
Vroeger pakte moeder, als ze eens iets anders wilde koken dan vlees-aardappel-bloemkool, wel eens een kookboek van de plank of uit de kast. Druk bladerend, en soms verlekkerd, werden de recepten beoordeeld. Op prijs, maakbaarheid, en of het gezin de ingrediënten wel smakelijk zou vinden. Nauwgezet werd het gekozen recept dan bereid. Alhoewel, nauwgezet… Vaker dan eens werd het gebaande pad verlaten, en het eigen inzicht geraadpleegd, en werden rustig wat voorgeschreven ingredienten vervangen of werd er een kruid minder of meer gebruikt.
Soms werd er, inmiddels wijs geworden door ervaring, en maken van andermans recepten, zelf geëxperimenteerd. Dat leidde dan tot een nieuw recept, dat soms uitgroeide tot een ware familietraditie.
Het bewuste familie-recept kwam echter vaak niet veel verder dan dat: het bleef binnen de familie. Soms wel overgedragen van moeder op dochter (zo ging dat vroeger immers…), maar zelden in uitgebreide kring.
Hoe anders gaat het tegenwoordig? Met de komst van Internet, en het mainstream worden van blog-software, kan iedereen tegelijkertijd columnist, schrijver en publicist in één zijn. Kortom: iedereen kan zijn hersenspinsels on-line plaatsen, zodat ze toegankelijk worden voor andere gelijkgezinden.
Zo ook in de wereld van de ‘food-bloggers’. Ik mag mijzelf er inmiddels ook wel toe rekenen, denk ik.
Het afgelopen half jaar heb ik enkele tientallen recepten en verhalen gepubliceerd, en vele andere berichten van overige bloggers gelezen. Vaak interessant, vermakelijk, leerzaam, nuttig, inspireren of lekker. Meestal een combinatie van een van deze kenmerken.
Nieuwsgierig geworden naar hoe anderen bloggen, en naar wat achtergrond van enkele van mijn favoriete bloggers, kroop ik in de virtuele pen, en schreef hen aan. Of ik een paar vragen mocht stellen. Om een thema-week van te maken. Voor op mijn blog.
Ze reageerden allen enthousiast, en in mijn mailbox trof ik al snel de antwoorden op mijn prangende vragen. Deze week komen ze online op dit blog.
Vandaag de antwoorden op de vraag waar zij hun inspiratie vandaan halen. Immers: gedurende een langere periode, telkens weer iets nieuws verzinnen, om niet in herhaling te vallen, en toch origineel te zijn, zonder een ander te plagieren, valt niet altijd mee. Toch blijken zij geen van allen moeite te hebben om telkens hun blog weer te voorzien van verse content.
Dus: Waar komt de inspiratie voor posts vandaan?
Mr.Wateetons is voorstander van dramatiek, getuige zijn antwoord: "De vele culinaire drama’s die het leven kent, maar die verborgen blijven voor de meeste kookblog lezers. Is het niet veel leuker om te lezen dat iemand per ongeluk twintig maal de gewenste hoeveelheid zout gebruikt en daarmee zijn gerecht verknalt dan de jaloezie opwekkende succesrecepten?".
Koken met Kanker is daarentegen veel pragmatischer, en duidelijk is dat hij niet veel nodig heeft: "Uit mijn hoofd.".
Koken met Karin blijkt vaak meer ideëen dan tijd te hebben: "Overal vandaan. De hele dag door zie, hoor, lees, ruik en proef ik van alles. Zowel thuis als op reis. Ik heb inmiddels een indrukwekkende stapel met losse notitiebriefjes en knipsels, plus een voorraad digitale foto’s van bijzondere ingrediënten en handige keukendingen. Allemaal in de categorie ‘nog iets mee doen’. Alleen tja, tussen idee en post staat vaak tijdgebrek in de weg, en praktische bezwaren …"
Paul en Ellen van het Ministerie van Eten en Drinken bloggen al sinds 1999, en hebben nog stof genoeg: "Gewoon uit de dagelijkse praktijk. Ik probeer elke dag een stukje te schrijven over wat we gegeten hebben. Daarbij horen ook achtergrondinformatie en productinformatie. Soms komen er opeens herinneringen boven en vormen een mooi verhaal. Kortom aan inspiratie geen gebrek.".
Bij MrOoier zorgt de nieuwsgierigheid vaak voor nieuw werk: "Ik ga kris-kras door allerlei wereldkeukens en de inspriratie is heel vaak dat ik een ingredient kan kopen. Zo zat ik weken te wachten tot ik weer eens konijn kon kopen en dat vond ik gisteren, Maar dan maak ik ook nog iets wat ik nooit eerder maakte en dit keer was dat vandaag fantastisch. Maar het kan ook zijn dat ik drie boeken uit de bieb haal en een onderwerp helemaal uitspit en er toch maar één gerecht van maak."
Het kost Eetschrijven in elk geval weinig moeite om een stuk te schrijven: "De kopij ligt op straat. Het grote voordeel van eten is dat je er elke dag wel mee bezig bent. Je loopt dus makkelijk tegen dingen aan: in de winkel, in de media, in je omgeving en in elk geval in je eigen keuken. Het kost mij maar zelden moeite mijn dagelijkse stukje in elkaar te zetten."
Gek genoeg ervaar ik zelf ook dat het niet zo moeilijk is om een stukje te schrijven. Het is voornamelijk een kwestie van er even voor gaan zitten, en gewoon dóen! Wat het wel soms lastig maakt, is om een nieuw recept te publiceren. Enerzijds vanwege een gebrek aan tijd om te kokkerellen, en anderzijds om dat we soms ook gewoon eerdere recepten gewoon nogmaals maken, omdat ze zo lekker waren. Maar toch, de nieuwsgierigheid naar allerlei zaken wint het toch vaak, zodat er toch altijd wel iets overblijft om over te schrijven.
Morgen kijken we waar de voorkeur naar uitgaat: een kookboek of de losse pols?
|
Dec
20
|
Dat is eigenlijk de conclusie van deze exercitie.
Mwoah.
Gelukkig gebeurt dat niet zo vaak, maar het is toch altijd wel jammer.
Het recept noemde dit "het lekkerste Brabantse worstenbroodje".
I beg to differ.
Ik had het eigenlijk ook vantevoren al moeten weten: knoflook hóórt niet in een worstenbroodje.
Maar dat is dus een les voor de volgende keer: in plaats van blind een aanwijzing volgen, is het wellicht beter om ook zélf te blijven nadenken.
Ik zal dan ook niet het recept plaatsen hier, want ik zou niet op mijn geweten willen hebben, dat iemand dit ook moet doorstaan. Nou vooruit. Zó erg was het nu ook weer niet, maar het was niet zo heel erg lekker. Dat kan een stuk beter. Niet alleen de vulling overigens, ook het broodje zelf was niet zo geslaagd. Beetje hard en droog.
Alleen wist ik dat nog niet op het moment dat ik de foto maakte. Toen lag er nog wat lekkers in het verschiet. En om die foto nu niet te gebruiken, vond ikook weer zonde. Ik had hem wel kunnen archiveren, tot het een keer wél gelukt was, maar wie weet hoe de broodjes er dan uitzien? Dus toch maar gebruikt.
Wel leuk om te maken, dus ik ga er snel nog eens mee stoeien. En hopelijk is het recept dan wel publiceerwaardig!
Ik blog nu zelf sinds een half jaar, en probeer dan telkens met een leuk stukje te komen. Meestal een recept, voorafgegaan door een stukje, dat betrekking heeft op het recept van die dag. Tot nu toe vind ik dat erg leuk, en doe ik dat met veel plezier. Mijn lezersaantallen stijgen ook (ja ja, Big Brother is watching!
) dus blijkbaar wordt ik nog gelezen ook! Waarvoor mijn grote dank!
Soms maak ik een themaweek. Zo heb ik een week gehad, met elke dag een post over mijn ultieme pizza-recept.
Dit keer wilde ik weer een thema week maken. Daarin laat ik andere bloggers aan het woord, door hen enkele vragen te laten beantwoorden. 7 vragen om precies te zijn (nou ja, stiekem 8..
).
Zo gezegd, zo gedaan. Bloggers benaderd, en gelukkig wilden ze wel meedoen.
Dus, vanaf maandag 24 december, antwoorden op de onder andere de vragen:
Wast Jurgen wel eens af?
Wat was het grootste succes was van Karin?
Zou Mr. WatEetOns wel eens een pakje van Knorr openen?
en
Heeft Mr.Ooijer wel alles zelf geproefd?
Nieuwsgierig naar de antwoorden? Zet het dan in je agenda!
|
Dec
17
|
In 1998 hebben Karin en ik een rondreis gemaakt door Schotland.
Vanaf IJmuiden de boot gepakt en, met Engelse auto en al, op weg naar Newcastle. Na een dag en een nacht op de boot, waarbij we ons verwonderend hebben over het gedrag van de Britten aan boord (nooit gedacht dat er werkelijk mensen zijn die de ‘entertainment’ aan boord, in de vorm van flauwe dansjes, matige goochelacts, en lallende karaoke, leuk vinden, maar die Britten smúllen ervan!), meerden we aan, aan vaste wal.
De auto uit, en eerst maar eens wennen aan het links rijden. Dat gaat gek genoeg heel makkelijk. Na een uurtje weet je niet beter, en rij je zo Brits als Winston Churchill aan de linkerkant. Komt bij dat onze auto destijds een Rover was, dus Engelser dan dát wordt het niet…
Van Newcastle eerst naar Edinburgh, om een bezoek te brengen aan familie van Karin, die daar destijds woonde. Vandaaruit via Glencoe en de west-kust van Schotland naar Fort William, om de hoogste berg van Schotland, de Ben Nevis, te zien. Toen langs Loch Ness naar het plaatsje Inverness. Van daar dwars door de Highlands heen, via Pittlochry, weer terug naar Newcastle.
2500 kilometer in 10 dagen in één van de mooiste natuurgebieden die Europa rijk is.
En maar 1 dag regen!
Wat dit met eten te maken heeft?
Weinig.
Maar des te meer met drinken. Drinken van Schotse whisky natuurlijk!
Zoals in Belgie elk dorp zijn eigen brouwerij lijkt te hebben, en in Frankrijk elk gehucht zijn eigen chateau, zo vind je in Schotland om de haverklap een stokerij, die van niet meer dan bronwater en gemoute gerst, met behulp van een hoop tijd een geduld, een drankje stookt met een inmiddels legendarisch imago.
Wat de lekkerste whisky is, is een vraag die niet te beantwoorden is. Wat de een lekker vind, vind de ander maar vuurwater. Persoonlijk vind ik bijvoorbeeld een Ballantine’s niet te drinken, een Johnny Walker Red Label alleen goed voor de cola, en is The Glenlivet 15 Years Old French Oak Reserve (hele mond vol!) mijn absolute favoriet. Op heel dichte voet gevolgd door The Balvenie 12 Years Old Doublewood.
De eerste krijgt een deel van zijn smaak doordat hij enkele jaren wordt gelagerd op oude Franse wijvaten, en de 2e doordat hij enkele maanden narijpt op Portugese Oloroso Sherry vaten.
Of je dat verschil proeft? Nou en of!
Om dat verschil goed te kunnen beoordelen, koop je een aantal soorten whisky. Samen met vrienden, of voor jezelf. Kies er een stuk of 3 - 4.
Bijvoorbeeld een Glenmorangie 10 Years Old, een Highland Park 12 Years Old, en een Talisker 10 Years Old. Of vraag je slijter. Die man heeft er immers voor ‘gestudeerd’!
Schenk van alle drie een klein beetje (een ‘dram’) in een whiskyglas, en begin met de Glenmorangie. Ruik, draai het glas, en ruik nogmaals. Eventueel een paar druppels (niet meer dan dát!) water toevoegen, en nogmaals. Neem een slok, en beoordeel de smaak. Herhaal dat achtereenvolgens met de Highland Park en ten slotte de Talisker. Wat als eerste zal opvallen, is hoe totaal verschillend deze 3 zijn. Van zacht, en lichtfruitig, tot het typisch rokerige karakter van de Talisker! Dat laatste moet je van houden, want is denk ik een ‘acquired taste’, maar op een donkere winteravond bij het haardje kan ik er persoonlijk echter enorm van genieten!
En om dan toch in de whiskysfeer te blijven op de valreep nog een lekker recept:
Ingredienten
Bereiding
Laat de varkenshaas op kamertemperatuur komen. Maak intussen de champignons schoon met een borstel of keukenpapier. Niet onder de kraan,
want champignons zijn net sponzen! Ze zuigen zich dan helemaal vol water, en dan kun je ze niet meer bakken, maar enkel nog koken.
Bak de in plakjes gesneden champignons en hou ze apart.
Zout de varkenshaas in, en laat de boter bruin worden in een pan. Braad de varkenshaas rondom bruin.
Zet hierna het vuur laag, en laat met een deksel op de pan 5 minuten per kant bakken.
Haal de varkenshaas uit de pan, zet het vuur hoog en doe er de whiskey bij, even laten bruisen en de creme fraiche toevoegen.
Goed roeren, vuur laag zetten en de champignons er bij doen.
De varkenshaas in plakken snijden en in de pan even goed doorwarmen.
Gelijk serveren en genieten met puree en groente naar keuze.
Moleculaire gastronomie is de afgelopen jaren aan een heuse opmars bezig binnen de sterrenwereld. Uiteraard hebben we het dan niet over de sterren zoals die aan het firmanent verschijnen, en ook niet over de sterren (of wat daar heden ten dage voor door moet gaan…) in Hollywood, maar gaat het om de beruchte Bibendum sterren, ofwel het rode boekje van Michelin.
Als je ziet dat daarin een restaurant als ‘The Fat Duck‘ van Heston Blumenthal 3 sterren krijgt, ‘El Bulli‘ van de spanjaard Ferran Adrià ook, en als je dan ook nog kijkt wat voor soort restaurants door chef-koks uit de hele wereld tot de absolute mondiale top worden gerekend, dan zie je dat ook daar het koken vanuit chemisch oogpunt een stevige voet aan de grond heeft.
Nu zou je kunnen zeggen dat moleculaire gastronomie een hype is, die wel weer voorbij waait, net als Nouvelle Cuisine in de jaren zeventig. Daarmee wordt gesuggereerd dat nouvelle cuisine ons niets heeft gebracht. Maar dat is niet helemaal waar.
Zo was het vóór de ‘nieuwe keuken’ heel gewoon om het diner middels een trolley naar de tafel te rijden, en daar door het bedienend perosneel het bord te laten opscheppen. In de nouvelle cuisine is juist bedacht dat de chef in de keuken het bord opmaakt, en het bedienend personeel enkel serveert. Wie zou het zoch nog anders kunnen voorstellen?
Zo iets zal ook wel voor moleculaire gastronomie gelden. Een deel van de technieken en praktijken zal zich mengen in de nieuwe klassieke keuken, en zorgen voor nieuwe combinaties, smaken en mondgevoelens.
Maar wat moet je je dan voorstellen bij die ‘keuken alchemie’?
Denk bijvoorbeeld aan ‘flavor pairing’: het combineren van 2 soorten voedsel, waarvan je in eerste instantie dacht dat ze niet bij elkaar kunnen horen. Zalm met zoethout. Bloemkool en chocolade. Aardbei en koriander. En zo is er nog wel een hele lijst.
Texturen zijn ook deel van deze manier van koken. Schuimpjes, gels, en meer van dat werk. Een nieuwe manier om bestaande smaken een ander mondgevoel te geven. Wat dacht je van ‘Roerei met bacon-ijs‘?
Meestal wordt voor die bijzondere bereidingswijzen flink gewinkeld bij de lokale apotheek. Alginaten, lecithines, agar, xanthaan, en meer uit de koker van DSM. Texturas bijvoorbeeld.
Leuk speelgoed voor in de keuken, maar nogal prijzig. Misschien later een keer, als ik de ‘gewone’ keuken een beetje beter onder de knie heb.
Maar al lezend door wat er zoal kan met dit spul, begin het wel een beetje te kriebelen. ‘T is toch leuk als je eens iets op tafel zet waar je gasten niet op gerekend hadden. Tijdens een fijn uurtje in de file dus maar eens in mijn eentje gebrainstormed…
Een klassiek nagerecht, combineren met een vreemde presentatievorm…
Lekkere kaas, met port, maar dan ánders…
Voor de kinderen een andere combinatie (aangezien de port nog gewoon 20% alcohol bevat): zwarte thee met appel.
Ingredienten
Bereiding
Week de gelatine en verwarm de port tot handwarm. Niet laten koken, want dan verdampt de alcohol, en dat is nu juist de grap van dit recept.
Bedek de bodem en zijkanten van een platte, rechthoekige schaal met vershoudfolie. Dit zodat de gel straks makkelijk uit de schaal kan worden gehaald. Los de gelatine op in de port en giet het mengsel in de schaal. Laat enkele uren opstijven.
Als het voldoende stijf is, haal de portgelei uit de schaal, en leg op een plat stuk kaas. De kaas moet ongeveer 2x zo dik zijn als de port die erop komt te liggen. Snijd nu het geheel in blokjes. Eventueel kun je er nog een prikkertje doorheen doen. Dat eet wat makkelijker weg.
Voor de thee/appel variant geldt eigenlijk hetzelfde, alleen is het daarbij het lekkerst om de verhouding appel/thee gelijk te houden qua dikte. De appel gewoon schillen en in plakken snijden, dan kern eruit snijden, gel erop, en in blokjes snijden.
|
Dec
11
|
Waar de term ’snertweer‘ vandaan komt weet ik niet, maar ik kan me voorstellen dat het iets te maken heeft met het feit dat de goedgevulde soep voornamelijk in de winter gegeten wordt. En in de winter is het nu eenmaal vaak koud, guur, nat en voornamelijk onaangenaam weer. Dus dat wordt dan op een gegeven moment met elkaar geassocieerd. Laten we het er op houden dat erwtensoep een warm karakter heeft!
Het is ook een typisch Nederlands gerecht. Althans, de versie waarin ook prei, wortel, knolselderij en uiteraard de rookworst in verwerkt is. De Engelsen kennen dan wel een ’split-pea soup’, maar vaak is die met ham in plaats van worst, zonder knolselderij, en ook een stuk dunner, dan de oud-Hollandsche variant.
Bij erwtensoep moet ik altijd denken aan Unox. Voor zowel de worst als de soep heeft dat merk in Nederland blijkbaar een naam hoog te houden. Uit eigen proefervaring kan ik echter zeggen dat Unox lang niet de lekkerste worst maakt, maar dat ik bijvoorbeeld de gerookte Gelderse rookworst van het Albert Heijn merk niet alleen lekkerder vind, maar dat die ook nog eens goedkoper is.
Voor de soep geldt ook zoiets: Unox heeft de naam, maar zélf maken is niet alleen beter (geen e-nummers meer!) maar ook nog eens lekkerder! Kost alleen wat tijd. Reken op een uurtje of 2 - 3, afhankelijk van je geduld.
Tip: als je de knolselderij koopt, probeer er een te kopen mét het groen er nog aan. Voel aan de knol of die nog mooi hard is, dan is hij nog goed. Een zachte moet je laten liggen. Eenmaal thuis haal je het groen er meteen vanaf. je kunt de blaadjes een paar dagen bewaren in de koelkast. De blaadjes zijn dan te gebruiken als bladselderij, en kunnen dus ook prima gesneden door de soep! Hoef je dat alvast niet meer te kopen.
Ingredienten
Bereiding
Groente klein snijden. Het groen van de knolselderij scheiden in blaadjes en stengels. Stengels kunnen weg. Een handje van de blaadjes fijnsijden om zometeen door de soep te doen.
Water opzetten in een panvan 3 liter. Spliterwten wassen, tot het spoelwater helder is.
Als het water kookt, de krabbetjes erin doen. Als het kookt, met een schuimspaan het vet-schuim eraf scheppen en wegdoen. Haal na een uurtje het vlees uit de pan.
Doe de spliterwten, de prei, selderij en de rest van de groenten in de pan. Even doorroeren en zachtjes aan de kook brengen. Selderij en peterselie erbij doen.
Haal intussen het vlees van de krabbetjes, maar laat de grootste delen vet achterwege. Doe het vlees in de pan bij de soep. Ca. 1,5 uur laten pruttelen, met de deksel op de pan. Daarna een uurtje zonder deksel zachtjes laten koken.
Denk erom dat je regelmatig even de pan omroert, om aanbranden te voorkomen.
Proeven en afmaken met peper en zout. Laurierblad eruit vissen.
Laten afkoelen, en een nacht in de koelkast zetten.
Dan de rookworst in schijven en door de soep roeren. Opwarmen in een klein pannetje, of in de magnetron.
Perfect om in te vriezen.
Serveren met roggebrood met katenspek!
|
Dec
09
|
Omdat ik er nog geen foto van had:

De varkenshaas met brie in bladerdeeg, met een rode port saus, dus.
Het was weer heerlijk!