|
Okt
30
|
Ik had het Bianca beloofd. Ik zou deze maand mijn best doen om ook een bijdrage te leveren aan het Foodlog event van oktober.
Maar ja, paddestoelen bleek een pittig onderwerp te zijn, waar bij komt dat ik zelf ook nooit zo vaak kook met paddestoelen. Ja, champignons. Maar de gedachte aan ‘paddestoelen’ , dan denk je toch eerder aan oesterzwam, eekhoorntjesbrood of shii-take’s.
Toch niet de eenvoudige champignon?
Aan de andere kant: feit blijft dat het een paddestoel is. Dus waarom niet?
Bovendien zijn champignons het hele jaar door te krijgen, en kun je onderstaand bij wijze van spreken zelfs midden in de winter, na een lekkere wandeling in de sneeuw, prima serveren. Moet het dit jaar natuurlijk wel een keertje gaan sneeuwen…
En wederom maak ik gebruik van de roux die ik vorige week beschreef. Blijft toch een van de meest veelzijdige basis-technieken in de keuken.
Ingredienten
Bereiding
Maak de champignons schoon, en snij 75 gr er van in kleine stukjes. Snipper de ui. Doe wat olijfolie in een pan, en fruit de ui en gesnipperde champignongs hierin.
Snij intussen de rest van de champignons in partjes, en bak ze mee. Bestrooi het geheel met wat peper, rozemarijn en thijm.
Als het lichtbruin is gebakken, doe de boter erbij en laat smelten. Strooi er dan de bloem overheen, en roer goed door.
Doe beetje voor beetje de boullion erbij tot een mooie ragout is ontstaan. Het kan zijn dat je iets meer of minder buollion nofig hebt. Beetje op gevoel dus.
Snij het topje van de Italiaanse bollen, en hol ze uit. Als de ragout klaar is, vul dan de bollen met de ragout, en strooi er nog wat gesnipperde peterselie overheen.
"Een beetje van jezelf, en een beetje van Maggi!"
De bekende slogan van de grootindustrieel, die huisvrouwen (want laten we wel wezen: dat was de primaire doelgroep) ervan probeerde te overtuigen dat zij toch echt lekkerder zouden koken, als ze een pakje van Maggi zouden gebruiken. En hele volkstammen die overstag gingen, en hun sausjes niet meer zelf maakten, hun aardappelen niet meer zelf pureerden, en, laten we vooral onze voornaamste bron van MSG niet vergeten: de Aromat! Weliswaar van de concullega, maar dessalniettemin een even wanstaltig produkt.
Maar, laat ik vooral niet de spreekwoordelijke pot zijn, en die huisvrouwen de ketel, want uiteraard koken wij ook met regelmaat van de klok, met pakjes en zakjes van Maggi, Knorr of desnoods van Euroshopper of Markant Merk.
Want het nadeel van ambachtelijk een sausje op tafel zetten is vaak dat het tijd kost. Een jus voor bij de stamppot is geen probleem. Dat is in 2 minuten wel klaar. Maar een mooie vissaus, een ingedikte wijnsaus, een kalfsfond. Dat zijn toch dingen die enorm lekker zijn, maar waar in een doordeweeks gezin, met 2 kleine kinderen, eigenlijk geen tijd voor is. Nog afgezien van het feit dat bij een deel van die dingen minstens de helft van de aanwezigen in dit pand openhartig laten weten dat ze het niet blieven. Meestal vergezeld van de alleszeggende spreuk: "Ik hoef dat niet!". Waarbij ‘dat‘ vervangen kan worden door hetgeen mijn vrouw of ikzelf in de uren daarvoor hebben geprobeerd zo smakelijk mogelijk te krijgen.
Maar ze hebben een excuus.
Ze zijn 2 en 3 jaar oud.
Dan mag dat nog. Ook van ons. Dan mág je iets niet lekker vind, áls je het in elk geval maar even gepróefd hebt. En dat moet ik ze nageven: dat doen ze over het algemeen ook! Eva van 3 at vanavond bijvoorbeeld peultjes. We hadden ze in kleine stukjes gesneden. En ze pakte telkens een stukje, vouwde het open, en vond een snoepje. Dat ’snoepje’ is gewoon een zaadje dat in de peultjes zit, maar dat maakt het wat meer bijzonder. En ze heeft er echt van gesnoept! Leuk om te zien!
Wij proberen zo vaak mogelijk vers eten, soms moeten we daarbij uitwijken naar een pakje, en in het weekend maken we dan tijd voor de slowfood zaken van het leven. Stoofpotjes, op lage temperatuur garen van vlees, barbecuen. Maar door-de-week moet het toch liefst niet teveel tijd kosten, om redelijk gezond en toch lekker te koken, dus tja, wat doe je dan…?
Maar soms ontdekken we ineens dat je voor een snelle oplossing helemaal geen pakje nodig hebt. Sterker: dat het zonder dat pakje nog veel beter smaakt. Gewoon omdat het puurder is. En net zo makkelijk. Met minder toevoegingen. Dus beter? Misschien psychisch, maar ach, who are we to argue ourselves?
Ik had zin in pasta met gehaktballetjes in kaassaus, en dan niet uit een pakje. Met wat hulp van de roux, die ik een tijd geleden ontdekte, was dat eigenlijk een fluitje van een cent. En zo stond op een winderige dinsdagavond die pasta op tafel. Mét ballen. En mét kaassaus. Zónder pakje! En ik heb genóten!
"Een beetje van mezelf, zónder iets van Maggi".
Ingrediënten
Voor de balletjes:
Voor de saus:
Bereiding
Meng het gehakt met de rest van de ingredienten en rol er balletjes ter grootte van walnoten van. De ansjovis filet versterkt de smaak wat, en je proeft er niets van terug in het eindresultaat!
Zet ze even een half uurt je in de koelkast, om wat op te stijven.
Breng in de tussentijd een pan water aan de kook, voor de pasta.
Verhit daarna een beetje olijolie in een pan, en braad de balletjes op een niet te hoog vuur aan.
Maak intussen de kaassaus: neem een steelpannetje, en smelt daarin de boter, en als deze uitgebruist is, doe dan de bloem erbij. Goed roeren, zodat de bloem alle boter opneemt. Even onder roeren een paar minuutjes laten garen. Doe dan de bouillon en melk erbij, en roer alles goed door, zodat alle klontjes weg zijn. Strooi de kaas erdoor (ik gebruikte een mengsel van 50 gram peccorino (italiaanse geitenkaas) en 50 gram parmezaanse kaas) en laat smelten. Breng op smaak met peper en zout, en wat nootmuskaat. Doe de balletjes bij de saus en laat mee warm worden.
Kook de pasta al dente. Snij de lenteui of bosui in ringetjes, en strooi door de saus. Laat 1 a 2 minuutjes meekoken, zodat ze nog knapperig zijn.
Heet serveren!
Zondagmorgen. Half acht. "Páápáá!!" klinkt het vanaf de slaapkamer naast de onze. Eva is wakker. Zoveel is wel duidelijk. Ik sta op, en ga even naar haar toe. Ze wil even naar het toilet. Daarna kruip ik nog even terug in bed. Lekker, onder een nog warm dekbed. "Laten we vandaag iets leuks gaan doen!" zegt mijn vrouw. "Er is een rommelmarkt in Assen. Daar wil ik wel even naar toe!".
Zo rond de klok van elf uur rijden we de parkeerplaats op. Het is er best druk. De eerste mensen komen de hal alweer uit, met hun vondsten, aanwinsten en koopjes die voor de één prullaria zijn, en voor de ander een reden om een goed weekend te hebben. Altijd leuk om even te neuzen op zo’n markt.
Voornaamste doel vandaag: speelgoed!
Playmobil voor mijn dochter. Iets van Bob de Bouwer voor mijn zoon. En, wie weet, lopen we ook nog ergens tegenaan voor papa of mama. Iets voor in de keuken misschien?
Op een kleedje lag hij er. Beetje stoffig. Duidelijk tijd voor een goede schoonmaakbeurt, maar technisch in prima staat.
"Moet ‘ie kosten?" vraag ik. "6,50!". "Voor 5 neem ik hem mee!". "Is goed!".
Als ik hem oppak, valt me op dat hij zwaarder is dan ik verwachtte. Een paar kilo weegt hij wel. Hij is ook niet echt mooi strak. Je ziet dat het een degelijk product is, dat wel, maar het is geen toonbeeld van gladde vormgeving. Hij is eerder wat grof. Maar dat is slechts buitenkant natuurlijk, en eigenlijk ook niet zo belangrijk. Wat hij dóet en wat je ermee kúnt, dáár gaat het immers om. En daar waren veel mensen al bijzonder lyrisch over.
Ik had hem ook wel nieuw kunnen kopen, maar ach, de verzendkosten voor een nieuwe zijn al hoger dan wat ik nu voor het hele ding heb betaald. En hij is van ijzer, dus na een grondige beurt kan hij er nog jaren tegenaan.
Thuis heb ik hem dus eerst eens goed schoongemaakt. Sopje gemaakt. Uitelkaar gehaald. En schrobben maar! En dat was ook nodig, blijkt! Het water is vies als ik klaar ben. Er kwam meer vanaf dan ik had verwacht, en hij lijkt schoon. Maar ik neem het zeker voor het onzekere, en zet een grote ketel water op het vuur. De metalen delen in het water en een minuutje of 5 laten koken. Het water is weer vies, dus dit koken was geen overbodige luxe. En blijkbaar maakt schrobben en boenen ook niet helemaal schoon. Nogmaals water op het vuur, en weer 5 minuten koken. Het water blijift nu vrijwel schoon.
Ik inspecteer hem nog één keer grondig, en zie geen achtergebleven resten, vuiligheid of andere vreemde zaken. Mooi! Klaar voor het eerste gebruik.
Nu eerst maar eens goed inlezen, en eens bij de lokale slager informeren naar darm, en straks een gehaktbal, van eigengedraaid gehakt!
Mijn weekend was dus ook geslaagd!
Ook wel cholesterolbom genoemd.
Maar lekker dat het was!
Zelfgebakken volkorenbrood, met bloedworst en spiegelei:
Ik weet nog ongeveer hoe het ging een hele poos terug: ik zat op kantoor, verwikkeld in een discussie met een collega, over een compleet ander onderwerp. Iets met computers, printers of servers, ongetwijfeld. Of dat een gebruiker van onze software weer eens rare fratsen had uitgehaald. Ik weet het niet meer zeker. Doet er ook niet toe.
Op de één of andere manier ging het daarna over Star Trek, Fight Club, kinderen en uiteindelijk over eten. En zo kwam ook ter sprake dat ik graag Italiaans kook en eet. Pasta bolognese, pizza en lasagne. Dat soort dingen.
En uiteindelijk ging het gesprek over Béchamelsaus. Dat we altijd van die pakjes kochten van de Grand d’Italia. Dat dat best makkelijk was. Wat melk in een pannetje, poeder erbij en klaar.
En toen begon hij dus te lachen, die collega.
Ik snapte eerst niet waarom, en keek hem verbaasd aan.
"Als je nog een keer lasagna wilt maken, dan moet je dat anders doen." zei hij even later. "Dan pak je 50 gram boter, 50 gram bloem en een halve liter melk. Boter smelten, bloem erbij, roeren en even gaar laten worden, dan de melk erbij en goed roeren. Even doorkoken, en klaar. Peper, zout en wat nootmuskaat om het af te maken. Scheelt je weer €1,59. Koffie?"
Zie daar: in een notendop kreeg ik even het recept voor een Béchamelsaus te horen. Ik realiseerde me dat ik nooit de moeite had genomen om eens een recept daarvoor op te zoeken, en dat ik er dan waarschijnlijk al veel eerder achter was gekomen hoe kinderlijk eenvoudig dat eigenlijk is: je begint met een roux, en met melk en wat specerijen ben je al klaar.
Jarenlang dat pakje gekocht.
En inmiddels vraag ik me werkelijk af waarom…
Volgens Harold MacGee werkt een roux als volgt: je smelt vet (boter of zelfs olie) in een pan. Daar gaat de bloem bij, waarna het vet de meelkorrels van een laagje voorziet. Dit heeft als voordeel dat de meelkorrels niet aan elkaar kleven en een klont vormen. Doe je er dan een vloeistof bij (melk of bouillon), en verwarm je dat, dan smelt het vetlaagje weer langzaam en zuigen de meelkorrels zich vol vocht, waarbij sommige korrels knappen, en amylose moleculen vrijgeven. Die binden zich weer met het water, waardoor ze een web vormen dat het overgebleven zetmeel weer beperkt in zijn vrijheid, en daardoor een gebonden saus oplevert.
Deze roux vormt de basis van 3 van de 5 zogenaamde ‘moeder-sauzen’ uit de Franse keuken: de béchamel, de velouté en de espagnole.
De béchamel saus is op basis van een roux met melk.
De velouté saus is op basis van een roux met lichte bouillon.
De espagnole saus is op basis van een roux met een donkere bouillon.
En van daaruit kun je allerlei kanten op. En je kunt het een en ander ook combineren. De béchamelsaus met kaas voor over de lasagne. Half béchamel en half velouté, met champignons, al dan niet met een scheutje room. De velouté met een scheut rode port, bosbessenjam en een theelepel mosterd voor bij wild.
En zelfs de sauzen zelf zijn nog aan variatie onderhevig. Bechamel saus in Nederland wordt vaak gemaakt met nootmuskaat, terwijl er in Frankrijk laurier en een uitje doorheen gaat.
Feit blijft dat sinds dat gesprek met die collega we eigenlijk nooit meer een pakje bechamelsaus hebben gekocht, en dat we ook allerlei ander sauzen gemaakt hebben, op basis van die eenvoudige, maar enorm veelzijdige mix, van boter, bloem en vocht!
Vandaar, een lofzang op de edele roux:
Boter en bloem is bij u de clou
Espagnole, Velouté, Bechamel
Zonder u geen enkel van dit stel
Uniek met vele gezichten
Edoch zelden onderdeel van poetische gedichten
Kies een vocht naar keuze
En ziet, de variatie is reuze
Oh, mooie roux
Waar ik u ook door doe
Het resultaat mag er zijn
Al bent u niet zo goed voor de lijn
Eenvoudig, multi-inzetbaar
Zonder pakje, snel klaar
Bruin of blond
En meestal zonder klont
Oh, mooie roux
Ingredienten voor Bechamel saus
Bereiding
Smelt de boter in een pannetje. Wacht tot het uitgebruist is, en doe de bloem erbij. Goed roeren met een garde. Nu even de roux laten garen. Let erop dat je de roux goed in beweging houd. Als de roux te lang stil ligt, krijgen we een blonde of bruine roux (in plaats van een witte), en krijg je geen goede bechamelsaus.
Na een paar minuten voeg je de melk toe, en begin je goed met roeren. Tijdens het warmer worden van de saus zal deze dikker worden. Hoe meer boter/bloem ten opzichte van de melk, hoe dikker.
Als de saus mooi dik is, breng hem op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Indien je dat wilt kun je ook nog wat kaas door de saus smelten, bijvoorbeeld als je de bechamel gebruikt voor over de lasagne.
Een week of 2 terug kwam mijn schoonmoeder bij ons eten. "Niks bijzonders maken, hoor!" had ze nog gezegd. Maar ja, vrouwlief was een middagje met dochterlief naar K3, en met zoonlief op bed, had manlief even de middag voor zichzelf.
En wat doe je dan?
Dan kijk je even in de kelder en in de voorraadkast, en je besluit om een blik tomaten open te trekken, een paar stengels bleekselderij te snijden en een wortel te schrapen.
En voor je het weet heb je een soffrito pruttelend in de pan, die niet veel later wordt vergezeld door wat gehakt, spek en de voornoemde tomaten. En na een uurtje of 3 pruttelen op een laag vuurtje staat er een dikke pan met bolognesesaus, in de beste Italiaanse traditie. Pannetje pasta erbij en klaar is Kees Mark.
Maar ja, dat pruttelen is op zich ook niet zo’n spannend gebeuren. Beetje roeren in de pan af en toe, en je hebt het wel gehad. Tijd heelt niet alleen alle wonden, maar laat ook een pastasaus zijn smaak krijgen.
"Een lekker stukje brood erbij, dat is misschien wel een leuk idee. Een knoflook brood, of wacht, een ciabatta. Daar kan ik wel eens een poging aan wagen." Dat was ongeveer de redenatie, en het resultaat was dat ik uiteindelijk 2 ciabatta’s maakte, die qua smaak behoorlijk buitenlands proefden. Smeuig, zachte kruim, met een vleug olijfolie. Perfect geschikt natuurlijk om dat laatste restje saus van je bord te schrapen. Of om gewoon direct in de pan met saus te dopen. Waarom al die moeite doen om de saus eerst op je bord te leggen, immers.
Er zijn 2 factoren van belang bij het maken van deeg voor ciabatta: het voordeeg (de ‘biga’) en olijfolie door het deeg. De biga is niet meer dan bloem, water en een kwart theelepel droge gist, maar doordat het een nacht op het aanrect blijft staan, fermenteert het, en krijgt het een boel smaak. De olijfolie zorgt ervoor dat het een soepel deeg, met een niet te harde korst wordt.
Het grootste nadeel van dit recept is dat je een dag van tevoren al moet weten dat je ciabatta wilt, en dan ook nog eens niet van huis kunt, want je deeg moet gekneed, rijzen, gevormd, rijzen en afgebakken worden. Even naar de Aldi rijden is dus misschien wel makkelijker. Ook goedkoper, overigens, want voor 39 cent per ciabatta kan deze thuisbakker dat niet namaken!
Maar deze manier is in elk geval wel een stuk leuker dan het simpel openknippen van de plastic verpakking, en het laten ontsnappen van de ‘beschermende atmosfeer’…. En lekker brood, vers uit eigen oven, is eigenlijk onovertroffen…
Ingrediënten
De biga
Het brood
Bereiding
Meng de gist en bloem in een kom. Voeg het water erbij en meng en kneed dit een minuut of 5. Dek de kom af met huishoudfolie en laat gedurende een uur of 12 tot maximaal 24 op het aanrecht staan. Het voordeeg krijgt nu de kans om smaak te ontwikkelen. Het zal (ondanks de kleine hoeveelheid gist) verhoudingsgewijs enorm groeien, doordat de gist bij kamertemperatuur actief wordt. Zorg dus voor een niet te klein bakje! Na een uur of 12 is het plakkerig en vol luchtebelletjes. Als je het er uithaalt is het ook erg draderig, en ruikt het friszuur. Dit is de basis van he tbrood.
Doe alle overige ingrediënten, samen met het voordeeg dat minimaal 12 uur heeft gestaan, in een kom en meng/kneed dit tot een mooi glad, soepel deeg. Het makkelijkst is dit natuurlijk in keuken apparaat met deeghaken, maar met de hand kan ook prima. Goed kneden, en daarna in een grote kom, die je met wat olie aan de binnenkant invet. Husihoudfolie erover, en laten rijzen tot het volume verdubbeld is. Duurt normaal ongeveer 1 tot 1,5 uur. Het deeg is nu erg plakkerig en zacht.
Bekleed een bakplaat met bakpapier, en bestuif dit met bloem. Houd dit bij de hand. Bestuif je werkblad ook met bloem, en haal het deeg uit de kom. Het makkelijkst gaat dit met een deegspatel, maar anders gewoon met je handen. Je hoeft nu niet meer te kneden. Deel het deeg in 2 helften, en vorm beide helften tot lanwerpige platte plakken, van ongeveer 1-2 centimeter dik. Leg de lappen deeg op de bakplaat met bakpapier. Maak wat deuken in de bovenkant met je vingers, en bestrooi licht met wat bloem. Bedenk het geheel met een vochtige keuken doek, of schuif in een grote plastic zak. Het deeg moet nu weer rijzen, en moet niet uitdrogen. Vandaar… Laat ongeveer 1,5 tot 2 uur rijzen.
Onegeveer een half uur voor het klaar is, verwarm je de oven voor op 220 gradem. Schuif dan de bakplaat in de oven, en bak de broden af in ongeveer 20 minuten. Of het gaar is, kun je horen, door op de onderkant te kloppen. Als het hol klinkt is het gaar.
Even laten afkoelen, en serveren maar!