Archief van februari 10th, 2009

Feb
10
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 10 februari 2009

Consumentalisme wordt in de basis aangedreven door verleiding. Verleiding om te kopen. Dat kan op allerlei verschillende manieren. Verpakking, prijs, merk, maar ook omgeving en presentatie. Supermarkten hebben zich de afgelopen decennia hierin enorm verbeterd, en passen allerlei tactieken toe, om u tot het gewenste aankoopgedrag te bewegen.

Is het u al eens opgevallen dat wanneer u een gemiddelde supermarkt binnenloopt, er in de eerste pak ‘m beet 3 meter geen koopwaar ligt? Dat heeft een logische verklaring: u komt immers uit het drukke verkeer, en van een drukke parkeerplaats, en bent in uw hoofd nog veel te druk bezig met de vraag ‘Karretje of mandje?‘, om zich te focussen op eventuele producten. Dus waarom in dat eerste stuk iets neerzetten, dat toch niet verkoopt?

Daarna loopt u de groenteafdeling op, en meteen wisselt uw stemming. Het licht is er mooi (vaak halogeen, in plaats van kille tl-verlichting) en zodanig afgestemd, dat de uitgestalde groente en fruit er mooi gekleurd opstaat. Een beetje geel gekleurd licht dat ervoor zorgt dat de omgeving minder hard overkomt, en tegelijkertijd dat rood en groen er mooi uitspringen. En zeg nou zelf: groente moet toch mooi groen zijn, en een Elstar mooi rood?

Helaas heeft u in uw karretje ook nog een paar lege flessen en misschien wel een kratje lege bierflesjes. En wat wil het ‘toeval‘ nu? De emballage afdeling is aan de achterkant van de winkel. Dus eerst maar eens door de winkel. Langs alle kopstellingen, aanbiedingen en prominent geplaatste producten. De lege flessen ingeleverd loopt u weer terug naar de groente afdeling, wederom langs de kopstellingen, aanbiedingen en opvallend geplaatste producten. Uw groenten en fruit in de winkelwagen geplaatst, vervolgt u de tocht door de winkel, langs de kopstellingen, aanbiedingen en opvallend geplaatste producten. Herkent u het patroon?

Doorgaans baseert de gemiddelde consument in Nederland zijn maaltijd op de soort vlees die hij klaar wil maken. Ofwel: eerst het vlees kiezen, en de rest eromheen aanpassen. Biefstuk? Dan lekker met franse frietjes, champignons en doperwtjes met worteltjes. Gehaktbal? Met aardappel en bloemkool, natuurlijk! Dus na het fruit eerst maar naar de slagerij-afdeling.

Om u alvast wat werk uit handen te nemen, heeft de grootgrutter alvast in uw plaats nagedacht: een koeling met daarin een kilo-verpakking shoarmavlees, en, hoe handig, daarnaast meteen de pita-broodjes, de ijsbergsla en de aardappelschijfjes. En bovenop? De knoflooksaus. Uiteraard van Calvé! Want waarom zou een klant zelf nog moeten kiezen?

’s Avonds bij de borrel lusten we graag ook nog een snackje. Chips, borrelnootjes of iets anders hartig. De bewuste stelling kent zijn eigen rangorde. Op ooghoogte de A-merken, vergezeld van het eigen merk chips, daaronder de B-merken, en in de onderste stelling het budgetmerk. Het A-merk is soms wel 25% duurder dan het huis-merk, maar de winkelier ziet u toch liever met zijn eigen product naar huis gaan. Immers: voor het A-merk betaalt u ook de naam, en bij het huismerk kan dat geld naar de winkelier zelf gaan. Wilt u uw supermarkt dus financieel steunen, kies dan vooral voor de huismerken. Spaart uw eigen portemonnee, en de eigenaar wordt er beter van. Een win-win-situatie?

Onderwijl u winkelt, en uw karretje zich vult, valt u ineens op, dat u eigenlijk nog niet zo veel spullen hebt. Of lijkt dat maar zo? De laatste decennia is er een trend merkbaar geweest, waarbij de winkelkarretjes groter zijn geworden. Daardoor lijkt het in de winkel zo dat u nog helemaal niet zoveel spulletjes hebt geladen, en (onterecht) denkt dat u nog niet zoveel geld hebt uitgegeven. De verrassing komt dan bij de kassa..

Een truc die fabrikanten overigens vaak toepassen is de truc van de grote verpakking: een pot chocopasta van 250 gram voor 3 euro, en 500 gram voor 5 euro. Welke neemt u? De fabrikant en de winkelier zien u graag vertrekken met de pot van 500 gram. Die líjkt voordeliger, maar is dat enkel voor de middenstander. Immers: een grotere pot betekent minder transportkosten (immers, er hoeft minder lucht te worden vervoerd), minder verpakkingskosten (per 100 gram product), en hogere omzet voor de winkelier. Win-win voor de aanbieders, dus. Eenmaal thuis treedt een mechanisme in werking, dat ik even ‘de psychologie van de voorraad‘ doop: als u van een bepaald product meer in uw voorraadkast hebt staan, bent u geneigd er meer van te gebruiken. E.e.a. onder het motto ‘we hebben toch genoeg‘. Gevolg: een pot van 250 gram doet u 4 weken mee, en een pot van 500 gram gaat er in 6 weken doorheen. Nogmaals winst voor onze ondernemers dus!

Op weg naar de brood afdeling neuriet u vrolijk mee met de muziek, of liever muzak, op de achtergrond. Ook hier is over nagedacht: ’s ochtends draait de supermarkt andere muziek dan ’s middags of later op de avond. De muziek wordt namelijk aangepast op het publiek. Gemiddeld gaan senioren in ons land vóór 10 uur naar de winkel, en dus is de muziek dan klassiek geörienteerd. Rond het middaguur komen de scholieren en masse en wordt er moderne muziek gedraaid. En zo rond 17:00, wanneer de werkende mens op zoek gaat naar zijn K&K-maaltijd van de dag, wisselt de achtergrond weer voor meer Skyradio-achtige klanken. En dit alles om u zo ontspannen mogelijk te laten voelen en zoveel mogelijk op uw gemak. Dan koopt u namelijk makkelijker.

Eenmaal aangekomen op de broodafdeling vult uw neus zich met de geur van versgebakken brood. Nou ja, vers gebakken. Vers áfgebakken. Want het brood komt nog steeds gewoon uit de fabriek, en wordt in de winkel slechts 5 minuten afgebakken. Maar het ruikt zo lekker, hé… Ik geef toe, ik val er zelf ook regelmatig voor, want wie houdt nu niet van de geur van vers brood?

Laten we dan maar even een bakje koffie doen. Even bijkomen van de drukte en haast. ‘Hé, wat een leuk liedje op de achtergrond!‘, en onbewust tikt u met uw voet op de vloer, op de maat van de muzak, en snuift u de geur van brood en koffie op. En tegelijkertijd wordt u onbewust bestookt met signalen om toch maar vooral te kopen. Een bord dat aan het plafond hangt, de uitzicht op de kopstellingen, en natuurlijk de non-food afdeling. Ook zo’n goudmijntje, met allerlei spullen die eigenlijk niet zo gek veel met een supermarkt te maken hebben: dvd’s, boeken, bloemen, en soms zelf complete computers en mobiele telefoons. Marktverbreding? Wie zal het zeggen.

Koffie op, wagen vol, op weg naar de kassa. Nog even een last-minute verleiding door de stelling bij de kassa, met snoepjes (vooral heel handig als je kleine kinderen mee hebt, en je even moet wachten in de rij…..). En dan het jachtige leven weer in, uit de greep van de buurtsuper. Ach, ’s lands grootgrutter heeft niet voor niets als slogan: ‘letten op de kleintjes‘, want de kleuter van nu, is de klant van de toekomst.

En wij? Wij laten ons nog maar eens verleiden om weer een nieuwe variant van geprefabriceerd voedsel aan te schaffen, want ach, de producenten en grootwinkelbedrijven hebben toch enkel óns belang voor ogen?