|
Jan
15
|
Als 2e gerecht in de serie "Mijn naam is haas" vandaag een hazenragout in bladerdeeg. Lekker als tussendoortje of lunchhapje of zo. Met een bramencompote erbij, voor de zoete noot. Past mooi bij de krachtige smaak van het wild.
Het was zondag-ochtend. We mochten van de kinderen lekker uitslapen, tot half negen, en ik was net bezig de goegemeente van thee en koffie te voorzien. Vrouw en kinderen zijn echte theeleuten; ik mag het doen met een kopje Senseo. Niet geweldig, en koffietechnisch ook niet verantwoord, maar ja, ik drink thuis hooguit een paar kopjes per dag, en leef door de weeks ook al op automaten-koffie, dus binnen dat referentiekader ("Is het warm? Is het bruin? Zit er caffeine in?") heb ik mezelf nog niet overtuigd van de noodzaak tot aanschaf van een espresso-apparaat of iets dergelijks.
Tijdens het zetten van de thee bedacht ik me dat ik voor die middag niet zoveel plannen had. Er moesten weliswaar een paar kleine klusjes rond het huis worden geklaard, maar dat zou geen uren kosten. Dus was er best wat tijd om nog even aan te hobby-en. En als ik niet te laat zou starten, meteen ook voor de lunch te zorgen!
Ik pakte een hazenpoot uit de diepvries, en liet die ontdooien. Met een scherp mes het vlees eraf snijden, en daarna in een pannetje, even aanbruinen. Bouillon erbij, kruiderij en bier, en stoven maar.
En, heel vervelend, er stond toen een geopend flesje Hertog Jan Grand Prestige op het aanrecht. Nog bijna vol. Beetje zonde om dat weg te gooien, en als ik zou laten staan, zou het verschralen, en kan het dus ook door het zilveren oog van de spoelbak.
Ik offerde mezelf op, en pakte een glas uit de kast en schonk het bier erin. Met een licht schuld gevoel (het was 12:30…) nam ik een slok, en besefte me ineens dat het in landen als Frankrijk en Italie vaak als normaal wordt beschouwd om tijdens de lunch een glas wijn te drinken. En Grand Prestige is eigenlijk ook een gerstewijn, en geen bier. Iets minder schuldig door deze realisatie (of kwam het door het het bier? Wie weet..) nam ik nog een slok. Lekker! Hips!
Het eindresultaat was gelukkig niet beïnvloed, door voornoemde inname, en smaakte prima! Het was alleen niet op tijd voor de lunch klaar, dus werd het spontaan omgetoverd tot middaghapje.
Je hebt maar weinig haas nodig, om het te maken. Ik gebruikte 1 achterpoot, en maakte er 3 envelopjes mee. Met 2 poten maak je dus een stuk of 6. Valt goed mee dus.
Ingredienten
Bereiding
Snij het vlees in blokjes. Smelt boter en wat olie in een steel- of braadpannetje. Bruin de blokjes even, en voeg de gesnipperde sjalotjes toe. Draai het vuur zacht, en voeg de bouillon, de jeneverbessen en wat tijm toe. Laat nu 1,5 tot 2 uur zachtjes stoven.
Voeg, 20 tot 30 minuten voor het einde, het bier toe, samen met de verkruimelde kruidkoek. Laat nog even verder stoven, en breng op smaak met peper en zout. Laat indikken, tot een wat stroperige massa.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Neem een ontdooid plakje bladerdeeg, en doe er wat ragout op. Smeer de randen in met wat ei, en vouw het dicht tot een driehoekje. Prik met een vork wat gaatjes in de bovenkant, en bestrijk de bovenkant met ei. Leg de envelopjes op een ovenplaat en bak ze tot ze goudbruin zijn (ca. 20 minuten).
In de tussen tijd: doe het water, samen met de suiker en de bramen in een klein panetje. Breng aan de kook, maak de vruchten kapot, en laat indikken tot een stroperige massa. Het wordt nog wat dikker als het afkoelt, dus hou daar rekening mee. Giet het over in een glas of bakje, en laat afkoelen.
Leg de bladerdeegenvelopjes op een bord, samen met wat van de vruchtensaus. Lekker als voorafje of tussendoor!