Archief van 2009

Okt
22
Opgeslagen als En dan dit..., groente en fruit, hoofdgerecht door Mark op 22 oktober 2009

Spruiten.

Love ‘em or hate ‘em. Er schijnt geen tussenweg te zijn.

Ze zijn in elk geval berucht. Berucht omdat een hoop mensen, met name kinderen ,ze niet lusten. Veroorzaakt door de bittere, nogal heftige smaak van verse spruiten.

In de afgelopen jaren is er daarom door de verschillende telers erg hun best gedaan, om die bittere smaak te verdrijven, of op zijn minst te verminderen. Dat daarmee ook de karakteristieke smaak van de spruit verdwijnt is een minder welkom zij-effect.

Spruiten dus.

De bitterheid van spruiten, aldus meneer McGee, zit hem in de kern, en wordt veroorzaakt door Sinigrine en Progoitrine. Sinigrine smaakt zelf bitter, maar bij verhitting produceert dit een niet-bitter thyocyanaat. Progoitrine daarentegen is niet bitter maar produceert bij verhitting juist een bitter thyocyanaat. Dus als we snel verhitten worden ze bitter, en als we ze op lage temperatuur garen, dan ook.

Damn, we’re screwed any which way!

Of niet?

Een manier zou kunnen zijn om de spruiten te halveren, en de halve spruiten kort te blancheren en daarna te bakken. Met wat bacon. Om het leuk te maken. En dat heeft meteen tot gevolg dat de kleur van de spruiten zo mooi groen wordt! Het oog wil immers ook wat.

Kilo spruiten gekocht, gehalveerd (wat een hoop spruiten gaan er in een kilo, zeg!) en een pan water op het vuur. Spruiten erin, 2 minuten koken, en in een vergiet.

Beetje boter in een pan met dikke bodem, bacon in blokjes erbij, goed heet laten worden, en de spruiten in de pan.

Door het aanhangend vocht sist het de pan uit, en de stoom ontlokt aan mijn dochter de uitspraak ‘Papa, je spruitjes staan in brand!‘. Nu viel dat gelukkig mee, ze waren zelfs niet eens áángebrand. Wel een lekker bruin randje. Dat heeft meneer Maillard toch maar mooi gezien!

 

De gebakken spruiten op een bord, en tijd voor het jury-beraad: smaken spruiten op deze manier beter dan "gewoon" gekookt?

De jury was unaniem (‘Nogal wiedes, je was alleen!’ denkt mijn vrou nu): spruiten geblancheerd en gebakken met wat bacon zijn lekkerder! De beetgare groenten waren minder bitter, een beetje zoeter. Ook de toevoeging van het vlees vormt een mooie aanvulling, en kan prima als tegengewicht dienen, tegen de nog steeds sterke smaak van de spruiten.

Ergo: komende winter gaan we spruiten bákken.



Okt
12
Opgeslagen als groente en fruit, nagerecht, recepten 2009 door Mark op 12 oktober 2009

"Kan jouw man hier iets mee?" hoor ik de buurvrouw aan mijn vrouw vragen.
 
Nieuwsgierig loop ik de tuin in, en zie nog net hoe een witte plastic Hema-zak van eigenaar wisselt. Duidelijk is dat de zak vol zit met iets ronds, en dat het niet echt licht is.
 
Ik begroet de buurvrouw, en werp een korte blik in de zak.
 
"Kweeperen. Uit de tuin van Dirk."
 
Dirk had kennelijk een ruime oogst, en dus besloot hij zijn moeder, onze buurvrouw, er een plezier mee te doen. Maar ja, hoeveel kweeperen kan een mens verwerken, voor ze voorbij hun houdbaarheidsdatum zijn? Gelukkig is daar altijd nog die ene buurman, die wel van een culinaire verrassing houdt, om je overtollig spul aan te slijten. En gelukkig is die buurman ook nooit te beroerd om zich te wagen aan een onbekend stuk fruit, vlees of groente.

  

De kweepeer dus. Ik had er wel eens van gehoord, maar nog nooit geproefd, of zelfs maar in handen gehad. Dat vraagt om versterking. Johannes en Harold er maar even bij gehaald, en gekeken wat zij erover te melden hadden.
 
Zo blijkt de kweepeer een soort oervorm van onze huidige peer te zijn, er ook een kwee-appel te bestaan, en kun je de vruchten niet zonder meer eten, omdat ze dan veel te wrang zijn. Maar: eenmaal gekookt en op smaak gemaakt met wat suiker, levert dat weer wel een bijzondere vrucht op.
 
Van het sap maak je een heerlijke kweeperen gelei (lekker op brood, of bij varkensvlees), en van de pulp maak je kweeperen-snoepjes. Een soort middeleeuwse winegums, zeg maar.
 
De gelei is heel eenvoudig te maken: pak een kilo kweeperen, snij in stukken, doe in een pan met zoveel water dat ze net onder staan. Breng aan de kook, en laat een uurtje of 2 koken. Doe een stuk kaasdoek in een vergiet of iets dergelijks, boven een ruime bak, en giet de pan leeg door de doek, zodat de gare vruchten achterblijven. Laat dit een nacht uitlekken. Pers de vruchten niet uit, want dan wordt de gelei niet meer helder.
 
De dag erna kunnen de vruchten weg, en meng je 750 gram suiker met een liter van het vocht. Dit kook je in, tot een gelei. Je weet of je een gelei hebt, wanneer een druppel van de hete siroop op een koud bord stolt. Giet het vervolgens in (uitgekookte) potten met deksel, zet een half uurtje op de kop, en laat afkoelen. Gesloten is het lang houdbaar, eenmaal open is het in de koelkast ook wel enkele weken goed.

  

De kweeperensnoepjes (dubbele woordwaarde!) zijn wat meer werk, maar ook nog niet zo moeilijk. Denk daarbij aan een soort zachte winegums. Het worden geen harde snoepjes. Eenmaal gemaakt, zijn ze heel lang houdbaar. Een recept vind je hieronder in elk geval. Als ik heel eerlijk moet zijn: leuk om eens te maken, maar eens maar nooit weer. Het is veel werk, en ach, eigenlijk zijn ze zo bijzonder niet. Ik heb ook nog de kweepeergelei immers, en zelfs nog wat kweepeer-moesappel-marmelade. Maar daarvan weet ik nog niet hoe die smaakt, aangezien de potten nog dicht zitten. Komt nog…
 
En nu ik het me bedenk, zou je de kweepeer ook prima kunnen gebruiken bij een stoofpotje. Dat moet immers ook een hele poos opstaan. En volgens mij staat er nog geen recept op http://www.draadjesvlees.com, dus zou dat wel een unieke kans zijn.
 
Alhoewel, als ik zie dat collega-bloggers de kweepeer ook al tot onderwerp hebben verheven, tja, dan kan dat natuurlijk nooit lang goed gaan…

 

Om te maken (1669)
Neemt heele queen, wrijft die schoon af, doch koockt die in water. Laetse soo met de schillen zieden totse murruw zijn. Neemtse uyt, decktse toe met een doeck totse lauw zijn. Doet de schillen af, ook de kernen en het harde, en wrijftse heel kleyn. Neemt sooveel suycker als queen, fijngestoten. Menght samen en set het op ‘t vuur. Latet opkooken. Gekoockt zijnde, stroyt op een schoone planck suycker en leght het daerop. Maeckt koeckjens. Laetse kout worden. Set die op een stoof met vuur totse droogh zijn. Gy kuntse in schoon papier bewaren soolange het u belieft.

Of in gewoon Nederlands:

Neem hele kweeperen, wrijf die schoon en kook die in water. Laat ze zo met schil en al koken tot ze zacht zijn. 
Haal ze eruit, dek ze af met een doek totdat ze lauw zijn. Verwijder de schillen, ook de klokhuizen en wrijf het vruchtvlees fijn. 
Neem zoveel fijngestampte suiker als kweeperenmoes. Meng alles door elkaar en zet het op het vuur. Breng het aan de kook. 
Strooi, nadat de vruchtenmoes heeft gekookt, suiker op een schone plank en strijk de massa daarover uit. Maak er koekjes van en laat die afkoelen. 
Zet ze in een lauwe oven tot ze droog zijn. 
U kunt ze op schoon papier bewaren zolang u wilt.

Met dank aan http://www.kookhistorie.nl voor het recept en de tekst!



Okt
05
Opgeslagen als nagerecht, oven, recepten 2009 door Mark op 5 oktober 2009

Vroeger, toen kon veel meer. Roken was nog gezond, drinken deed je als echte man al vanaf het moment dat je na je werk thuis kwam, en het avondeten bestond uit  vlees, liefst vet en vooral veel. En met échte boter. Uiteraard.

Anno 2009 is roken algemeen geaccepteerd als dodelijk, mag je weliswaar nog genieten, maar dan wel met mate, en is het eten light, weinig en afkomstig van een voedselfabriek van een multinational.

Vroeger ook, at je beukennootjes, en kreeg je keelpijn of hoofdpijn. Maar dan had je gewoon zonder jas buiten gelopen, of te weinig gedronken.

Tegenwoordig is ook dat verklaard, al is het misschien niet zo bekend, dat dat ligt aan het feit dat beukennootjes, net als bijvoorbeeld eikels, blauwzuur bevatten. En blauwzuur klinkt nog niet zo raar, maar als we dat bij een van zijn chemische namen noemen, wordt het wellicht een ander verhaal: cyanide. Waarvan de uit diverse thrillers en Hollywoodfilms bekende variant cyaankali, wellicht de bekendste is.

En dat is dan weer wel een probleem. Want ik mag aannemen dat een ieder wel weet dat je beter niet teveel cyaankali binnen krijgt, en wat de gevolgen zijn als je dat wel overkomt…

Bij beukennootjes loopt het gelukkig allemaal zo’n vaart niet, en zul je de bijwerkingen ervaren, op het moment dat je flinke handvollen ervan gaat eten als ontbijt of zo. Een paar nootjes zullen zelden of nooit tot reactie kunnen leiden. Daar is de hoeveelheid gifstof per nootje simpelweg te klein voor. Maar goed, dat neemt niet weg dat het er wél in zit.

Gelukkig valt daar bij beukennootjes een mouw aan te passen: een weekje drogen op een warme plek, of even roosteren in een hete pan, en het probleem is verholpen. De cyanide vervliegt dan namelijk, en de nare bijwerkingen ervan, vervliegen eveneens.

Wat je wel overhoudt, is een portie smakelijke nootjes, vers, puur natuur, en, in tijden van crisis ook niet onbelangrijk, gratis! En waar de oogst vorig jaar tegenviel, of liever, er wás geen oogst, is die dit jaar weer goed. Om de beukenboom heen liggen flink wat nootjes. Een deel lege dop, maar ook plenty gevulde exemplaren. Dus: even door de knieën, en rapen maar. En zo kom je thuis met een flink zakje beukennootjes.

Wat volgt is wel een nadeeltje van beukennootjes: het pellen ervan.

Voor onderstaand recept heb je 100 gram gepelde nootjes nodig. Als je weet dat 3 nootjes samen ongeveer 1 gram wegen, is er niet zo verschrikkelijk veel hogeschoolrekenkunde nodig, om te becijferen dat dat 300 nootjes zijn. En 300 nootjes daar doe je wel even over. Allereerst natuurlijk het rapen ervan, wat toch ook al gauw een half uurtje kan kosten, maar daarna komt er pas echt een heidens karwei: 300 nootjes pellen.

Afgelopen zondag zaten wij aldus aan de eettafel. Bak ongepelde nootjes in het midden, stapeltje schilletjes voor ons, en een bakje gepelde nootjes op de keukenweegschaal. Het nuttige dus maar met het aangename verenigt, en wat ‘quality time’ voor man & vrouw. Zo passeerde de deze zomer gebouwde veranda de revue, evenals de school van Eva, de vakantie van 2010 en het kerstmenu werd ook al even aangestipt. Niet verschrikkelijk spannend voor een buitenstaander, maar wel leuk om gewoon eens wat tijd te hebben, voor een gesprek, zonder dat we allebei druk bezig zijn met een klusje links of rechts, of met de kinderen. Want die vermaakten zich op dat moment uitstekend met een in de woonkamer opgerichte tent, gemaakt van een linnendroogrek en een paar dekbedovertrekken.

Zo hebben we ruim een uur gezeten. Het bakje vulde zich langzaam edoch gestaag met gepelde beukennootjes. En toen eindelijk het cijfer op de weegschaal van 2 naar 3 cijfers versprong was dat enerzijds jammer, maar anderzijds waren we toch echt blij dat de nootjes eindelijk klaar zijn! Wat een klus! Verklaart ook waarom gepelde beukennootjes bepaald geen succes zullen blijken in de schappen van een supermarkt: wie gaat er immers een klein vermogen neertellen voor 100 gram gepelde nootjes? Want 2 man die een uur pellen, reken maar uit wat dat kost!

Ingrediënten

  • 250 gram bloem
  • 200 gram havermout
  • 200 gram roomboter
  • 200 gram suiker
  • 100 gram pure chocolade (70%)
  • 75 gram bruine basterdsuiker
  • 100 gram gepelde beukennootjes
  • 3/4 theelepel bakpoeder
  • 1/2 theelepel baksoda
  • 1/4 theelepel zout
  • 1 á 2 eieren
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 2 eetlepels cacaopoeder

Bereiding

Rooster de beukennootjes in een droge pan met anti-aanbaklaag, gedurende 10 minuten, op niet te hoog vuur (om het aanwezige blauwzuur te neutraliseren). Ze moeten geroosterd worden, maar niet verbranden.

Na het roosteren hak de beukennootjes in wat kleinere stukjes.  Hak en breek de chocolade ook in stukjes.

Verhit de oven voor op 180 graden, en bedek een bakplaat met bakpapier.

Meng de bloem, havermout, het cacaopoeder, bakpoeder, baksoda en het zout in een kom. Voeg de (vanille-)suiker, boter en een ei toe, en meng dit geheel goed door elkaar. Als het deeg te droog is, kun je eventueel nog een ei toevoegen. Voeg nu de chocolade en de beukennootjes toe en kneed dit kort door, anders smelt de chocolade.

Verdeel het deeg in porties van 25 gram. Met bovenstaand recept heb je ongeveer 1250 gram deeg, waar je 50 koekjes van kunt maken. Maak hier balletjes van, en druk ze plat tot ze ongeveer een halve tot hele centimeter dik zijn.

Bak ze in 13 -14 minuten, tot ze mooi bruin zijn. Draai de bakplaat halverwege een keer 180 graden, zodat de koekjes aan alle kanten even bruin worden. Laat ze na het bakken afkoelen op een rooster en daarna in een koekjestrommel of luchtdichte bak. Ze blijven zeker een week lekker en krokant.



Sep
30
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2009, vlees door Mark op 30 september 2009

"Je bent wát van plan?"

 Ik kijk mijn vrouw aan, en probeer met een zo strak mogelijk gezicht te antwoorden. "Bolognesesaus. Hoezo?"
 
Natuurlijk weet ik dan al wel dat simpelweg ‘bolognesesaus’ een understatement van jewelste is. De absurditeit van de claim, en het net doen alsof ik morgen niet ga beginnen aan een van de meest uitgebreide recepten die ik ooit heb gemaakt, zorgt er uiteindelijk dan ook voor dat een brede glimlach verschijnt.
 
"Weet je nog dat ik vertelde van Heston Blumenthal? Die Engelse kok, die in dat programma van de BBC op zoek was naar de meest ultieme versie van een aantal recepten? Nou, die heeft ook poging gedaan om bolognesesaus te maken, en toen ik dat las, wilde ik echt weten of dat nu zo bijzonder is. Ik bedoel, Thaise vissaus in een Italiaans gerecht, dat verzín je toch niet?"
 
En dus stond ik de dag erna in de keuken. Voor me lag anderhalve kilo uien, klaar om gesneden te worden. En 2 kilo tomaten. Verder nog wortels, bleekselderij en vlees. Zo op het eerste gezicht niet erg bijzonder. Hooguit de hoeveelheden zijn wat groter dan anders, maar dat heeft dan meteen als voordeel dat het voor meerdere keren avondeten is. Leve de diepvries.
 
Nee, wat het bijzonder maakt zijn de bijkomende ingrediënten.
 
Steranijs, Thaise vissaus. Ossenstaart. En veel, heel veel olijfolie.
 
Oh ja, en tijd. Niet zozeer een tastbaar ingrediënt, alleen wel enorm van invloed op het hele recept. En dat komt om dat alles urenlang moet sudderen, stoven en inkoken.
 
Niet langer dralen, dus, maar aan de slag!
 
Uien snipperen, en met wat olijfolie en steranijs laten carameliseren. 20 minuten. Soffrito maken, van nog meer ui, bleekselderij en wortel. Wederom 20 minuten.
 
Tot zover nog niet zo raar.
 
Dan de ossenstaart ontbenen. Een karweitje, dat ik duidelijk zwáár onderschat had! Ik dacht hiermee in een paar minuten klaar te zijn. Scherp mes, en húp, dat vlees van het bot af. Hoe moeilijk kan het wezen? Nou, verdraaid moeilijk, zo bleek. Het vlees is taai, glad, en zit vol met botjes en pezen. Het harde vliesje om het vlees helpt ook al niet echt, om het vlotjes te ontbenen. Dus toen ik uiteindelijk na bijna een uur ploeteren de 3 stukken staart had ontdaan van vlees, en ik een kleine 450 gram in een kom deed, voelde dat toch als een kleine bevrijding. De volgende keer zal ik mijn slager toch maar eens vriendelijk vragen dit op zich te nemen.
 
Conform het recept vermaalde ik het ossenstaartvlees niet, maar sneed het in kleine stukjes. De varkenslappen die ik had, heb ik wel in de Porkert gedraaid, zodat ik een mengsel had, van gehakt en gesneden vlees. Pan heet maken, olijfolie erin, en bakken van het vlees. Van belang is hierbij dat het vlees bakt, en niet kookt in zijn eigen vocht. Gelukkig gebeurde dat ook wel, mede omdat ik het gehakt zelf gedraaid had, en geen winkelgehakt gebruikte, waar meestal door het vriendelijke vleesbedrijf nog een aardige plens water aan is toegevoegd, dat er eerst uit moet. Nu bakt het vlees meteen, en vooral de geur van de ossenstaart viel op. Een krachtige, eigen geur, en ik snapte ook meteen waarom Heston dit gebruikt: het geeft smaak!

Hierna waren de tomaten aan de beurt. Er lagen 2 kilo tomaten op me te wachten. Deels uit de winkel (zo’n 500 gram) en deels uit eigen tuin. Klaar om gepeld, gesneden en gekookt te worden. En met 2 kilo tomaten ben je wel even zoet, natuurlijk. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de volgende keer gewoon gepelde tomaten uit blik zou gebruiken. Net zo lekker, alleen in een paar seconden klaar, en niet in een uur of zo.
 
Maar goed, eenmaal gepeld, en ontdaan van de zaadlijsten, worden de tomaten opgezet, met allerlei kruiden, (knoflook, laurier, koriander, tijm, kruidnagel) en andere toevoegingen (vissaus, tabasco, ketchup en wijnazijn). En dan mag dat sudderen. Uurtje of 2 minimaal. Zodat de tomaten helemaal stukgekookt zijn, en de smaak goed is doortrokken van de kruiden.

En dan is het een kwestie van combineren van de onderdelen: de ui, het vlees, en de tomatensaus. Alleen is die in deze fase nog wel erg nat, en moet de saus nog opgebakken en ingekookt worden. Nóg meer wachten dus.

Ik begon om 10:30 die ochtend met de uien, en aan het einde van het recept, moest ik toch nog mijn best doen, om om 18:30 een bord pasta met saus op tafel te zetten. En dan kan Heston wel zeggen "Makkelijk te maken, eenmaal op het vuur heb je er geen omkijken meer naar", maar dat ben ik dan toch niet helemaal met hem eens. Want in de tijd dat de ui moet carameliseren moet je de soffrito voorsnijden. En als die aan het bakken is, ben je bezig met het vlees, en als dat dan weer in een hete pan ligt, moeten de tomaten gepeld worden, en dan combineren en weer inkoken.
 
Echt, mijn vrouw heeft die dag volgens mij een paar keer gedacht dat er bij mij een steekje los zit, om dit soort fratsen uit te halen.
 
Maar goed, dat bord pasta met saus stond dus uiteindelijk op tafel. Om naast deze saus ook nog zelf verse pasta te draaien, is helaas niet gelukt. Dus gebruikte ik gedroogde, kant&klare. Geen spaghetti uiteraard, want dat is volgens de Italianen ‘not done’. Nee, ik nam gewoon een lekkere, geinige pasta van De Cecco, die we nog hadden staan.
 
En het eindoordeel van de jury? Een volle, zoete smaak, waarbij de ossenstaart erg lekker was, de steranijs een frisse component leverde, de vissaus als zodanig niet te proeven is, maar ook een saus waar erg veel werk in gaat zitten, maar die naar mijn bescheiden mening meer tijd en moeite kost, dan het resultaat waard is. Maar dat neemt niet weg dat ik het erg leuk vond om te maken, de saus erg lekker vond, en een oud voornemen hiermee ook heb ingelost: de bolognese saus van Heston heb ik toch maar mooi gemaakt.
 
Het recept als zodanig is erg lang. Je kunt het origineel hier vinden. Wel in het engels, maar dat zal denk ik niet voor veel problemen zorgen. Een verslag van een andere ‘kookgek’ vind je op het bijzonder leuke blog van Kok Robin (ook bekend van de uiterst handige Tokowijzer!).



Sep
02
Opgeslagen als En dan dit..., Overig, oven door Mark op 2 september 2009

Het is wonderlijk: je begint met een zakje, met wat zwarte, witte, gespikkelde, ronde, platte dan wel miniscule zaadjes, wat pootgrond en wat warmte. En dan, enkele maanden later, heb je wortel, aardappel, tomaat, pepertjes en meer courgette dan een normaal mens in een week kan verorberen. En het leuke is: alles is biologisch, ultravers, kost geen snars, en qua foodmiles zit je ook nog eens helemaal top, want het groeit gewoon in je achtertuin. 10, misschien 15 meter, als je ook nog een rondje over de glijbaan vandce kinderen maakt, moet je ervoor afleggen. Dus laat maar komen, dat EKO-keur!

Ik stak begin dit jaar 4 aardappelen in de grond. Geen idee welk ras, maar een rode schil-aardappel. Ze hadden eerst 3 weken in de bijkeuken gestaan, om te ontkiemen, en mochten daarna hun uitlopers uitwerpen in de achtertuin. Ik verbaasde me er halverwege nog over dat er erg weinig bloemetjes aan de planten kwamen, aangezien de aardappelvelden die ik wel eens zie, meestal toch een flink aantal witte bloemetjes laten zien. Maar goed, gewapend met 0 verstand van aardappel nam ik dat gegeven voor waar aan, en hield me bezig met andere zaken. Maar, ook in het leven van de aardappelplant, komt een moment dat je moet oogsten wat je gezaaid, of in dit geval gepoot, hebt. De 4 planten waren aardig groot geworden, en samen met mijn dochter begon ik te rooien (wat wel weer grappig is: rode aardappels rooien. ;-) ). Het kinderlijk plezier van zowel papa als dochter was eigenlijk al beloning genoeg. Het schept een vreemd soort genoegen om iets uit de grond te halen wat een normaal mens gewoon in een zak in de supermarkt koopt.

Uiteindelijk haalden we ruim 3,5 kilo aardappel uit de grond. Geen slecht oogst, gezien de investering in 4 aardappel, á €0,28…

We hebben ze gekookt, geroosterd en gefrituurd gegeten. Lekker! Leuk! Doen we volgend jaar in elk geval weer.

In tegenstelling tot de wortels. Ik bedoel, leuk dat je wortels in je tuin hebt. Maar de opbrengst is nou ook weer niet dusdanig, dat ik de moeite die je er in steekt kan verantwoorden. Een schamele 650 gram kwam er uit de grond. Maar misschien waren we ook wel wat te snel met oogsten. Dessalniettemin: geen wortel meer in de moestuin!

Tomaat daarentegen is een ‘gift that keeps on giving’! 4 planten hebben we, elk in een flinke pot. Het komt wat langzaam op gang, ja maar dan, ja maar dan!

Dan heb je ineens 2,5 kilo tomaten, uit eigen tuin, op je aanrecht liggen. Er is niet veel fantasie voor nodig, om te bedenken dat we daar een pasta-saus mee gemaakt hebben. Weliswaar niet zomaar een pastasaus, maar de pastasaus van Heston Blumenthal. Waarover later meer.

 

En had ik al verteld van die courgettes? ;-)

Die ene plant die we hebben, heeft een omvang van 2 meter bij 1 meter, en als we hem niet wat gekortwiekt hadden, zou hij nóg groter zijn geworden! Wekelijks komen daar meerdere vruchten vanaf, en wekelijks verzinnen we dan ook wel een gerecht wara ze in verdwijnen. In pastasaus, op de pizza (met dank aan Maaike voor die tip!), in de nasi (courgette is ook groente, dus waarom niet?) of gegrild, met wat zout/peper/olijfolie.

Als je de kosten/baten analyse uitvoert, is dat eigenlijk nog de beste investering geweest. Één zaadje, van 10, uit een zakje van anderhalve euro. 15 cent investeren dus, en een zomer lang oogsten. Ik schat dat we er zeker een stuk of 30 hebben gehad, misschien wel meer. En ze zijn nog lekker ook!

De courgette gaat dus in elk geval door naar de volgende ronde.

Evenals de komkommer, trouwens. Want ook die levert nog steeds regelmatig een lekker dikke vrucht af. En daarbij: volgend jaar wil ik zelfgekweekte augurken inmaken! Dus dat was snel besloten.

Dan waren er ook nog spaanse pepers. In het begin vreesden we voor het leven van het kleine plantje, en waren we bang dat hij het door de te lage temperatuur niet zou redden. G

elukkig brak de zomer in alle hevigheid los, en schoot de buitentemperatuur, en het aantal zon-uren, zover omhoog, dat daar ook al de eerste oogst heeft plaatsgevonden. "165 dagen van zaadje tot vrucht", stond op de verpakking. Een klein half jaar dus. En dat klopt wel, want het zaaien deden we in maart, en eind augustus dus de eerste pepertjes, die inmiddels in de keuken te drogen hangen. Want dat gaat heel makkelijk: je knoopt een touwtje om het steeltje, en hangt ze op een droge, warme plek. En dan wacht je. Twee, drie weken. Dan zijn ze wel droog. In een pot met deksel zijn ze dan lekker lang houdbaar. Maanden, misschien wel langer. 

"En die wilde aardbei?" hoor ik zachtjes…

Nou, die roze schuimpjes met chemische aardbeien-smaak. Volgens mij krijgen die dingen hun smaak van de wilde aardbei! Want ze smaken precies zó! Bee

tje fris-zuur, zoet, en net ze roze als ze eruitzien. De kinderen vinden ze lekker, maar de opbrengst van de plant is maar zeer beperkt. Enkele tientallen vruchtjes. Dus die zien we helaas niet terug, in een volgende ronde.

Conclusie: erg leuk om eens te doen! Heel leerzaam, en vooral ook voor de kinderen. Samen even de tuin in, een aardbeitje plukken, courgette voor bij de pasta, of aardappels opgraven is erg lollig, lekker en makkelijk. Kost relatief weinig geld, tijd en moeite, en de opbrengst was de moeite waard. Alleen, volgend jaar niet meer zoveel verschillende dingen.
Wat terugkomt: komkommer, courgette, aardappel, aardbei (de gewone!) en uiteraard diverse kruiden.

Niet meer: wilde aardbei, wortel, sla, tomaat en snijbonen. Want daarvan was de moeite die het kostte, het resultaat niet waard.

Maar al met al is het erg goed bevallen en zal dit volgend jaar zeker vervolgd worden!



Aug
27
Opgeslagen als En dan dit..., Overig door Mark op 27 augustus 2009
Terug van een paar weken off-line. Geen, of althans sporadisch, internet. GSM-roaming uitgeschakeld. Veel bos. Bergen. En, voor ik het vergeet, een kleine 30 graden. In de schaduw, uiteraard.
 
Ofwel: het was vakantietijd.
 
Met wat flarden Corry Konings in gedachten ("Mooi was die tijd…"), een snufje Gerard Cox ("Het is weer voorbij, die mooie zomer…"), gecombineerd met een onsje frisse tegenzin, aanvaardden we kortgeleden de weg terug naar huis. 5 uurtjes in de auto, die niet alleen kleren, speelgoed, en zwemkleren bevat, maar ook wat van die lekkere Duitse broodjes, een lekker flesje Ouzo (met €5,60 per fles een koopje! You gotta love dat Duitse accijnzen-systeem!) en die niet te versmaden échte Duitse Rostbratwurst. 18 stuks. Voor op de barbecue.
 
En daar waar vroeger de kinderen bezig gehouden moesten worden met een boekje (waar onze dochter helaas wagenziek van wordt, met alle desastreuse gevolgen van dien…), spelletjes (waar onze zoon eigenlijk nog wat klein voor is), prezen wij ons echter gelukkig met een hobbyprojectje dat ik vorig jaar had uitgevoerd. 2 LCD schermpjes ingebouwd in de hoofdsteunen van de voorstoelen, en een DVD-speler in de middenconsole. Kabeltje voor het geluid naar de radio, en voilá:  een rijdende thuisbioscoop. Nou ja, een vakantiebioscoop, in dit geval dan.
 
Bumba, Dora, Diego en K3-toen-K3-nog-K3-was-en-geen-K2…. U kent het wel. De hele Studio 100 bevolking is vaste gast in Huize Kokend Water!
 
Maar goed, de vakantie is voorbij. Koffers ingepakt, en de rit huiswaarts, nou ja, die zit er inmiddels alweer op.
 
Maar dan kom je thuis. En dan valt op dat a) je huis toch wel groot is, vergeleken met een vakantiewoning van 30m2, en b) je in je mini-moestuin tóch nog iets over het hoofd had gezien.
 
Buurvrouw zou op de tuin passen, en de tomaten, courgettes en aanverwanten van het nodige water voorzien. Dat bleek in die periode dat we weg waren geen overbodige luxe, want het was vooral warm en droog geweest. En zon+water+de liefdevolle aandacht van de buuv’= explosieve groei in de tuin.
 
Ik stak de sleutel in de achterdeur, en liep via de bijkeuken het huis in. De lucht in huis was een combinatie van ‘thuis‘ en ‘2 weken geen ramen open‘. Niet vies, maar toch ook weer niet direct iets om in te blijven hangen. Dus tuindeur open, en ramen open. Even doorwaaien. De post van tafel gepakt, en samen met mijn dochter loop ik de keuken in.
Ik kan op dat moment een flinke lach niet onderdrukken. Mijn dochter kijkt me aan, snapt niet waarom ik moet lachen. Geen wonder: zij kan niet zien wat ik op het aanrecht zie liggen.
 
Mijn vrouw, die even later ook het huis binnenloopt, wel. En ook bij haar grote ogen en een brede glimlach.
 
Op het aanrecht lag het resultaat van even niet goed opletten, van iets dat waarschijnlijk aan het begin van de vakantie onder een blad lag, van iets waarvan buurvrouw gedacht moet hebben "Nu wordt het toch wel tijd!".
Een courgette.
 
Maar dan een van bijna 2 kilo!
De vraag ‘Wat eten we straks?’  in één tel beantwoord! ;)

 



Jul
30
Opgeslagen als groente en fruit, hoofdgerecht, oven, recepten 2009, vlees door Mark op 30 juli 2009
Courgettes. Ik schreef er de vorige keer ook al over.
 
Nou, we krijgen ze haast niet weg, zo hard groeien die dingen!
 
Één plant staat er in de border. Ééntje maar. En die produceert aan de lopende band courgettes. Natuurlijk is dat positief. Immers: biologisch, onbespoten, bijna voor niets en supervers. Dus je hoort me ook niet echt klagen. Het is meer een vorm van verbazing. Je leest het namelijk overal wel: een courgetteplant levert meer dan je kunt eten, maar om daadwerkelijk in de praktijk te zien hoe snel die vruchten groeien is wel bijzonder.
 
Laat ik het zó zeggen: die anderhalve euro die de zaden gekost hebben, zijn er inmiddels wel uit.
 
Ruim.
 
Gisteren nog: 4 stuks afgesneden. En dat terwijl er in de keuken ook nog 1-tje lag, en over een paar dagen er weer 2 ‘rijp’ zijn.
 
En als ik dan zie hoeveel tomaten op het punt staan rijp te worden, kunnen we concluderen dat we of te enthousiast zijn geweest met het planten en kweken van verschillende dingen, of dat het normaal is dat je op een gegeven moment een overschot van een bepaald soort groente of vrucht hebt.
 
Alleen die aarbeien. Dat wil nog niet echt. Op het kaartje bij de plant stond de wervelende tekst "Geniet de hele zomer van verse aardbeien!". Nu is de zomer nog niet voorbij, maar ik heb nog geen aardbei gezien. Maar eerlijk is eerlijk: de eerste vruchten vormen zich al, en ik verwacht binnen een paar weken toch wel de eerste 6 te kunnen plukken!
 
Maar courgette dus. 
 
We aten gisteren dus courgette. Niet op de pizza, zoals Maaike in een van de commentaren op het vorige bericht suggereerde (alhoewel dat ook een erg lekker idee is!), maar gevuld, uit de oven.
 
Maar ja, waar vul je een courgette eigenlijk mee? Ik dook de voorraad- en koelkast eens in, en plukte van alles wat me lekker leek, links en rechts bij elkaar. Gehakt, paprika, champignon, uitje en kaas. Wat paprikapoeder. Gemalen komijnzaad. En ik sneed wat tomaten in stukjes.
 
Ja, en dan is het gewoon een kwestie van alles bij elkaar in de pan. Beetje bakken. Beetje roeren. Beetje proeven. Oven aan, en de gevulde courgettes een minuut of 20 in de hete lucht.
 
Eigenlijk heel simpel.
 
Maar wel lekker!
 
Ingrediënten
  • 2 courgettes
  • 300 gram rundergehakt
  • 1 uitje
  • 1 rode paprika
  • 4 tros-tomaatjes
  • geraspte kaas
  • paprikapoeder
  • gemalen komijnzaad (djin-ten)
  • olijfolie
  • peper&zout
Bereiding
 
Leg de courgette plat op het werkblad, en snij over de gehele lengte een kapje eraf. Snij het kapje in kleine stukjes, en bewaar voor later. Hol de courgette uit, met een theelepel.  Verwam de oven voor op 200 graden.
 
Snipper een uitje, en snij de paprika in kleine blokjes. Was de tomaten en snij ook deze in kleine stukken. Doe dan wat olijfolie in een pan, gehakt en uitje erbij, en bakken, tot het gehakt mooi bruin is. Paprika erbij, en de tomaten. Op smaak brengen met peper, zout, paprikapoeder en komijnzaad. 5 minuten voor het einde de blokjes courgette erbij. Voeg op het einde wat geraspte kaas erbij, en roer goed door.
 
Sprenkel wat olijfolie in een ovenschaal. Leg de courgettes in de schaal, en strooi wat zout erover. Vul de courgettes dan met het gehakt/groente mengsel. Strooi nog wat geraspte kaas erover, en bak dit ongeveer 20 minuten in de hete oven.
 
Lekker, met bijvoorbeeld risotto.