Archief van februari, 2009

Feb
28
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 28 februari 2009

"Hoe moeilijk kan het zijn?"

Nou, knap lastig nog! Zo’n kaasje kazen.

Ik had het plan opgevat om zelf kaas te maken. Een beetje naar aanleiding van de verhalen van Meneer Wateetons, besloot ik een flesje stremsel te bestellen. Kosten: €3,85 en goed voor 150 liter melk. Kun je je geen buil aan vallen. Handig voor erbij: een foldertje,  a het wereldbedrag van €0,89. Zelfs als mijn inspannigen vruchteloos zouden blijken, zou er niet meer dan een paar euro naar de fillistijnen zijn. Dat is dus een zeer beperkt risico.

Ik kocht daarnaast een pakje karnemelk, en 4 pakken koelverse melk. Kaasdoek had ik nog.

Melk in een pan, opwarmen tot de juiste temperatuur, en dan het stremsel. Na 45 minuten wachten gebeurde er nog niet veel. Ik twitterde mijn zorgen hieromtrent, en werd prompt in woord en daad door Meneer Wateetons bijgestaan. Zijn tip: "Zeker nog een half uur wachten! Kan makkelijk nog wel een uur bij zelfs" . En dus wachtte ik nog even.

En verhip: de wei en de wrongel scheidden zich (waarvoor dus nog dank!) ! Snijden, opwarmen, en wachten, en het hele zwikje in een vergiet om uit te druppen.

Nu een kaasvorm. Die ontbrak nog. Ik had eerlijk gezegd nog geen zin om daar nu al direct €40,- aan uit te geven, dus zocht ik een alternatief. Dat vond ik in de vorm van een spindel-deksel. Voor de niet-ingewijden: wanneer je dvd-recordables’s of cd-recordables in aantallen van 50 of 100 stuks bestelt, is er vaak de mogelijkheid dit op spindel te doen: een simpele plastic houder met deksel, en daarop de schijfjes. Geen doosjes, dus lekker compact. Handig als je vaak dvd-tjes brandt. Of kaas maakt. Natuurlijk.

De deksel op de kop, met een paar gaatjes in wat nu is de onderkant, zodat de wei goed weg kan lopen, en kaasdoek erin. De wrongel erbij, en persen maar.

En na een paar uur persen, leek het me wel goed. Dan nog een nachtje in de pekel (1 liter water, met 75 gram zout) en klaar is Klara Kaasje.

Op een plankje, met een vliegengaasje erover, werd een mooi plekje in de kelder gezocht. Het kaasje geparkeerd, en elke dag even bezoeken, en omdraaien. Op die manier zouden de zuren zich mooi verdelen in de kaas. Mij best, ik draai wel.

Na twee weken echter, bleek mijn kaasje toch niet levensvatbaar. Hij begon wat plekjes te vertonen, die ondanks goede zorg niet weggingen. Medicatie werd gezocht in de vorm van wat azijn, ook weer op advies van voornoemde twitter-bron, maar ook dat mocht niet baten.

Het is daarom dat ik vanmiddag heb besloten, het lijden niet onnodig te rekken, en de stekker uit het project te trekken.

Helaas. Triest maar waar. Maar niet getreurd: leren doe je door te vallen, en de schaafplek op mijn ego neem ik dan maar voor lief, en beschouw ik als leergeld.

Om even een idee te geven van de stand van zaken vanochtend:

 U snapt dat ik dit niet langer kon aanzien. Schertsend riep ik nog "Kijk! Ik heb spontaan een schimmelkaasje gemaakt!" , maar dat maakt het nog niet aanlokkelijk om een hap te nemen.

De groene container is derhalve ook een blokje (zeer jonge) kaas rijker.

Maar omdat ik toch erg nieuwsgierig was, en ik het niet kon laten, sneed ik de kaas doormidden. Net echt! Ik sneed een stukje af, verwijderde buitenste 3 millimeter, en proefde het. Beetje zout, maar wel kaas. Best lekker eigenlijk.

Even twijfelde ik: kaalsnijden en weer naar de kelder, maar ik durfde dat toch niet goed aan, zeker gezien de varieteit aan kleuren (groen, blauw, oranje en zelfs zwart!) aan culturen. Dus binnenkort in de herkansing: Twitterkaasje part two. A new hope ?



Feb
24
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2009, vlees door Mark op 24 februari 2009

"Links achterin. Daar moet het staan".
"
Ik zie het niet staan, hoor. Volgens mij is het op."
"Ik weet bijna zeker dat we nog hebben. Laat mij eens kijken."
"
Wacht! Ik heb het! Maar het potje is wel leeg."
"Dan loop ik wel even langs de supermarkt. Ik haal wel even nieuwe."

Eenmaal aangekomen bij de lokale Golff loop ik naar het schap met de oosterse ingrediënten. Helaas is het maar een kleine dorps-supermarkt, en vormt het aanbod van groot-producent Unilever, in de vorm van de producten van Conimex, zo’n beetje 90% van wat in Nederland als "oosters" bekend is geworden.

Dus wél allerlei zakjes met mixen voor bami en nasi, en diverse varianten niet zo lekkere kroepoek, maar helaas geen Thaise curry-pasta. 4 Grote potten met sambal. Daar kan ik het mee doen. Maar dat is niet hetzelfde.

Dan maar naar de C1000 even verderop. Misschien dat de concullega me kan helpen.

Maar ook daar van hetzelfde laken een pak: Conimex en Knorr wereldgerechten.

Maar geen curry.

Onverrichterzake keer ik huiswaarts. Gelukkig hebben we mijn grote vriend "het interweb" nog! Met Google als mijn gids baan ik mij een weg door een zee aan curry recepten, waarbij in haast alle gevallen als ingrediënt "Thai curry paste" staat vermeld. Schiet niet echt op dus. Ik surf nog even door, terwijl mijn vrouw even de hond uit laat.

 Toch vind ik een recept. Een lijst met kruiden en ingrediënten. "Eens kijken hoe ver ik kom…" .

Van een deel wist ik we het in huis hebben.Korianderpoeder.(Check!) Komijnpoeder: (Check!) Kurkuma. (Geen idee waarom we dat in huis hebben, maar: check!) Zo werkte ik het lijstje af, en tot mijn niet geringe verbazing hebben we alles in huis. Meevaller!

Ik meng de kruiden, het halve pepertje met de olie, en het ruikt al aardig oosters. Pan op het vuur, beetje olie erin, en de kipfilet erin gemikt. Even kort bakken, en dan de uitjes erbij, samen met de vissaus, en de oestersaus.

Oef! Wat een lucht!

Oestersaus is oosters. (Klopt). En lekker. (Klopt ook). Maar waarom moet dat spul zo meuren? Ik zou bijna gaan twijfelen of het nog wel goed is, maar dit flesje heb ik nog niet zo lang geleden opengemaakt en is nog niet "over datum". Gelukkig verdwijnt de geur al snel met bakken, maar voor de zekerheid proef ik het vlees toch even. "Yep! Lekker!" Gelukkig maar, want inmiddels zijn de winkels dicht, en heb ik geen tijd meer voor een alternatief….

Tegen de tijd dat mijn vrouw de woonkamer weer binnenstapt, de hond even de keukenvloer komt inspecteren op gevallen stukjes lekkers en de kinderen nog net het einde van Dora zien, is het eten klaar: een Thaise curry, zónder pakjes of potjes.

Nou ja, bijna dan: de kokosmelk zat in een blikje…

Ingredïenten

  • 2 kipfilets
  • blikje kokosmelk
  • 1 ui, gesnipperd
  • gemengde, gesneden groenten (bv. kool, prei, wortel, taugé, peultjes, bamboe, etc)
  • 2 eetlepels oestersaus
  • 2 eetlepels Thaise vissaus
  • 0,5 theelepel suiker
  • 5 theelepels korianderpoeder
  • 7 theelepels komijnpoeder
  • 1theelepel paprikapoeder
  • 1theelepel kurkuma
  • 1theelepel chilipoeder
  • 0,5 vers rood pepertje
  • stukje verse gember (ca. 1 cm)
  • 1 teen knoflook
  • zonnebloemolie
  • peper & zout

Bereiding

Meng de kruiden door elkaar. Snij het pepertje heel klein. Als je van pittig houdt, mét de zaadjes, anders doe je zonder. Rasp de gemberworstel. Plet de knoflook-teen met de platte kant van een mes. Voeg het pepertje, de gember en de knoflook toe aan de kruiden. Doe hierbij een scheutje olie, om het geheel tot een papje te maken.

Snij de kipfilet in blokjes, van 2×2cm. Verhit wat olie in een wokpan, en bak, op hoog vuur, de kipfilet bruin en gaar. Voeg de uien toe, en bak nog even mee. Voeg de oestersaus en vissaus toe, alsmede de suiker. Laat nog even bakken, tot de smaken goed in het vlees zijn getrokken.

Voeg de gesneden groente toe, en wok dit even, tot de groenten beetgaar zijn.

Voeg de kokosmelk toe, en roer het kruidenpapje erdoor.

Breng eventueel nog op smaak met wat zout en peper. De oester- en de vis-saus zijn al wat zout van zichzelf, dus eerst even proeven, is het devies!

Serveer met Thaise pandan-rijst, en met een loempia van de vorige post…



Feb
18
Opgeslagen als recepten 2009, vlees, voorgerecht door Mark op 18 februari 2009

Ik had een oom, Louis, hij is helaas overleden inmiddels, uit Maastricht die sociaal betrokken was. Hij kende bij wijze van spreken de halve stad. Nu is Maastricht niet bepaald een klein plaatsje, en ondanks dat het in Limburg ligt, toch best een wereldstad. Zo is in Maastricht de Europese Unie opgericht. Ik bedoel maar…

Multicultureel was de stad ook al, zeg een jaar of 25 geleden, toen deze amateurkok een jaar of 10 oud was, en nog niet veel verder dan een gebakken eitje kwam. Een lekker gebakken eitje, daar niet van, maar de interesse ging dan ook eerder uit naar Matchbox, Playmobil en Revell bouwpaketten van stoere straaljagers.

Maar die oom, in dat sociale multi-culti wereldje, hield van lekker eten en drinken. Brand bier was ‘zijn’ merk, en knoflookpinda’s, Chinese kippensoep met sambal, en wat vooral is blijven hanegn bij me, de Vietnamese loempia’s. Gemaakt door een Vietnamees gezin, dat in een ander appartement in hun flat woonde.

De vrouw des huizes van dat gezin maakt eens in de zoveel tijd een portie loempia’s, vroor een deel ervan in, en maakt er ook voor wat vrienden en bekenden. Zo ook voor die oom dus.

Hij kwam dan thuis met een zak van die rare dunne deegworstjes. Rare? Ja, want tot die tijd kende ik alleen de verhollandste, voornamelijk met taugé gevulde maaltijdloempia’s, van de Chinees. Tuurlijk zijn die ook wel lekker, maar ze hebben weinig te maken met wat in het land van herkomst als feestgerecht bekend is.

Loempia’s werden in Azie namelijk traditioneel gemaakt rond het chinees nieuwjaar, dat in het voorjaar valt. Vandaar dat de Engelse term ook ‘springroll‘ is. Die loempia’s zijn/waren een stuk kleiner, waarbij er dan ook nog verschil bestaat tussen Vietnamese, Chinese, Indische en Thaise.

Mijn eerste kennismaking met echte(re) loempia’s waren dus die loempia’s van de Vietnamese vrouw uit de flat van mijn oom.

Hij zette de frituurpan op het vuur. Niet zo’n modern geval met thermostaat, van de Tefal, maar nog echt een ouderwetse, ge-emailleerde pan. Paar blokken van dat tegenwoordig door onze overheid als "absoluut rampzalig voor je gezondheid"-verklaarde, maar oh zo lekkere, Ossewit erin, en het vuur onder de pan. Als het vet gesmolten is, even een stukje witbrood erin, om te zien of de temperatuur al goed is. Als het stukje brood als snel weer bruisend kwam bovendrijven, en bruin-knapperig wordt, is het vet gebruiksklaar.

Loempia’s erin, en een paar minuten laten bakken, tot de gewenste kleur is bereikt.

Ik kan me niet herinneren of we er ook al de inmiddels ingeburgerde zoete chilisaus bij aten, of gewoon met sambal, maar weet wel dat ná die eerste keer, ik bij elk bezoek stiekem hoopte dat we weer loempia’s mochten eten.

En nu? Anno 2009 is de buitenlandse keuken dusdanig doorgedrongen, dat ik zelfs bij ons in het dorp de rijstnoedels en loempiavellen kan kopen. Niets stond me dus in de weg om zelf eens een poging te wagen!

Resultaat: niet hetzelfde als van de Vietnamees, maar net als zo vaak geldt ook hier: de voldoening van het zelf doen is eigenlijk al beloning genoeg. En natuurlijk de lol van het maken. Ach, waarom zou je ze kopen voor 5 euro per 6 stuks, als je ook gewoon een zondagmiddag zelf aan de slag kunt, immers….

Ingredienten

  • 100 gram glasnoedels
  • 100 gram taugé
  • 50 gram gehakt of kip
  • 2 sjalotjes
  • 1 teentje knoflook
  • 1/2 theelepel suiker
  • 2 theelepels Thaische vissaus
  • 2 theelepels oestersaus
  • zonnebloem- of rijstolie
  • optioneel: klein worteltje of andere groenten, gesnipperd

Bereiding

Verhit een pan met wat olie. Snipper de knoflook, en bak deze in de pan goudbruin. Voeg het vlees toe, en bak tot het lichtbruin is. Voeg dan de vissaus, oestersaus en suiker toe. Voeg de optionele groenten eventueel toe, en bak het geheel tot de groenten bijna gaar zijn.

Verhit water in een pan, en kook hierin de noedels een paar minuutjes, volgens de aanwijzingen. Spoel af met koud water, en voeg toe aan de pan met vulling. Roerbak dit even, en doe daarna alles in een kom, om af te laten koelen.

Neem de loempia-vellen uit de diepvries, en leg ze uit de verpakking op een bord, onder een vochtige doek. Dit voorkomt dat het deeg uitdroogt, hard wordt en dan makkelijk breekt. Laat ze een half uurtje ontdooien.

Neem 1 of 2 velletjes, en leg ze als een ruit voor je. Leg wat vulling op de onderste punt, in de vorm van je loempia. Vouw de onderste punt erover heen, vervolgens de zijkanten en rol het geheel op. Plak de laatste punt eventueel met wat water vast. Ga zo door tot je alle vulling op hebt.

Je kunt de loempia’s nu invriezen, of bakken. Verhit de frituurpan of een pan met olie, tot 180 graden, en bak ze tot ze goudbruin zijn. Lekker met sweet chili-saus of sambal, naar smaak.



Feb
10
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 10 februari 2009

Consumentalisme wordt in de basis aangedreven door verleiding. Verleiding om te kopen. Dat kan op allerlei verschillende manieren. Verpakking, prijs, merk, maar ook omgeving en presentatie. Supermarkten hebben zich de afgelopen decennia hierin enorm verbeterd, en passen allerlei tactieken toe, om u tot het gewenste aankoopgedrag te bewegen.

Is het u al eens opgevallen dat wanneer u een gemiddelde supermarkt binnenloopt, er in de eerste pak ‘m beet 3 meter geen koopwaar ligt? Dat heeft een logische verklaring: u komt immers uit het drukke verkeer, en van een drukke parkeerplaats, en bent in uw hoofd nog veel te druk bezig met de vraag ‘Karretje of mandje?‘, om zich te focussen op eventuele producten. Dus waarom in dat eerste stuk iets neerzetten, dat toch niet verkoopt?

Daarna loopt u de groenteafdeling op, en meteen wisselt uw stemming. Het licht is er mooi (vaak halogeen, in plaats van kille tl-verlichting) en zodanig afgestemd, dat de uitgestalde groente en fruit er mooi gekleurd opstaat. Een beetje geel gekleurd licht dat ervoor zorgt dat de omgeving minder hard overkomt, en tegelijkertijd dat rood en groen er mooi uitspringen. En zeg nou zelf: groente moet toch mooi groen zijn, en een Elstar mooi rood?

Helaas heeft u in uw karretje ook nog een paar lege flessen en misschien wel een kratje lege bierflesjes. En wat wil het ‘toeval‘ nu? De emballage afdeling is aan de achterkant van de winkel. Dus eerst maar eens door de winkel. Langs alle kopstellingen, aanbiedingen en prominent geplaatste producten. De lege flessen ingeleverd loopt u weer terug naar de groente afdeling, wederom langs de kopstellingen, aanbiedingen en opvallend geplaatste producten. Uw groenten en fruit in de winkelwagen geplaatst, vervolgt u de tocht door de winkel, langs de kopstellingen, aanbiedingen en opvallend geplaatste producten. Herkent u het patroon?

Doorgaans baseert de gemiddelde consument in Nederland zijn maaltijd op de soort vlees die hij klaar wil maken. Ofwel: eerst het vlees kiezen, en de rest eromheen aanpassen. Biefstuk? Dan lekker met franse frietjes, champignons en doperwtjes met worteltjes. Gehaktbal? Met aardappel en bloemkool, natuurlijk! Dus na het fruit eerst maar naar de slagerij-afdeling.

Om u alvast wat werk uit handen te nemen, heeft de grootgrutter alvast in uw plaats nagedacht: een koeling met daarin een kilo-verpakking shoarmavlees, en, hoe handig, daarnaast meteen de pita-broodjes, de ijsbergsla en de aardappelschijfjes. En bovenop? De knoflooksaus. Uiteraard van Calvé! Want waarom zou een klant zelf nog moeten kiezen?

’s Avonds bij de borrel lusten we graag ook nog een snackje. Chips, borrelnootjes of iets anders hartig. De bewuste stelling kent zijn eigen rangorde. Op ooghoogte de A-merken, vergezeld van het eigen merk chips, daaronder de B-merken, en in de onderste stelling het budgetmerk. Het A-merk is soms wel 25% duurder dan het huis-merk, maar de winkelier ziet u toch liever met zijn eigen product naar huis gaan. Immers: voor het A-merk betaalt u ook de naam, en bij het huismerk kan dat geld naar de winkelier zelf gaan. Wilt u uw supermarkt dus financieel steunen, kies dan vooral voor de huismerken. Spaart uw eigen portemonnee, en de eigenaar wordt er beter van. Een win-win-situatie?

Onderwijl u winkelt, en uw karretje zich vult, valt u ineens op, dat u eigenlijk nog niet zo veel spullen hebt. Of lijkt dat maar zo? De laatste decennia is er een trend merkbaar geweest, waarbij de winkelkarretjes groter zijn geworden. Daardoor lijkt het in de winkel zo dat u nog helemaal niet zoveel spulletjes hebt geladen, en (onterecht) denkt dat u nog niet zoveel geld hebt uitgegeven. De verrassing komt dan bij de kassa..

Een truc die fabrikanten overigens vaak toepassen is de truc van de grote verpakking: een pot chocopasta van 250 gram voor 3 euro, en 500 gram voor 5 euro. Welke neemt u? De fabrikant en de winkelier zien u graag vertrekken met de pot van 500 gram. Die líjkt voordeliger, maar is dat enkel voor de middenstander. Immers: een grotere pot betekent minder transportkosten (immers, er hoeft minder lucht te worden vervoerd), minder verpakkingskosten (per 100 gram product), en hogere omzet voor de winkelier. Win-win voor de aanbieders, dus. Eenmaal thuis treedt een mechanisme in werking, dat ik even ‘de psychologie van de voorraad‘ doop: als u van een bepaald product meer in uw voorraadkast hebt staan, bent u geneigd er meer van te gebruiken. E.e.a. onder het motto ‘we hebben toch genoeg‘. Gevolg: een pot van 250 gram doet u 4 weken mee, en een pot van 500 gram gaat er in 6 weken doorheen. Nogmaals winst voor onze ondernemers dus!

Op weg naar de brood afdeling neuriet u vrolijk mee met de muziek, of liever muzak, op de achtergrond. Ook hier is over nagedacht: ’s ochtends draait de supermarkt andere muziek dan ’s middags of later op de avond. De muziek wordt namelijk aangepast op het publiek. Gemiddeld gaan senioren in ons land vóór 10 uur naar de winkel, en dus is de muziek dan klassiek geörienteerd. Rond het middaguur komen de scholieren en masse en wordt er moderne muziek gedraaid. En zo rond 17:00, wanneer de werkende mens op zoek gaat naar zijn K&K-maaltijd van de dag, wisselt de achtergrond weer voor meer Skyradio-achtige klanken. En dit alles om u zo ontspannen mogelijk te laten voelen en zoveel mogelijk op uw gemak. Dan koopt u namelijk makkelijker.

Eenmaal aangekomen op de broodafdeling vult uw neus zich met de geur van versgebakken brood. Nou ja, vers gebakken. Vers áfgebakken. Want het brood komt nog steeds gewoon uit de fabriek, en wordt in de winkel slechts 5 minuten afgebakken. Maar het ruikt zo lekker, hé… Ik geef toe, ik val er zelf ook regelmatig voor, want wie houdt nu niet van de geur van vers brood?

Laten we dan maar even een bakje koffie doen. Even bijkomen van de drukte en haast. ‘Hé, wat een leuk liedje op de achtergrond!‘, en onbewust tikt u met uw voet op de vloer, op de maat van de muzak, en snuift u de geur van brood en koffie op. En tegelijkertijd wordt u onbewust bestookt met signalen om toch maar vooral te kopen. Een bord dat aan het plafond hangt, de uitzicht op de kopstellingen, en natuurlijk de non-food afdeling. Ook zo’n goudmijntje, met allerlei spullen die eigenlijk niet zo gek veel met een supermarkt te maken hebben: dvd’s, boeken, bloemen, en soms zelf complete computers en mobiele telefoons. Marktverbreding? Wie zal het zeggen.

Koffie op, wagen vol, op weg naar de kassa. Nog even een last-minute verleiding door de stelling bij de kassa, met snoepjes (vooral heel handig als je kleine kinderen mee hebt, en je even moet wachten in de rij…..). En dan het jachtige leven weer in, uit de greep van de buurtsuper. Ach, ’s lands grootgrutter heeft niet voor niets als slogan: ‘letten op de kleintjes‘, want de kleuter van nu, is de klant van de toekomst.

En wij? Wij laten ons nog maar eens verleiden om weer een nieuwe variant van geprefabriceerd voedsel aan te schaffen, want ach, de producenten en grootwinkelbedrijven hebben toch enkel óns belang voor ogen?



Feb
06
Opgeslagen als hoofdgerecht, oven, pizza, recepten 2009 door Mark op 6 februari 2009

Afgelopen zondag at ik een van de lekkerste pizza’s die ik de laatste maanden thuis heb gebakken.

Mijn vrouw had namelijk voorgesteld dat we pizza zouden eten, een 2-wekelijks ritueel hier in huize Kokend Water. Dochterlief maak je altijd blij met een pizza met ham, brie, peer, en wat versgemalen peper (ja ja, een kleuter met culinaire aspiraties!) en zonemans vind de korst het allerlekkerst.

Mijn vrouw weet de combi van brie met peer ook zeer te waarderen, en belegt haar halve pizza daar dan mee. De andere helft wordt belegd met wat we voor het gemak maar simpelweg ‘pittig gehakt’  hebben gedoopt: 200 gram rundergehakt, rul gebakken met een gesnipperd uitje, en een ruime hoeveelheid tabasco, sambal, chili- en cayennepeper. Afgemaakt met jalapeño-pepers, voor nog wat scherpte ("Nóg meer?" Ja, nog meer!) en een lekker fris zuurtje.

Normaal zou ik mijn eigen pizza beleggen met wat spek, maïs, pepertjes, champignon en ui, maar dit keer had ik zin in wat anders. Op zoek naar inspiratie sloeg ik de lijst van de plaatselijke pizzeria maar over. Dat was niet waar ik naar op zoek was. Ik was echt op zoek naar iets anders. Een combinatie waar ik nog niet eerder aan gedacht had.

Uit de kast pakte ik Jamie’s Italie. Een boek waar ik nog niet veel uit gemaakt heb, en eerlijk gezegd ook niet zo gek veel leuke dingen in vind staan. Maar ja, hij staat nu eenmaal in de kast. En ook voor Jamie geldt, dat als je een boek maakt over Italie, dat je dan niet om de pizza heen kunt. Hij geeft dan ook een stuk of 10 varianten, waaronder de margharita en de marinara, maar ook wat originelere combinaties.

En laat nu net ééntje daarvan me onmiddelijk aanspreken…

Een pizza, met ’slow roasted pork’.

Slow-food meets fast-food. Briljant!

Stukje varkensvlees gehaald, ingekerfd en ingewreven met venkelzaad en olijfolie. Paar uur in een hete oven en klaar. Nieuwsgierig proefde ik even van het vlees. De frisse, anijsachtige smaak van het venkelzaad combineert super met het varkensvlees!

’s Avonds maakte ik de pizza’s. Na een paar minuten in de hete oven was hij klaar. Beetje rucola erover, en aan tafel.

Ondanks het feit dat de pizza eigenlijk met tallegio zou moeten worden gemaakt (tallegio kopen in een Drenths dorpje met 1500 inwoners is een op voorhand verloren zaak….), en ik in plaats daarvan brie heb gebruikt, kan ik maar één ding concluderen: briljante combinatie!

Ik heb in de afgelopen jaren heel wat pizza’s gemaakt, maar dit is er echt eentje geweest die met stip de top 3 van lekkerste pizza’s binnenknalt! Kortom: een blijvertje, die ik snel weer zal maken!

Ingredienten

  • Pizzadeeg
  • Tomatenbasissaus
  • 150 gram varkensvlees, bv. fricandeau
  • Geraspte kaas
  • ui, in ringen gesneden
  • Brie
  • Rucola
  • Oregano
  • Venkelzaad
  • Peper&zout
  • Olijolie

Bereiding

Kerf het vlees in met een scherp mes. Plet het venkelzaad in de vijzel tot het poederachtig is. Wrijf het vlees in, met het zaad, peper, zout en olijfolie. Leg in een ovenschaal, en rooster gedurende 2 uur, in een oven van 170 graden. Keer het vlees af en toe, zodat het aan alle kanten gelijkmatig geroosterd wordt.

Maak een pizzabodem en bestrijk deze met tomatensaus. Bestrooi ruim met geraspte kaas. Leg hierop de uien. Snij het vlees in plakken, en verdeel over de bodem. Verdeel ook wat plakken brie over de bodem, en strooi als laatste wat oregano over de pizza.

Bakken in de oven. Liefst op een pizzasteen, op de hoogste stand, en anders op een bakplaat, tot deze lekker bruin is, en de kaas gesmolten.

Leg de pizza op een bord, en verdeel er wat verse rucola over.



Feb
02
Opgeslagen als hoofdgerecht, recepten 2009, vlees door Mark op 2 februari 2009

Jurgen zei het.

Johannes schreef het.

En wie ben ik dan om deze heren tegen te spreken? En dus maakt ik ‘Le lièvre  a la Royale‘, koninklijke haas. Niet te verwarren met adelijke haas, die van ellende van de botten valt, maar een haas, waarvoor voldoende tijd wordt genomen, flink wat wijn bij gegoten wordt, en die ruimschoots de tijd krijgt, zo gaar als een … Ja, als wát, eigenlijk? Als boter? Een klontje? Een banaan? Laat ik het zo zeggen, dat na een paar uurtjes op het vuur, het vlees letterlijk van de botjes viel. En dat is precies waar ik ook op hoopte.

Ik begon met het klaarzetten van de ingredienten. Ik las het recept nog een keer, maar het stond er écht: 30 teentjes knoflook en 60 sjalotjes.

Als dat maar goed gaat…

Nu had ik geen hele haas, maar slechts 2 bouten. Even herrekenen: een hele haas weegt rond de 2 kilo, mijn poten zaten rond de 500 gram. Dus een kwart van de hoeveelheden had ik nodig. Maar dat zijn nog steeds 8 teentjes en 15 sjalotjes. En dat voor 2 boutjes. Hieronder het oorspronkelijke recept, gedistilleerd uit de oorspronkelijke tekst. Pas het aan naar behoefte, zou ik zeggen.

Het recept is overigens wat vaag, aangaande het wel of niet snijden van de knoflook en sjalotjes in eerste instantie. Ik heb ze dus maar ongesneden in de pan gemikt, hopende op een goede afloop. Aangezien het na een paar uurtjes pruttelen uitgedrukt moet worden in een zeef, leek het me niet vreselijk veel toe doen of alles netjes gesneden was.

Aangaande die knoflook, overigens: er gaat nogal wat in, maar het overheerst gelukkig niet. Het blijft binnen de perken uiteindelijk, al is het wel aanwezig in de smaak.

Het eind-resultaat van het recept is een stoofpotje, van hazenvlees dat weliswaar wat droog was, in een heerlijk aromatische, wat zoete saus, maar heel erg lekker smaakte in elk geval.

Ik at er overigens boerenkool-stamppot bij. Vrouwlief blijkt namelijk tóch niet zo wild van wild te zijn, al gaf ze na het proeven wel toe "Het begint te wennen…". Er is dus nog hoop! Maar terwijl ik dus de ‘koninklijke’ tot me nam, aten mijn vrouw en kinderen dus gewoon burgerlijke stamppot met worst en spekjes. Ach, moet kunnen anno 2009, nietwaar?

Ingredienten

  • 1 haas, inclusief hart, lever, longen en wat bloed
  • 4 uien met 1 kruidnagel erin
  • 25 - 40 gram zeer dunne spekreepjes
  • 125 gram vetspek
  • paar wortels julienne
  • 30 teentjes knoflook
  • 60 sjalotjes of een bos fijngesneden prei
  • 1 laurierblad
  • takje thijm of snufje droge thijm
  • 25 cc rode wijn azijn
  • scheutje cognac
  • 1,5 fles rode wijn
  • peper en zout

Bereiding

De pan invetten met boter, en een paar spekreepjes op de bodem leggen. Daarop de haas. Daarop weer spekreepjes. Dan de ui, de wortel, 20 teentjes knoflook en 40 sjalotjes erbij, tesamen met het laurierblad, de tijm, de wijnazijn en rode wijn. Op smaak maken met peper en zout. Dit geheel ca. 3 uurtjes laten stoven op zeer laag vuur.

In de tussentijd: snij het vetspek, het hart, de lever en de longen, 10 partjes knoflook en 20 sjalotjes zo klein mogelijk (vooral knoflook en sjalot zo fijn mogelijk).

Haal de haas uit de pan, en zeef het kookvocht. Druk alles goed uit, maar wrijf het niet door de zeef heen. Vang het vocht op, en voeg hieraan de fijngesneden ingredienten uit de vorige stap aan toe, tesamen met de haas. Laat dit geheel nog eens 1,5 uur stoven. Schep dan zoveel mogelijk vet van de saus af.

Haal zoveel mogelijk botjes uit de pan, en bind de saus met het bloed, en een scheutje cognac. Ik had helaas geen bloed meer en ook geen longen, dus ik bond de saus met wat allesbinder, en liet de longen achterwege. Lever en hart had ik echter wel erbij en die zijn dan ook in de saus gegaan.

Lekker! Aanrader!