Archief van 2008

Okt
16
Opgeslagen als recepten 2008 door Mark op 16 oktober 2008

Ik weet nog ongeveer hoe het ging een hele poos terug:  ik zat op kantoor, verwikkeld in een discussie met een collega, over een compleet ander onderwerp. Iets met computers, printers of servers, ongetwijfeld. Of dat een gebruiker van onze software weer eens rare fratsen had uitgehaald. Ik weet het niet meer zeker. Doet er ook niet toe.

Op de één of andere manier ging het daarna over Star Trek, Fight Club, kinderen en uiteindelijk over eten. En zo kwam ook ter sprake dat ik graag Italiaans kook en eet. Pasta bolognese, pizza en lasagne. Dat soort dingen.

En uiteindelijk ging het gesprek over Béchamelsaus. Dat we altijd van die pakjes kochten van de Grand d’Italia. Dat dat best makkelijk was. Wat melk in een pannetje, poeder erbij en klaar.

En toen begon hij dus te lachen, die collega.

Ik snapte eerst niet waarom, en keek hem verbaasd aan.

"Als je nog een keer lasagna wilt maken, dan moet je dat anders doen." zei hij even later. "Dan pak je 50 gram boter, 50 gram bloem en een halve liter melk. Boter smelten, bloem erbij, roeren en even gaar laten worden, dan de melk erbij en goed roeren. Even doorkoken, en klaar. Peper, zout en wat nootmuskaat om het af te maken. Scheelt je weer €1,59. Koffie?"

Zie daar: in een notendop kreeg ik even het recept voor een Béchamelsaus te horen. Ik realiseerde me dat ik nooit de moeite had genomen om eens een recept daarvoor op te zoeken, en dat ik er dan waarschijnlijk al veel eerder achter was gekomen hoe kinderlijk eenvoudig dat eigenlijk is: je begint met een roux, en met melk en wat specerijen ben je al klaar.

Jarenlang dat pakje gekocht.

En inmiddels vraag ik me werkelijk af waarom…

Volgens Harold MacGee werkt een roux als volgt: je smelt vet (boter of zelfs olie) in een pan. Daar gaat de bloem bij, waarna het vet de meelkorrels van een laagje voorziet. Dit heeft als voordeel dat de meelkorrels niet aan elkaar kleven en een klont vormen. Doe je er dan een vloeistof bij (melk of bouillon), en verwarm je dat, dan smelt het vetlaagje weer langzaam en zuigen de meelkorrels zich vol vocht, waarbij sommige korrels knappen, en amylose moleculen vrijgeven. Die binden zich weer met het water, waardoor ze een web vormen dat het overgebleven zetmeel weer beperkt in zijn vrijheid, en daardoor een gebonden saus oplevert.

Deze roux vormt de basis van 3 van de 5 zogenaamde ‘moeder-sauzen’ uit de Franse keuken: de béchamel, de velouté en de espagnole.

De béchamel saus is op basis van een roux met melk.
De velouté saus is op basis van een roux met lichte bouillon.
De espagnole saus is op basis van een roux met een donkere bouillon.

En van daaruit kun je allerlei kanten op. En je kunt het een en ander ook combineren. De béchamelsaus met kaas voor over de lasagne. Half béchamel en half velouté, met champignons, al dan niet met een scheutje room. De velouté met een scheut rode port, bosbessenjam en een theelepel mosterd voor bij wild.

En zelfs de sauzen zelf zijn nog aan variatie onderhevig. Bechamel saus in Nederland wordt vaak gemaakt met nootmuskaat, terwijl er in Frankrijk laurier en een uitje doorheen gaat.

Feit blijft dat sinds dat gesprek met die collega we eigenlijk nooit meer een pakje bechamelsaus hebben gekocht, en dat we ook allerlei ander sauzen gemaakt hebben, op basis van die eenvoudige, maar enorm veelzijdige mix, van boter, bloem en vocht!

Vandaar, een lofzang op de edele roux:

Oh, mooie roux

Boter en bloem is bij u de clou
Espagnole, Velouté, Bechamel
Zonder u geen enkel van dit stel
Uniek met vele gezichten
Edoch zelden onderdeel van poetische gedichten
Kies een vocht naar keuze
En ziet, de variatie is reuze

Oh, mooie roux

Waar ik u ook door doe
Het resultaat mag er zijn
Al bent u niet zo goed voor de lijn
Eenvoudig, multi-inzetbaar
Zonder pakje, snel klaar
Bruin of blond
En meestal zonder klont

Oh, mooie roux

Ingredienten voor Bechamel saus

  • 50 gram bloem
  • 50 gram boter
  • 500 ml melk
  • nootmuskaat
  • peper&zout
  • eventueel 50 gram geraspte pittige kaas naar smaak

Bereiding
Smelt de boter in een pannetje. Wacht tot het uitgebruist is, en doe de bloem erbij. Goed roeren met een garde. Nu even de roux laten garen. Let erop dat je de roux goed in beweging houd. Als de roux te lang stil ligt, krijgen we een blonde of bruine roux (in plaats van een witte), en krijg je geen goede bechamelsaus.

Na een paar minuten voeg je de melk toe, en begin je goed met roeren. Tijdens het warmer worden van de saus zal deze dikker worden. Hoe meer boter/bloem ten opzichte van de melk, hoe dikker.

Als de saus mooi dik is, breng hem op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Indien je dat wilt kun je ook nog wat kaas door de saus smelten, bijvoorbeeld als je de bechamel gebruikt voor over de lasagne.



Okt
10
Opgeslagen als brood, oven, recepten 2008, voorgerecht door Mark op 10 oktober 2008

Een week of 2 terug kwam mijn schoonmoeder bij ons eten. "Niks bijzonders maken, hoor!" had ze nog gezegd. Maar ja, vrouwlief was een middagje met dochterlief naar K3, en met zoonlief op bed, had manlief even de middag voor zichzelf.

En wat doe je dan?

Dan kijk je even in de kelder en in de voorraadkast, en je besluit om een blik tomaten open te trekken, een paar stengels bleekselderij te snijden en een wortel te schrapen.

En voor je het weet heb je een soffrito pruttelend in de pan, die niet veel later wordt vergezeld door wat gehakt, spek en de voornoemde tomaten. En na een uurtje of 3 pruttelen op een laag vuurtje staat er een dikke pan met bolognesesaus, in de beste Italiaanse traditie. Pannetje pasta erbij en klaar is Kees Mark.

Maar ja, dat pruttelen is op zich ook niet zo’n spannend gebeuren. Beetje roeren in de pan af en toe, en je hebt het wel gehad. Tijd heelt niet alleen alle wonden, maar laat ook een pastasaus zijn smaak krijgen.

"Een lekker stukje brood erbij, dat is misschien wel een leuk idee. Een knoflook brood, of wacht, een ciabatta. Daar kan ik wel eens een poging aan wagen." Dat was ongeveer de redenatie, en het resultaat was dat ik uiteindelijk 2 ciabatta’s maakte, die qua smaak behoorlijk buitenlands proefden. Smeuig, zachte kruim, met een vleug olijfolie. Perfect geschikt natuurlijk om dat laatste restje saus van je bord te schrapen. Of om gewoon direct in de pan met saus te dopen. Waarom al die moeite doen om de saus eerst op je bord te leggen, immers.

Er zijn 2 factoren van belang bij het maken van deeg voor ciabatta: het voordeeg (de ‘biga’) en olijfolie door het deeg. De biga is niet meer dan bloem, water en een kwart theelepel droge gist, maar doordat het een nacht op het aanrect blijft staan, fermenteert het, en krijgt het een boel smaak. De olijfolie zorgt ervoor dat het een soepel deeg, met een niet te harde korst wordt.

Het grootste nadeel van dit recept is dat je een dag van tevoren al moet weten dat je ciabatta wilt, en dan ook nog eens niet van huis kunt, want je deeg moet gekneed, rijzen, gevormd, rijzen en afgebakken worden. Even naar de Aldi rijden is dus misschien wel makkelijker. Ook goedkoper, overigens, want voor 39 cent per ciabatta kan deze thuisbakker dat niet namaken!

Maar deze manier is in elk geval wel een stuk leuker dan het simpel openknippen van de plastic verpakking, en het laten ontsnappen van de ‘beschermende atmosfeer’…. En lekker brood, vers uit eigen oven, is eigenlijk onovertroffen…

Ingrediënten
De biga

  • 2 gram droge gist
  • 100 ml water
  • 250 gram tarwebloem

Het brood

  • 8 gram droge gist
  • 25 cc melk
  • 200 ml water
  • 500 gram tarwebloem
  • 12 gram olijfolie
  • 12 gram zout

Bereiding
Meng de gist en bloem in een kom. Voeg het water erbij  en meng en kneed dit een minuut of 5. Dek de kom af met huishoudfolie en laat gedurende een uur of 12 tot maximaal 24 op het aanrecht staan. Het voordeeg krijgt nu de kans om smaak te ontwikkelen. Het zal (ondanks de kleine hoeveelheid gist) verhoudingsgewijs enorm groeien, doordat de gist bij kamertemperatuur actief wordt. Zorg dus voor een niet te klein bakje! Na een uur of 12 is het plakkerig en vol luchtebelletjes. Als je het er uithaalt is het ook erg draderig, en ruikt het friszuur. Dit is de basis van he tbrood.

Doe alle overige ingrediënten, samen met het voordeeg dat minimaal 12 uur heeft gestaan, in een kom en meng/kneed dit tot een mooi glad, soepel deeg. Het makkelijkst is dit natuurlijk in keuken apparaat met deeghaken, maar met de hand kan ook prima. Goed kneden, en daarna in een grote kom, die je met wat olie aan de binnenkant invet. Husihoudfolie erover, en laten rijzen tot het volume verdubbeld is. Duurt normaal ongeveer 1 tot 1,5 uur. Het deeg is nu erg plakkerig en zacht.

Bekleed een bakplaat met bakpapier, en bestuif dit met bloem. Houd dit bij de hand. Bestuif je werkblad ook met bloem, en haal het deeg uit de kom. Het makkelijkst gaat dit met een deegspatel, maar anders gewoon met je handen. Je hoeft nu niet meer te kneden. Deel het deeg in 2 helften, en vorm beide helften tot lanwerpige platte plakken, van ongeveer 1-2 centimeter dik. Leg de lappen deeg op de bakplaat met bakpapier. Maak wat deuken in de bovenkant met je vingers, en bestrooi licht met wat bloem. Bedenk het geheel met een vochtige keuken doek, of schuif in een grote plastic zak. Het deeg moet nu weer rijzen, en moet niet uitdrogen. Vandaar… Laat ongeveer 1,5 tot 2 uur rijzen.

Onegeveer een half uur voor het klaar is, verwarm je de oven voor op 220 gradem. Schuif dan de bakplaat in de oven, en bak de broden af in ongeveer 20 minuten. Of het gaar is, kun je horen, door op de onderkant te kloppen. Als het hol klinkt is het gaar.

Even laten afkoelen, en serveren maar!



Okt
07
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 7 oktober 2008

Ik ben een experimentje gestart.

Ben benieuwd of en hoe het lukt.

Volgens mij heb ik alles wel goed gedaan.

Wordt vervolgd..



Okt
05
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 5 oktober 2008

De titel van dit bericht slaat niet het personage uit Prison Break, maar over andere boefjes: de producent van Pickwick, Sara Lee. Lees mee:

"Trends, marktonderzoek en smaakvoorkeuren leiden er toe dat we soms besluiten om onze thee-varianten te vernieuwen in samenstelling van ingredienten, verpakking, marketing en prijs. Zo hebben we onlangs Pickwick Rooibos Citrusvruchten vernieuwd en geoptimaliseerd. Naast een nieuwe verpakking is door de nieuwe samenstelling van de ingredienten de smaak van dit product verder geoptimaliseerd. Door deze nieuwe "melangering" hebben we de inhoud van het theezakje voor deze variant teruggebracht van 2 gram naar 1,5 gram." (*)

De prijs van de thee is niet veranderd. De inhoud wel.  Die is minder. Voorheen 20 zakjes van 2 gram, en nu 20 zakjes van 1,5 gram. Een verkapte prijsverhoging van 25% dus.

Ik weet overigens niet hoe Sara Lee een smaak kan optimaliseren, maar ze weten in elk geval hoe ze dat moeten doen voor hun winstmarge.

Maar het maakt hen wel tot boefjes!

(* Bron: Consumentengids, oktober 2008)



Okt
03
Opgeslagen als En dan dit... door Mark op 3 oktober 2008

Een willekeurige zaterdagmiddag in Groningen. De straten zijn nat van de regenbui die zojuist over ons allen is neergedaald. Het zonnetje baant zich een weg tussen de grijze regenwolken, om de auto’s, nat met waterdruppels, te laten schitteren als kristallen. Kindervoetjes in kleurige laarsjes, spetterend door de plassen. Winkelwagens met accessoires. Stationwagens met hun achterklep op een kier, en een flinke kartonnen doos die over de achterbumper naar buiten steekt.

We rijden al voor de derde keer over hetzelfde gangpad. Op zoek naar een plekje. Maar het lijtk wel alsof de halve provincie juist dit moment heeft uitgezocht om hier te verzamelen.

Na 20 minuten rondjes rijden zien we een vrijgekomen plekje. Snel ernaar toe. De auto die ons tegemoet kwam heeft het ook gezien, en er ontstaat spontaan een mini-race, met als hoofdprijs het recht om de auto úit, en de winkel ín, te stappen. Wij winnen! Maar juichen doe ik nog niet, want de echte strijd moet nog beginnen, zo weet ik uit ervaring.

Die strijd wordt binnen gestreden. Onder toeziend oog van velen. Met namen als ‘Björn‘ en ‘Benno‘.

Ivar

Ektorp

De strijd tussen de nuttige aankopen, en de leuke, maar overbodige accessoires. Tussen consumenten, die aan willen sluiten bij de kortste rij bij de kassa’s. Slechts om er achter te komen, dat uitgerekend díe rij er het langst over doet.

We zijn bij de woonwinkel, die de beleefdheidsvorm ‘u‘ heeft vervangen door het gebruik van ‘je‘ en ‘jij‘.

Waar studenten op zaterdagochtend naar toe gaan, om voor een euro te ontbijten.

Waar de openingszin van een sollicitatiegesprek luidt : ‘Kom binnen en maak een stoel!‘.

Ikea dus.

Je kunt veel van Ikea zeggen. Dat ze geen kwaliteit leveren, dat het allemaal eenheidsworst is, dat iedereen het heeft, en dat het een totaal gebrek aan eigen inspiratie verraadt. Maar het blijft een feit dat je er best veel waar voor je geld krijgt. Dat de meubels vernuftig in elkaar zitten. En dat de aanschaf van een accu-schroef/boormachine gerechtvaardigd is, bij regelmatige aankopen van meubels bij Ikea. Want om nou te zeggen dat dat meegeleverde gereedschap zo ideaal is, om die kasten in elkaar te zetten…

Ze hebben er sinds een paar jaar ook een food-afdeling. Nadat je je kersverse, oh zo handige, ‘opbergmeubel met authentiek Scandinavische uistraling‘ hebt afgerekend, land je in een soort Zweedse campingwinkel, met 18 soorten ingemaakte haring, 32 soorten koekjes voor bij de koffie, 6 smaken knäckebröd en een hotdog stand. Wat hotdogs met Zweden te maken hebben weet ik niet. In Denemarken heten ze Pölser. En Denemarken is ook Scandinavie. Misschien dat dat het is.

Ik besluit het bij genoemde hotdog te houden. Want dat moet ik ze nageven: die Zweedse gehaktballetjes heb ik na 4 balletjes wel gezien, maar die hotdog  (uiteraard voorzien van alle 3 de sauzen!) is gewoon fastfood dat lekker wegsnackt! We hadden ook een burger kunnen pakken bij de MacDonald’s, 3 deuren verderop, maar de hotdog van Ikea voelt toch minder als ‘zondigen’.

Naderhand loop ik toch nog even langs de etenswaren. De lekkere trek is gestild, dus de koekjes en chips zijn nu eenvoudig te weerstaan. En ineens staat daar een melkpak. Een melkpak dat bij nadere bestudering blijkt te bestaan uit een pak gevuld met meel. ‘600 ml water toevoegen, 45 seconden schudden, en klaar!‘. Dat is als thuisbakker niet tegen dovemansoren gericht.

Het blijkt een zweeds roggebrood te zijn.

Ik neem een pak mee. Ben benieuwd of het net zo smaakt als de verpakking van hun meubels: naar karton. Het is de bedoeling dat je het water in het pak giet, en dat schudt. Lekker eigenwijs doe ik het meel in de bak van mijn Kitchenaid, doe het water erbij en zet de kneedhaak erop. Minuutje laten kneden, en dan moet het 45 minuten in een broodvorm rusten en rijzen. Daarna een uur onderin de oven, op 200 graden. Kind kan de was doen! 

Nadat het brood is afgekoeld snij ik het in plakken. Stevig brood! Ruikt wel lekker moet ik zeggen. Nieuwsgierig naar de smaak neem ik er een plakje tussenuit. De rest gaat in een zak in de diepvries.

Ik leg wat kaas op het beboterde sneetje en neem een hap.

Het eerste dat opvalt is de knapperige korst. Hou ik wel van. De grove korrel en het feit dat er relatief veel vocht bij het meel ging, zorgen ervoor dat het een smeuig broodje is geworden, met een volle smaak en een losse structuur. Ondanks dat het een roggebrood is, lijkt het  niet op het Fries roggebrood van de bakkers van van der Meulen. Waar dat brood door en door zwart is, en bijna klef, lijkt dit meer op een kruising tussen gewoon tarwebrood en roggebrood. Het is ook niet zoet, eerder hartig, en, typisch voor een roggebrood, het is lang houdbaar: een sneetje ’s ochtends uit de diepvries, is rond ‘Cup-a-soup’-tijd nog prima te eten.

Conclusie: prima broodje van het woonwarenhuis, dat, eenmaal afgekoeld en gesneden, heel goed in te vriezen is. Lekker met kaas of worst, maar ongetwijfeld ook met een van de haringvarianten die ze er ook verkopen. Ik neem de volgende keer in elk geval nog een pak of 2 mee!



Sep
30
Opgeslagen als hoofdgerecht, pasta, recepten 2008 door Mark op 30 september 2008

Ik had het beloofd in een van de commentaren. En als je iets beloofd, moet je het ook doen. Dat is althans wat mijn ouders mij hebben geleerd. En aangezien ik toch al een tijd niets meer geschreven heb, is dit een goed moment om die belofte eens in te lossen, zodat dat kleine stemmetje in mijn achterhoord ook kan stoppen met zeuren.

Daarom vandaag een stukje over verse pasta.
Pasta al forno.
Lasagne we can believe in.

Of zo.

Oh nee, dat laatste grapje is onlangs al een keer gemaakt, dus schrap die maar.

Lasagna di pasta fresca dan maar. Klinkt Italiaans en moeilijk, maar is in feite heel makkelijk: lasagna van verse pasta.

Nu zijn er voor pasta net zoveel recepten als dorpjes in Italie. Misschien wel net zoveel als er mama’s in die dorpjes in Italie zijn. Maar de basis, daarover is iedereen het wel eens: pasta maak je van harde tarwe, met per 100 gram bloem 1 ei. Niet meer, niet minder. Hoe makkelijk kan iets zijn? Nou, laat die mama’s er maar op los! Dan komen er ineens allerlei andere ingredienten bij, die het allemaal weer net even anders maken!

Harde tarwebloem, zachte tarwebloem, ei, ei-dooiers, zout, olijfolie, water, tomatenpuree, inktvisseninkt, spinazie, basilicum, kruiden, en wie weet wat je er nog meer door kunt kneden. En allemaal om die ene, voor de kok perfecte, pasta te maken.

Keuzes, keuzes, keuzes. Die het allemaal weer net dat beetje moeilijker maken, en de aandacht afleiden van de essentie: zelf pasta maken is niet moeilijk, maar leuk, en minstens zo lekker als de gedroogde pasta in de winkel. In elk geval stukken lekkerder dan die meuk die Honig macaroni durft te noemen.

Als basis voor een lekkere pasta hebben we uiteraard bloem nodig. Meer specifiek: bloem van harde tarwe. Te koop onder diverse namen zaols ‘farine de blé dur’, ’semola rimacinata’, ‘farina di grana duro’. Varianten voor: griesmeel van harde tarwe. Diverse merken bieden het aan, zoals De Cecco (bij de Jumbo), Soubry (bij de groothandel) of in zakken van onbekende merken bij mediterane winkels.

Als je maar een enkele keer zelf je pasta maakt, is de De Cecco prima. In een zak van 1 kilo (maak je een keer of 3 pasta mee), voor rond de €2.-. Ik heb zelf altijd een zak van 5 kilo, gekocht bij Le Souk, in Groningen. Kost verhoudingsgewijs minder (€7,50), maar is ook meteen een grotere voorraad. Gelukkig is het lang houdbaar!

Neem 100 gram bloem per persoon als uitgangspunt. Voor grote eters neem je 150 gram. Per 100 gram bloem heb je 1 ei nodig. Dus voor 400 gram bloem, 4 eieren. Voeg daar 5 gram zout aan toe en een scheutje olijfolie, om het deeg soepel te houden. Kneed hiervan een deeg, vorm er een bal van, verpak het in huishoudfolie, en laat het minimaal een half uur rusten in de koelkast. Op die manier kan het vocht van het ei goed in het deeg trekken. Het lijkt misschien alsof we weinig vocht toevoegen, en dat is ook zo. Maar in het geval van verse pasta is teveel vocht juist erg lastig, want dat maakt het deeg alleen maar plakkerig.

Na even te hebben gelegen, verdeel je het deeg in handzame porties. Zonder pastamachine maak je er met de deegroller platte schijven van, op een goed ingebloemd werkblad. Uiteindelijk wil je je deeg lekker dun hebben. 1 of 2 mm denk ik dan aan. Dat gaat met een pastamachine toch een stuk makkelijker, en ach, als je ziet dat die al voor €14,95 nieuw te koop zijn, dan is dat ook wel een bedrag om overheen te komen, nietwaar?

Draai het deeg een paar keer op stand 1 door de pastamachine. Hierbij vouw je het deeg iedere keer dubbel in de lengte, voor je het erdoor heen draait. Doe dit een keer of 5 - 6, tot je een mooie, gladde lap hebt. Dan vouw je hem niet meer dubbel, maar zet je de pastamachine op 2 en draait hem er 1 keer doorheen. Dan op standje 3, dan 4 en eindig voor lasagne op 5. Bestuif het deeg ondertussen regelmatig met bloem, om te voorkomen dat het plakkerig wordt. Voor tagliatella of spaghetti zou je nog door kunnen gaan tot 6 of 7 afhankelijk van je voorkeur. De pasta zwelt overigens nog wel op in de pan, dus hou daar dan rekening mee.

Voor lasagna snij je er nu mooie rechthoekige lappen van, zodat ze mooi in je ovenschaal passen. Spaghetti en tagliatella bestuif je met bloem, en laat je eventueel nog even drogen. Ik gebruik hiervoor een bezemsteel die ik ophang, maar er zijn ook speciale pasta droogrekjes te koop.

Wil je rood deeg? Laat 1 ei weg, en gebruik een half blikje tomatenpuree. Voor groene pasta 1 handje goed uitgeknepen/uitgelekte diepvriesspinazie. Zwarte pasta maak je met inktvisseninkt, maar ik heb geen idee waar je dat kunt kopen…

En dan? Dan kun je alle kanten op met je eigen, verse pasta. Maak er lasagne mee, of ravioli, of tagliatella met beukennootjes. Het wordt immers alweer een beetje herfstig!



Sep
16
Opgeslagen als En dan dit..., Overig door Mark op 16 september 2008

Eind augustus zijn we een weekje op vakantie geweest. Niets indrukwekkends, gewoon een weekje in de Eifel gebivakkeerd, om even weg te zijn van thuis, lekker te ontspannen, en vooral niet te klussen.

We zouden op zaterdag aankomen, maar die dag vierde mijn moeder ook haar 60e verjaardag. We besloten e.e.a. te combineren, en op vrijdag al richting Limburg te rijden, bij mijn broer te logeren, zodat we op zaterdag nog even het feest konden meepikken, en daarna naar ons vakantie-adres konden doorrijden.

Limburg dus. Want ja, al woon ik in Drenthe, mijn wortels liggen in Limburg. Zuid-Limburg dan ook nog. Een kilometer of 3 van de Belgische grens, in een klein plaatsje, Mechelen. Daar bestaan er 3 van, waarvan 2 in België, en eentje dus in Nederlands Limburg.

Enfin, het feest op zaterdag was heel gezellig, en voorzien van de gebruikelijke Limburgse vlaai, koffie, en de nodige hapjes en drankjes. Zo tegen een uur of 5 ’s middags besloten we dat het nu toch echt tijd was om naar de Eifel te rijden. Vanuit het huis van mijn ouders was het nog een anderhalf uur rijden, dus dat viel mee.

Kids in de auto geladen, navigatie op het juiste adres gericht, en klaar voor vertrek!

Mijn moeder schoot ineens te binnen, dat ze nog iets voor me had gekocht, waarvan ze weet dat ik het enorm lekker vind, maar dat het in Drenthe niet te krijgen is. Een klein pakje, verpakt in aluminiumfolie, in een zakje, in een zakje, in een zakje.

Dat zijn inderdaad 3 zakjes.

Niet voor niets.

Het was namelijk een blokje Limburgse kaas.

En Limburgse kaas geurt een beetje.

Beetje veel.

Stinkkaas heet het soms ook wel.

Maar: gecombineerd met een snee onvervalst Limburgs ‘zwartbrood’ en appelstroop, is het een onverslaanbare lekkernij!

Dat zwartbrood, een "bölke" ofwel bolletje, is een roggebrood. Niet zoals het Friese, dat gemaakt wordt van een zeer grove maling van de rogge, en dat ondanks een uur bakken nog wat vochtig blijft, en niet gerezen is. Nee, Limburgs roggebrood is van fijn roggemeel gemaakt, en met behulp van een zuurdesem licht gerezen. Ook lang gebakken, dat dan weer wel, maar uiteindelijk veel meer een gewoon brood.

Het is wat droger dan gewoon brood, vandaar dat het in dunne plakken wordt gesneden. Door het zuurdesem is het ook lang houdbaar, en is het zelfs na een paar dagen nog prima eetbaar. Zwartbrood is trouwens ook een wat misleidende naam, want het is niet echt zwart. Donkerbruin is het brood.

Ik pakte 2 sneetjes van het brood, smeerde er een lik appelstroop op, en pakte de Limburger. Van Nelle had ooit een koffiereclame, met als slogan "Het aroma komt je tegemoet, zodra je het pakje opendoet." Dat was ook hier wel van toepassing! De bijnaam van deze kaas is zeker niet onverdiend!

Maar een paar plakken op brood, en smullen! De nogal intense geur even terzijde, is het een zachte kaas, met een vol aroma. Licht zuur, wat noot-achtig, en romig. Op kamertemperatuur komt hij het best tot zijn recht. De schil kun je gewoon mee op eten.

Voor eenieder die ooit in de buurt van Maastricht komt dus: ga naar een kaasboer, of zelfs gewoon in de supermarkt, en pak een pakje Limburger, Herve, of een Rommedoeke.  3 namen voor hetzelfde product. Pak er dan meteen een zwartbrood en een pot appelstroop bij.

Wel een tip: probeer met je vingers van de kaas af te blijven, want die geur krijg je er niet zo makkelijk vanaf… Maar ach, je moet er wat voor over hebben, toch?