood bakt, loont het de moeite om er een paar te kopen. Ik heb er zelf 3, die naast elkaar, precies in de oven passen. Ik bak dan ook meestal 3 broden tegelijk. Neem een zwart bakblik, dat bakt mooier. Bestrijk de binnenkant van het blik met wat boter om er voor te zorgen dat het brood er niet aan plakt. Je kunt eventueel ook wat zonnebloempitten op de bodem strooien, voor je het deeg in de vorm doet.
Kneden
Kneden is erg belangrijk. Goed kneden, lang kneden. Kneden zorgt voor lange glutenketens, die weer voor een luchtig, goed gerezen eindresultaat zorgen. Niet goed gekneed deeg levert vaak een taai, massief brood op. Als je met de hand kneedt, hou dan rekening met 10 - 15 minuten kneden. In de machine gaat een stuk sneller, minuut of 5, maar dat komt omdat de machine intensiever, en sneller kneedt.
Suiker
Suiker in brood zorgt voor wat smaak. Het zorgt er ook voor dat de korst sneller bruin kleurt, doordat de suiker caramelliseert. Teveel suiker zorgt er echter weer voor dat de gist zijn werk niet goed kan doen.
Melk
Melk in brood zorgt ook voor smaak. Het zorgt er ook voor dat je een zachte korst krijgt, en dat het brood wat compacter wordt. Maar vervang gerust eens 100 ml. water door 100 ml melk.
Korst
Een knapperige korst kun je met een wat hogere oventemperatuur krijgen. Maar je kunt ook de korst bestrijken met losgeklopt ei, boter, water (daarna nog even 5 minuten in de oven) of water met een theelepel zout. 20 minuten voor het bakken het deeg insnijden, met een scherp mes (ik gebruik een Molenmesje), geeft niet alleen een fraai, decoratief resultaat, maar ook extra knapperigheid aan de korst.
Snijden
Brood, rechtstreeks uit de oven, kun je nog niet snijden. het moet eerst afkoelen. Dat afkoelen kan een paar uur duren. In die tijd koelt de korst af van zo’n 190 graden, tot kamertemperatuur. Hij droogt wat uit, en krijgt zijn uiteindelijke knapperigheid. De binnenkant krijgt in diezelfde tijd ook de kans wat te drogen, wat het snijden vele malen makkelijker maakt. Na afkoeling snij ik het brood, en gaat het, in een plastic zak ,in de diepvries. Zo kan ik iedere keer weer genieten van vers brood!
Eten
Na het bakken: snij het kapje van het brood af, en smeer er wat (room)boter op. Je weet niet wat je proeft! Er zijn weinig dingen die zo lekker zijn, als de smaak van vers gebakken brood met lekkere boter. Elke keer weer verbaas ik me daarover, en elke keer weer geniet ik ervan!
***
Tot zover deze week van het brood. Ik hoop dat ik voldoende informatie heb gegeven om zelf aan de slag te gaan, en dat ik mijn enthousiasme over zelfgebakken brood voldoende heb overgebracht, om een ander ook aan het thuisbakken te krijgen. Zo ja, laat eens weten hoe het ging, en wat je ervaringen waren!
Op Kokend Water vind je ook nog andere recepten voor (of met) brood. Probeer die ook eens, zou ik zeggen!
Ansjovis of kaas/uien brood
Ciabatta
Croissants
Hamburger-broodjes
"No-knead" brood (niet kneden!)
Worstenbroodjes
Veel bakplezier, en tot een volgende ‘Week van …’!
Bûter, brea, en griene tsiis; wa’t dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries.
Ofwel: een middeleeuwse test, om te zien wie een echte Fries was, en wiens kop eraf moest.
Nadat ik gisteren een brood uit het zuiden des lands beschreef, nemen we vandaag een noordelijk exemplaar onder handen: een Fries suikerbrood.
Suikerbrood is niet echt een brood, in de traditionele zin van het woord. Je belegt het bijvoorbeeld niet met vlees of kaas, of als ontbijt. Alhoewel niemand je natuurlijk tegenhoudt om dat wél te doen…
Suikerbrood is meer voor bij de thee, ’s middags. Of als toetje bij de lunch. Besmeert met échte roomboter is het een zoete lekkernij. Oorspronkelijk een brood dat kado werd gegeven aan moeders die net een dochter hadden gebaard.
Het is niet echt een brood dat goedgekeurd wordt door de verschillende partijen die u willen doen geloven dat alles waar vet in zit, ontzettend fout is. Integendeel: melk, boter, eieren en een flinke hoeveelheid zuiker. Niet bepaald de schijf van 5.
Maar ach, ik doe ook al niet aan light-koken. Ik geloof meer in het principe ‘smaak vóór alles; dan maar wat minder ervan eten!‘. En dat zouden meer mensen moeten doen (Om maar eens een willekeurige reclame te parafreseren…)!
De greinsuiker in dit recept is wellicht wat moeilijker te krijgen. Dit is suiker, in de vorm van kleine bolletjes. Een banketbakker heeft dit vaak wel, en wil het wellicht ook wel los verkopen.
Een alternatief is om 100 gram poedersuiker op een bordje te doen, en dit te mengen met een theelepel water. Dit vormt een kleverige pasta, die je met wat hulp van het theelepeltje tot kleine balletjes kunt vormen. Even laten opdrogen, zodat ze hanteerbaar zijn, en dit gebruiken in plaats van de grein.
Heb je ook geen poedersuiker, dan zou je eventueel nog suikerklontjes kunnen opbreken in stukjes.
Het brood is in een plastic zak lang houdbaar. Een paar dagen tot een week is geen probleem. Wel goed laten afkoelen, voor je het in een zak stopt! Of uiteraard gesneden in de diepvries.
Ingrediënten
Bereiding
Smelt de boter in een pannetje op laag vuur en laat vervolgens afkoelen. Zeef de bloem met het zout boven een kom. Verwarm de melk lauwwarm en los de gist op in de lauwe melk.
Maak een kuiltje in de bloem en giet er de gistoplossing in. De afgekoelde gesmolten boter, het gembernat en de eieren erbij en kneed alles tot een mooi soepel deeg.
Laat het deeg min-stens een kwartier op een warm plekje rijzen. Kneed er dan de kaneel en de kandijsuiker door. Vet een broodblik dik in met roomboter en bestrooi dit met kristalsuiker.
Doe het deeg erin en laat het 15 minuten narijzen. Bestrooi de bovenkant van het deeg met (grein)suiker en bak het brood in een voorverwarmde oven (200 graden C.) in ongeveer dertig minuten gaar en bruin.
Stort het brood uit op een rooster en laat de Fryske sûkerbôlle afkoelen